De afgelopen drie maanden kende Nepal zijn grootste politieke crisis sinds 1990. Twee weken van algemene ‘bandh’ (de lokale term voor een algemene staking) hebben de monarchie aan de rand van de afgrond gebracht. De koning is helemaal geïsoleerd, en de enige steun die hij tot nu kreeg, meer bepaald van de Chinese overheid, laat niets meer van zich horen. Momenteel houdt het staatsapparaat de koning nog in het zadel, hoewel zijn macht danig is verminderd. Het centrum van de macht is naar elders verschoven. De nieuwe burgerlijke regering knoopte intussen gesprekken aan met de maoïstische guerrilla.

Tijdens de protesten was er duidelijk coördinatie van actie tussen de maoïstische guerrilla en de SPA (Zeven-Partij-Alliantie), waartoe onder andere de Congrespartij en de Communistische Partij van Nepal-Verenigd Marxistisch Leninistisch behoren [nvdr, naast de CPN-VML is er ook nog de Communistische Partij van Nepal-Maoïstisch (CPN-M) die het politieke verlengstuk is van de guerrilla]. Door de protesten geraakte de koning volledig geïsoleerd. Maoïstische rebellen hadden voor de staking een staakt-het-vuren afgekondigd en steunden de protesten. Op 14 april gaf de koning een persmededeling vrij, bedoeld om tijd te winnen. Enkel de meest loyale kranten steunden hem. De koning gaf aan een dialoog met de SPA-oppositie te willen beginnen en verkiezingen te houden, maar de oppositie en vooral het gemobiliseerde volk vonden dat de koning niks nieuws te bieden had en dus hielden de protesten aan. Deze mededeling op zich was al een kleine overwinning voor de SPA die samen met de maoïsten een 12-puntenprogramma ondertekende eind 2005. De koning heeft sindsdien de alliantie tussen partijen en de guerrilla proberen te verbreken, maar slaagde daar niet in. Ondertussen moest hij onder druk van het straatprotest toestaan dat er een regering en parlement gevormd worden. Als zij de wil van het volk zullen uitvoeren – wat uiteraard de vraag is – dan zal de koning moeten vertrekken. Ook voor de imperialisten kan hij opgeofferd worden indien hij op de een of andere manier een probleem is voor de stabiliteit van het land (lees: als hij potentieel revolutionaire krachten ontketent).

De hele beweging ging in april naar een hoogtepunt sinds de koning het parlement vorig jaar in februari ontbond. Het was de eerste keer in de laatste zestien jaar dat het uitgaansverbod door zovele mensen werd genegeerd. Schattingen en officiële rapporten stelden dat tienduizenden mensen over heel het land in de betogingen voor meer democratie opstapten. Deze betoging werd georganiseerd door de SPA. Allerlei basisorganisaties spraken zich uit voor democratie en tegen de koning. Alle lagen van de maatschappij kwamen op straat tegen de koning: boeren, arbeiders, advocaten, rechters, studenten enzovoort. Op straat waren het onmiskenbaar de communisten die het best konden mobiliseren. Doordat de communistische partijen echter de leiding over de beweging overlaten aan de burgerlijke partijen zoals Congres, konden die het strijdtoneel van de straten naar de onderhandelingtafels en het parlement verhuizen, waar de burgerlijke partijen zich op hun beste voelen.

De SPA wordt politiek geleid door de Nepalese Congrespartij, wiens programma niet verder reikt dan het skelet van formele burgerlijke democratie en de ‘vrije’ markt. De CPN-VML leverde het vlees (de massa’s) voor het skelet van de Congrespartij. De CP lijkt tevreden te zijn om enkel het regime omver te gooien zonder de grond van het probleem, het tot op het bot rotte systeem, aan te vallen. Nochtans was Nepal vijf jaar geleden ook al een ‘democratisch’ land. De problemen van het volk werden niet opgelost door die democratie, en al helemaal niet door de koning die nadien de macht greep.

Communisten geven bourgeoisie manoeuvreerruimte

De beweging ontsnapte duidelijk uit de controle van de SPA-leiding en werd zeer gevaarlijk voor de heersende klasse, niet alleen in Nepal, maar in het hele subcontinent. Revoluties werken aanstekelijk. Wanneer de massa macht proeft, staat ze deze niet makkelijk meer af. Alle internationale krachten probeerden de koning duidelijk te maken dat hij een beweging provoceerde die te groot is voor hem om te controleren. Daarom bracht de Indiase premier een bezoek aan Nepal – een poging om orde en rust te herstellen. Ook de ambassadeur van de VS bracht hem een bezoekje. De imperialistische machten waren bang dat de revolutie de werkende bevolking uit de hele regio wel eens op ‘verkeerde’ ideeën zou brengen, en oefenden druk uit op de koning. En kijk, de koning stemde toe in het vormen van parlement en regering om de beweging te kanaliseren, iets waartoe de burgerlijke SPA maar al te bereid is. Hun eis om de koning te laten vertrekken schuiven ze nu opzij om deel te nemen aan de macht. Hoe snel een belofte toch gebroken wordt… Voor ons is dit nochtans geen verrassing, burgerlijke partijen zijn altijd veel meer bang van massabewegingen dan van autocraten.

De vraag is nu hoe lang de burgerlijke elementen van de beweging gaan manoeuvreren, en hoe de beweging zal worden geleid. We moeten onthouden dat de koning elke politieke truc in het boek geprobeerd heeft, zelfs lokale verkiezingen die helemaal vervalst waren en niemand voor de gek hielden. De burgerlijke elementen proberen echter om de beweging tegen elke prijs onder controle te houden. De eisen van de communisten moeten daarentegen verder gaan dan het aftreden van de koning. Het verwijderen van de koning zelf zal voor de gewone mensen geen oplossing brengen voor hun problemen. Het verzet tegen de koning en tegen het onderdrukkende autocratische systeem en de oplossingen voor de problemen van de massa moeten hand in hand gaan: de omverwerping van een semi-feodale maatschappij en socialistische omvorming van de maatschappij.

Manoeuvreren doen de burgerlijke partijen zeker. Sinds de verklaring van de koning kunnen ze hun geluk niet op en poneren ze de stelling dat dit een product van de ‘democratische’ beweging is. Nochtans waren zij tijdens de massabeweging totaal geïsoleerd. De massa stak hen zowel qua organisatie als qua eisen ver voorbij. Toch wegen de burgerlijke partijen nu buiten proportie op de gesprekken. Ze doen dit op de rug en ten koste van het bloed van de mensen die op straat kwamen. Zoals burgerlijke politici overal ter wereld doen, vragen ze tijd om de complexe problemen van het land op te lossen. Nochtans zullen verkiezingen op zich de vraag naar landhervorming of de vlucht van duizenden jonge Nepalezen naar India om daar te dienen als goedkope arbeidskrachten, allerminst oplossen.

Indien ze hadden kunnen kiezen tussen een burgerlijke republiek en machtsovername dan zouden de massa’s zeker en vast gekozen hebben voor de machtsovername. Het probleem was dat geen enkele partij hen daarin wou leiden. Prachanda, de leider van de maoïsten, stelde dat de wapenstilstand bedoeld was om de voortdurende strijd van het volk voor een grondwetgevende vergadering en voor een democratische republiek te ondersteunen. Enkele maanden geleden spraken de maoïsten nog over machtsovername. Nu spreken ze ineens over een grondwetgevende vergadering. Die idee van een grondwetgevende vergadering blijkt op veel plaatsen in de wereld een lichtbak waar revolutionairen zich op blind staren (lees bijvoorbeeld over Argentinië en Bolivia).

Impasse in twee stadia

De communisten zijn de belangrijkste linkse politieke kracht in Nepal en ze verdienen daarom onze steun. Tegelijk dragen ze een grote verantwoordelijkheid om degelijke leiding te geven. Vandaar dat onze kritiek ook in de eerste plaats naar hen gericht is.

Uiteindelijk blijven de maoïstische leiding en die van de CPN-VML de stalinistische theorie van de ‘twee stadia’ aanhangen: eerst een democratische republiek (in deze fase wordt enkel gesproken over een constituente of grondwetgevende vergadering) en dan pas, enige tijd in de toekomst, de socialistische omvorming van de maatschappij. Volgens hen is de internationale context nog niet rijp om een volksrepubliek op te richten en dus zijn ze tevreden om een democratie op te richten onder de vorm van een parlementaire republiek.

Wij denken dat dit een vergissing is met zware implicaties. In het geval dat de beweging van arbeiders en boeren de macht kan grijpen – en dat was het geval – is het een stap achteruit om de strijd te kanaliseren in het opzetten van een burgerlijke democratie. Dit speelt enkel in de kaart van de bourgeoisie. Als de arbeiders en boeren aan de macht komen door een revolutie kunnen ze niet tevreden zijn met de doelstellingen van de burgerlijke revolutie. In feite kunnen hun doestellingen, zoals landhervormingen en de bevrijding van heerschappij door buitenlandse machten, enkel bereikt worden door het invoeren van socialistische maatregelen. Eens aan de macht zal het proletariaat geconfronteerd worden met de reactionaire oppositie van de heersende klasse. Om de bevrijding en de revolutie te behouden zal ze met de taken van de socialistische revolutie moeten beginnen. De bourgeoisie heeft historisch bewezen niet in staat te zijn de doelen van een nationaal-democratische revolutie te verwezenlijken in de ‘Derde Wereld’. Onder hun leiding zal Nepal nooit in staat zijn een ware democratie te stichten. Dit is een grote les uit de Russische revolutie, en alle volgende revoluties, zoals Lenin steeds opnieuw uitlegde. Op een zeker moment zal de bourgeoisie breken met de massa om haar macht te behouden, en zal de SPA scheuren. Het is dus fout om illusies te creëren in een alliantie met burgerlijke partijen.

Nepal is een achtergesteld land. Het is grotendeels onontwikkeld en landelijk, en de boeren vormen een belangrijke laag van de bevolking. De strijd van de boeren en de guerrilla is in zo’n maatschappij een erg belangrijk onderdeel in de bredere revolutie. Maar om het regime omver te werpen en de macht over te nemen, is een alliantie tussen boeren en arbeiders nodig. De mogelijkheid was voorhanden. De koning kreeg van geen enkele laag van de maatschappij steun, noch op het platteland noch in de steden.

Een belangrijke eigenschap van de recente crisis was juist haar stedelijke karakter. Het was uiteindelijk de opstand in de steden die de situatie deed kantelen. Terwijl de guerrilla’s aan het wachten waren, werd Kathmandu het centrum van de actie. Dit toont aan dat enkel een eenheidsbeweging tussen platteland en stad het regime kan doen vallen, met nadruk op de stedelijke gebieden en de kracht van de werkende klasse. Wanneer de maoïsten echter de werkende klasse in de steden organiseren, dan doen zij dat vanuit een zeer enge logica, namelijk in het belang van de landelijke guerrilla. Dit was en is de algemene lijn van de CPN-M. Zij wilden mee helpen het regime te doen vallen om vervolgens aan de onderhandelingstafel plaats te nemen vanwege hun controle over 60 procent van het land, zoals nu gebeurt. Het ligt in de logica van de voorgaande gebeurtenissen dat de burgerlijke partijen de maoïsten proberen te betrekken in een pact. Ze zullen gevraagd worden borg te staan voor dit pact waardoor ze zichzelf moeten verbinden tot overeenkomsten die het leven van de gewone Nepalees helemaal niet verbeteren, integendeel.

De woorden van de Amerikaanse ambassadeur, James F. Moriarty, spreken voor zich. Hij verklaarde dat Nepal naarmate de volksbeweging toenam zeer dicht bij een bloedbad kwam. In hetzelfde interview op nepalnews.com verwijst hij naar het staakt-het-vuren van de maoïsten, waarover hij het volgende zegt: “De nieuwe regering zou de maoïsten aan hun staakt-het-vuren moeten proberen te houden… Ze zouden niet in de overgangsregering opgenomen mogen worden zolang ze de wapens niet neerleggen.” Je kan de woorden van de ambassadeur als volgt vertalen: we stonden op de rand van een geslaagde revolutie, maar ons nieuw scenario is dat de maoïsten op een of andere manier aan de regering kunnen deelnemen als ze het volgens de burgerlijke politieke regels spelen.

De communisten zouden de macht kunnen grijpen als ze willen, ze zijn de enigen met genoeg steun. Ze blijven echter koppig vasthouden aan hun stalinistische ‘twee-stadia-leer’, waardoor ze eerst de burgerlijke democratie zullen verdedigen. Ironisch genoeg zullen zij de enige zijn die deze artificiële zwakke democratie staande houden. Zij worden hierin ook aangemoedigd en geïntimideerd door de imperialisten, die vinden dat de enige manier waarop zij aan het bestuur mogen deelnemen inhoudt dat zij de wapens neerleggen. In de internationale media wordt de idee gespuid dat Nepal gered is van een bloedbad omdat de beweging een kookpunt had bereikt, en dat het enkel door de Amerikaanse diplomatie is dat dit voorkomen is. Geen woord over het geweld dat de gewone mensen dagelijks ondergaan voor de doelstellingen van deze hoge heren.

Voorlopig labiel evenwicht

Ondertussen is duidelijk geworden dat de koning voorlopig niet zal vertrekken. Hij heeft enkele toegevingen moeten doen, omdat de kracht van het volk hem anders van de macht zou gezet hebben. Zodra de koning toestemming gaf om een parlement en regering te vormen, was de oppositie er als de kippen bij om dit als een overwinning van het volk te bestempelen. En hoewel de communisten kritiek hebben op een zuiver parlementaire oplossing, gaan ook zij mee in het bedrog van een burgerlijke republiek die dan zou moeten bereikt worden via een ‘grondwetgevende vergadering’.

Als men even naar de recente geschiedenis van Nepal kijkt, is het nochtans duidelijk dat er niks nieuws aan de hand is. Nepal was in 2005 reeds een burgerlijke democratie toen de koning de macht greep en het parlement ontbond. In 1990 was dit parlementair regime gevestigd, ook hier weer na een massabeweging die de koninklijke familie verplichtte burgerlijke concessies te doen. Ondertussen heeft de geschiedenis zich herhaald, en wat belangrijker is, heeft het Nepalese volk niets tastbaar gewonnen, namelijk geen verbetering van hun levensstandaard. Nochtans zagen we in de loop van april een gigantische beweging met een groot potentieel. In laatste instantie komt het dus steeds neer op de leiding. Met een marxistische leiding aan het hoofd van de communisten (zowel de CPN-VML als de maoïsten) had de strijd al veel verder gestaan.

Bovendien behouden de maoïsten niet alleen illusies in een burgerlijke republiek. Ook de methode van de guerrilla krijgt bij hen een te grote rol ten koste van de organisatie van de werkende klasse in de steden. In sommige situaties kan je niet anders dan terugvechten met wapens, zeker op het platteland. Het is echter iets heel anders om van guerrilla je strategie te maken waarrond al de rest draait. Men kan zich de vraag stellen of de guerrillamethode, hoewel zeer romantisch, wel zo goed is om de doelstellingen van het volk te bereiken. Tenslotte zijn de maoïstische rebellen een van de ‘veiligheidsredenen’ waardoor de koning de absolute macht greep. Als de burgerij onder druk komt te staan, grijpt ze altijd naar repressie. Door alles in te zetten op guerrilla, geven de maoïsten een goed alibi voor die repressie. Uiteraard zijn zij niet de echte reden voor repressie, wel het feit dat de heersende klasse de politieke situatie niet meer met ‘democratische’ methoden kan controleren.

We zitten eigenlijk in een paradoxale situatie. Nu de maoïsten de kans op een socialistische revolutie voorbij hebben laten gaan, zal het niet lang duren voor ze weer aangeduid zullen worden als ‘staatsvijand nummer 1’. De heersende klasse zal de maatregelen weer verstrakken en dus de democratische verworvenheden van de revolutie terugdraaien. De werkende klasse staat dan terug op start, wel echter met een illusie armer en een ervaring rijker. Uiteindelijk is ervaring veel belangrijker dan geleerdheid. De meerderheid van de mensen leert uit ervaring, niet uit boeken. Het is hierop dat we als marxisten moeten bouwen. Doordat de maoïstische leiding echter niet de juiste lessen trekt uit de ervaring van de Bolsjewieken in Rusland, ziet het ernaar uit dat de mensen op straat door een lang en pijnlijk proces van trial-and-error zullen moeten gaan.

Laat het duidelijk zijn, de burgerij is niet in staat vooruitgang te brengen. Niet in Nepal, niet ergens anders. Die historische rol heeft ze al decennia uitgespeeld. Enkel de arbeiders verbonden met de arme boeren zijn in staat vooruitgang voor zichzelf te brengen. Nepal kan natuurlijk niet alleen op zichzelf het socialisme bereiken. De enige verdediging is een internationale kijk: de Nepalese boeren en arbeiders moeten hun kameraden proletariërs in India, Pakistan, China enzovoort aanmoedigen en oproepen hen te steunen, zowel door voorbeeld als door oproep. Dat zal de enige garantie op een behoud van de revolutie zijn.