Filippijnen

Vorige zaterdag riep President Gloria Macapagal Arroyo de noodtoestand uit vanwege een vermeende poging tot staatsgreep. Net voordien hadden grote mobilisaties nog haar ontslag geëist. Haar dictatoriale maatregelen zullen haar niet redden want de onderliggende sociale en economische problemen blijven aanhouden.
Eind juli bezette een groep Filippijnse soldaten een luxehotel in Manila om het ontslag van de regering te eisen. De rebellen beschuldigden de regering van corruptie en van steun aan terroristische aanslagen in Mindanao. Bovendien stelden ze hun lage lonen en ondermaatse huisvesting aan de kaak.
Manilla, juli 1997 . Het is regenseizoen op de Filippijnen en dat gaat niet ongemerkt voorbij. Een wolkbreuk zet de straten van de hoofdstad binnen de vijf minuten blank op een er grondige manier: straatventers trachten ijlings hun waar in veiligheid te brengen met gammele fietsen en karretjes, kniediep in het water, hun gerafelde T-shirts en shorts (de "nationale klederdracht" van de Filippijnen) doorweekt. Het regenwater weet niet waarheen te stromen, want de legendarische en zo vaak bezongen Manilla Bay met haar vlammende zonsondergangen is niet meer: drooggelegd ten bate van het zoveelste megalomane vastgoedproject waar alleen de superrijke Filippijnse oligarchie beter van wordt.
Eind januari stromen meer dan een miljoen Filippijnen toe voor het paleis van president Estrada om zijn ontslag te eisen. De laan voor het Paleis wordt dag en nacht bezet door een aanzwellende menigte. Het is het hoogtepunt van wekenlang betogingen en protestacties doorheen het hele land.