Op 24 januari kondigde Europese staalgigant Arcelor de geleidelijke sluiting aan van alle hoogovens (warme fase) van het continentale type, en dit vanaf 2004 tot 2010. Verschillende duizenden banen (2.000 rechtstreeks; 9.000 rekening houdende met alle onderaannemers) staan sindsdien op de tocht in het Luikse.

Deze aankondiging lokte heel wat reacties uit. Eerst en vooral vanwege de arbeiders van Cockerill: in een streek met een werkloosheidsgraad van 22 procent is dit een sociale ramp waarvan alle betrokkenen zich onmiddellijk bewust zijn. De Waalse politieke vertegenwoordiging reageerde verontwaardigd. De verkiezingen zijn immers in aantocht… Achter de coulissen wordt er andere taal gesproken, zoals Arcelor-topman het zelf wist te vertellen in Le Monde (29/01/03) : “Privé hoor ik niemand zeggen dat ze het niet eens zijn met de sluiting van de hoogovens, ze zijn alleen tegen de timing. Ze verwijten ons eigenlijk dat we geen rekening houden met de verkiezingen in België. Maar een bedrijfshoofd heeft nu eenmaal niet dezelfde agenda als een politicus."

Het heilige verbond van PS-PRL-Ecolo-CDH is een slechte vaudeville!

Ze halen er Jean Gandois weer bij! Een 'neutrale expert' die als redder wordt voorgesteld… Wie kan dit nog geloven? Tussen 1985 en 1998 heeft Gandois met openbare gelden de installaties gemoderniseerd, de tewerkstelling gehalveerd (min 20.000 banen) waarna het Waalse gewest haar industriële parel voor een appel en een ei opnieuw verkocht aan het Franse consortium Usinor (26 miljard frank in plaats van 38 miljard). De politici zingen in koor een requiem voor het Luikse staal. De intro bestaat uit een juridische operette… waarbij advocaten en rechtbanken Arcelor zouden moeten dwingen de contractuele investeringen van 300 miljoen euro toch uit te voeren. Indien niet zal Arcelor een boete van 20 miljoen euro moeten betalen.

De syndicale delegaties hebben tot dusver geen blijk gegeven van een zelfstandige standpuntinname en laten zich de facto op sleeptouw nemen door de politici. Terwijl ze op hun beurt ook een bestelling bij consultants plaatsen, werd pas op 7 februari een eerste stakingsactie georganiseerd. Is dit het begin of alleen maar een middel om de échte syndicalisten in het gareel te houden? De échte expertise is op de werkvloer te vinden, niet bij consultants: sinds 1998 wordt er een keiharde kostenbesparingpolitiek gevoerd (Horizon 2000, Delta-Plan). Ten gevolge hiervan is er samen met de oudere ervaren arbeiders heel wat knowhow verdwenen. Dit weten degenen die overblijven maar al te goed. Intussen werken er honderden jonge en niet-gevormde arbeiders bij subcontractors, met dodelijke gevolgen zoals het ongeval van Ougrée aantoont. Terwijl Cockerill tot 1998 een gediversifieerde en gevarieerde productie aankon, zijn de nieuwe methodes enkel gericht op de grote klanten zoals de automobielindustrie en conservenblikken. Terecht zeggen de arbeidersexperts dat Usinor is gaan lopen met de knowhow en het dikke klantenbestand. Ondertussen blijven de consultants, McKinsey op kop, hete lucht verkopen.

Het competitiviteitsbeleid hakkelt

Sinds twintig jaar doet de ene regering na de andere net hetzelfde “om de investeringen aan te trekken”, om “tewerkstelling borg te stellen”: cadeaus uitdelen aan het kapitaal onder de vorm van belastingsverlaging, of erger, institutionele fiscale fraude toelaten via de coördinatiecentra van multinationals, patronale bijdrageverminderingen, gratis vergunningen en ga zo maar verder. Sinds tien jaar steunt de leiding van de syndicale beweging een dergelijk beleid. Maar de drama’s van Vilvoorde of Arcelor tonen aan dat ook mét de flexibiliteit en alle cadeaus het kapitaal toch verhuist, de boeken sluit of de kas leegplundert (Sabena).

