Belgacom is een van de meest winstgevende bedrijven in België. Achter de cijfers van een economisch succesverhaal schuilt echter een groot ongenoegen bij het personeel. Het is tekenend dat de drie werknemers waar André Gonsalis het hieronder gepubliceerde gesprek mee had, onder geen beding met eigen naam in het blad wilden komen. De drie arbeiders die we hier met een fictieve naam aanduiden hebben angst en zijn vooral woedend om al wat misloopt in hun bedrijf.

(Des)organisatie

Louis: De techniek is er enorm op vooruitgegaan. Vroeger moest bij elke storing een werknemer van Belgacom ter plaatse de zaak gaan onderzoeken. Nu kan die storing meestal in de centrale opgelost worden via computerprogramma's als AutoCad. Daardoor kan in sommige vestigingen het werk soms door tienmaal minder personeel uitgevoerd worden dan vroeger.

Marcel: Vroeger was er één baas per veertig werkmensen. Nu zijn er tien bazen per vijf arbeiders. Die verdrinken ons in het papierwerk en het eigenaardige gevolg is dat er veel minder coördinatie is dan vroeger.

Jean: Het modewoord bij Belgacom is "People Teams and Skills". Dat betekent dat heel het bedrijf uiteengehaald wordt. Die deelbedrijfjes zijn volledig autonoom, ook financieel. Als we een vergadering willen beleggen in de gebouwen van een ander deelbedrijf moeten we daarvoor betalen, gemiddeld 7.000 BEF per dag. Er is bijvoorbeeld een branche voor de grote klanten en één voor de particulieren. Stel dat in hetzelfde appartementsgebouw kantoren en woonruimten zijn gevestigd. Zelfs als er op dezelfde dag bij beide een storing optreedt, zal Belgacom twee arbeiders zenden uit de verschillende secties.

Louis (tegen Jean): Onlangs hadden we dit probleem nog. Bij werken aan een groot bedrijf hadden we problemen en kwamen we mankracht tekort. Jij was er vlak naast bezig en hebt een handje toegestoken. Er zijn echter niet veel arbeiders meer in Belgacom die daartoe bereid zijn en ik kan het hen niet kwalijk nemen. Het druist in tegen de nieuwe bedrijfscultuur. De directie heeft veel liever dat ik een collega oproep die van 30 km verder moet komen.

Vonk: Waarom gebruiken ze zo'n krankzinnig systeem?

Jean: Ik vermoed heel sterk dat het de bedoeling is iedereen tegen iedereen op te zetten, de werkdruk voor de gewone man op te voeren.

Louis: Elke morgen krijgen we een blaadje mee met een werkschema voor de dag. Alles is op de minuut geregeld: twintig minuten voor dit, veertig voor dat, vijftien minuten voor de verplaatsing... Als al het werk uitgevoerd is moet ik nog alles op papier zetten en de resultaten naar de dispatching doorfaxen of -mailen. Alles wordt dan centraal in statistieken gegoten. Of het werk ook goed is uitgevoerd is van geen enkele tel. Zelfs als je vermoedt dat heel de boel de volgende week weer in de knoei zal zitten ben je geneigd alles maar vlug in de voorziene tijd op te lappen. Dat komt dan weer in de statistieken en men kan je werkmakker zeggen: zie je wel dat die job in zoveel minuten uitgevoerd kan worden!

Verlies aan personeel

Jean: Er zijn de laatste jaren 6.000 personeelsleden afgevloeid en nog eens 6.500 personeelsleden hebben een nieuwe functie gekregen.

Marcel: Dat laatste is een echte plaag; bij ons was er een man die 27 jaar buitendienst heeft gedaan. Hij was goed voor zijn werk, maar van vandaag op morgen hebben ze hem achter een computer gezet, omdat er hier zogezegd niet voldoende werk is. Die man gaat daar dood.

Jean: Het is meer en meer een bewuste politiek om alle uitvoerende taken te onderbezetten en misschien op termijn af te stoten.

Louis: Ben je al eens in een telefoonwinkel geweest?

Vonk: Een paar maal wel ja...

Louis: En hoe is het je bevallen?

Vonk: Ik heb wel wat moeten wachten...

Louis: Voilà, bijna overal hebben de telefoonwinkels te weinig personeel. Bovendien zijn er te weinig om aan de vraag te voldoen.

Jean: Zij zijn ze intern aan het kapot maken!

Marcel: In de call-centers (waar men o.a. de inlichtingen verstrekt, n.v.d.r.) is de situatie nog erger. Daar mogen de personeelsleden gemiddeld maar 30 seconden gebruiken om een inlichting te geven. Alles wordt bovendien op band opgenomen. Bij de minste fout hang je. Men vindt geen eigen personeel meer om die hondejob uit te voeren. Er werken bijna uitsluitend contractuelen.

Louis: Wij kloppen elke dag overuren, maar eigenaardig genoeg blijken die overuren nergens te vinden bij de eindafrekening.

Twee maten en twee gewichten

Jean: Het is een duidelijke politiek van Belgacom om zoveel mogelijk mensen weg te trekken uit de uitvoerende functies. Als je promotie wil maken dan mag je naar een bureau ergens in Gent, Brussel of Antwerpen. Wil je in je streek blijven, vraag dan geen promotie! Zo is Belgacom een waterhoofd geworden, waarbij we meer en meer de indruk hebben dat vooral het middenkader de zaak meer blokkeert dan vooruithelpt.

Marcel: Een voorbeeld dat alles zegt: het lokaal waar wij moeten vergaderen, de varkens zitten schoner. Als het hoger kader in vergadering moet gaan dan reserveren ze drie dagen in de Ardennen.

Louis: Zelfs de bedrijfsdokter doet zijn consultaties in een vies lokaal. Ik vind dat hij zou moeten weigeren daar te werken.

Jean: Meer en meer probeert men ook alles wat geen telefonie is af te stoten. De kasseiers, die de weg of het voetpad moesten herstellen nadat een werk was verricht zijn afgeschaft. Nu laat men het werk doen door een privé-aannemer.

Louis: Het resultaat is wel dat alles een week blijft open liggen in plaats van twee dagen. Onlangs maakte ik het mee dat twee man van een privé-aannemer een werk opknapten, vergezeld van een werknemer van Belgacom die niets deed, behalve controleren of alles correct verliep. Is dat efficiëntie?

Angst

Louis: Bij een storing staan de mensen te beven voor de statistieken. Zullen zij het werk binnen de vastgelegde tijd kunnen oplossen?

Marcel: Als er vroeger een ongeval gebeurde, bijvoorbeeld een wagen die in een put van Belgacom belandde, nam het bedrijf de verantwoordelijkheid op zich. Volgens het nieuwe systeem is het personeel individueel verantwoordelijk. Zo ben je verplicht om verkeersborden aan te brengen als je werken uitvoert op de openbare weg. Maar dikwijls zijn die borden niet beschikbaar bij Belgacom. Het gevolg is dat steeds meer personeelsleden een persoonlijke verzekering nemen om zich in te dekken tegen ongevallen.

De vakbonden

Vonk: Komt er dan geen reactie van de vakbonden?

Jean: Ik ben vakbondsafgevaardigde voor de ACOD en ik heb nog nooit zoveel moeten tussenkomen. Er komen ook steeds leden bij, precies omdat de toestand onhoudbaar wordt. Er is echter meer nodig en wel actie op nationaal vlak. De nationale leiding van de vakbond heeft dat al veel te lang tegengehouden, maar staking komt er, eerder vroeger dan later.

Marcel: En als er actie komt moet dat in de eerste plaats gaan over verlaging van de werkdruk en een menselijker werksfeer.

Tot zover dit gesprek met drie werknemers van "het meest succesrijke bedrijf van België". Men mag stellen dat er reden tot ongerustheid is. De moedeloosheid is bij momenten zeer groot. Als ik het thema van de privatisering aansnijd klinkt er fatalistisch: "Ja er zullen nog eens de helft van de jobs verdwijnen". Op het ogenblik loopt een stakingsaanzegging van onbepaalde duur tegen de plannen van de regering om Belgacom verder te privatiseren (nu 50 procent, moet volgens de regering 75 procent worden). Uit het bovenstaande interview mag blijken dat de werknemers van Belgacom alleen tegen de privatisering moeten staken. De verantwoordelijkheid van de vakbonden en vooral van de leiding is zeer groot. In elke afdeling, beroepscategorie en district moeten de werknemers de grieven in kaart brengen en een gedetailleerd eisenprogramma opstellen. Zo kan een gerichte actie ontstaan die de werknemers van Belgacom weer hoop geeft. Wellicht komt er anders ook actie, maar dan alleen uit wanhoop, en dat is altijd een slechte raadgever.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken