De directie van de Amerikaanse verpakkingsmultinational Crown Cork is geen groentje op het vlak van afdankingen. In 1996 bijvoorbeeld gingen honderd jobs voor de bijl en werd in Mechelen een volledige fabriek gesloten. Eind 1998 was het weer zover en sneuvelden er nogmaals 41 banen (22 arbeiders en 19 bedienden). Elke keer beweerde het management natuurlijk dat de afdankingen noodzakelijk waren voor het behoud van de rest van de jobs. Een betere methode om de arbeiders te verdelen en te verzwakken is er niet. Dat zien we nu ook weer bij Ford. We hadden een gesprek met Jürgen (fictieve naam), productiearbeider bij Crown Cork.

Welke jobs staan er deze keer op de tocht?

Er zijn twee grote afdelingen in de fabriek: Food (blikken voor voedingswaren) en Aërosol (spuitbussen). Daarnaast heb je de Litel, een bliksnijder die voor de twee werkt, en de drukkerij waarvan twee lijnen uitsluitend voor de Food werken. De bedreigde jobs situeren zich in de afdeling Food.

Wat is de argumentatie van de directie?

We produceren daar een type blikken dat we de 3 piece noemen, bestaande uit een apart deksel, bodem en wand. Dat type ondervindt veel concurrentie van de 2 piece, die ook door Crown wordt gemaakt maar dan in het Verenigd Koninkrijk. De 2 piece is goedkoper te produceren en dus liggen de winstmarges hoger. Bovendien zou het globale rendement van de fabriek in Deurne maar 2 procent bedragen, een stuk lager dan het rendement in de vestigingen in de ons omringende landen. En dan is er natuurlijk nog het eeuwige argument van de te hoge loonkost.

Het paradoxale is wel dat de 3 piece-lijnen die ze nu gaan opdoeken het hoogste rendement hebben van de fabriek, namelijk 550 blikjes per minuut. Dat is een efficiëntie die we hier in de loop der jaren hebben opgebouwd. Aan ons zal het dus niet liggen. Maar de types die ze maken liggen slecht in de markt.

Kan men dan niet investeren in de nieuwe technologie te Deurne?

“Het investeringsbudget is op”, zegt men. Bovendien draaien de 2 piece-lijnen in het Verenigd Koninkrijk nu ook al onder hun capaciteit. Dat is natuurlijk allemaal makkelijk gezegd. Men gaat er immers maar van uit dat wij wel een ‘budget’ hebben en ons het kunnen veroorloven om werkloos te worden. Jaren aan een stuk draai je winst, en trouwens nu nog, maar het is nooit genoeg voor de heren. Als het erop aankomt is al die winst bovendien verdwenen met de noorderzon en mag je gaan stempelen.

Hoe schat je de toekomst van de fabriek in?

De vorige afslanking was nog maar net verteerd. Gisteren (30 oktober) is Irène, onze telefoniste, op brugpensioen gegaan. Dat was het laatste brugpensioen van de vorige saneringsronde, en voilà, we staan aan het begin van een nieuwe…

Er is weinig reden om enthousiast te zijn over de toekomst van dit bedrijf. Er wordt niet geïnvesteerd. En ook andere producten, zoals soepblikken, komen alsmaar meer onder druk te staan. Kijk maar hoeveel soep men al verkoopt in tetrabrik. Toen we vandaag het werk neerlegden was een van onze Franse bazen (het bedrijf wordt gestuurd vanuit de Europese hoofdzetel in Parijs, n.v.d.r.) woest. “C’est un vrai bordel ici”, riep hij uit. Wel, het échte bordeel hier is het management. Zij hebben de problemen al lang zien aankomen. Zij slagen er maar niet in een toekomst te geven aan deze fabriek. De afgelopen maanden is er hier niemand meer vervangen, dat was een teken aan de wand.

Hoe sta jij tegenover de veel gehoorde argumenten over de te hoge loonkosten?

Ik heb bij de vakbond het volgende geleerd. De kostprijs van een product wordt bepaald door de arbeidskosten en de kosten van de grondstoffen, energie enzovoort. De arbeidskosten per eenheid product worden op hun beurt bepaald door de loonkost per uur maar ook door de productiviteit van de arbeiders. Omdat die productiviteit in België zo hoog ligt is onze arbeidskost per eenheid product nog altijd lager dan in de buurlanden, en dit ondanks onze hoge loonkost.

Bovendien, als we onze loonkost verlagen, dan doet een ander land dat ook en zitten we uiteindelijk in een negatieve spiraal.

Het is ook niet zo dat het verlagen van de loonkost ‘gratis’ is. Van welke ‘peeschijven’ zullen onze pensioenen, kinderbijslag, ziekteverzekering en werkloosheidsuitkeringen worden betaald? Een gepensioneerde met een hoog pensioen koopt trouwens meer blikken hondenvoer dan iemand met een laag pensioen. Uiteindelijk snijden we met dat soort redeneringen altijd in ons eigen vlees.

Wat is dan wél de oplossing?

Het is nogal straf dat zo’n management maar kan doen alsof de jobs hén toebehoren. Het zijn wij die deze fabriek hebben gemaakt tot wat zij nu is, veeleer ondanks dan dankzij het management. Het zijn wij die al die jaren de winsten hebben gemaakt die nu met onbekende bestemming verdwenen zijn. Maar het zijn ook wij die dan nog eens de rekening mogen betalen als het minder goed gaat. Allemaal in naam van de ‘economische realiteit’? De ene z’n economische realiteit is de ander zijn dood.

De bazen zullen altijd wel voor die formule kiezen als afdanken zo gemakkelijk blijft. Het zou hen wel eens wat moeilijker gemaakt mogen worden, door de vakbonden en door wetgeving.

Hoe verklaar je dat de sfeer in de fabriek nu strijdbaarder is dan bij de vorige saneringen, hoewel het deze keer over minder mensen gaat?

De vorige afslankingen gebeurden op ogenblikken dat het tamelijk eenvoudig was om elders werk te vinden. Dat is nu wel even anders. Zoals onze hoofddelegee zei: “Je zal nu ver mogen lopen om die andere job te vinden”.

En in deze sanering is het ook niet meer mogelijk de formule van de brugpensioenen te gebruiken. Dat zal het ook allemaal moeilijker verteerbaar maken. Bovendien zijn de mensen het zat. Ze zijn het beu om elke zoveel jaar hun job aan een zijden draadje te zien hangen.

Tijdschrift Vonk

Onze boeken

Onze boeken