Dit is het derde deel van ons document over de Belgische perspectieven. In dit deel bespreken we de gemeenteraadsverkiezingen, de politieke partijen, de eventueele electorale doorbraak van de PVDA/PTB en de nationale kwestie.

 

De gemeenteraadsverkiezingen, klassenstrijd op lokaal vlak

 

De eerste verkiezingen die er het volgende jaar aankomen zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Alle politieke partijen hechten er een groot belang aan, omdat zij de meeste mandaten opleveren, die bovendien zes jaar duren. Ditmaal zullen de gemeenteraadsverkiezingen ook gezien worden als een voorspelling voor de federale en regionale verkiezingen die er aankomen in 2019. Maar gemeenteraadsverkiezingen hebben ook de reputatie minder “politiek” te zijn, meer te draaien om persoonlijkheden (de burgemeester…), “goed bestuur”; dikwijls komen partijen er ook niet op in eigen naam of in kartel. De laatste tijd zijn er voorbeelden genoeg opgedoken om aan te tonen dat gemeentepolitiek heel dikwijls gedicteerd wordt door het grootkapitaal, de bouwpromotoren in het bijzonder. Dus is gemeentepolitiek ook klassenstrijd. Dat geeft ons ruimschoots de kans om die thema’s aan te snijden die aantonen welke politieke eisen wél het meest relevant zijn. Een belangrijk thema is het woonbeleid. Vooral Vlaanderen en Brussel hebben een nijpend gebrek aan betaalbare huurwoningen. De grote steden voorzien een substantiële toename van het aantal inwoners voor de komende jaren. Er zal dus veel moeten gebouwd worden. De bouwpromotoren zien hierin een kans om grote winsten te maken en zijn al druk bezig plannen te promoten die het meest lucratief zijn voor hen. Voor het minder begoede deel van de bevolking, die naar de verloederde uitkanten van de steden dreigen te worden verjaagd, en voor het milieu zijn die plannen echter dikwijls rampzalig. De belangrijkste eis hierbij is het bouwen van meer sociale woningen. Er is minstens een verdubbeling nodig van het huidige cijfer.

 

Andere goede eisen:

  • voor sommige steden zoals Antwerpen afschaffen van de historische schuld

  • ongedaan maken van privatiseringen van stadsdiensten

  • invoering van de 4-dagenweek

  • vaste benoeming in stadsdienst, benoeming van alle bestaande contractuelen

  • stedelijke diensten moeten altijd het statuut van openbare dienst hebben, onder arbeiderscontrole. Vb: de haven van Antwerpen deprivatiseren. Het is niet voldoende dat de stad het eigendom heeft, er moet ook een grote vorm van arbeiderscontrole en inspraak van de bevolking zijn, zonder nodeloze bureaucratie.

 

De politieke partijen

 

Verkiezingsuitslagen zijn altijd iets anders dan peilingen, maar de laatste peilingen zijn zo duidelijk dat we toch een algemene tendens kunnen waarnemen bij de Belgische kiezers. In Wallonië en in mindere mate in Brussel is er sprake van een duidelijke polarisatie, in de eerste plaats in de richting van de PTB, die even groot of zelfs groter wordt dan de PS. De traditionele partijen (PS, MR en CDH) die in de verkiezingen van 2014 nog samen 72,75% van de stemmen behaalden, zouden volgens de laatste peilingen samen slechts rond de 50% halen. In Vlaanderen is er eerder sprake van stabiliteit en blijft de N-VA, ondanks enig verlies ongenaakbaar. Blijkbaar lukt het hen nog altijd zich voor te doen als anti-establishment, ondanks de vele voorbeelden van het tegendeel (zie hun relatie met dubieuze bouwpromotoren in Antwerpen, schepen Koen Kennis die mandatenkampioen is enz…). Gelijklopend langs beide kanten van de taalgrens is de implosie van de sociaaldemocratie. Dat is trouwens een Europees fenomeen en een verdiende afstraffing voor het uitvoeren van de dictaten van het kapitalisme gedurende tientallen jaren. In Vlaanderen is de desoriëntatie bij de sp.a totaal. Bang aanklampen bij Groen, dat de wind enigszins in de zeilen lijkt te hebben, was even de enige “strategie” die ze nog hadden. Nog altijd denkt de sp.a leiding er niet aan te luisteren naar haar eigen basis, die steeds meer aandringt op een bondgenootschap met de PVDA. In tegendeel de lijst “Samen” die in Antwerpen aan de militanten werd opgedrongen lonkte duidelijk naar CD&V en VLD. In praktijk was het dan eerder een lijst tegen de PVDA. Betere strategie bestaat niet om ervoor te zorgen dat De Wever in het stadhuis blijft zitten. Nu de lijst “Samen” in elkaar geklapt is wordt het nog duidelijker dat dit kartel een wanhoopspoging was, zonder enige inhoudelijke basis. Deze “leiding” heeft een fundamenteel wantrouwen in de arbeidersklasse; in de plaats daarvan hopen ze hun doel (deelname aan het beleid, wat het ook kost) te bereiken door slimme allianties met andere burgerlijke of kleinburgerlijke partijen. In Wallonië leek dat nog enigszins te lukken toen de PS de CDH aan zich bond voor de vorming van de Waalse en Brusselse regeringen. In 2017 is die “slimme tactiek” in hun gezicht ontploft toen de CDH de PS, na de schandalen in Luik en Brussel, uit de Waalse regering gooide. Onder druk van de PVDA, de recente schandalen en het Samen-fiasco laat de sp.a uitschijnen te willen 'verlinksen'. Op zich is dit niet onmogelijk, zoals Corbyn in Groot Brittannië heeft aangetoond. Maar voor het ogenblik zien we niemand in de sp.a opstaan die deze rol zou kunnen vervullen. De charlatans die verwikkeld zijn in de schandalen zitten nog altijd in de partij. Er zitten nog altijd partijleden in de raden van bestuur van ondernemingen. De partij heeft in tegenstelling tot de PVDA niet zozeer de reflex om in de woonwijken te ageren of stakingen te steunen.

 

De PS heeft tenminste een poging gedaan om zich te herbronnen. Ze koos – niet voor het eerst – in haar laatste congres voor een ruk naar links. Eisen als de vierdagenweek, terugbrengen van de pensioenleeftijd naar 65, …. zijn zeker toe te juichen. Maar zowel de PS-militanten als de PS-kiezers in het algemeen weten ondertussen dat er een wereld van verschil is tussen de PS-leiding op een congres en de zelfde figuren in de regering. De regering waarin ze de eerste minister leverden is nog veel te recent om zich die enorme tweespalt niet te herinneren.

 

Het zou een stap te ver zijn om hieruit te besluiten dat de implosie van sociaaldemocratische partijen onvermijdelijk is of dat deze partijen burgerlijk geworden zijn. De leiding ervan is natuurlijk al decennia op zijn best kleinburgerlijk en dikwijls zijn het regelrechte verdedigers van het kapitalisme binnen de arbeidersbeweging. Maar in de huidige context is het zeer moeilijk om een voorspelling te maken over om het even welke partij. Onvoorspelbaarheid is het meest in het oog springende kenmerk van het huidige politieke landschap wereldwijd. Er zíjn landen waar arbeiderspartijen hebben opgehouden te bestaan. In Italië verdwenen de socialistische partij en ook de communistische, ooit de grootste KP van Europa. Maar in Italië zijn alle partijen verdwenen die na de tweede wereldoorlog de dienst uitmaakten, ook de ooit almachtige Christendemocratie. Het is een teken van de enorme teleurstelling en verbittering die er leeft bij een meerderheid van de bevolking, niet alleen in Italië maar wereldwijd. Er ligt een wereld open voor degenen die zich op een geloofwaardige manier durven verzetten tegen de consensus van een kapitalisme in crisis. Corbyn speelt die rol in Groot Brittannië, de PVDA/PTB bij ons. Als de arbeiderspartijen die rol niet vervullen ligt de weg echter open voor charlatans als Trump of Berlusconi.

 

De PVDA/PTB naar een electorale doorbraak?

 

Waarschijnlijk staat de PVDA voor een historische electorale doorbraak, vooral in Wallonië en Brussel. De peilingen variëren sterk (Voor het Waals gewest van 24,9% in juni 2017 tot 14,8% in oktober, in november opnieuw 18,9%) maar de tendens is duidelijk. Dit zou een historische doorbraak zijn voor de PTB. Nooit eerder in de geschiedenis slaagde een partij links van de sociaaldemocratie in België (ook niet de KPB in de jaren 30 of onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog) om dergelijk resultaat te behalen. Het toont in welke mate de loyaliteit van de socialistische achterban (electoraal en syndicaal) voor haar historische politieke uitdrukking onder druk komt.

 

De PVDA is al enige tijd de voornaamste partij waarnaar linkse mensen , vakbondsmilitanten en een belangrijk deel van de jeugd uitkijken om verandering te brengen. De tijd is voorbij dat dit enkel een principiële keuze was, zonder veel directe impact op de politiek. In heel de pensioendiscussie was de rol van de PVDA duidelijk. Haar goede studiedienst wist de problematiek goed uit te pluizen en ze te kaderen in een internationale context, met voorbeelden van de nefaste effecten van het puntensysteem bv uit Duistsland. PVDA/PTB weet haar standpunten goed aan de man te brengen ook door het gebruik van moderne middelen als youtube-filmpjes. De filmpjes over de tussenkomsten van Raoul Hedebouw hebben veel succes. Hun mandatarissen zijn zeer aanwezig in de klassenstrijd, aan de piketten. Hun campagnes hebben niet alleen impact, maar ze bereiken ook resultaat zoals de afschaffing van de Turteltaks. De ideologische zwakte zit hem gespleten aard van de PVDA. Intern stelt ze zich nog altijd voor als een marxistische en zelfs een revolutionaire partij, naar buiten is daar niets van te merken. Zelfs het woord socialisme krijgen ze nog nauwelijks over de lippen, laat staan “communisme”. Opvallend is dat de eisen die de PVDA het meest naar voor schuift meestal gaan over de betaalbaarheid. Dat is bijvoorbeeld het geval met de miljonairstaks en het KIWI-model voor de aankoop van geneesmiddelen. Dat zijn inderdaad eisen die populair zijn bij de arbeidersbeweging en om eerlijk te zijn stelt de PVDA in haar meer uitgebreid programma dat dit geld moet gebruikt worden voor sociale vooruitgang zoals verbetering van minimumloon, sociale woningen en pensioenen. Maar door de manier waarop zij propaganda voeren wekken zij minstens de illusie dat met invoering van maatregelen als de miljonairstaks de voornaamste klip genomen is om een meer rechtvaardige maatschappij te bekomen. Het tegendeel is waar. Dan begint het gevecht pas. Om te beginnen blijft de vraag welke regering er is en wat zij met het vrijgekomen geld zou doen. Zelfs als een vermogensbelasting zou opbrengen wat verhoopt wordt zou het harde klassenstrijd vragen om te bekomen dat dit geld wordt aangewend voor sociale vooruitgang en bijvoorbeeld niet voor verdere belastingverlaging voor de bedrijven. En het is nog meer waarschijnlijk dat de grote fortuinen allerlei financiële spitstechnologie zullen ontwikkelen om een dergelijke taks te vermijden of gewoon op massale schaal kapitaalsvlucht zullen organiseren. In dat geval zou de nationalisatie van de banken en de grote bedrijven de enige manier zijn om een catastrofe te vermijden. Het is geen probleem dat de PVDA allerlei concrete eisen stelt om de huidige maatschappij te verbeteren. Maar zij moet ook durven zeggen dat dergelijke eisen slechts duurzaam kunnen veroverd worden door het omverwerpen van het kapitalisme en de uitbouw van een socialistische maatschappij. Als de verkiezingsresultaten van de PVDA zo blijven vooruitgaan als de peilingen aangeven dan zullen zij eerder vroeg dan laat met dergelijke dilemma’s geconfronteerd worden. Ongetwijfeld zijn er nu binnen de PVDA al discussies gaande over de lessen van het debacle van Syriza in Griekenland, de povere resultaten van de vermogensbelasting in Frankrijk en de uiteindelijke afschaffing ervan, de weinig positieve resultaten van de linkse, door de communisten gedoogde regering in Portugal en dergelijke. Het zijn dergelijke discussies die essentieel zijn opdat de PVDA een positieve rol zou kunnen blijven spelen in de Belgische klassenstrijd.

 

De nationale kwestie kan weer op de voorgrond komen

 

De uitslag van de parlementsverkiezingen zal mogelijk zeer asymmetrisch worden in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Als de uittredende coalitie zijn meerderheid behoudt “is er geen probleem”. In dat geval zal zeer waarschijnlijk het rechts beleid worden verdergezet. Door de bocht van de CDH is dit ook wat waarschijnlijker geworden. Een regering als deze, zeker als ze ook de Christendemocraten uit Franstalig België zou bevatten is de beste samenstelling die het patronaat zich kan wensen. In de praktijk zou dat zwaarder wegen dan de aversie van de CD&V voor de N-VA. Maar de mogelijkheid bestaat ook dat die meerderheid niet wordt bereikt en men opkijkt tegen een verkiezingsuitslag, in Vlaanderen gedomineerd door de N-VA en in Wallonië door de PTB. Zoiets wordt nog waarschijnlijker indien er bijvoorbeeld in 2019 een nieuwe economische crisis is ingetreden (wat ook de uitslag is van de gemeenteraadsverkiezingen het jaar ervoor). In dergelijk geval wordt de vorming van de federale regering zeer moeilijk én is er een grote kans dat het nationaal probleem opnieuw de kop opsteekt. In Wallonië zou de druk vanuit de arbeidersbeweging sterk zijn om de linkse meerderheid te gebruiken om iets wezenlijks te veranderen, van Vlaamse zijde heeft de N-VA al aangekondigd dat zij in dergelijk geval geen zin hebben in een zoveelste staatshervorming , maar enkel zullen genoegen nemen met “confederalisme” , dus splitsing van het land in alles behalve de naam. Het is trouwens niet de enige uitslag waarbij de vorming van een regering uiterst moeilijk zou worden. Het is best denkbaar, als de uitslag van PTB/PVDA zo goed is als sommige peilingen aangeven, dat er geen rechtse meerderheid mogelijk is, maar evenmin een meerderheid tussen socialisten, christendemocraten groenen en liberalen (de duidelijke voorkeur van wijlen “Samen”). Het is nauwelijks denkbaar dat Christendemocraten en Liberalen een meerderheid zouden willen vormen met PVDA/PTB, iets wat we PVDA trouwens ten sterkste zouden ontraden. Een nieuw soort “cordon sanitaire” kan hier in de maak zijn, ditmaal gericht tegen de PVDA. Andere variant: kiest de CD&V-CDH voor een “linkse” meerderheid (met socialisten en groenen en eventueel liberalen) en wordt N-VA daardoor buitenspel gezet, dan is het niet uitgesloten dat N-VA het cordon sanitaire met Vlaams Belang doorbreekt in een of andere Vlaamse stad of eventueel zelfs in het Vlaams Gewest. Politieke constellaties die vroeger nooit hebben bestaan worden mogelijk, ook – na lange vruchteloze coalitiegesprekken- een regering met alle partijen behalve Vlaams Belang en PVDA. Iets van die aard is gebeurd in Spanje en (binnenkort waarschijnlijk) in Duitsland. In al deze gevallen zou dit aanleiding geven tot grote maatschappelijke beroering en waarschijnlijk een verlegging van de strijd van het politieke vlak naar het syndicale; rechtstreekse klassenstrijd dus.

 

Het is belangrijk sensitief te zijn voor nationale gevoelens, al moeten ze steeds ondergeschikt benaderd worden aan de belangen van de arbeidersklasse. De kritiek op het Vlaams nationalisme, dat in essentie reactionair is, moet anders zijn dan die op het Waals nationalisme dat soms een verwrongen uiting kan zijn van progressieve eisen uit de arbeidersbeweging. De problematiek zit vol van dialectische tegenstellingen. In Vlaanderen overheerst een rechtse partij die duidelijk het nationalisme in zijn DNA heeft, terwijl de in Wallonië dominante arbeiderspartijen eerder vasthouden aan de Belgische eenheid. In de PS kan de verzwakte positie van Di Rupo wel weer leiden tot meer regionalisme, dat zeker in Luik nooit weg geweest is. In de vakbonden bestaan dan wél nu al nationalistische tendensen. Het Nationaliteitenprobleem is een problematiek waaraan we in het volgende jaar veel aandacht zullen besteden. Ook dit is weer een internationaal fenomeen, dat samengaat met de crisis van het kapitalisme zoals Catalonië, Schotland en andere regio’s bewijzen.

 

Besluit

 

De periode die we de volgende jaren ingaan belooft op vele vlakken nieuw en uitzonderlijk te worden. Wat tot voor kort zeker scheen op politiek en sociaal vlak kan plots omvergegooid worden. Niets van hetgeen onze voorouders door klassenstrijd hebben bereikt is veilig voor de vraatzucht van een kapitalisme in crisis. Politieke partijen kunnen opbloeien of verdwijnen. Met de kleine krachten die we nu hebben stellen we ons een grote taak: meehelpen aan het bouwen van een revolutionaire massapartij, in België en internationaal. Op zich is de arbeidersklasse internationaal meer dan sterk genoeg om de maatschappij in handen te nemen en een nieuwe wereld te creëren zonder oorlog, armoede of ecologische crisissen. Wat ontbreekt is hetgeen wij de subjectieve factor noemen: een partij die in staat is die potentiële kracht aan te wenden voor de enige oplossing die er is voor de mensheid: de internationale socialistische revolutie.

 

Ben je ook van die overtuiging en wil je met ons meewerken om dat te bereiken?

 

Sluit dan aan bij Vonk/Révolution, de Belgische tak van IMT, de Internationale Marxistische Tendens

 

Contacteer ons via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.