Noot van de redactie: Dit document werd bediscussieerd, geamendeerd en in juli gestemd door het 2006 wereldcongres van de IMT. Het grootste deel werd oorspronkelijk in oktober 2005 geschreven als een voorstel van document ter voorbereiding van het congres. Tijdens de discussie werden in februari wijzigingen aangebracht en vervolgens in juli geamendeerd. Je dient daar rekening mee te houden tijdens het lezen. Bijvoorbeeld het deel over Mexico werd geschreven lang voor de revolutionaire gebeurtenissen van de laatste maanden. Eigenlijk voorspelde het document dat zo’n beweging zou uitbreken indien de heersende klasse zou proberen fraude te plegen. September 2006

Europa

De belangrijkste vraag waarop we ons moeten concentreren is het geheel van politieke en sociale effecten van de crisis van het kapitalisme – de manier waarop deze een psychologische uitdrukking vindt onder de massa’s. De gebeurtenissen van de laatste twaalf maanden alleen al hebben ons een massa aan informatie hierover verschaft. Meerdere landen worden geconfronteerd met politieke crisissen. Overal zien we de onrust toenemen. Naast de jongerenprotesten in Frankrijk zijn er in een reeks landen belangrijke stakingen geweest. Het proces van radicalisering versnelt. We zijn getuige van het ontwaken van de arbeidersklasse op internationale schaal.

Vanuit het standpunt van de klassenstrijd is een zware crisis niet noodzakelijk een positief gegeven. Plotse massawerkloosheid kan de klassenstrijd tijdelijk verlammen. De arbeiders zijn gedurende bepaalde tijd getraumatiseerd, hoewel dit later kan leiden tot fabrieksbezettingen en verstrekkende politieke conclusies. De huidige situatie is echter wel degelijk stimulerend voor de klassenstrijd. Er is een zwakke groei, maar deze gaat gepaard met hoge, aanhoudende, organische werkloosheid. Er is een economische boom ten koste van de arbeidersklasse, gebaseerd op genadeloze druk, sluitingen, ontslagen, werkloosheid, productieopdrijving, en aanvallen op de pensioenen. Overal is de boodschap dezelfde: “werk tot je erbij neervalt.”

De heropleving van de klassenstrijd is het duidelijkst in Europa. Het Europese kapitalisme zit in een fase van lange achteruitgang, weerspiegeld in een lage groei en hoge werkloosheid. In de plaats van groei is er nu economische stagnatie. Heel het Europese project begint in de war te lopen. De ruzie tussen Groot-Brittannië en Frankrijk over het EU-budget en het debacle van de Europese Grondwet, zijn hiervan twee symptomen.

De ambitie van de EU om heel Europa te domineren tot aan de grenzen van de vroegere Sovjetunie heeft nieuwe tegenstellingen in het leven geroepen. Oost-Europa ligt ver achter op de rest van de EU. Werkloosheid is in Polen officieel 18 procent en in werkelijkheid veel hoger. Toetreding tot de EU zal niets oplossen voor deze landen, maar zal een zware druk leggen op de EU zelf. Landen zoals Polen en Hongarije hebben een grote en onderontwikkelde landbouwsector die niet gemakkelijk geïntegreerd kan worden in de EU, waar het gemeenschappelijke landbouwbeleid reeds enorme sommen opslorpt, met een zware druk op het budget tot gevolg en scherpere conflicten tussen Frankrijk en zijn ‘partners’.

Het conflict tussen Groot-Brittannië en Frankrijk over het budget ging over twee vragen: de Britse korting en de CAP, die genereuze subsidies toekende aan Frankrijk. De hevigheid van de discussie toonde de onderliggende tegenstellingen tussen de EU-landen en gaf de mythe van de ‘Europese solidariteit’ een dreun. In plaats van te evolueren naar een Europese ‘superstaat’ is het proces van Europese eenmaking tot stilstand gekomen en zelfs op weg naar een ommekeer. De burgerij kan de vernietiging van de EU allicht niet aanvaarden en mogelijk houdt men vast aan de euro. Maar de aanvankelijke voorwaarden van het Verdrag van Maastricht zijn zo dood als een pier.

Groot-Brittannië dat zijn status van wereldmacht is verloren, is herleid tot een tweederangsland in de marge van Europa. Zijn ondergang wordt geïllustreerd door de zogenaamde speciale band met de VS. De slaafse onderwerping van Blair aan Bush op eender welk terrein toont de complete impotentie van Groot-Brittannië, dat veel van zijn industriële basis is verloren. Blair en Brown roemden zich in het verleden op het Britse economische succes, gebaseerd op markteconomie. Maar dit alles is verdwenen als sneeuw voor de zon. De groei bedraagt niet meer dan 1,5% – het laagste cijfer in 12 jaar. Het conflict met Frankrijk kende een slechte afloop. Blair was verplicht een vernederende knieval te maken met betrekking tot de Britse bijdrage aan het EU-budget, terwijl Chirac op geen enkel vlak moest inbinden. Met de aanvang van een recessie en een hoog werkloosheidspercentage, zullen er nog vele conflicten tussen de EU-landen volgen.

De poging een gemeenschappelijke munt in te voeren heeft, zoals op voorhand was voorspeld, een verergering van de economische crisis veroorzaakt. Dit was bijzonder duidelijk in het geval van Italië. Italië is vandaag de zieke man van Europa. De crisis in Italië is bijzonder ernstig. In het verleden kwam de Italiaanse burgerij uit crisissen door devaluaties van de lire en een toename van het budgettaire tekort. Vandaag is dit, met de euro, niet langer mogelijk. De Italiaanse heersende klasse moet de volledige last van de economische crisis op de schouders van de werkende klasse plaatsen. Dit heeft geleid tot een reeks algemene stakingen die de regering van Berlusconi volledig ondermijnd hebben. De burgerij kan dan ook niet anders dan de arbeidersklasse in de leer te laten gaan bij Prodi. Het zal een erg harde leerschool zijn.

Enkele maanden geleden publiceerde The Economist een artikel dat stelde dat de oplossing van het Italiaanse probleem de afvloeiing van 500.000 arbeiders in de industriële sector zou vergen, naast loonsverminderingen van 30%. Dit toont de werkelijke plannen van de burgerij. Het toont hoeveel druk er op de centrum-linkse regering zal komen wanneer deze de macht krijgt. De regering zal gedwongen zijn aanvallen uit te voeren tegen de arbeiders. Maar ze zal ook onder druk komen te staan om maatregelen te nemen in het voordeel van de arbeidersklasse. Dit zal leiden tot een opstoot van oppositie zowel in de rangen van de RC (communisten) als van de DS (sociaal-democratie), met nog grotere mogelijkheden voor de linkerzijde en de marxistische stroming, die reeds belangrijke overwinningen heeft behaald.

Italië loopt voorop in de klassenstrijd in Europa, maar Frankrijk en Duitsland – twee sleutellanden – zijn niet ver achter. In beide landen heerst een diepe crisis. Het resultaat van het referendum over de Europese grondwet in Frankrijk, sloeg in als een bom. Er werd niet zomaar tegen de grondwet of tegen Chirac gestemd. Het was een protest tegen de hele situatie, een stem tegen het hele politieke establishment.

De opstanden in de Franse achterwijken weerspiegelden de tegenstellingen in de Franse samenleving die over een lange periode werden opgestapeld. Ze toonden de woede van een verlaten jeugd, die geen toekomst voor zichzelf ziet in het huidige systeem. Dit gevoel van vervreemding heeft vele oorzaken: armoede, discriminatie, racisme en politiegeweld. In laatste instantie echter, is het feit dat zelfs tijdens een economische heropflakkering de werkloosheid enorm hoog blijft, doorslaggevend. Volgens de officiële Franse statistieken (die altijd een onderschatting zijn) is er ongeveer tien procent werkloosheid. Voor jongeren loopt dit echter op tot twintig procent en bij jonge Noord-Afrikanen tot veertig procent.

Het in brand steken van auto’s was een blind protest tegen onmenselijke omstandigheden, tegen werkloosheid, slechte huizen en sociaal verval. De burgerij was niet te spreken over de gewelddadige manifestaties van ontevredenheid. Maar wie is er verantwoordelijk voor? In de eerste plaats de kapitalisten en hun ingehuurde agenten, de politici en de politie, die beslissen over belangrijke oorzaken van sociale deprivatie. In de tweede plaats de reformistische leiders van de arbeiderspartijen en de vakbonden. Zij zijn er niet in geslaagd een politiek en organisatorisch antwoord te bieden op de ontevredenheid van de jeugd.

De vertegenwoordigers van de heersende klasse, komen vaak tot dezelfde conclusies als marxisten. Na de opstanden en het EU-referendum, zei Chirac: “Er is een diepe malaise aanwezig in Frankrijk.” Dat is ongetwijfeld waar, maar niet enkel in Frankrijk. In Duitsland zijn er vier miljoen werklozen en een begrotingstekort van 32 miljard euro. Als resultaat hiervan kent Duitsland de ergste economische crisis sinds WOII. Ironisch genoeg is de CDU net nu een regeringscoalitie aangegaan met de sociaal-democraten. Angela Merkel was erg blij dat ze tot kanselier verlozen werd, maar het zal haar haar leven lang spijten.

Merkel stelt zichzelf graag voor als een reformist. Ze bedoelt hiermee in feite dat ze staat voor een politiek van gemene contrahervormingen en besnoeiingen. De Duitse kapitalisten kunnen geen hervormingen en toegevingen meer geven zoals in het verleden. In tegendeel, ze kunnen zelfs de hervormingen niet doorvoeren die ze reeds beloofd hadden. In de laatste verkiezingen stemden de mensen nochtans duidelijk tégen asociale maatregelen. In Duitsland is men bijgevolg klaar voor een intensifiëring van de klassenstrijd en voor een groeiende polarisatie tussen rechts en links. Een gevolg hiervan is de split binnen de SPD in zo’n vroeg stadium als nu.

De situatie in Duitsland vertoont vandaag reeds overeenkomsten met de turbulente jaren van de Weimar Republiek. Waar we ook kijken, zien we hetzelfde proces. Het afgelopen jaar waren er twee algemene stakingen in België. Hetzelfde in Griekenland. In december 2005, was daar een algemene staking tegen de rechtse ND-regering. Rond diezelfde tijd was er in Dublin (Ierland) een manifestatie van 100.000 mensen om de ferry-arbeiders de steunen en om neen te zeggen tegen de aanvallen op de pensioenen en op de arbeidsomstandigheden.

In Spanje moest de rechtse regering van Aznar een zware nederlaag incasseren op 14 maart 2004. De zaden van deze nederlaag werden tijdens de vorige drie jaar gezaaid: een escalatie van de klassenstrijd die miljoenen jongeren en arbeiders over heel het land op de been bracht. De algemene staking in Galicië in 2001, massamobilisaties van de studenten tegen rechtse hervormingen van het onderwijs, de grote algemene staking van 20 juni 2002, de beweging van honderdduizenden tegen de ramp met de Prestige en de anti-oorlogsbetogingen die miljoenen op straat brachten, dit allemaal zorgde voor een verstoring in de samenleving en verhoogde politieke polarisatie die enkel vergeleken kan worden met de jaren ’70.

Deze politieke polarisatie, die een kwalitatieve sprong weerspiegelt in het bewustzijn van duizenden arbeiders en jeugd, bereikte een piek in de dagen na de fundamentalistische bomaanslagen in Madrid op 11 maart 2004. Toen daagde een massabeweging – met bijna het karakter van een opstand – de burgerlijke wettelijkheid uit met betogingen die op 13 maart de kantoren van de PP omsingelden in verschillende steden en gemeenten. Deze beweging toonde duidelijker dan de vorige bewegingen het onvermijdelijk toekomstig revolutionair proces in Spanje. Op dat moment overwoog de rechtse regering om de verkiezingen te verschuiven. Uiteindelijk lieten ze deze optie vallen omdat dit de bevolking in zulke mate zou geprovoceerd hebben dat ze voorbij de grenzen zouden gaan die de leiders van de arbeidersbeweging in gedachten hadden. Daardoor zou een onhoudbare situatie ontstaan zijn. Indien er een marxistische organisatie met invloed onder de massa’s aan het hoofd van deze beweging had gestaan, dan zou er een prerevolutionaire crisis gevolgd zijn. Deze gebeurtenissen toonden het revolutionaire potentieel van de Spaanse arbeidersklasse, een potentieel dat diepe wortels heeft in de tradities.

Tijdens de afgelopen jaren onder de regering van Zapatero mobiliseerde de rechterzijde haar sociale basis steeds opnieuw om de regering te ondermijnen. Daarbij gebruiken ze systematisch dezelfde ideeën als de reactionaire krachten in de jaren ’30. Ze creëren hysterie rond separatisme en het uiteenvallen van Spanje, ze verdedigen de privileges van de Kerk en voeren totale oppositie tegen elke mogelijkheid van onderhandelingen met de ETA. Binnen deze strategie gebruiken de rechterzijde en een aanzienlijk deel van de bourgeoisie dat zich identificeert met deze standpunten, elk steunpunt dat ze hebben binnen de staat, inclusief het leger, om de regering van de PSOE heftig aan te vallen. Spijtig genoeg antwoordden de leiding van de PSOE en de vakbonden niet door hun sociale basis te mobiliseren tegen deze furieuze aanvallen van rechts. Ze willen de situatie kalmeren terwijl ze tegelijkertijd de politiek van de burgerij uitvoeren. Het moge duidelijk zijn dat deze pogingen om koud water te gooien op de klassenstrijd, ondanks de verwarring die daardoor gecreëerd wordt, niet in staat is de politieke polarisatie tegen te houden. Deze situatie gelijkt in bepaalde opzichten op de jaren ’30 en is een voorproefje van de processen die zich in de komende periode in Spanje zullen ontvouwen. Dezelfde symptomen ontwikkelen zich met verschillende ritmes in andere Europese landen.

De politieke crisis beperkt zich niet tot Europa. We zien het ook in Israël, Canada, Pakistan, Nigeria, Thailand, de Filippijnen en zoveel andere landen waaronder de VS zelf. De onmiddellijke oorzaak van de crisis kan erg verschillen: ze kan economisch of militair zijn, een politiek schandaal of een terroristische aanslag kan ze teweegbrengen enzovoort. Wat de doorslag ook geeft, de echte oorzaak is overal gelijk. Hegel stelde dat de noodzaak zich uitdrukt via accidenten. De trage, bijna onzichtbare sfeer van ontevredenheid bereikt een punt waarop het een uitdrukking nodig heeft.

In Australië behaalde rechts een gigantische overwinning. Ze hebben nu een meerderheid in zowel het lagerhuis als de senaat. Dit kwam na een periode waarin de Australische economie jaarlijks met vijf procent groeide. Toch legde de heersende klasse een zware druk op de conservatieve regering om een nooit geziene, brutale aanval op de levensstandaard in te zetten. Het resultaat waren massademonstraties in alle belangrijke steden, waaraan minstens een half miljoen mensen deelnam. In dat land, waar geen noemenswaardige arbeidersorganisatie was al vele jaren lang, reageerde de werkende klasse niettemin onmiddellijk op de aanval.

De crisis manifesteert zich dus overal. Het gaat niet om een toevallig fenomeen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat het om een algemene stroming gaat. Dit betekent dat we op wereldschaal een volledig nieuw historisch tijdperk binnentreden. Deze periode zal niet lijken op de jaren vijftig of zestig, maar veel eerder op de turbulente jaren dertig: een periode van oorlog, revolutie en contrarevolutie.

Internationale betrekkingen

Na de val van de Sovjetunie heerst er een extreme militaire en diplomatieke instabiliteit. In het verleden waren er steeds twee, drie of meer grootmachten die met elkaar concurreerden in het domineren van de wereld. Nu is er slechts één. De VS is uitgegroeid tot de meest machtige, imperialistische kracht in de geschiedenis. De VS spenderen jaarlijks 500.000 miljoen dollar aan wapens. Dit is meer dan het militaire budget van Rusland, China, Japan, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Saoedi-Arabië, Zuid-Korea en India samen.

In de 19de eeuw drukte de jonge Amerikaanse burgerij haar ambitie uit in de Monroe Doctrine. Ze eisten de exclusieve alleenheerschappij over heel Amerika op. Nu hebben ze een eigenaardige variatie op die doctrine bedacht. Ze zien nu de hele wereld als hun domein. In plaats van de oude slogan ‘Amerika voor de Amerikanen’, hebben we nu de nieuwe slogan: ‘De hele wereld voor de VS’. Dit leidde tot onvoorziene en onvoldoende verwerkte gevolgen voor de strategen van het Amerikaanse imperialisme.

Er is een serieuze en groeiende kloof tussen de VS en Europa. Dit kwam gedeeltelijk tot uitdrukking in een reeks venijnige handelsgeschillen en gedeeltelijk in openlijke conflicten rond diplomatie. De Europese burgerij heeft haar eigen belangen in plekken als het Midden-Oosten, Iran, China, Afrika en de Caribische zee. Ze kan dus de dominantie van Washington in wereldzaken niet tolereren. Als gevolg hiervan werd de Navo in twee gespleten. Er is ook een toenemende verdeeldheid in Europa, zoals de crisis rond de grondwet duidelijk maakte. Blair is de hondstrouwe lakei van Bush. Hij geeft een gezicht aan de instorting van de Britse macht en aan de onbekwaamheid van Londen om een onafhankelijke rol in wereldzaken te spelen. Dit leidde tot een zware botsing tussen het Britse en het Franse imperialisme. De botsing dreigde de EU te destabiliseren.

In werkelijkheid is de rol van Europa in wereldzaken snel aan het afbrokkelen. De toekomst van de wereld wordt beslist in Azië en de Grote Oceaan, met haar toenemende bevolking en energieke economie. De VS steekt haar verlangen om over Azië en het Indische subcontinent te domineren niet onder stoelen of banken. Vroeg of laat komen er botsingen over de Grote Oceaan tussen China en de VS. China heeft zich reeds gevestigd als wereldmacht. Haar economische macht wordt nu wereldwijd erkend. Het zal niet meer lang duren vooraleer China deze macht een militaire en politieke vertaling geeft.

Washington probeert het Midden-Oosten te domineren, een regio die voor het Amerikaanse imperialisme zowel economisch als strategisch interessant is. In hun delirium verbeeldde de heersende kliek van de VS zich dat hun macht grenzeloos was. De ware limieten aan hun macht werden pijnlijk duidelijk in Irak. Met 130.000 soldaten op Irakese grond zijn ze er nog niet in geslaagd de situatie te controleren. Het verzet blijft voortduren. De machtigste natie ter wereld zit vast in een onwinbaar conflict, dat reeds 2000 Amerikaanse soldaten gedood en 16.000 verwond heeft (de cijfers langs Irakese kant worden niet bijgehouden maar zijn enorm hoog). De oorlog kost minstens zes miljard dollar per maand.

Zelfs de meest machtige natie op aarde kan deze leegloop aan bloed en goud niet volhouden. De vraag is niet of de VS Irak zal moeten verlaten, de vraag is hoe snel. Wat voor regime ze ook zullen achterlaten, het is ondenkbaar dat dit een regime zal zijn dat sympathiseert met Washington. Achterafgezien zal de hele affaire in Irak een fiasco en een avontuur lijken. De psychologische gevolgen in de VS zullen vergelijkbaar zijn met die van na de oorlog in Vietnam. Het zal de deur openen voor een nieuwe periode van radicalisering. Dit zal rechtstreeks verbonden worden met gebeurtenissen die in Latijns-Amerika op til staan en dat zal de houding van Washington beïnvloeden.

In haar ambitie om de hele wereld te domineren, probeerde het Amerikaanse imperialisme Rusland te omringen met een reeks marionettenstaten in Centraal-Azië. Nadat Polen en andere voormalige Sovjetstaten tot de Navo waren toegetreden, verlegden de VS hun intriges tot landen als Oekraïne, Georgië, Oezbekistan en Kirgizië. De val van de Sovjetunie heeft niets goeds gebracht voor het volk van Centraal-Azië. De zogenaamd onafhankelijke republieken zijn zwakke en gemene regimes die de meest slechte aspecten van totalitair stalinisme combineren met gangsterkapitalisme en een brutaliteit vergelijkbaar met die van Genghis Khan. Washington en Moskou bevechten elkaar om de controle over deze staten, aangezien die vele olie- en gasreserves bezitten. Ze steunen of ondermijnen de plaatselijke regeringen al naargelang het hen uitkomt.

De acties van het Amerikaanse imperialisme hebben zo het ene land na het andere gedestabiliseerd. Ze lokten massabewegingen uit, die bij gebrek aan een oprechte revolutionaire leiding, gemanipuleerd werden door burgerlijke elementen zonder scrupules. In enkele maanden tijd waren er opstanden in Kirgizië en Oezbekistan, maar de burgerlijke oppositie bood geen uitweg voor de massa. Dit wil zeggen dat de instabiliteit de komende periode blijft voortduren.

De pogingen van de VS om de controle over Centraal-Azië en de Kaukasus te verkrijgen, maakten de Russen woedend en brachten de VS in conflict met Moskou en Peking. Rusland en China proberen nu tegengewicht te bieden. Moskou legt druk op Oekraïne, het gebruikt het krachtige pressiemiddel van de olie- en gasvoorraden om Kiev te tonen wie de baas is. Het legt ook druk op Georgië. Het slaagde erin om de Amerikanen uit Oezbekistan te laten vliegen. Nu het zijn basis in Irak kwijt is, geeft Rusland tactische steun aan Iran en Syrië om weerstand te bieden tegen de pesterige strategieën van de VS.

De Amerikanen hebben geen vrede gebracht in Afghanistan zoals ze beweren. Het onlangs verkozen parlement (loya jirga) is samengesteld uit krijgsheren, drugbaronnen en Talibanleden. Van de 240 parlementsleden zouden er 200 over een privé-leger beschikken. De centrale macht heeft enkel het Amerikaanse leger en haar buitenlandse bondgenoten om op te steunen. Karzai behoudt enkel een wankele controle over Kaboel dankzij de VS-troepen die er (totnogtoe) in slaagden hem in leven te houden. Afgezien van de hoofdstad heeft hij nergens controle over. Ondertussen is Pakistan en heel Centraal-Azië wel gedestabiliseerd.

Het bezoek van Bush aan India toont dat de VS zichzelf willen vestigen als de dominante macht in Azië. Ze zouden graag hechtere banden met India aangaan, aangezien dit het grootste land in de regio is dat bovendien de snelst groeiende markt heeft. Maar ze zijn verplicht om de delicate balans in stand te houden en Pakistan niet van zich weg te duwen. Pakistan is immers een belangrijke bondgenoot in de oorlog tegen Afghanistan. Zowel Pakistan als India zijn in diepe crisis.

In Pakistan was de aardbeving een ongeluk van de natuur. Het bracht wel alle geaccumuleerde sociale en politieke spanningen aan de oppervlakte. Het systeem is nu erg fragiel, zo onstabiel dat elke externe schok voor een diepe crisis kan zorgen. De Pakistaanse heersende klasse is zo wanhopig dat ze besloten de nationale kwestie weer los te laten. Ze wakkeren de vuren van het nationale conflict aan in Baluchistan en elders. Dit zal verreikende gevolgen hebben aan de Noord-West Grens (nu al in een staat van oproer), Sindh en Kasjmir zelf.

Het Amerikaanse imperialisme, dat de situatie verslechterd heeft door haar bemoeienissen in de regio, heeft geprobeerd om haar marionet Musharaff op te kalefateren, maar ze leunt op een ontbindend koord. Musharaff kan elk moment omvergeworpen of vermoord worden. Dit zal de sluizen openen, de weg voor revolutionaire hervormingen openen, die het hele subcontinent zullen beïnvloeden. De tragedie in Kasjmir bracht een golf van spontane sympathie vanuit het Indische volk op gang. Noch de reactionaire Pakistaanse heersende klasse, noch die van India was hiermee gediend. Geen van beide wil de nationale kwestie oplossen. Ze hebben er immers al zo vaak handig gebruik van gemaakt om haat tussen beide volkeren te zaaien. Op die manier konden ze steeds de aandacht afleiden van de klassenstrijd.

De crisis in India verdiept. De nederlaag voor de reactionaire BJP bij de laatste verkiezingen, was een politieke aardbeving, maar de burgerlijke Congrespartij verloor snel haar krediet. Onder de genadeloze druk van het IMF begon het met een politiek van ‘hervormingen’ (lees: contrahervormingen). Als resultaat hiervan belandde ze in een crisis en raakte ze verwikkeld in schandalen. In feite zijn zowel Congres als BJP in crisis en staan op het punt te splitten. Intussen heeft de machtige werkende klasse van India, die de overwinning voor Congres met een algemene staking voorbereidde, haar spieren alweer opgespannen. Een nieuwe golf van stakingen is bezig. Zowel de CPI als de CPI(m) [de communistische partijen, nvdr] steunen strategisch de regering van Congres. Dit zorgt voor toenemende ontevredenheid bij de achterban. Voor de eerste keer hebben de vakbonden gestaakt in Kerala, waar de CPI(m) aan de macht is.

Van haar kant is China haar groeiende economische succes aan het gebruiken om haar militaire macht uit te bouwen. Ze is haar leger opnieuw aan het uitrusten. Haar ruimtevaartprogramma wordt voornamelijk gedicteerd door militaire overwegingen (zoals dat van de VS). Het spant haar spieren op in Azië, waar het heeft duidelijk gemaakt dat het nooit een onafhankelijkheidsverklaring van Taiwan zal tolereren. China beschouwt Taiwan als een afscheurende provincie. Dit is geen blufpoker. De regering van Peking vreest immers dat deze onafhankelijkheid een reeks afscheidingsbewegingen in andere delen van China zou aanmoedigen. Ze hebben de nodige militaire middelen om hun wil door te drukken. Vroeg of laat volgt een serieuze botsing tussen de VS en China over de Grote Oceaan – de meest beslissende regio ter wereld in de toekomst.

De 'Derde Wereld'

Dat het kapitalisme in een impasse zit, openbaart zich in zijn meest gruwelijkste vormen, in de crisis van Azië, maar ook in Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Er bestaat geen uitweg onder het kapitalisme. Dit blijkt uit de permanente instabiliteit en de turbulentie. De situatie in de zogenaamde ‘Derde Wereld’ vormt een werkelijke verschrikking waar maar geen einde aan komt. De crisis van het kapitalisme voorspelt er alleen maar meer ellende, ziektes, oorlogen en de dood voor miljoenen mensen. Volgens de Wereldbank leven in totaal 1,2 miljard mensen op het randje van de hongerdood. Daarvan sterven jaarlijks acht miljoen mensen omdat ze niet over voldoende geld beschikken om te overleven. De Human Development Index, die bestaat uit een peiling naar de gezondheid, de levensduur, het onderwijs en de levensstandaarden, daalde vorig jaar in 21 landen. In 1980 gebeurde dit slechts in vier landen. Dit vormt het onweerlegbare bewijs dat de huidige economische boom de levensomstandigheden voor de massa niet heeft verbeterd maar in tegenstelling juist verslechterde.

Dit is zelfs het geval in landen met hoge groeipercentages. De cijfers van de economische groei vormen geen enkele indicatie voor de reële levenstandaard van de massa. Het BNP van Oeganda steeg het laatste decennium met zes procent per jaar. Toch bleef het inkomen beneden de 250 dollar per jaar. De positie van Afrika is bijzonder problematisch. De burgeroorlog in Congo kostte het leven aan minstens 4,5 miljoen mensen. Er heerst chaos in heel West-Afrika. Een half miljoen mensen verloren het leven door burgeroorlogen in onder andere Liberia, Sierra Leone, Guinea en Ivoorkust. In het éne land na het andere zien we barbaarse omstandigheden.

Ondanks alles illustreren een reeks algemene stakingen in Nigeria het revolutionaire potentieel van de arbeidersklasse. President Obasanjo doet nu zijn tweede ambtstermijn uit. Hij kreeg daarvoor slechts een beperkte steun van de bevolking aangezien ze, van deze zogenaamde democratie, hoopten op materiële verbeteringen van hun levensomstandigheden. In plaats daarvan kregen ze een constante regen van aanvallen over zich heen. De kwestie van de verhoging van de brandstofprijs is daarbij van groot belang geweest. Onder de druk van het imperialisme heeft het regime de prijs van de brandstof sterk verhoogd, heeft het regime verdere privatiseringen doorgevoerd, stegen de prijzen voor het onderwijs, heeft het gepensioneerden aangevallen enzovoort.

Tot onlangs kon de vakbondsleiding de situatie voor de heersende klasse min of meer in bedwang houden. Zij hebben een hele reeks algemene stakingen aangekondigd telkens met de bedoeling tot een compromis te komen. Dit veroorzaakt nu weerstand binnen de vakbondsrangen, aangezien de arbeiders conclusies trekken uit die ervaring. De volgende periode zal de strijd van de werkende klasse zich op een hoger niveau afspelen. De Nigeriaanse werkende klasse zal een belangrijke rol spelen in de Afrikaanse revolutie. Dit leidt ofwel tot de overwinning van het volk of daarentegen tot een vreselijk etnisch conflict. De eerste tekenen daarvan zijn al zichtbaar. Het bevestigt de these van Luxemburg absoluut: de keuze vóór het mensdom is ofwel het socialisme of het barbarisme.

Wegens het ontbreken van de subjectieve factor komt de ontevredenheid van het volk en in het bijzonder die van de jeugd zonder perspectieven in verscheidene weliswaar vervormde vormen tot zijn uiting. We denken daarbij aan vormen van fundamentalisme, terrorisme, zelfmoord commando’s enz. Lang geleden verklaarde Trotski dat wanneer in een bepaalde maatschappij het terrorisme regelmatig voorkomt, dit een symptoom is van een fundamentele impasse en een revolutionaire gisting. De imperialisten bestempelen op schijnheilige wijze de wanhoopsdaden van onderdrukte mensen als terrorisme, terwijl zij zelf een beleid van ongebreideld terrorisme voeren op wereldschaal.

Het verslaan van het terrorisme was de ultieme beweegreden van Washington voor de aanvallen op Irak en Afghanistan. Maar wat zijn de resultaten daarvan? Overal is het risico van nieuwe terroristenaanvallen niet verminderd maar juist toegenomen. Al Qaeda heeft niet alleen binnen Irak vrijspel gekregen maar ook in landen zoals Jordanië, een zeer belangrijke bondgenoot van de VS waar voor kort nog de situatie vrij stabiel was. Saoedi-Arabië lijkt meer en meer onstabiel. Libanon bevindt zich op de rand van een burgeroorlog. Ze zijn er met andere woorden in geslaagd om het volledige Midden-Oosten te destabiliseren. En Bin Laden? Hij werd verscheidene keren verondersteld gedood te zijn maar leeft nog steeds. Hij is actief op de stammengebieden tussen Afghanistan en Pakistan, samen met zijn Talibanvrienden. Dit was nauwelijks wat Bush en Rumsfeld in gedachten hadden toen ze aan hun avontuur begonnen.

In de VS, de citadel van het wereldimperialisme, zijn er ook elementen die wijzen op het feit dat het regime zelf in crisis is. Denken we maar aan het Watergate-schandaal waardoor President Nixon moest aftreden. Toen Bush zijn tweede ambtstermijn won, voorspelden we dat hij zijn overwinning nog zou gaan betreuren en dat hij als meest onpopulaire president van de VS de geschiedenis zou ingaan. Beide voorspellingen werden al snel bevestigd door de gebeurtenissen. Bush had al de laagste steun voor een pas verkozen president in de recente geschiedenis, en zijn populariteit is sindsdien sterk gedaald. De grote meerderheid van de publieke opinie van de VS is nu tegen de bezetting van Irak.

Irak en de 'oorlog tegen de terreur'

De imperialistische arrogantie, plunderzucht en venijnige reactie van Bush en zijn kliek waren de motieven voor een militair avontuur van de VS in Irak. Saddam Hoessein vormde geen militaire bedreiging voor de VS. De CIA wist goed genoeg dat hij geen massavernietigingswapens bezat. Het besluit om binnen te vallen in Irak had niets te maken met 9/11. De beslissing was lang voordien genomen door de rechtervleugel van de Republikeinen en fundamentalisten die het beleid van het Witte Huis van Bush controleren. Zoals iedereen nu wel weet, werd de vernietiging van de Twin Towers als geschikt voorwendsel aangegrepen om een plan ten uitvoer te brengen dat al was uitgewerkt in de weken voor Bush zijn ambt opnam in 2001.

Dit was compleet onnodig en heeft ernstigste gevolgen gehad voor het standpunt van het imperialisme van de VS. Met een bezettingsmacht van 130.000 troepen uitgerust met de meest verfijnde moderne wapens, zijn ze er niet in geslaagd vrede te stichten in Irak. De invasie van Irak heeft een diepgaand effect gehad voor de VS zelf. Recente opiniepeilingen tonen een scherpe verhoging van het verzet tegen de oorlog in Irak. 54% meent nu dat de bezetting een fout was. Slechts 34% van de Amerikanen denkt dat het een positief resultaat had. Naast het grote aantal dode en gewonde Amerikaanse militairen, zijn de economische kosten enorm. De bezetting van Irak kost de schatkist van de VS niet minder dan zes miljard dollars per maand. Zelfs de rijkste macht ter wereld kan zich een dergelijk afvoer van middelen niet veroorloven.

Het beleid van Bush houdt de kop in het zand. Bush heeft openbaar verklaard dat hij "niet belooft dat er geen burgeroorlog zal zijn". Een burgeroorlog in Irak is natuurlijk niet zeker, maar het is een reële mogelijkheid. In een interview met Bush werd hem gevraagd of de troepen van de VS een grotere rol zouden spelen in het tegenhouden van de verspreiding van geweld in Irak. Zijn antwoord was "neen", de militairen van de VS zouden eenvoudig weg Irakezen blijven opleiden om het geweld te bestrijden.

Het lijkt haast onmogelijk dat wanneer het geweld blijft toenemen en er een burgeroorlog in Irak zou uitbreken, de militairen van de VS niet in het conflict zullen betrokken geraken. Het huidige Iraakse regime kan enkel en alleen op de militaire macht van de VS steunen. Als het geweld verder toeneemt, zal de VS in het conflict betrokken worden of ze dit nu willen of niet. Het gevolg is dat het dodenaantal voor de VS nog zal toenemen.

Bush bevindt zich in een benarde situatie. Hij moet openbaar verklaren dat de VS niet bij een burgeroorlog betrokken zal worden. Het moreel in het leger is laag. Een recente opiniepeiling onder de Amerikaanse militairen in Irak openbaarde dat 72 percent van de troepen in Irak vindt dat de Verenigde Staten binnen het volgende jaar haar troepen moet terugtrekken. Bijna 25 percent van de militairen zeiden dat de troepen onmiddellijk zouden moeten weggaan. Uit een opiniepeiling die maart jl. door San Francisco Chronicle werd afgenomen, blijkt dat de moraal bij 70 percent van de troepen in Irak laag tot zeer laag was. 75 percent van militairen zeiden dat de leiding van hun bataljon slecht was of een gebrek aan belangstelling voor het welzijn van de militairen toonde. Deze cijfers zijn verbazend. Op basis van deze cijfers is het op zijn minst twijfelachtig of het leger van de VS zelfs in het geval van een burgeroorlog in Irak kan worden ingezet.

De militairen weten beter dan om het even wie, dat zij niet in Irak zijn om de reden die hen werd verteld. Zij zien geen enkele reden om daar te zijn. Ze worden dagelijks geconfronteerd met aanvallen, een vijandige bevolking en de bedreiging van de dood. De meeste willen gewoon naar huis gaan. Ze zien in dat een groeiend conflict waarbij veel militairen van de VS zullen sneuvelen het enige perspectief is. Het is dan ook goed mogelijk dat er spanningen in het leger zullen uitbarsten. De militaire macht van de VS in Irak zou daardoor kunnen instorten. De VS is de les van het verleden blijkbaar al vergeten en zijn net in een situatie beland die opvallend gelijkaardig is aan wat zij 40 jaar geleden in Vietnam moesten meemaken. Ook toen was er sprake van een gedemoraliseerd leger dat eenvoudig weg naar huis wilde gaan en dat een oorlog moest strijden die zij niet kon winnen, met een zeer ernstige nederlaag tot gevolg.

Vroeg of laat zullen de VS met de staart tussen de benen moeten terugtrekken. Wanneer zij terugtrekken, zullen zij een complete rotzooi achterlaten. Ondanks al het opscheppen in hun propaganda, hebben de verkiezingen niets opgelost. Een recent officieel Irakees opinieonderzoek toont aan dat meer dan 50% van de Irakezen nu gelooft dat zij beter af waren onder het regime van Saddam Hoessein. 85% wil dat de Amerikanen weggaan. De VS probeert wanhopig een leger in Irak te creëren zodat het de eigen troepen kan terugtrekken alvorens de militaire situatie verder escaleert. Maar hoe? Bij hun inspanningen om een vaste voet aan grond te krijgen, hebben zij in de Iraakse maatschappij op nationaal en godsdienstig vlak een complete verdeeldheid gezaaid.

Washington gaf concessies aan de Sjiieten, wat de Soennieten maar ook de Koerden van hen vervreemdde. Als gevolg daarvan kon Iran tussenkomen. De spanningen tussen Teheran en Washington zijn daardoor verhoogd. Nu proberen zij het evenwicht te herstellen, door ook concessies aan te bieden aan de Soennieten. Tegelijkertijd stellen ze voor om de vroegere aanhangers van de Baathpartij op te nemen in het leger en de veiligheidsdiensten, die zij vroeger overheersten. Dit heeft de Sjiieten razend gemaakt met de verhoging van conflicten en geweld als fataal gevolg. Dit kan in een bloedige burgeroorlog met onberekenbare gevolgen resulteren. Zo kwam de militaire interventie, zogenaamd gericht op het vestigen van vrede, stabiliteit en democratie, in een bloederige pijnhoop terecht. Het conflict tussen Iran en de VS wordt dus al uitgevochten in Irak door een “low intensity proxy war”. Alleen de ontwikkeling van een verenigd nationaal Iraaks verzet zal een burgeroorlog kunnen bezweren.

Hun avontuur in Irak heeft de imperialisten van de VS in een moeilijke positie geplaatst bij het omgaan met die zogenaamde ‘schurkenregimes’. Het Islamitische fundamentalistische regime in Iran, buur van Irak, bevindt zich nu in een tegenstrijdige positie. Intern krijgt het te maken met een groeiende opstand van arbeiders. Er hebben een reeks zeer belangrijke stakingen plaatsgevonden waarvan de klassentegenstellingen van de Iraanse maatschappij aan de grondslag liggen. De laatste jaren zagen we er ook een schitterende verzetsbeweging van de jeugd. In de vroege stadia uitte zich dit in het geloof in de zogenaamde hervormingsvleugel van het Islamitische regime. Een illusie, want na hun bestuur verloren ze al snel hun krediet en vertrouwen. Nu is een nieuwe president van de harde lijn aan de macht gekomen. Deze probeert de situatie naar zijn hand te zetten door de aandacht van de massa te richten op een ‘externe vijand’. Mahmoud Ahmadinejad gebruikt populistische, ‘anti-imperialistische’ retoriek om op de massa een beroep te doen terwijl hij tezelfdertijd een hele reeks overeenkomsten maakt, in het bijzonder met de Europese kapitalisten, om meer investering in het land te bekomen.

Het regime bevindt zich duidelijk in een dilemma. Aan de ene kant zoekt het wanhopig naar buitenlandse investeringen om de industriële basis verder te kunnen ontwikkelen, banen te creëren en het proletariaat enkele concrete materiële aanwinsten te kunnen bieden indien dit nodig zou zijn om de toestand te stabiliseren. Tegelijkertijd bevindt het regime zich in een conflict met het imperialisme, in het bijzonder dat van de VS, over de ontwikkeling van kernwapens. Ze beweren het slechts voor ‘vreedzame doeleinden’ te gebruiken, maar daar trapt niemand in. Door de invasie van de VS in Irak hebben de leiders van het regime wel één ding zeker geleerd: wanneer je geen massavernietigingswapens hebt dan krijg je een invasie, indien je die wel hebt, niet!

De imperialistische VS heeft ontzettend veel vrees dat Iran zich tot een nucleaire kernmacht zou ontwikkelen. Tot nu toe hebben zij diplomatieke druk uitgeoefend, o.a. via de VN- resoluties. Dit om de verzuchtingen van Iran in bedwang te houden. Nochtans zijn de strategen van de VS verdeeld over hoe hier mee verder moet worden omgegaan. Sommigen hopen het regime geleidelijk aan te verzwakken en van binnenuit omver te werpen. Om dit doel te bereiken hebben ze al miljoenen dollars besteed. Anderen geloven dat de één of andere vorm van gewapend conflict onvermijdelijk is. Zo meent ook het bestuur van Bush. Het probleem is dat zij zijn vastgelopen in het Iraakse moeras. Dit sluit een mogelijke raketaanval van de VS op de kernonderzoekscentra of een Israëlische aanval die stilzwijgend door de VS gesteund wordt, niet uit. Zelfs al zou het bij een beperkt conflict blijven, het zal de bevolkingsmassa in het Midden-Oosten nog woedender maken en uiteindelijk niets oplossen.

De grootste bedreiging voor het regime komt echter niet van het Amerikaanse imperialisme, maar wel van de arbeidersklasse en andere massabewegingen. Het wegvallen van steun voor de zogenaamde reformistische vleugel van het islamitisch regime resulteerde in een grote verschuiving in bewustzijn en strijdbaarheid van de arbeidersklasse, jeugd, vrouwen, nationale minderheden en andere onderdrukte lagen in de samenleving. Tot een jaar geleden was de meest alarmerende ontwikkeling voor het regime de verbrokkeling van haar sociale basis. Daardoor konden ze die niet meer gebruiken tegen stakingen en andere bewegingen. Dat was de onderliggende logica voor de installering van Ahmadinejad als ‘president’ en vervolgens het uitdelen van geld aan Hezbollah, Basij enzovoort.

Sindsdien hebben twee semi-overheidsorganen die cruciaal zijn voor de controle over de studenten- en de arbeidersbeweging, belangrijke ontwikkelingen ondergaan. Het Bureau voor de Consolidatie van Eenheid, de studentenorganisatie die verantwoordelijk was voor de overname van de Amerikaanse ambassade, heeft nu mensen in haar leiding die zich openlijk socialisten noemen en die door het regime worden opgejaagd omdat ze ‘marxisten’ zijn. Het Arbeidshuis, dat tot een jaar geleden nog openlijk syndicalisten aanviel zoals bij het conflict bij de Vahed busmaatschappij, heeft de redacteur van zijn dagblad Kar-o Kargar (Arbeid en de Arbeider) ontslagen. Daarna publiceerde Kar-o Kargar – dat een circulatie van ongeveer 200.000 heeft – het artikel van Lenin uit 1899 ‘Over Stakingen’ met een foto van hem. In andere semi-overheidsorganen zijn er gelijkaardige spanningen.

De groei van allerlei sociale bewegingen is ongezien. Twee jaar geleden werden arbeidersactivisten gearresteerd nog voor ze deel konden nemen aan de 1-meibijeenkomst in Saghez. Vorig jaar slaagden de arbeiders er echter in de 1-meivieringen, die in het kader stonden van steun aan Rafsanjani’s presidentiële campagne, naar de maan te helpen. En dit jaar verloor het Arbeidshuis totaal de controle over de massale betoging en de arbeiders scandeerden hun eigen slogans: “staking, staking”, “Gevangen arbeiders moeten bevrijd worden”, “Kijk naar Frankrijk, doe iets voor ons” [verwijzing naar de grote vakbondsbetogingen,nvdr] enzovoort. Zoals de recente gebeurtenissen in Tabriz en diverse universiteiten aantonen, is de verandering in de nationale en de studentenbeweging bijna even dramatisch. Deze groei begint ondanks de tekortkomingen onder de leiding effect te hebben op de stabiliteit en eenheid van de burgerlijke staat zelf. Het repressieapparaat ondergaat verdeeldheid. De geüniformeerde politie en veiligheidsdiensten hebben bij enkele gelegenheden de kant gekozen van de betogers, tegen de politie in burger, vooral tijdens 1 mei in Teheran.

Eén ding staat vast: de oppositie van de werkende klasse groeit. De arbeiders worden steeds mondiger en opstandiger, hun vrees voor het regime is niet meer wat deze vroeger geweest is. In een volgend stadium zullen de Iraanse arbeiders zich op een beslissende manier verzetten. Het was de beweging van de werkende klasse, in het bijzonder die van de oliearbeiders, die de gehate Shah definitief neerhaalde. Hetzelfde lot staat ook dit regime te wachten. Onze Iraanse kameraden hebben al contact met de beste arbeiders en jeugd. Op deze basis kunnen wij tijdens de komende periode verder bouwen aan een sterke marxistische stroming.

Palestina en Israël

Centraal in de politiek van het Midden-Oosten staat het Palestijnse probleem, dat al decennia een bron van instabiliteit in de regio is. Bush en in het bijzonder Blair zouden graag de ‘gematigde (d.w.z. burgerlijke) vleugel’ van het Palestijnse gezag een duwtje in de rug geven. Alle beloftes van Bush en Blair om een onafhankelijke Palestijnse staat op te richten, zijn echter ontmaskerd als holle hypocrisie. Aangezien hun berekeningen voor Irak herleid zijn tot nul en omdat de situatie in Saoedi-Arabië steeds labieler wordt, moet de VS steeds meer leunen op hun enige stabiele bondgenoot in het Midden-Oosten, namelijk Israël. Bush kan het zich echt niet permitteren om Israël van zich vervreemden.

Het Amerikaanse beleid ter zake wordt meer dan ooit bepaald door de meest reactionaire kringen in Tel Aviv, die trouwens zeer vriendschappelijke relaties onderhouden met de hardliners van de religieuze rechterzijde in de Republikeinse Partij. Israël gaat echter eveneens door een ongeziene politieke crisis. Het feit dat Sharon werd neergelegd door een beroerte was een puur accident. Toch moeten we de vraag stellen: hoe komt het dat het politieke leven van Israël in een crisis is gestort vanwege een zieke oude man? Dit is een weerspiegeling van een totale impasse – de uitdrukking van een onstabiel systeem.

Deze woelingen zijn niet direct veroorzaakt door economische factoren, maar in essentie beroert de crisis van het Israëlisch kapitalisme op een beslissende manier de psychologie van de massa’s. In het verleden kende de Israëlische bevolking (net zoals de Australiërs) een uitzonderlijke levensstandaard. In het begin, toen de zionistische Labour Party aan de macht was, deden ze hervormingen ten voordele van de massa’s en bewezen ze zelfs lippendienst aan het ‘socialisme’. Nu is dit allemaal echter omgedraaid. De economie bevindt zich in een crisis. De werkloosheid staat op 10 procent en er bestaan voedselbanken. In plaats van hervormingen zijn er contrahervormingen.

Onder deze omstandigheden zijn zowel de Labour Party als Likoed gesplitst. Daarmee is een begin genomen van polarisatie naar links en rechts, wat een diepe impact kan hebben op de hele situatie in de komende periode. Het probleem ligt echter in het gebrek aan leiding en de nationale kwestie die constant dient om de aandacht weg te trekken van de klassenkwesties.

In de Palestijnse gebieden groeit de onvrede over de corrupte burgerlijke leiders van Fatah. Mahmoud Abbas zou graag de handlanger van de VS zijn, maar hij kent daar weinig succes in. Hij kan de massa’s niet in bedwang houden, en Washington heeft geen belang bij een handlanger die de massa’s niet onder controle kan houden. Het loslaten van Gaza was door Tel Aviv bedoeld als een manoeuvre om een greep te houden op Jeruzalem en het grootste deel van de Westelijke Oever. Het heeft de mensen van Gaza weinig soelaas gebracht, ze leven nog steeds in armoede met massale werkloosheid. De droom van een Palestijnse staat blijft een even grote illusie als een fata morgana. De recente verkiezingen leidden tot een grote overwinning voor Hamas. Dat toont de diepte van de onvrede over de corrupte en machteloze Palestijnse Autoriteit. De massa’s lijden echter aan vermoeidheid na jaren strijd en ontbering. De beslissing zelf van Hamas om deel te nemen aan de verkiezingen was een stilzwijgende toegeving van dit feit.

In realiteit bestaat er voor het Palestijnse volk geen andere weg dan de revolutionaire weg: de omverwerping van zowel de corrupte en failliete leiding als de zionistische heersende klasse in Israël. Dit is niet te bereiken zonder op zijn minst een aanzienlijk gedeelte van de Israëlische werkende klasse. De omstandigheden om eenheid te smeden tussen de strijd van de Palestijnse massa’s en die van de Israëlische arbeidersklasse beginnen te rijpen. Maar een voorwaarde daarvoor is het achterwege laten van contraproductieve tactieken zoals het individueel terrorisme en systematisch bouwen aan contacten tussen arbeiders en jongeren van Palestina en Israël. Daarvoor is er een echte revolutionaire partij en leiding nodig.

De crisis in het Midden-Oosten is een onderdeel van de algemene turbulentie die zich over heel de wereld verspreidt. De interventie van de imperialisten kan dit niet stoppen. Integendeel, zo maken ze de dingen erger. Vroeg of laat zal dit een uitdrukking vinden in de kapitalistische kernlanden. De terroristische aanslagen in Londen tonen dat de chaos in het Midden-Oosten en de misdadige bezetting van Irak gevolgen hebben voor het politieke leven in Europa. Dat was evengoed het geval met de omverwerping van de regering van Aznar, wat een direct gevolg was van een terroristische gruweldaad verbonden met de oorlog in Irak. In de komende periode zullen we gelijkaardige ontwikkelingen zien in Italië en zelfs in de VS.

Lees ook deel 1 en deel 3 (enkel in het Engels). De vertaling van deel 4 volgt later.