Groot-Brittannië

De Britse verkiezingen van 8 juni 2017 hebbende trend bevestigd die er de laatste week van de campagne al zat aan te komen. De Conservatieven van premier May verloren hun absolute meerderheid. Zij blijven wel de grootste partij met 319 zetels (min 11). Er zijn echter 326 zetels nodig voor een absolute meerderheid. Labour wint 29 zetels en komt op 261 zetels. Dit is ongetwijfeld een persoonlijke overwinning voor Jeremy Corbyn, wiens campagne tienduizenden op de been bracht tijdens massameetings.

Een steeds terugkerend verschijnsel plaagt de Westerse democratieën: verkiezingen kunnen niet meer voorspeld worden. De kandidaten van de heersende klasse krijgen het steeds moeilijker gedurende een verkiezingscampagne.

Toen de rechterzijde van Labour de partijconferentie van 24 september ll. verliet sprak hun gezichtsuitdrukking boekdelen. Hun droom van een overwinning van Owen Smith – de zogezegde “eenheidskandidaat”- lag aan diggelen. Alhoewel velen een nederlaag verwachtten  hadden ze toch gehoopt dat zij de overwinning van Corbyn konden beperken. Ondanks al hun inspanningen, draaide het helemaal anders uit.

De tegenstanders van Jeremy Corbyn hadden hun scenario op voorhand al geschreven. De vernederende nederlaag van de Labourpartij in de tussentijdse verkiezingen van Copeland werd meteen als drukkingsmiddel gebruikt tegen Corbyn. De rechterzijde van de partij, de Blairisten, zijn tevreden met deze nederlaag want hun theorie dat Corbyn onverkiesbaar zou zijn wordt volgens hen hierdoor bevestigd. Dat Labour onder het leiderschap van Corbyn andere tussentijdse verkiezingen gewonnen heeft vergeten ze liever.

Op 24 september zullen we weten wie de nieuwe Labour leider is. Blijft Jeremy Corbyn aan de macht of krijgt Owen Smith, de Blairistische tegenkandidaat een kans?