'De G1000 is een aanvulling op het politieke stelsel, geen aanval erop", verklaart David Van Reybrouck in de Tijd (1)

Het is niet goed gesteld met onze democratie. De feitelijke machtsovername in Griekenland door een onverkozen groep bankiers, EU- en IMF-bureaucraten getuigt hiervan. Een referendum werd er onder de dwingende druk van de ‘markten’ afgevoerd. De manier waarop in heel Europa en de VS, de partij van de bankiers, een partij die niet heeft deelgenomen aan de verkiezingen en dus waarvoor niemand heeft gestemd, de wet spelt, drijft duizenden mensen tot actie. Vandaar de Indignados in Spanje, de pleinbezetters in Griekenland, de #Occupy-beweging in de Verenigde Staten en vooral het massale vakbondsverzet.

Al deze bewegingen vertrekken niet allen van een verzet tegen soberheid en bezuinigingen, maar van een snoeiharde kritiek op het bestaande politieke en economische stelsel. Deze bewegingen plaatsen zich allemaal op het terrein van de botsing tussen tegenstrijdige belangen. Een belangenconflict tussen het ‘volk’ en de ‘oligarchen’. Een conflict tussen de arbeidersklasse, de jeugd enerzijds en de kapitalisten en diegenen die hun belangen dienen anderzijds. Warren Buffett, de tweede rijkste man ter wereld, erkent deze strijd en geeft het een correcte naam, namelijk klassenstrijd. Hij voegt er aan toe dat “zijn klasse aan het winnen is”. Dit belangenconflict is niet te verzoenen. Zeker niet op een moment dat het kapitalisme haar diepste crisis ooit meemaakt. Het wordt vandaag op een kolossale schaal uitgevochten. Dit conflict kan niet ‘uitgepraat’ worden. Het moet uitgevochten worden. De meerderheid moet zich opleggen aan de kleine minderheid.

Schijndemocratie

Vandaag ontdekken veel mensen de beperkingen van de bestaande democratie in West Europa en de VS. Ze mogen wel om de vier of meer jaar eens stemmen, maar ze hebben geen greep op het beleid. Deze vaststelling maakt de G1000 ook. In deze schijndemocratie is er geen plaats voor ‘een regering van, voor en door het volk’. Het beleid wordt uitgestippeld door Wall Street, de banken en de andere instellingen van het internationale financiële kapitaal. Ze controleren de financiële stromen, en de bedrijven, de hoge functionarissen zijn met duizend en één draden aan hen verbonden, de media zijn in hun handen net zoals de meeste ‘opiniemakende’ instellingen. Spijtig genoeg reikt de analyse van de G1000 niet zover.

De tegenstellingen tussen partijen worden vandaag ook groter, net zoals tussen de ‘straat’ en de ‘instellingen’. Instabiliteit en politieke crisis zijn hiervan het gevolg. De oude manier van regeren werkt niet meer. Sommigen, zoals de initiatiefnemers van de G1000, verwijten de politieke impasse in België vooral aan de beperkingen van de ‘vertegenwoordigende democratie’. De weg uit de impasse is de ‘deliberatieve democratie’ of de besluitvorming door discussie tussen individuele burgers. Soms wordt er ook over ‘consensusdemocratie’ en burgerinspraak gesproken.

De individuele burger, een liberaal idee

Het idee van de individuele ‘burger’ is een nogal liberaal begrip. Eigenlijk bestaat zoiets niet. Niet alle burgers zijn gelijk. Sommigen in deze maatschappij zijn meer burger dan anderen en hebben meer ‘inspraak’ dan anderen. Toen 15 jaar geleden het Tubeekse staalbedrijf Forges de Clabeq de deuren sloot, stelde een ACV-delegee vast dat hun burgerschap stopte bij het betreden van het bedrijf. In het bedrijf werd er van hen verwacht dat ze zich gedroegen als gehoorzame loonslaven. Hun opinie werd nooit gevraagd over de afdankingen van duizend arbeiders en bedienden. Eén of een paar burgers hebben meer beslissingsrecht dan veel anderen. Waarom? Omdat zij eigenaars zijn van bedrijven, veel geld en de nodige politieke connecties hebben. Dit is een moderne vorm van cijnsrecht. Dit is inhoud van de democratie waar de burgerij (de kapitalistische klasse) in laatste instantie de plak zwaait. Dit is de niet de democratie van de burgers maar de democratie van de burgerij.

Burgers bestaan dus niet los van hun belangengroep, los van hun positie op de sociale ladder. Er bestaan geen burgers los van hun organisaties, in de eerste plaats belangenorganisaties zoals vakbonden (meer dan 3 miljoen leden!) of middenklasse- of patroonsorganisaties. Burgers bestaan ook niet los van de strijd die ze met die belangenorganisaties voeren tegen andere burgers en hun machtsstructuren. Het idee van de individuele burger is dus een poging tot de ontkenning van de bestaande krachtsverhoudingen en de inherente ongelijkheid tussen ‘burgers’ in een maatschappij die verdeeld is in klassen.

Patronale steun aan de G1000

De initiatiefnemers van de G1000 vertrekken niet vanuit deze analyse. Zij willen het huidige systeem aanvullen, niet aanvallen, en het aanvullen met een dosis ‘dialoogdemocratie’. Maar welke dialoog is er mogelijk tussen de privileges van de rijken en de bescheiden eisen van de bevolking (werk, goed inkomen, betaalbare gezondheid, een degelijk pensioen)? De inspraak die de bankiers toelaten aan de regeringen en het volk is nihil. De oefening in dialoogdemocratie die de G1000 op 11 november uitvoerde is daarom nogal irreëel. Een oefening die niet slaat op de echte werkelijkheid. Opvallend is ook hoe de initiatiefnemers willen aanleunen bij het politieke en economische establishment. De resultaten van de G1000 worden voorgelegd aan de zeven parlementsvoorzitters en voor de financiering zijn ze naast individuele burgers ook gaan aankloppen bij het bedrijfsleven, die grote kampioenen van de democratie. Zo kreeg het initiatief geld van Thomas Leysen, van Umicore en KBC, Savereys van Exmar, Unizo, en jawel, de Boerenbond! De vakbondstop vond het blijkbaar ook nodig om geld toe te stoppen.

Gemanagede burgerinspraak

De hele aanpak van burgerschap baadt ook in een elitair sfeertje. Koen Dille, columnist en medewerker van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift, analyseert het als volgt:

“Blijkt dat er 1000 Belgen door een gespecialiseerd bedrijf volgens strikt wetenschappelijke methodes geselecteerd zijn geworden. Die 1000 Belgen mag je dus zien als een exacte staalkaart van die 8 miljoen volwassen burgers. Waarover zullen ze discussiëren?

“Drie vragen krijgen ze voorgelegd. Die drie vragen heeft men in hun plaats geselecteerd uit een oorspronkelijke lijst van 25 vragen. Samengevat gaan die 25 vragen over hoe onze samenleving functioneert. Zo heb je vragen als “Aan welke ethische regels moeten politici voldoen?” en “Hoe kunnen we kennis en creativiteit stimuleren als grondstof voor onze economie?” of nog “Aan welke principes en criteria moet het begrotingsbeleid beantwoorden?”

“Iedereen die de website bezoekt, mag één of meerdere vragen zowel schrappen als aanvinken. Zo zal men tot de drie uiteindelijke vragen komen waarover de 1000 geselecteerde burgers zullen delibereren. Ze zullen dat in Thurn & Taxis in kleine groepjes rond vele tientallen tafels doen, telkens onder leiding van een ‘facilitator’. Die zorgt er uiteindelijk voor dat het resultaat van dat overleg naar een centrale tafel gaat. Daar zitten dan de ‘experts’ die alles verwerken.

“Vindt u ook niet dat dit allemaal wel heel erg doet denken aan het klinische, laboratoriumachtige afstandelijke wereldje van de marketing, de consultancy en de opiniepeilingen? Tenslotte participeren die 1000 burgers aan een soort experiment waarvan ze de voorwaarden, de bedoeling en zelfs tot op zekere hoogte de inhoud niet zelf hebben mogen bepalen. Ze komen niet uit eigen beweging samen om te discussiëren. Ze werden daarvoor geselecteerd. Men heeft het ze gevraagd. Ze worden haast gemanaged.”

De G1000 gaat nu verder als een G32. G32 staat voor een ploeg van 32 onverkozen, zelfgeselecteerde deelnemers die de voorstellen van de G1000 gaan uitwerken en aanvullen. Dirk Barrez van De Wereldmorgen denkt hier het volgende over : “Toch knelt het schoentje van de G32, en spijtig genoeg redelijk fel. Want het hele initiatief van de G1000 is immers net gestart – herinner u – omdat de representatieve democratie op haar grenzen stoot. Zo staat het ook te lezen in het manifest van de G1000.”

“Dan is het natuurlijk minstens ironisch en intellectueel eigenlijk niet verdedigbaar om een G32 te laten spreken voor een G1000, om met andere woorden het probleem van de vertegenwoordigende democratie te willen oplossen met een getrapt systeem van, jawel, vertegenwoordigende democratie.” Hier voegen we aan toe dat deze 32 vertegenwoordigers niet eens werden verkozen en ook niet kunnen worden gecontroleerd…

Neen, de G1000, met al zijn beperkingen en tegenstellingen wordt niet de weg waarop we een einde kunnen maken aan de schijndemocratie in het kapitalisme.


 

  1. De Tijd, woensdag 9 november 2011

Tijdschrift Vonk

Onze boeken

Onze boeken