Bij de overname van de Forges de Clabecq werd met klinkende glazen champagne een van de meest geheime CAO’s afgesloten uit de recente sociale geschiedenis. Sommige elementen ervan bereikten toch de buitenwereld. Deze CAO voorzag onder andere in een vijf jaar lange periode van sociale vrede! Alle rechtse politieke (de PS-leiding incluis), economische en syndicale krachten dachten een beslissende overwinning behaald te hebben op wat ze beschreven als het “Jurassic-syndicalisme” van D’Orazio.

Een zogenaamd “nieuw type sociale relaties” werd bewierookt als deze van de toekomst van het moderne en dynamische Wallonië. Honderdvijftig militanten van de drie vakbonden werden van de sollicitatielijsten geweerd met de zegen van de vakbondstop. De aanwerving van jonge arbeiders moest de strijdbare tradities van een oudere groep van Clabecq-arbeiders aanzienlijk verdunnen. De voormalige arbeiders van Clabecq waren tevens geselecteerd door psychologen van de Waalse VDAB (Forem). Elke kandidaat die symptomen vertoonde van de zo kenmerkende ‘sociale pathologie’ van ‘die van Clabecq’ had niet de minste kans op aanwerving. De lonen werden met 30 procent verlaagd, polyvalentie en flexibiliteit werden de norm. Een syndicale omkadering werd door de secretarissen samengesteld, maar niet op basis van democratische verkiezingen zoals dat vroeger steeds het geval was. Resultaat: Duferco-Clabecq is een anti-sociaal laboratorium van jewelste, waarschijnlijk de meest gevaarlijke fabriek om vandaag in te werken.

De huidige staking van de arbeiders van Duferco-Clabecq is daarom terecht een kaakslag aan al diegenen die bijna anderhalf jaar geleden hun handtekening plaatsten onder de collectieve arbeidsovereenkomst. Het is ook een onrechtstreeks eerbetoon aan de ploeg militanten en delegees, D’Orazio, Marra en Fyon op kop, die gedurende meer dan twintig jaar een syndicalisme van respect en strijd hebben opgebouwd. Wij kregen de volgende getuigenis te horen van personeelsleden die met ons contact opnamen. Wegens vanzelfsprekende redenen kunnen we hun naam niet vermelden.

“De veiligheid in de fabriek is bijna nihil. Zij die hiervoor verantwoordelijk zijn kennen hun job nauwelijks. De mensen die vroeger in het comité veiligheid en hygiëne zaten en die veel ervaring hadden zijn niet heraangeworven. De directie bezuinigt tevens op een heleboel materiaal ten koste van onze veiligheid. Ongevallen komen regelmatig voor. Het is moeilijk te begrijpen dat er niet meer doden zijn gevallen (in november 1998 viel de eerste dode door elektrocutie, nvdr.). De schuld voor ongevallen wordt stelselmatig op de rug van de betrokken arbeiders geschoven. Maar in werkelijkheid zijn ze onverschillig voor ons lot. Als gevolg van de lage barema’s zijn er arbeiders die slechts 34.000Bfr per maand verdienen. Overuren die ons worden opgelegd worden niet betaald of soms wel in natura met ... pizza’s!

“De communicatie tussen de arbeiders en de delegees is zeer beperkt. De delegees zijn nergens te zien. Het zijn echt zwakkelingen die onder de sloef liggen van de baas. Op alle grieven die we voorleggen aan de directie wordt gereageerd met misprijzen en allerlei sancties. We horen politici vertellen dat Duferco veel investeert in het bedrijf . Wij zien hier niets van of slechts in secundaire zaken. Wij denken dat Duferco ons eigenlijk aan het uitpersen is en dat hij zijn biezen zal nemen als er niets meer uit ons te halen valt. Daarom weigert de directie elke serieuze onderhandeling over de lonen.”

Tijdschrift Vonk

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, schoenen en tekst

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken