Op 11 augustus was er in het kader van het 16e Wereld Jongeren Festival een bijeenkomst over militarisme met duizend deelnemers uit Venezuela en andere landen. Een van de sprekers was Alan Woods, redacteur van In Defence of MarxismIn Defence of Marxism, auteur van verschillende marxistische boeken en oprichter van de campagne Handen af van VenezuelaHanden af van Venezuela.

In het Salon Venezuela in Fuerte Tiuna, de grootste legerkazerne, opende Alan Woods de bijeenkomst door te stellen dat we in een periode van grote veranderingen leven. Vlak na de ineenstorting van de Sovjetunie verkondigden de verdedigers van het kapitalisme ‘het einde van het socialisme’ en zelfs ‘het einde van de geschiedenis’. Maar wat is er van die belofte van vrede, democratie en voorspoed gekomen, vroeg Alan aan het publiek. Vijftien jaren zijn voorbijgegaan sindsdien en nu is er meer instabiliteit in de wereld dan ooit. De crisis is ongezien, met de ene oorlog na de andere en terrorisme dat zich over de aarde verspreidt als een epidemie. Dat is de staat van de wereld aan het begin van de 21ste eeuw.

Langs de andere kant heeft de mensheid, dankzij de ontwikkelingen in technologie en wetenschap, de mogelijkheid om honger, oorlog en analfabetisme uit te roeien. De realiteit is nochtans anders. Ongeveer 1,2 miljard mensen leven onder de armoedegrens. Als gevolg daarvan sterven elk jaar acht miljoen mensen. Dit is niets minder dan een holocaust op wereldschaal, verklaarde de spreker, maar niemand die daarover praat. Deze realiteit is wat het kapitalisme vandaag heeft te bieden.

Vervolgens ging hij over op het thema ‘oorlog’. Waar komen oorlogen vandaan? Uit de hoofden van Bush en Blair? Helemaal niet, zei Alan. Het is de uitdrukking en een symptoom van een systeem in verval. Of, zoals Chavez stelde, het is kapitalistische slavernij. De VS spenderen elk jaar 500 miljard dollar aan wapens. Dat geld zou volstaan om voldoende ziekenhuizen, scholen en huizen te bouwen voor iedereen en de honger wereldwijd te beëindigen.

Alan stelde vervolgens dat we in een zeer specifieke historische periode leven. Vroeger waren er verschillende imperialistische machten. Vandaag is er echter slechts één reus, met name de Verenigde Staten van Amerika. Het oude Rome was niets vergeleken met de VS vandaag. Van de wereldwijde militaire uitgaven neemt de VS 38 procent voor zijn rekening, inclusief voor hun eigen massavernietigingswapens. Het Amerikaanse imperialisme is echt de grootste contrarevolutionaire kracht in de geschiedenis. Met kolossale macht komt echter kolossale arrogantie. George W. Bush is alle internationale regels en diplomatie die gedurende eeuwen zijn opgebouwd, in snel tempo aan het afbreken. Het Amerikaanse imperialisme eigent zichzelf het recht toe overal tussen te komen.

Washington stelt Venezuela voor als een bedreiging voor de VS. De 100.000 Kalashnikovs die Chavez bestelde bij Rusland zijn nochtans niets vergeleken met de Amerikaanse kernmacht. Alan benadrukte dat Venezuela niet in de verste verten een militaire bedreiging vormt voor de VS. Maar het Venezolaanse volk heeft duidelijk een veel krachtiger wapen. Namelijk het wapen van ideeën, dat gevaarlijker is voor het imperialisme dan alle wapens ter wereld. Het is het feit dat gewone mensen zich realiseren dat zij over hun eigen lot kunnen beslissen.

Alan Woods ging in tegen het argument dat we voorzichtig moeten zijn en het Amerikaanse imperialisme niet moeten provoceren. Hij benadrukte dat het Amerikaanse imperialisme al actief is in Venezuela, waarbij hij verwees naar de coup van 2002. En ze zullen opnieuw tussenkomen. Dat de VS zeer machtig is, kan niet ontkend worden. Maar die macht heeft haar beperkingen, wat bewezen wordt in Irak. De imperialisten vielen twee jaar geleden Irak binnen en verklaarden dat de missie was ‘volbracht’. In werkelijkheid ligt Irak echter aan diggelen en beschikt het land niet over een nationaal leger dat werkt. De 150.000 Amerikaanse soldaten zijn er niet in geslaagd het Irakese volk te verslaan, hoewel al minstens 100.000 Irakezen zijn omgekomen. Het doel was Irak te plunderen, maar wat is er echt bekomen? Niets anders dan een aderlating van bloed en geld. Elke week vloeien één miljard Amerikaanse dollars naar deze vuile oorlog.

Alan vroeg of er ergens ter wereld een macht is die het Amerikaanse imperialisme kan verslaan? Het publiek gaf hem een enthousiast applaus toen hij deze retorische vraag beantwoordde: “Ja, de arbeidersklasse! Geen lamp brandt, geen wiel draait en geen telefoon rinkelt zonder de toestemming van de arbeiders!” Het enige probleem is dat ze deze macht wel hebben, maar dat ze dit niet beseffen. Er is geen ruimte voor pessimisme en cynisme vandaag. Venezuela bewijst dat het mogelijk is om weerstand te bieden en de maatschappij te veranderen!

Toen kwam de spreker terug op de oorlog in Irak en stelde dat oorlog inderdaad verschrikkelijk is, maar citeerde daarbij onmiddellijk Lenin “Ja, verschrikkelijk winstgevend!” De multinational Halliburton krijgt 1,8 miljard dollar van de Amerikaanse belastingbetaler voor zijn operaties in Irak en het is daarbij geen toeval dat vice-president Dick Cheney lange tijd in het bestuur van dit bedrijf zetelde. Toevallig geeft Halliburton ook grote donaties aan de Republikeinse Partij.

Hugo Chavez durfde het aan op te staan tegen het Amerikaanse imperialisme. Washington wil op zijn beurt de Venezolaanse revolutie verslaan omdat het een voorbeeld stelt en hoop brengt naar de rest van Latijns Amerika. Eén zaak drijft de revolutie vooruit, en dat is het socialisme. Nadat hij de ideeën van het marxisme verdedigde als noodzakelijk instrument om de Venezolaanse revolutie te bewapenen en vooruit te stuwen, ging Alan over op de kwestie van een mogelijke moord op Chavez. Dat is inderdaad een reëel gevaar. Chavez zei echter zelf dat je je danig vergist als je denkt dat daardoor de revolutie zou vernietigd worden. “Er zijn honderdduizenden Chavezen!” Na deze stelling veerde een deel van het publiek recht en begon slogans te scanderen zoals “Leve Chavez”, “Leve de revolutie”, “Een andere wereld is mogelijk, en dat is het socialisme”! Alan vervolgde: “ Chavez zegt dat er één lot is voor het Venezolaanse volk en dat is het socialisme. We staan op een historisch keerpunt, niet alleen in Venezuela maar in heel Latijns Amerika, en zelfs in de VS en de hele wereld. Venezuela is een baken van hoop en internationaal socialisme is de enige weg uit deze zieke nachtmerrie.”

Alan besloot zijn toespraak met een oproep aan de Venezolanen in de zaal, de grote meerderheid van het publiek. “Het is aan jullie! Mobiliseer rond de ideeën van het socialisme in Venezuela. Leve de Venezolaanse revolutie! Leve de revolutie in Latijns Amerika! Leve het internationaal socialisme!” Een daverende ovatie van het publiek volgde.

Na Alan Woods kwam de voorzitter van de Wereld Vredesraad, iemand van de Griekse Communistische Partij (KKE). Hij gaf een algemeen verslag van de terreur van het imperialisme in heel de wereld en drukte zijn solidariteit uit met de onderdrukte volkeren. Zijn speech bevatte echter geen jota revolutionaire klassenpolitiek. Vandaar dat slechts een beleefd applaus zijn deel was.

Een van de andere sprekers was Gabriel van de Jong Communisten van Colombia. Hij had het vooral over Colombia maar benadrukte dat gebeurtenissen in Colombia sterk verbonden zijn met gebeurtenissen wereldwijd. Plan Colombia of de zogezegde oorlog tegen drugs zijn in realiteit niet minder dan een strategie om Amerikaans tussenkomst in heel Latijns Amerika te verspreiden. Om te besluiten stelde deze kameraad: “Colombia is het Israël van Latijns Amerika en de jeugd van Latijns Amerika moet opstaan en vechten.” Hij kreeg van het publiek een warm applaus voor zijn oproep voor solidariteit met het Colombiaanse volk, dat gebukt gaat onder de verdrukking van het pro-imperialistische regime van Uribe.

De Cambodjaanse spreker bleef kort en zeer algemeen, waarna de Noord-Koreaanse afgevaardigde een nationalistische anti-Japanse speech voorlas via zijn vertaler. Deze lange, saaie verklaring slaagde er vooral in het publiek in slaap te praten.

Daarna kreeg de zaal zelf aanzienlijke ruimte om deel te nemen aan het debat. De meeste sprekers waren Venezolanen die praten over hun ervaring met de revolutie. Opvallend tussen de buitenlandse afgevaardigden in de zaal was de bijdrage van Juan Jose Lopez, de algemeen-secretaris van de Spaanse Studentenvakbond en lid van de International Marxist Tendency. Hij onderlijnde enkele punten uit Alans speech en drukte de steun uit van de Spaanse studenten voor de Venezolaanse revolutie. Klaus Münster uit Denemarken beklemtoonde de nood aan een duidelijke socialistische politiek.

Tenslotte kreeg Alan Woods enkele minuten om het debat te besluiten. Hij had het over de omstandigheden waaruit oorlog ontspruit. Het is fout om deze kwestie sentimenteel te benaderen en enkel te wenen om de slachtoffers van oorlog. Marxisten zijn geen pacifisten en maken een duidelijk onderscheid tussen revolutionair en contrarevolutionair geweld. De grondoorzaak van oorlog is de strijd voor markten, voor grondstoffen zoals olie en voor invloedsferen. Iemand stelde voordien de vraag of er een nieuwe wereldoorlog op handen is. Daarop antwoordde Alan negatief. “Geen enkel land kan tegen het Amerikaanse imperialisme op.” Toch betekent dit niet dat oorlogen niet meer voorkomen. Integendeel, elke dag zien we oorlogen. En belangrijkst van al, er is een constante oorlog tussen de armen en de rijken, tussen de verdrukten en de verdrukkers, en in deze oorlog heeft de Bolivariaanse Revolutie een grote rol te spelen. Alan zei al grappend dat hij medelijden heeft met Bush omdat hij is zoals de man die van een hoog appartementsgebouw springt en bij het passeren van de derde verdieping zegt: “Totnogtoe gaat alles goed!” Waarna hij te pletter slaat. Bush getuigt van hetzelfde vals zelfvertrouwen in Irak. Hij wil zogezegd vrede in het Midden-Oosten en Latijns Amerika. “Ja, ze willen vrede, namelijk vrede onder hun eigen brute controle.”

Alan eindigde met te benadrukken dat we duidelijk moeten zijn. We spreken hier over de strijd tegen het imperialisme en het kapitalisme. “Hoe is het mogelijk om een strijd te leveren tegen het imperialisme in Venezuela zonder een strijd te leveren tegen de vijand op het thuisfront, de lokale heersers?” Zij zijn de agenten van het imperialisme en de ruggengraat van de reactie, en dat geldt voor heel Latijns Amerika. Het is noodzakelijk om te spreken over ideeën, aangezien je een idee niet kan doden. Het is een groots idee dat de onderdrukten hun toekomst in eigen handen kunnen nemen. Deze idee gaat voorbij de grenzen, zoals Bolivia, Ecuador, Argentinië en andere vandaag bewijzen. Daar gaat socialisme fundamenteel over. “De revolutie in Venezuela is nog niet ten einde en zal dat niet zijn voordat de macht is ontnomen aan de banken en de oligarchie. Deze wereld heeft geen toekomst onder het kapitalisme. Het is noodzakelijk om niet alleen de ideeën van Simon Bolivar, Che Guevara, Mella en Mariategui te bestuderen, maar ook de ideeën van Marx, Engels, Lenin en Trotski.” Het publiek ontving deze oproep met een applaus. De Colombiaanse afgevaardigde rondde de conferentie af.

Nadien was er grote interesse voor de internationale stand van In Defence of MarxismIn Defence of Marxism en El MilitanteEl Militante. Veel mensen, vooral van Latijns Amerika, stelden allerlei vragen over het marxisme en kochten veel materiaal.

Lees eveneens ons verslag van de inhuldigingstoespraak van Chavezde inhuldigingstoespraak van Chavez.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken