Cuba

Na het overlijden van Fidel Castro op 24 november van vorig jaar, slaakten de kapitalistische media een zucht van opluchting: «Met het overlijden van Fidel is het grootste obstakel voor verandering in Cuba van de baan.» (The Economist, 26 november 2016)

Op vrijdag 26 november, om 22.29 uur, stierf de Cubaanse revolutionaire leider Fidel Castro op negentig jarige leeftijd. Zijn broer Raul Castro kondigde het nieuws voor de Cubaanse bevolking en de wereld aan in een televisietoespraak rond middernacht. Zijn dood was niet onverwacht, aangezien hij al enkele jaren ziek was en zijn formele politieke verantwoordelijkheden reeds had neergelegd. Toch kwam het nieuws als een schok voor zowel vriend als vijand.

Op woensdag 17 december gaven de Verenigde Staten toe dat hun poging Cuba te onderwerpen is mislukt. Dit zou gezien moeten worden als een overwinning voor de Cubaanse Revolutie en haar vasthoudendheid tegen de meedogenloze aanval van de meest machtige imperialistische mogendheid op Aarde, die op slechts 140 kilometer van haar kust ligt. Maar het Amerikaanse imperialisme heeft haar doel niet opgegeven: het herstel van de heerschappij van het privé-eigendom en de vernietiging van de verworvenheden van de revolutie. Het is enkel van middelen veranderd om hetzelfde resultaat te bereiken.

Er zijn maar weinig individuen in de geschiedenis die zo'n beslissende rol kunnen spelen in het lot van een land en de miljoenen mensen die erin wonen. Fidel was zo iemand. Door zijn persoonlijke uitstraling, moreel gezag, onverschrokken-en vastberadenheid hield hij de Cubaanse revolutie op de sporen ondanks de enorme moeilijkheden. Deze beslissende rol kan echter op geen enkele manier worden gezien als een voorbeeld waarbij de ‘grote figuren’ de geschiedenis maken.

Cuba staat voor ingrijpende economische veranderingen. Deze maatregelen zijn een gevolg van de economische crisis in het land, dat hard getroffen wordt door de wereldwijde recessie van het kapitalisme. Wat is de weg vooruit voor het socialisme in Cuba?