Rendabiliteit is het strijdperk niet van de arbeiders

Op dit terrein zijn we altijd verliezende partij. Niet alleen omdat de kapitalistische criteria op zichzelf antisociaal zijn, maar ook omdat het kapitaal in haar concurrentiestrijd regelmatig van strategie durft te veranderen en hierbij de negatieve neveneffecten steeds tracht af te wentelen. Vandaag beslist Arcelor de warme fase, die zogezegd minder rendeert, op te geven aan buiten-Europese staalfabrikanten of zelf te importeren vanuit bv. Brazilië. Voordien heeft Usinor juist Cockerill opgekocht om het zwaartepunt te maken van plaatstaalproductie en de bijbehorende warme fase. Kort daarna fuseert Usinor met Arbed (Luxemburg) en Aceralia (Spanje), juist twee concerns die uitblinken in plaatstaal en zelf een warme fase hebben…

Waar is de samenhang? Nu pretendeert Arcelor zich terug te willen plooien op de activiteiten met hoge toegevoegde waarde (gegalvaniseerd staal, inox e.d.). Maar deze activiteiten zijn afhankelijk van de nabije aanwezigheid van de klanten (voornamelijk automobiel). Als het binnen vier of vijf jaar goedkoper uitkomt Volvo, VW, Ford of Opel-modellen enkel en alleen te produceren in Spanje of in Polen, dan kan ook Sidmar of de Luikse koude fase verhuizen. Kortom, tewerkstelling afstemmen op rendabiliteits- of competiviteitscriteria is totaal inefficiënt en ontwapent de arbeidersbeweging.

Ons terrein is dat van de maatschappelijke behoeften

Het is een leugen te stellen dat er geen zware industrie meer nodig is in onze contreien. Neen, ook morgen en binnen vijf of tien jaar zal er een staalnijverheid nodig zijn. Ook bij ons. De afzetmarkt is echter verzadigd en groeit jaarlijks nog maar met 1 procent. Dit verkleint danig de winstmarges en de kapitalen fuseren dus op wereldvlak om aan schaalvergroting te doen (waardoor een kleine winstmarge per eenheid/product wordt gecompenseerd door grote volumes). Deze wetmatigheid vindt plaats in alle sectoren en takken van de economie.

Om hier aan te ontsnappen is er maar één aanpak: produceren om sociale behoeften te dekken, socialiseren (namelijk nationalisatie onder arbeiderscontrole en zelfbeheer) van de productiemiddelen en planning. Dit is vandaag technisch-wetenschappelijk best mogelijk. Multinationals voeren reeds een planmatig beleid uit op vijf of tien jaar. De overheid kan op die manier dan de industrie omkaderen, productiequota’s opleggen waarbij de nefaste gevolgen van een economische oorlog tussen (of binnenin) monopolies wordt stopgezet.

De Italiaanse arbeiders van Fiat staan net voor dezelfde keuze: uitverkocht worden aan GM en 50 procent van de tewerkstelling zien verdwijnen, of nationalisatie van de automobielbranche waarmee de familie Agnelli zich onmetelijk heeft verrijkt om met het kapitaal te speculeren in plaats van de investeren. Voor Cockerill-Arcelor is de inzet niet fundamenteel verschillend: eerst Arcelor dwingen te investeren en indien dit niet lukt, de installaties hernationaliseren opdat een (openbare) geïntegreerde staalnijverheid in België zou blijven voortbestaan. Dat is dan een eerste stap naar een Europese openbare staalnijverheid. In de koffers van het EGKS (1) liggen 80 miljard euro te slapen. Deze middelen moeten nú door Europa ingezet worden voor de gehele staalnijverheid om lange termijn-tewerkstelling borg te stellen.

Een echt actieplan voor het behoud van tewerkstelling met een geïntegreerde staalnijverheid

Volgehouden lokale actie met brede solidariteit in het hele land is misschien geen garantie dat de Arcelor-directie de duimen zal leggen. Achter de politici aanhollen met lauwe acties geeft daarentegen wél de zekerheid dat de multinational zal winnen, met alle gevolgen van dien. In dit gevecht kunnen er geen twee winnaars zijn. Daarom kan men enkel op de eigen sociale krachten rekenen, mét het besef dat scherpe acties met ruime aanhang onder de bevolking het ‘heilige verbond’ van PS-Ecolo en PRL-CDH zal opblazen. Dat onder de druk van de straat, de ‘linkse’ pool zich dan zal moeten engageren met garanties, of dat er anders een politieke prijs zal voor moeten betaald worden… Een scherpe, brede en volgehouden actie zal de solidariteit gestalte geven tussen Luikse, Waalse en bij uitbreiding, Belgische (Gentse) arbeiders. Dergelijke solidariteit zal ook in Duitsland en Frankrijk weerklank vinden, want in deze landen zijn er eveneens duizenden banen bedreigd.

Naast Arcelor zijn er honderden banen aan het sneuvelen bij andere bedrijven (FCI, Alcatel, Phillips, banksector). Hoelang gaan we dit met lede ogen toezien? Het is de taak van syndicale beweging hierrond een brede actie te ondernemen en van de linkse politieke kandidaten een engagement te eisen paal en perk te stellen aan de economische dictatuur.

(1) EGKS: Europese Gemeenschap voor Kool en Staalnijverheid. Opgericht in de jaren ‘50 had deze tot doel te vermijden dat in de EEG de rationalisering en modernisering van deze industrie ten koste zou gaan van de werkers

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken