De politici lopen al warm voor een nieuwe communautaire boksmatch. “Wij kunnen hier niet achterblijven”, zal SP.a-voorman Frank Vandenbroucke gedacht hebben, en hij lanceerde ineens een voorstel dat de huidige staatshervorming langs rechts voorbijsteekt: de Vlaams-Waalse splitsing van het budget voor de werkloosheidsuitkeringen. Zijn verwoording van deze patronale eis bracht echter serieuze beroering binnen de rangen van de partij, met uitlopers tot aan de top.

We publiceren hier een brief van Erik De Bruyn, bestuurslid van SP.a Deurne. Dit standpunt kan op veel bijval rekenen. We roepen de militanten van de partij dan ook op gelijkaardig protest te laten horen opdat Vandenbroucke zijn eigengereide zinnetje niet kan doorzetten om de arbeidersbeweging verder te verzwakken.

1) Ik vind van het standpunt van Frank Vandenbroucke niets terug in de teksten van het Toekomstcongres, noch in het programma waarmee wij op 13 juni naar de Vlaamse verkiezingen trokken. Uiteraard heeft Vandenbroucke het recht om een minderheidsstandpunt in te nemen in de partij. Ik doe dat zelf vaak genoeg. Hij dient daarvoor dan wel een meerderheid te vinden binnen de partij, die wordt uitgedrukt op een partijcongres, alvorens hij ermee naar buiten treedt als kopstuk en dus spreekbuis van SP.a.

2) Als het SP.a-lidmaatschap enkel inhoudt dat wij folders mogen bussen ten tijde van verkiezingen, en dat de socialistische regeringsleden en/of het partijbureau autonoom de politieke koers bepalen, dan moet men dit durven zeggen. Het strookt in elk geval niet met mijn visie op een volwassen socialistische partij als vehikel voor politieke participatie. Ik denk ook niet dat dit de manier is om de SP.a om te vormen tot een brede linkse partij waarin heel progressief Vlaanderen onderdak vindt.

3) De SP.a-leden hebben zich dus niet uitgesproken. Maar evenmin heeft de SP.a-kiezer voor dit standpunt gestemd. Er staat immers niets van in ons partijprogramma.

4) Het spreekt voor zich dat de steun die Frank Vandenbroucke krijgt van de partijvoorzitter aan voorgaande punten niets verandert. Ook Frank Vandenbroucke en Steve Stevaert samen vormen nog geen meerderheid in de partij.

5) Ten gronde nu. Ik heb zelf zeven jaar in de arbeidsbemiddeling gewerkt (VDAB). En ik moet zeggen dat de prioriteiten van Frank Vandenbroucke absoluut niet tegemoet komen aan de noden van de werkzoekenden. Door het debat alweer te centreren op al dan niet vermeende Vlaams-Waalse tegenstellingen wordt de discussie ten gronde alweer ontweken. Die zou bijvoorbeeld moeten gaan over de absolute vrijheid die de werkgevers genieten in het formuleren van hun aanwervingeisen waardoor zij vaak zélf een groot aantal knelpuntvacatures creëren op de arbeidsmarkt. De werkzoekende is verplicht om aan te tonen dat hij voldoende solliciteert. Waarom dient de werkgever zich niet te verantwoorden als hij na de twintigste door de VDAB voorgeselecteerde kandidaat nog steeds zijn gading niet heeft gevonden? Als men spreekt over de flexibilisering van de arbeidsmarkt, dan gaat het steeds over het afbouwen van sociale beschermingsmechanismen en over de plicht van de werkzoekenden om zich aan te passen aan de eisen van de arbeidsmarkt. Waarom moeten werkgevers zich niet aanpassen aan 'de mensen' zoals zij zijn, het arbeidsaanbod zoals het is? En waarom tellen marktmechanismen tegenwoordig bijna in elk aspect van ons dagelijks leven van onderwijs tot gezondheidszorg maar nét niet op het punt waar de gewone man er eens zijn voordeel mee zou kunnen doen? Ik bedoel daarmee: knelpunten op de arbeidsmarkt zouden in géén tijd opgelost zijn als men de desbetreffende lonen opwaarts zou herzien. Meteen zouden bepaalde studierichtingen ook populairder worden. Maar neen, de retoriek van de markt telt blijkbaar enkel als de werkgevers er hun voordeel mee kunnen doen... Dit geldt zowel in het noorden als in het zuiden van het land.

6) Durven wij niet meer praten over het racisme op de arbeidsmarkt, gegijzeld als we zijn door het kersverse 'respect' dat we moeten betonen voor de kiezers van het Vlaams Blok? Nochtans is en blijft dit een van de meest prangende problemen, zowel in het noorden als in het zuiden van het land.

7) Wat met ons antwoord op de stelling die de werkgevers (op Belgisch niveau welteverstaan!) naar voren schuiven dat arbeidsduurvermeerdering jobs zal redden en zelfs opbrengen? Als socialisten mogen wij onze zogenaamde 'dogma's' en 'heilige huisjes' misschien aan de kant hebben geschoven, aan werkgeverzijde doet men dat duidelijk niet. En zal het antwoord op deze provocatie straks anders zijn in het noorden dan in het zuiden van het land? Gaan wij als socialisten vanaf nu volledig mee in de neoliberale redenering dat werk enkel kan worden gecreëerd door 'economische groei' en (in het beste geval) in concurrentie met en dus ten koste van de rest van de wereld? Gaan wij mee in diezelfde neoliberale redenering die stelt dat de concurrentieslag blijkbaar enkel nog kan worden gewonnen door de verlaging van de loonkosten en laten we de energieprijzen, de investeringsratio en last but not least de winst buiten de discussie? (of is dit een dogma?)

Waarom zijn het steeds toch weer ‘de mensen’ die als het erop aankomt de factuur van de economische laagconjunctuur mogen betalen? Gaan we ook nog iets vertellen over arbeidsherverdeling (gelijke kansen!) en de rol van de overheid als toonaangevende werkgever? En zo ja, zouden we dat dan niet beter doen in een federale context waarin de politieke krachtsverhoudingen nog altijd iets gunstiger zijn voor links, om het zacht uit te drukken?

Ik hoor kd. Vandenbroucke hier op zijn geheel eigen belerende wijze op antwoorden: "U haspelt hier de federale en de gewestelijke bevoegdheden door elkaar." Wel, dit is niet het geval. Het debat is namelijk niet enkel bestuurstechnisch maar ook en vooral politiek. Als een SP.a-voorman het volle gewicht van de discussie over werkgelegenheid legt op een verdere regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid, dan stuurt hij hiermee mijns inziens een totaal foutief politiek signaal de wereld in.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken