Met de goedkeuring op 22 mei ll. van het bereikte "historisch" vredesakkoord over Noord-Ierland , gaf 71,12% van de plaatselijke bevolking vooral uiting aan hun wil een einde te maken aan decennia van sektarisme, geweld, intimidatie en verloren levens. Kan dit akkoord echter vrede brengen?

Het akkoord voorziet in het opzetten van een Noord-Ierse Volksvertegenwoordiging die via een ingewikkelde structuur verbonden zal zijn met de regeringen in Londen en Dublin. Het kwam tot stand onder toenemende druk van alle zijden: de Britse heersende klasse wil zich al heel lang afmaken van rechtstreekse overheersing ("direct rule") van Noord-Ierland, een bestuur dat haar zo'n 8 miljard pond (500 miljard frank) per jaar kost, terwijl het Zuiden al lang geen dreiging meer vormt voor de Britse economische belangen in het Noorden. In Noord-Ierland zelf snakken de kapitalisten naar stabiliteit die hun winsten veiliger kan stellen - Ulster was de afgelopen periode de snelst groeiende regio van Europa.

De Zuidelijke burgerlijke politici - hoewel ze pro-forma nog lippendienst bewijzen aan de idee van een verenigd Ierland - hebben geen zin het Noord-Ierse wespennest over te nemen en zouden de eerder vernoemde 8 miljard pond (enkel al om de status-quo te bewaren!) op geen enkele manier kunnen ophoesten. De aanvaarding van het akkoord door Sinn Fein (politieke vleugel van het IRA), ondanks het feit dat haar streven naar Ierse hereniging geen stap dichterbij is gekomen (integendeel, de verdeling van het eiland wordt erdoor bestendigd), toont de absurditeit van het idee dat gewapende strijd het Brits imperialisme zou kunnen verslaan, of dat de protestanten letterlijk zouden kunnen "gebombardeerd" worden naar een verenigd Ierland. Ook bij de loyalistische paramilitairen (die het behoud van de Britse overheersing gewapend verdedigen) begon oorlogsmoeheid toe te slaan, terwijl hun steun bij de protestantse jeugd aan het opdrogen was.

Maar de belangrijkste factor was de toenemende druk van de werkende klasse op de sektariërs van beide kampen. In de periode 1992-94 werd een massale vakbondscampagne gevoerd tegen de sektarische aanvallen, met een 20.000 man sterke betoging van de Noord-Ierse vakbondsfederatie (ICTU), en verscheidene stakingen tegen intimidatie (of zelfs moordaanslagen tegen werkmakkers) vanwege de paramilitairen. Ook in februari ll. hielden vakbonden betogingen tegen sektarische moorden.

Hoewel het akkoord een tijdlang zou kunnen standhouden, biedt het geen oplossing voor de Noord-Ierse kwestie. De situatie blijft explosief en een belangrijk incident kan het akkoord weer op de helling zetten. De streefdoelen van Republikeinen en Loyalisten zijn diametraal tegengesteld, en de idee van machtsdeling ("power sharing") is in die situatie geen recept voor vooruitgang maar hoogstens voor het behoud van een patsituatie die geen uitzicht biedt voor de werkende bevolking.

Gelukkig bestaat er ook een andere traditie, een die echter niet rond de onderhandelingstafel zat. De vakbonden zijn de enige grote organisaties die beide gemeenschappen verbinden. Ondanks dertig jaren van progroms, moorden en sektarische twisten, blijven katholieke en protestantse arbeiders verenigd in de bonden. Aan de basis hebben de militanten meermaals getoond dat ze de politiek niet aan de sektariërs van beide zijden willen overlaten.

Het zich aanmeten van een laag profiel door de vakbondsleiders zal de problemen niet doen verdwijnen. De 225.000 man sterke syndicale macht moet integendeel aangewend worden voor het opzetten van een partij die de belangen van alle werkers verdedigt. Met een programma dat uitlegt hoe jobs, goede huisvesting en degelijke werkomstandigheden voor allen kunnen worden afgedwongen, kunnen katholieke en protestantse arbeiders verenigd worden. Zo zou de basis worden gelegd voor het tot stand komen van een verenigd Socialistische Ierland