Het eindeloopbaandebat is één groot bedrog. De activiteitsgraad is een valse parameter. Zoals steeds gaat het hier over het verhogen van de uitbuitingsgraad van de arbeid.

De regering en het patronaat toeteren ons voortdurend in de oren dat de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid een kwestie is van het aantal mensen dat werkt tegenover het aantal mensen dat niet actief is (in de strikt liberale zin van ‘activiteit’). Deze redenering is bedrog. Ten eerste betekent het verhogen van de pensioenleeftijd bij een gelijk blijvend aantal jobs helemaal niet dat de activiteitsgraad verhoogt. Er blijven gewoon meer jongeren langer werkloos.

Bovendien is het percentage mensen dat ‘actief is’ een compleet irrelevant criterium wanneer het gaat over de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. Die betaalbaarheid is – net als alle andere factoren die bijdragen tot onze levensstandaard – immers gekoppeld aan een heel andere parameter, namelijk de materiële rijkdom die we allen samen voortbrengen, en vervolgens aan de manier waarop we die rijkdom verdelen.

In India is de activiteitsgraad veel hoger dan bij ons…

In India moeten kinderen vanaf hun twaalf of veertien jaar gaan werken in de landbouw of de textielindustrie. De mensen werken er doorgaans hun leven lang, tot ze erbij doodvallen. De activiteitsgraad in India ligt bijgevolg zeer hoog, maar niemand zal onze sociale zekerheid willen ruilen voor die van India. Hoe komt dat? Het komt eerst en vooral omdat de productiviteit van de arbeid in India nog steeds veel lager ligt dan bij ons. En ten tweede is de arbeidersbeweging in Europa tijdens de afgelopen eeuw door sociale strijd er in geslaagd een groter deel van de koek voor zich op te eisen.

Een arbeider of bediende produceert in Europa vandaag meer dan dubbel zoveel als twintig jaar geleden. En in België is dat zelfs nog meer dan elders in Europa. Daarvoor betalen we in België met méér beroepsziekten, méér stress, méér arbeidsongevallen, meer kalmeringsmiddelen en méér antidepressiva die we slikken.

Dubbel zoveel rijkdom als twintig jaar geleden

Het betekent dus dat er meer dan dubbel zoveel rijkdom te verdelen is onder de werkenden, de inactieven en de aandeelhouders. Die verdeling zou de vorm kunnen aannemen van arbeidsduurvermindering en arbeidsherverdeling, en/of hogere pensioenen, en/of eerder stoppen met werken enzovoort. Het is in feite een bijzonder gunstige uitgangspositie. Maar vandaag zijn het de aandeelhouders, t.t.z de kapitalisten, die met het grootste gedeelte van de koek gaan lopen.

Een ander element is dat de babyboomgeneratie nu massaal op pensioen zal gaan. Dat levert objectief gezien niet zozeer problemen op wat de betaalbaarheid van de pensioenen betreft. Wat het wél zal veroorzaken, is een drastische vermindering van de werkloosheid. Dat is toch positief zou je zeggen? Niet voor het patronaat echter. Op de arbeidsmarkt speelt, zoals op elke vrije markt, de wet van vraag en aanbod. Als de vraag stijgt en het aanbod daalt dan stijgt de prijs (in dit geval het loon). Het patronaat is – ondanks vele mooie woorden – niet gediend met een lage werkloosheid. Blijf dus nog maar wat werken, vader.

Kiezen voor een andere maatschappij

We zijn in een historische periode getreden waarin we spreken over arbeidsduurverlenging in plaats van arbeidsduurvermindering. Dit is een keerpunt: het betekent dat het economisch systeem, het kapitalisme, sociale achteruitgang genereert in plaats van sociale vooruitgang. Niet enkel in verafgelegen en onderontwikkelde landen, maar ook hier bij ons. Dat betekent dat dit systeem historisch gedoemd is, op zijn laatste benen loopt.

De inzet van het ‘langer werken’ is meer dan gewoon een ‘dossier’. Het is de inzet van een duidelijke maatschappijkeuze. Het is eerlijk gezegd obsceen dat men oudere arbeiders en bedienden langer wil doen werken terwijl er 600.000 werklozen zijn. Voor de patroons is de inzet om, met de hulp van de regering, de sociale zekerheid af te bouwen. Voor hen is de sociale zekerheid slechts een obstakel in de genadeloze strijd voor de vermindering van de loonkosten ten voordele van hun winsten. Dat is niet onze maatschappijkeuze. Indien het kapitalisme geen degelijke sociale zekerheid kan verdragen dan moeten wij kiezen voor een toekomst buiten het kapitalisme, een socialistische toekomst.

Wat na de staking?

Als de regering niet inbindt dan mogen de vakbonden hier niet stoppen zoals dat in 1993 het geval was. Toen werd er gestaakt tegen het Globaal Plan dat voorzag in de bevriezing van de lonen. De vakbondsleiding is toen door de knieën gegaan onder de druk van de regering en de logica van de loonkostvermindering voor het redden van de tewerkstelling. De voortzetting van de acties die de basis eiste, werd toen getackeld door de leiding van zowel ABVV als ACV. Dat mag zich niet herhalen.

In de week na de staking moeten we in alle steden algemene militantenvergaderingen houden, zoals ABVV Antwerpen, Limburg en Scheldeland dat op voorhand hebben gedaan. Laat deze keer de militanten en de leden het hoge woord voeren en het standpunt bepalen van de vakbond. Als na de eerste staking de regering niet inbindt dan is een nieuwe staking nodig met een reusachtige nationale betoging in Brussel. De eerst volgende stap is een nieuwe stakingsdag op maandag 10 oktober. Dat is net voor de geplande toespraak van Verhofstadt aan het parlement.

Geen akkoord mogelijk zonder brede raadpleging in eigen rangen!

Als er een akkoord uit de bus komt tussen vakbonden, regering en patroons dan moet er voldoende tijd zijn om de achterban te infomeren en te raadplegen. We mogen ons niet laten opjagen door een opgelegde termijn van een paar dagen. Algemene ledenvergaderingen in de bedrijven en de regio’s moeten daarom gevolgd worden door een referendum zoals de vakbonden dat in Nederland hebben gedaan.

Duidelijke eisen

Een belangrijk element in de mobilisatiekracht voor een staking ligt natuurlijk bij de eisenbundel. De vakbonden moeten duidelijk opkomen voor het brugpensioen vanaf 55 jaar met verplichte aanwerving van jongeren. Koppel hieraan de eis van een drastische arbeidsduurvermindering naar 35 uur en later naar 32 uur zonder loonsvermindering. Verder is er een verhoging nodig van de pensioenen en hun welvaartsvastheid. Dit alles moet betaald worden met de winsten van de patroons.

SP.a en PS moeten kant kiezen van de vakbonden

Niet weinig socialistische militanten die ook actief zijn in de vakbond, zijn bijzonder ontstemd met de houding van de socialistische ministers in dit dossier. Zij zeggen dat de SP.a en de PS de kant moeten kiezen van de vakbonden en niet de neoliberale indoctrinatie slikken. Socialistische militanten die zo denken, dienen deze misnoegdheid te gebruiken om in hun afdeling moties te doen stemmen om de houding van de SP.a- en PS-ministers af te keuren. Sta samen met de vakbonden op de bres.

Sluit aan bij Vonk

Vonk is een marxistische beweging die militanten uit de socialistische en christelijke arbeidersbeweging groepeert die strijden voor een socialistisch alternatief op het kapitalisme. Wil je meer informatie over onze ideeën of over onze activiteiten contacteer ons dan op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefoneer naar 03/295.58.19.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken