Wij publiceren voor het eerst in het Nederlands deze zeer interessante discussie tussen Leon Trotsky en Abraham Plotkin, leider van de Midwest afdeling van de International Ladies' Garment Workers Union (ILGWU) een vakbond van textielarbeiders. Dit gesprek had plaats bij Trotsky thuis in Mexico in 1938. Veel is natuurlijk veranderd sindsdien maar het is opvallend hoe de inzichten van Trotsky over de vakbeweging, de syndicale bureaucratie, de nood van een echte arbeiderspartij in de VS vandaag even relevant zijn als tijdens de stormachtige jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Nog even dit over de Amerikaanse vakbeweging. De CIO (Congress of Industrial Organisations) staat voor een nieuwe massale vakbeweging gegroeid uit de diepe crisis van de jaren 30. De CIO is ook een reactie op de beperkingen van de AFL vakbond(American Federation of Labour) die uitsluitend geschoolde arbeiders naargelang hun beroepsactiviteit organiseerde. De AFL weigerde ongeschoolde arbeiders te organiseren. De CIO komt op de voorgrond als een industrievakbond die arbeiders uit eenzelfde bedrijf of economische tak bijeenbrengt. Later gaan beide bonden fuseren om de AFL-CIO te vormen.

 

Discussie met een CIO-verantwoordelijke.

 

CIO-verantwoordelijke (CIO): Het beleid van onze bond is gericht op het voorkomen van massale werkloosheid. We hebben het werk laten uitspreiden over alle leden van de bond zonder verlaging van het uurloon.

 

Leon Trotsky (LDT): En welk percentage van hun eerdere totale lonen krijgen jullie arbeiders nu?

 

CIO: Ongeveer 40 procent.

 

LDT: Maar dat is verschrikkelijk! Jullie hebben een glijdende uurschaal gewonnen, met geen verandering in het uurloon? Maar dat betekent slechts dat de volledige last van de werkloosheid met al zijn gewicht op de arbeiders zelf drukt. Jullie bevrijden de burgerij van de noodzaak om haar middelen aan de werklozen te besteden door elke arbeider drie vijfde van zijn totale loon op te laten offeren.

 

CIO: Daar zit een greintje van waarheid in. Maar wat kan er gedaan worden?

 

LDT: Geen greintje, maar de gehele waarheid! Het Amerikaans kapitalisme lijdt aan een chronische en ongeneselijke ziekte. Kunnen jullie je arbeiders tevredenstellen met de hoop dat de huidige crisis van tijdelijke aard zal zijn en dat er nieuw tijdperk van voorspoed zal opkomen in de nabije toekomst?

 

CIO: Persoonlijk lijd ik niet aan zulke illusies. Velen in onze kringen begrijpen dat het kapitalisme in een tijdperk van neergang terecht is gekomen.

 

LDT: Maar natuurlijk betekent dit dat jullie arbeiders morgen 30 procent van hun vorige lonen krijgen; de dag erna, 25 procent, enzovoort. Episodische verbeteringen, het is waar, die zijn mogelijk, zelfs onvermijdelijk; maar de algemene trend is er een van neergang, degradatie, verarming. Marx en Engels voorspelden dit zelfs in het ‘Communistisch Manifest’. Wat is het programma van jullie vakbond en de CIO als geheel?

 

CIO: Helaas bent u niet bekend met de psychologie van de Amerikaanse arbeiders. Zij zijn niet gewend na te denken over de toekomst. Zij zijn enkel in één ding geïnteresseerd: wat er nu gedaan kan worden, meteen. Onder de leiders van de vakbeweging zijn er uiteraard diegenen die duidelijk rekening houden met de dreigende gevaren, maar zij kunnen de psychologie van de massa’s niet ineens veranderen. De gewoontes, tradities en visies van de Amerikaanse arbeiders binden hen vast en beperken wat ze kunnen doen. Dit alles kan niet in één dag veranderd worden.

 

LDT: Weet u zeker dat de geschiedenis u genoeg jaren zal schenken om u voor te bereiden? De crisis van het Amerikaanse kapitalisme heeft een “Amerikaans” tempo en omvang. Een stevig organisme dat eerder geen ziekte heeft gekend, begint op een bepaald punt zeer snel te verslechteren. Het verval van kapitalisme betekent tegelijk een directe en onmiddellijke bedreiging voor de democratie, zonder welke de vakbonden niet bestaan kunnen. Denkt u bijvoorbeeld dat Burgemeester Hague [burgemeester Hague was een corrupte burgemeester van Jersey city met fascistische trekken, die repressie gebruikte tegen de vakbeweging – redactie Vonk]slechts een incident was?

 

CIO: Oh nee, dat denk ik helemaal niet. Ik heb de laatste tijd aardig wat bijeenkomsten gehad met vakbondsbestuurders over dit onderwerp. Mijn mening is dat we in elke staat al – onder één vlag of een andere - een reactionaire organisatie hebben die een steunpilaar voor fascisme op landelijk niveau kan worden. We hoeven geen vijftien of twintig jaar te wachten. Fascisme kan ons binnen drie of vier jaar veroveren.

 

LDT: In dat geval, wat is...?

 

CIO: Ons programma? Ik begrijp uw vraag. Het is een lastige situatie; enkele belangrijke stappen zijn noodzakelijk. Maar ik zie de nodige krachten of de nodige leiders hier niet voor.

 

LDT: Betekent dat dan overgave zonder een gevecht?

 

CIO: Het is een lastige situatie. Ik moet toegeven dat de meerderheid van vakbondsactivisten het gevaar niet zien, of niet willen zien. Onze bonden, zoals u weet, hebben in een korte tijd een buitengewone groei meegemaakt. Het is natuurlijk voor de CIO-leiders om een wittebroodsweken-psychologie te hebben. Zij zijn geneigd om moeilijkheden licht op te vatten. De regering heeft hen niet enkel uitgevogeld, maar speelt zelfs met hen. Zij zijn vanwege ervaring uit het verleden niet gewend aan dit. Het is natuurlijk dat hun hoofden een beetje draaien. Deze plezierige duizeligheid is niet bevorderlijk voor kritisch denken. Ze proeven het genot van vandaag zonder zich zorgen te maken om morgen.

 

LDT: Goed gezegd! Hierover ben ik het helemaal met u eens. Maar het succes van de CIO is tijdelijk. Het is slechts een symptoom van het feit dat de arbeidersklasse van de Verenigde Staten in beweging is gekomen, uit haar routine is gebroken en aan het jagen is op nieuwe wegen om zichzelf te redden van de dreigende afgrond. Als uw bonden geen nieuwe wegen vinden, dan zullen ze tot stof vermalen worden. Hague is al sterker dan Lewis [leider van de CIO]; omdat Hague, ondanks zijn beperkte situatie, precies weet wat hij wil, terwijl Lewis dat niet weet. Het kan eindigen met de leiders die wakker worden uit hun “plezierige duizeligheid”, om zichzelf in concentratiekampen te vinden.

 

CIO: Helaas heeft de geschiedenis van de Verenigde Staten, met haar onbeperkte mogelijkheden en haar individualisme, onze arbeiders niet geleerd om maatschappelijk te denken. Het is genoeg om u te vertellen dat op z’n best 15 procent van de georganiseerde arbeiders naar vakbondsbijeenkomsten komen. Dat is iets om over na te denken.

 

LDT: Maar misschien is de reden voor het verzuim van 85 procent dat de sprekers niets te vertellen hebben aan de achterban?

 

CIO: Hmm. Dat is tot op zekere hoogte waar. De economische situatie is zo dat we gedwongen worden om de arbeiders terug te houden, om de rem op de beweging te zetten, om terug te trekken. Dit is niet naar de smaak van de arbeiders, natuurlijk.

 

LDT: Hier raken we de kern van de zaak. Het is niet de achterban die wat te verwijten valt, maar de leiders. In het klassieke tijdperk van het kapitalisme raakten de vakbonden gedurende crises ook in moeilijke situaties terecht en werden ze gedwongen zich terug te trekken, raakten ze een deel van hun ledenaantal kwijt, en maakten ze hun reservefondsen op. Maar toen was er tenminste de garantie dat er netto een opgang was die de verliezen zou compenseren, en meer dan dat. Vandaag bestaat er niet de minste hoop op iets dergelijks. De vakbonden zullen stapje voor stapje ten onder gaan. Uw organisatie, de CIO, kan net zo snel ineenstorten als zij opkwam.

 

CIO: Wat kan er gedaan worden?

 

LDT: Bovenal moet men de massa’s vertellen wat er aan de hand is. Het is ontoelaatbaar om verstoppertje te spelen. U kent de Amerikaanse arbeiders natuurlijk beter dan ik. Laat mij u niettemin garanderen dat u hen door een oude bril bekijkt. De massa’s zijn onmetelijk beter, dapperder en vastberaden dan de leiders. Enkel het feit van de snelle opkomst van de CIO laat zien dat de Amerikaanse arbeider radicaal veranderd is als gevolg van de verschrikkelijke economische schokken van de naoorlogse periode, in het bijzonder die van het afgelopen decennium. Toen u maar een beetje initiatief toonde in het opbouwen van meer strijdvaardige bonden, antwoordden de arbeiders onmiddellijk en gaven ze u buitengewone, ongekende steun. U heeft geen recht om over de massa’s te klagen. En wat met de zogenaamde sit-downstakingen (een sit-downstaking is een bedrijfsbezetting. Een golf van bedrijfsbezettingen vormde in 1936-1937 een hoogtepunt in de geschiedenis van de VS, redactie Vonk)? Het waren niet de leiders die ze bedacht hadden, maar de arbeiders zelf. Is dit geen onmiskenbaar teken dat de Amerikaanse arbeiders klaar zijn om over te gaan naar meer beslissende strijdmethodes? Burgemeester Hague is een direct voortbrengsel van de sit-downstakingen. Helaas heeft niemand in de top van de vakbonden het nog aangedurfd om uit de verscherping van de sociale strijd zulke gedurfde conclusies af te leiden, als de kapitalistische reactie dat heeft gedaan. Dit is de sleutel om de situatie te begrijpen. De leiders van het kapitaal denken en handelen onmetelijk meer stevig, consistent en gedurfd dan leiders van het proletariaat handelen – deze sceptici, rountinisten en bureaucraten, die de vechtlust van de massa’s smoren. Hierdoor groeit het gevaar van een overwinning voor het fascisme, zelfs binnen korte tijd. De arbeiders komen niet naar uw bijeenkomsten, omdat zij instinctief de onvolledigheid, het gebrek aan vastigheid, de levenloosheid en de regelrechte valsheid van uw programma aanvoelen. De vakbondsleiders delen clichés rond, precies op het moment dat iedere arbeider de catastrofe voelt naderen. Men moet de taal vinden die overeenkomt met de werkelijke toestanden van het rottende kapitalisme, en niet met bureaucratische illusies.

 

CIO: Ik heb al gezegd dat ik geen leiders zie. Er zijn afzonderlijke groepen, sekten, maar ik zie niemand die de arbeidersmassa’s zou kunnen verenigen, zelfs als ik het met u erover eens zou zijn dat de massa’s klaar zijn voor de strijd.

 

LDT: Het probleem is niet de leiders, maar het programma. Het juiste programma prikkelt en consolideert niet enkel de massa’s, maar traint ook de leiders.

 

CIO: Wat beschouwt u als een juist programma?

 

LDT: U weet dat ik een Marxist ben; om preciezer te zijn, een Bolsjewiek. Mijn programma heeft een zeer korte en simpele naam: socialistische revolutie. Maar ik vraag de leiders van de vakbeweging niet om onmiddellijk het programma van de Vierde Internationale aan te nemen. Wat ik wel vraag is dat zij conclusies trekken uit hun werk, uit hun eigen situatie; dat zij voor henzelf en voor de massa’s de volgende twee vragen beantwoorden: 1) Hoe redden wij de CIO van haar failliet en vernietiging? 2) Hoe redden wij de Verenigde Staten van het fascisme?

 

CIO: Wat zou u zelf doen als u een vakbondsorganisator in de Verenigde Staten was?

 

LDT: Ten eerste, zouden de vakbonden het vraagstuk van werkloosheid en lonen op zijn kop moeten zetten. De glijdende schaal van uren, zoals jullie die hebben, is correct: iedereen zou werk moeten hebben. Maar de glijdende schaal van uren zou aangevuld moeten worden met een glijdende schaal van lonen. De arbeidersklasse kan zich geen continue verlaging van haar levensstandaard toestaan, aangezien dit gelijk zou staan aan de vernietiging van de menselijke cultuur. De hoogste weeklonen van de vooravond van de 1929 crisis moeten als het vertrekpunt genomen worden. De machtige productiekrachten die door de arbeiders zijn voortgebracht, zijn noch verdwenen, noch vernietigd; zij zijn binnen handbereik. Zij die deze productiekrachten bezitten en controleren, zijn verantwoordelijk voor de werkloosheid. De arbeiders weten hoe zij moeten werken en willen werken. Het werk zou opgedeeld moeten worden onder alle arbeiders. Het weekloon voor iedere arbeider zou niet minder moeten zijn dan het hoogste wat er in het verleden bereikt is. Zo is de natuurlijke, noodzakelijke en onuitgestelde eis van de vakbonden. Anders zullen zij als afval weggevoerd worden door de historische ontwikkelingen.

 

CIO: Is dit programma te realiseren? Het betekent in zekere zin de ondergang van de kapitalisten. Dit bepaalde programma zou de groei van het fascisme kunnen doen versnellen.

 

LDT: Dit programma betekent natuurlijk strijd, en geen verslagenheid. De vakbonden hebben twee mogelijkheden: of zij manoeuvreren, schommelen heen en weer, trekken zich terug en capituleren beetje bij beetje, om zo niet de eigenaars ‘woedend te maken’ of de reactie te ‘provoceren’. Het was deze weg die de Duitse en Oostenrijke sociaaldemocraten en vakbondsfunctionarissen kozen om zichzelf van het fascisme te redden. Het resultaat is aan u bekend: ze sneden hun eigen keel door. De andere weg is om de onverbiddelijke aard van de huidige maatschappelijke crisis te begrijpen en de massa’s naar het offensief te leiden.

 

CIO: Maar u heeft nog steeds niet de vraag beantwoord over het fascisme, dat is, het onmiddellijke gevaar de vakbonden over zich afroepen door radicale eisen.

 

LDT: Ik ben dat voor geen moment vergeten. Het fascistische gevaar is nu al in aantocht, zelfs voor de komst van radicale eisen. Het vloeit voort uit de neergang en het verval van het kapitalisme. Gegeven dat het tijdelijk versterkt kan worden door de druk van een radicaal vakbondsprogramma: men moet de arbeiders hier openlijk voor waarschuwen. Men moet vanaf nu op een praktische wijze speciale verdedigingsorganisaties oprichten. Er is geen andere weg! U kunt uzelf niet meer van het fascisme redden met behulp van democratische wetten, resoluties en verklaringen, dan u zich van een cavalerie-eenheid kunt redden met behulp van diplomatieke nota. Men moet de arbeiders leren om hun levens en hun toekomst te beschermen, met de wapens in de handen, van de gangsters en bandieten van het kapitaal. Fascisme groeit snel in een atmosfeer van straffeloosheid. Men kan voor geen één moment in twijfel trekken dat de fascistische helden met de staart tussen de benen zullen afdruipen, wanneer zij zich realiseren dat voor elk van hun eskaders, de arbeiders bereid zijn om twee, drie of vier van hun eigen eskaders uit te zenden. De enige manier om niet enkel de arbeidersorganisaties te redden, maar om ook het aantal slachtoffers minimaal te houden, is door op tijd een krachtige organisatie van arbeiderszelfverdediging op te richten. Dit is de belangrijkste verantwoordelijkheid van de vakbonden, als zij niet oneervol ten onder willen gaan. De arbeidersklasse heeft een arbeidersmilitie nodig!

 

CIO: Maar wat is het verdere perspectief? Waar zullen zulke strijdmethoden de vakbonden in de laatste instantie naartoe leiden?

 

LDT: Het is duidelijk dat de glijdende schaal en arbeiderszelfverdediging niet voldoende zijn. Dit zijn slechts de eerste stappen, die nodig zijn om de arbeiders te beschermen van dood door verhongering, of door de messen van de fascisten. Dit zijn dringende en noodzakelijke maatregelen van zelfverdediging. Maar op zichzelf zullen ze het probleem niet oplossen. De basistaak bestaat erin om de grondslag te leggen voor een beter economisch systeem, voor een meer rechtvaardige, rationele, en fatsoenlijke benutting van de productiekrachten in het belang van alle mensen.


Dit kan niet bereikt worden door de alledaagse, ‘normale’, routinemethoden van de vakbonden. U kunt het hiermee niet oneens zijn, want in de toestanden van kapitalistische neergang blijken geïsoleerde bonden zelfs niet in staat te zijn om verdere verslechtering van arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Meer beslissende en diepgaande methodes zijn noodzakelijk. De bourgeoisie, die het bezit heeft over de productiemiddelen en de staatsmacht, heeft de economie in een toestand van volledige en hopeloze wanorde gebracht. Het is noodzakelijk om de bourgeoisie incompetent te verklaren en om de economie in frisse en eerlijke handen over te brengen, dat wil zeggen, in de handen van de arbeiders zelf. Hoe men dit doet? De eerste stap is duidelijk: alle vakbonden moeten zich verenigen en hun eigen ‘Labour party’ (in de VS beschikt de burgerij over twee partijen, namelijk de Republikeinen en de Democraten, de arbeidersklasse beschikte toen en nu ook nog niet over haar eigen massapartij zoals in Europa het geval was, redactie Vonk) te vormen. Niet de partij van Roosevelt of La Guardia, niet een ‘Labour party’ enkel in naam, maar een waarlijk onafhankelijke politieke organisatie van de arbeidersklasse. Enkel zo’n partij is in staat om de geruïneerde boeren, kleine ambachtslieden en de winkeliers rond zich te verzamelen. Maar om dit te doen zou deze een onbuigzame strijd moeten voeren tegen de banken, trusts, monopolies, en hun politieke agenten, dat wil zeggen, de Republikeinse en Democratische partijen. De taak van de ‘Labour party’ zou eruit moeten bestaan de macht in haar eigen handen te plaatsen, alle macht, om vervolgens de economie op orde te stellen. Dit betekent: het organiseren van de gehele nationale economie volgens een enkel rationeel plan, waarvan het doel niet de winsten van een kleine groep uitbuiters is, maar de materiële en geestelijke belangen van een bevolking van 130 miljoen.

 

CIO: Veel van onze activisten beginnen te begrijpen dat de koers van de politieke ontwikkeling zich in de richting van een Labour party begint te bewegen. Maar Roosevelts populariteit is nog steeds te groot. Als hij besluit om zich voor een derde keer als president kandidaat te stellen, zal het vraagstuk van een Labour partyvoor nog vier jaar uitgesteld moeten worden.

 

LDT: Daar hebben we precies de tragedie die het gevolg is van het feit dat de leiders naar degenen boven zich kijken, in plaats van naar die beneden zich. De aankomende oorlog, het verval van het Amerikaanse kapitalisme, de groei van werkloosheid en armoede, al deze basisprocessen, welke direct het lot van tientallen en honderden miljoenen mensen bepalen, hangen niet af van de kandidaatstelling of ‘populariteit’ van Roosevelt. Ik verzeker u dat hij veel populairder is onder de goedbetaalde CIO-functionarissen dan onder de werklozen. Toevallig bestaan de vakbonden voor de arbeiders, niet voor de functionarissen. Als het idee van de CIO miljoenen arbeiders voor een bepaalde periode inspireerde, dan is het idee van een onafhankelijke, strijdbare ‘Labour party’ die ernaar streeft een einde aan economische anarchie, werkloosheid en ellende te maken, de mensen en hun cultuur te redden, ertoe in staat om tientallen miljoenen te inspireren. Natuurlijk zouden de agitatoren van de ‘Labour party’ onmiddellijk aan de massa’s moeten laten zien, in woord en daad, dat zij geen electorale agenten van Roosevelt, La Guardia en kompanen zijn, maar echte vechters voor de belangen van de uitgebuite massa’s. Wanneer de sprekers in de taal van arbeidersleiders spreken, en niet die van agenten van het Witte Huis, dan zal 85 procent van de leden naar bijeenkomsten komen, terwijl de 15 procent van conservatieve oudjes, arbeidersaristocraten en carrièristen zal wegblijven. De massa’s zijn beter, gewaagder en vastberadener dan de leiders. De massa’s wensen te strijden. Degenen die de rem op de strijd zetten zijn de leiders die achterlopen op de massa’s. Hun eigen besluiteloosheid, hun eigen conservatisme en hun eigen burgerlijke vooroordelen worden verhuld door de leiders, met toespelingen op de achtergesteldheid van de massa’s. Zo is de echte huidige stand van zaken.

 

CIO: Wat u nu zegt is veel van waar. Maar laten we daar de volgende keer over praten.

 

September 29, 1938

Vertaald door Zowi Milanovi (oktober 2013)

 

 

 

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken