VW chanteerde de Belgische vakbonden door eerst een catastrofe aan te kondigen en vervolgens de ramp wat te matigen in ruil voor forse inleveringen (lees Drama VW Vorst en Crisis automobiel). Dit is een onderdeel van een wereldwijde strategie, zoals Serge Goulart uit Brazilië getuigt.

Serge Goulart is coördinator van de beweging voor bezette bedrijven in Brazilië. Bovendien behoort hij tot de nationale leiding van de PT, de Arbeiderspartij van president Lula. Binnen de PT, waarvan Serge een stichtend lid is, leidt hij mee de marxistische stroming rond O Trabalho. We interviewden hem eind januari.

In België kondigde VW onlangs duizenden ontslagen aan, maar ze zouden het aantal verminderen als de vakbonden serieuze toegevingen zouden doen. Blijkbaar gebeurt dit niet alleen in België?

In Brazilië deden ze inderdaad net hetzelfde. In september 2006 kondigde de VW-directie het ontslag aan van 3.000 arbeiders in Brazilië, waar in totaal 12.000 VW-arbeiders werken. Ze stelden daar wel bij dat er geen 3.000 ontslagen hoefden te vallen indien de vakbonden een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden zouden aanvaarden, zoals besparingen in het gezondheidsplan, vermindering van de voedselbonnen en zware besparingen op de betaling van overuren. Het was dus een regelrechte chantage.

Wat was het antwoord van de arbeiders en de vakbonden?

Ongeveer 10.000 arbeiders betoogden en verwierpen de maatregelen. Ze dreigden met een staking. Na twee weken onderhandelen, kwamen de vakbonden in Sao Bernardo de Campo met een voorstel op de proppen. Dit is de regio en de vakbond waar huidig president Lula groot in is geworden als vakbondsleider in de jaren ’70 en ’80. In het akkoord met de directie pleitten de vakbonden voor vrijwillige ontslagen en de leiding verdedigde dit op een algemene vergadering van de VW-arbeiders. Daar werden ze echter onthaald op boegeroep en de algemene vergadering verwierp het akkoord. Daarop begonnen de arbeiders een staking.

Om het akkoord er toch door te krijgen riep de vakbondsleiding opnieuw een algemene vergadering bijeen, waar 10 à 11.000 arbeiders op afkwamen. Niemand mocht echter via de microfoon praten, enkel de leiding praatte, ter verdediging van het akkoord. Toch werd dat bij de stemming opnieuw massaal verworpen door de arbeiders. Vervolgens verklaarde Feijó, de voorzitter van de metaalvakbond van Sao Bernardo do Campo, dat zijn voorstel het toch had gehaald. Op dat moment kwamen duizenden arbeiders in opstand tijdens de vergadering en een grote groep drong zich naar voor om de leiding klappen te geven voor die flagrante leugens. De privé-bewaking, dus niet de vakbondssecurity, moest hen ontzetten.

Niettemin tekende de leiding het akkoord dat 3.000 arbeiders VW vrijwillig verlaten. Het probleem is dat slechts 2.000 zich inschreven. Totnogtoe is er over de 1.000 anderen geen akkoord en de vakbondsleiding durft geen nieuwe algemene vergadering bijeenroepen.

Drie steden zijn door de maatregelen bedreigd: de fabrieken in Taubate, in Sao Bernardo (Sao Paolo) en in Sao José dos Pinhais. In deze laatste fabriek brak op een bepaald ogenblik een wilde staking van een week uit. De vakbond daar is nog relatief jong en fris. De actie zorgde ervoor dat VW zijn eisen daar introk.

Kwam er een reactie van de regering?

Lula reageerde officieel met te stellen: “Dit is de markt, wij kunnen daar niets aan doen.” Het enige wat de regering doet is meer subsidies aan het bedrijf geven en enkele fiscale verhogingen doorvoeren.

Zijn jullie vanuit de beweging van bezette bedrijven tussengekomen in de strijd rond VW?

Op de algemene vergadering hebben wij een pamflet verspreid. Daarin stelden we dat VW niet zo lang hier kan produceren – al vijftig jaar – en dan de arbeiders chanteren over lonen en vakbondsrechten. Als VW zich terugtrekt, dan moeten Lula en de PT de fabrieken nationaliseren. Als VW de fabrieken wil leeghalen en de machines stelen, dan moeten we die fabrieken bezetten om het werk te verdedigen. Ons voorstel was een mars op de hoofdstad Brasilia om eisen te stellen aan Lula [marsen op Brasilia zijn een traditionele strijdmethode van de vakbonden en de landloze boeren in Brazilië, n.v.d.r.].

Wat arbeiders in zo’n situatie in de eerste plaats interesseert, is de sluiting van de fabriek tegenhouden. Daarom benadrukken wij de nationalisatie. Zo willen we de fabriek open houden en de banen redden. Om goed te functioneren dient dit onder arbeiderscontrole te gebeuren. Wij geven steeds de voorbeelden van Braziliaanse bezette bedrijven zoals Cipla en Interfibra om te argumenteren dat arbeiderscontrole mogelijk is. Bovendien toont Venezuela dat een overheid zulke bedrijven onder arbeiderscontrole kan nationaliseren.