De acties tegen het Globaal Plan staan in het geheugen gegrift van vele syndicale militanten. Het is een herinnering van gemiste kansen en van een nederlaag, die men echter niet aan zichzelf kan wijten. Inderdaad, na verschillende weken van acties, stakingen, massabetogingen – dit zowel in het noorden als het zuiden van het land – werd het Globaal Plan in het parlement gestemd door de rooms-rode meerderheid. De lessen uit deze periode zijn vandaag meer dan ooit actueel.

Net zoals vandaag ontspon er zich tien jaar geleden een recessie en kwamen vele bedrijven in de problemen. Net zoals vandaag rekenden zij op een uitbreiding van de vraag naar afgewerkte producten en goederen en hadden zij de productiecapaciteit hiervoor vergroot. Maar de recessie van 1992 werd alsmaar erger. Bovendien had het Verdrag van Maastricht een drastisch soberheidsbeleid opgelegd: de openbare schuld moest teruggebracht worden tot 60 procent van het BNP en het overheidstekort diende binnen de 3 procent te blijven. Dit alles om de Europese economieën tot een ‘convergentie’ te brengen van waaruit de eenheidsmunt zou kunnen ontstaan. Net zoals de andere munten had de Belgische frank zich sinds enige tijd gekoppeld aan de wisselkoers van de Duitse mark, die zowat de referentie van de toekomstige euro moest worden. Maar met de recessie kwam het muntbeleid in crisis. De Engelse pond, de Italiaanse lire en de Spaanse peseta werden uit de muntslang gehaald (dit is het Europees monetair systeem waarbij een groep landen hun valuta maximaal circa 2,25 procent van de gemiddelde koers laten afwijken). De regeringen van deze landen kozen voor een devaluatie van hun munten, waardoor hun producten goedkoper werden op de Europese markten. Alle ingrediënten waren aanwezig om het Europese project te doen kapseizen.

Om dit te vermijden verkoos de burgerij de last van de crisis op de rug van de arbeidersklasse af te wentelen: België ging niet devalueren, maar haar producten goedkoper maken via een aanval op de lonen. Hoe? Enerzijds via een ingreep in de index (voortaan gezondheidsindex) en anderzijds via een loonstop van drie jaar (achteraf twee). De voorziene loonsopslag van 1994-1995-1996 zou niet uitbetaald worden. Samen was dit goed voor een koopkrachtverlies van 6 à 7 procent. Liever dan dit alles door de strot van de syndicale beweging te rammen, koos premier Jean-Luc Dehaene voor de ‘zachte aanpak’: Boudewijn was zonet de pijp uitgegaan en tienduizenden ‘gewone mensen’ waren hun leed komen betuigen. Er hing een sfeer van ‘nationale eenheid’ in de lucht en het was dus het geschikte moment de mythe van het sociaal pact vanonder het stof te halen: een ‘nieuw sociaal pact’ waarbij alle actoren de handen in elkaar slaan om ‘s lands wederopstanding mogelijk te maken. Dehaene zou vlug van een kale reis terugkomen…

Een chronologie

Oktober: de textielsector staat in rep en roer; stakingen en betogingen (Gent), onder meer tegen de sociale dumping met oog voor het behoud van invoerrechten en een sociale clausule.

18 oktober: de experts van de nationale bank leggen hun rapport voor het ‘sociaalpact voor de werkgelegenheid’ voor.

20 oktober: start van de onderhandelingen in het kasteel van Hertoginnendal.

21 oktober: het ABVV verlaat de onderhandelingstafel, want de nota van Dehaene is ‘onevenwichtig’; de vakbonden zijn akkoord over het principe van offers maar “iedereen moet bijdragen”; de nota van Dehaene stelde voor toenmalige CAO’s uit te spreiden over drie jaar, loonstop term 1996, indexkoppeling lonen en prijzen herzien, loonlastenverlagingen voor werkgevers in ruil voor arbeidsflexibiliteit, vermindering van het sociale-zekerheidsbudget met 75 miljard. Het ACV gaat verder in het overleg, maar wordt dan intern teruggefloten door een belangrijk deel van de achterban en de gehele LBC.

24 oktober: regeringscommuniqué dat het ‘sociaal pact’ begraaft en een ‘Globaal Plan’ aankondigt; de regering zal niet wachten tot de vakbonden terug naar de onderhandelingstafel komen en kiest resoluut voor een aanval op de sociale belangen van de loontrekkende klasse.

29 oktober: het ABVV mobiliseert in Brussel 75.000 militanten, het ACV wenst niet deel te nemen “omdat acties nog te voorbarig zijn”.

Begin november: de eerste week van november breken stakingen uit bij Diamant Board tegen een herstructureringsplan; bij Esso tegen onderaanneming.

10 november: aankondiging van een actiekalender in een gemeenschappelijk vakbondsfront ABVV-ACV (15/11, 22/11, 26/11, 3/12). De eisen zijn: handen af van de CAO’s van 1994; geen loonlastenverlagingen voor arbeidsherverdeling zonder bijkomende aanwervingen; herfinanciering sociale zekerheid; belasting op fortuinen.

15 november: eerste gemeenschappelijke actiedag. De acties krijgen een zeer breed gevolg in de metaalnijverheid, chemie, textiel, supermarkten, banken en verzekeringen, zowel in Wallonië als in Vlaanderen. Industriezones worden afgezet door vliegende piketten, de Antwerpse haven ligt plat door de bezetting van verkeersaders. De onderhandelingen met de regering worden opnieuw opgestart en het vakbondsfront verkrijgt enkel het behoud van de lopende CAO-regelingen (IPA 1992-1993).

18 november: de regering wenst geen verdere toegevingen te doen; het ACV komt nu in de voorste linie te staan en roept op tot een actiedag op 22 november; het ABVV speelt de omgekeerde rol, verklaart zich tevreden met de resultaten en schort haar stakingsoproep van 22/11 op.

22-26 november: de oproep van het ACV krijgt ook gehoor bij de ABVV-achterban; de werkers willen het Globaal Plan niet en trekken zich weinig aan van de verdeel-en-heers-tactieken van de vakbondstop. De stakingen lopen verder op 23, 24 en 25 november. Op 25 november houdt het ABVV een congres in Luik; François Janssens krijgt de wind van voren: iedereen wil verder actie voeren en aanvaardt de inschikkende houding van de top geenszins.

26 november: er wordt toch een 24-urenstaking in gemeenschappelijk vakbondsfront gehouden. Het wordt de grootste 24-urenstaking ooit in de Belgische geschiedenis.

3 december: de acties gaan door in grote staalbedrijven; bij Boël-La Louvière wordt gestaakt tegen de herstructureringen.

7 december: het vakbondsfront valt opnieuw uiteen; het ACV stelt dat het onderste uit de kan is gehaald; het ABVV behoudt haar ordewoord van algemene staking van 24 uur voor de tiende december.

10 december: sommige centrales wensen niet deel te nemen aan prestigeacties; de textielcentrale onder leiding van Luc Vanneste laat het ABVV in de steek. De betoging van het ABVV is een halve mislukking; amper 35.000 militanten nemen deel. Op de tribune roept François Janssens: “Wij gaan door tot de finish, rendez-vous in januari!” Holle frasen, want de lont is uit het kruitvat getrokken. De beweging tegen het Globaal Plan krijgt een mooie begrafenis…

15 december: aanvaarding van het Globaal Plan na enkele detailaanpassingen: 1 procent verhoging van de sociale uitkeringen voor de laagste inkomens om het verlies van de gezondheidsindex te compenseren; belasting van de inkomsten uit kapitaal ter hoogte van 30 miljard; respect voor de CAO’s van 1994.

24 december: de ministerraad aanvaardt het Globaal Plan, dat inderhaast wordt gestemd in het parlement. De Vlaamse en Franstalige socialisten stemmen allen voor, ook Jef Sleeckx. Een van hen (Vandermaelen) gaat even naar het toilet wanneer er gestemd moet worden.

Enkele besluiten

De acties tegen het Globaal Plan hebben honderdduizenden werkers betrokken in een strijd voor het behoud van sociale bescherming en koopkracht. Het was een ‘klassieke’ uitdrukking van de klassenstrijd. Hoewel de regering centrumlinks van samenstelling was, voerde ze de plannen uit die het patronaat en de burgerij eisten om de competitiviteit van het bedrijfsleven te herstellen. In plaats van de rechterzijde haar eigen beleid te laten voeren, heeft de sociaal-democratie het vuile werk opgeknapt. Ze heeft zich echter tegen haar eigen achterban moeten keren. Maar de sociale revolte kreeg ook te maken met een brandblusser van formaat, namelijk de vakbondsbureaucratie. Deze heeft de acties opzettelijk ongeordend georganiseerd zodat ze niet echt effect zouden hebben. Dit was voordien ook al gebeurd, maar dan enkel op sectoraal of bedrijfsvlak. Voordien waren interprofessionele acties ofwel verdeeld (1986 met het ABVV op straat en het ACV van Jef Houthuys op het balkon), ofwel zegevierend (de vrijdagstakingen in 1977 die de regering-Tindemans lieten vallen). Voor het eerst koos de bureaucratie ervoor de acties door kunstmatige verdeeldheid op een dwaalspoor te brengen.

De voortrekkersrol van de sociaal-democratie in het uitwerken van het Globaal Plan en de blussende houding van de vakbondstop hadden een gemeenschappelijke basis: a) de overtuiging dat de vermindering van de loonkost bevorderlijk is voor de werkgelegenheid; b) de keuze om het Europese eenmakingproject niet te laten ontsporen. Allebei kozen ze resoluut voor deze zogenaamde ‘enige uitweg’ uit de crisis en de mogelijkheid opnieuw een periode van welvaart en welzijn te vinden.

Herbekijken we vandaag punten a) en b), dan zien we
- dat het voortdurend verminderen van de loonkost, of het nu via het rechtstreekse loon is of via werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, niet werkt; arbeidskracht wordt misschien goedkoper, maar daarom werven patroons nog niet aan; ze doen dit in de marge en op voorwaarde dat de bestelboekjes het eisen. In de mate dat men ook in de buurlanden de loonkost doet dalen, heeft de maatregel nog minder effect. De enigen die er wel bij varen zijn de patroons wiens winsten gesubsidieerd worden.
- dat we een eengemaakt Europa hebben, binnenkort nog uitgebreid met vier nieuwe lidstaten, een munt en een (onafhankelijke) Europese bank, maar de sociale crisis is nergens opgelost; de volledige werkgelegenheid is verder weg dan ooit, maar het bedrijfsleven heeft tien vette jaren gekend waarbij het merendeel van de winsten op de beurs zijn verprutst en bedrijven vandaag met liquiditeitsproblemen worstelen.

In de huidige context van recessie en beurscrisis zal men opnieuw het gelag willen doen betalen door de werkers, de werklozen en gepensioneerden. “De competitiviteit eist dit immers…” Welnu, niets is minder waar. Hoogtijd dat de arbeidersbeweging de eisen van onder het stof haalt die haar in staat zullen stellen een vuist te maken voor al diegenen die al veel te lang, veel te veel en bovenal tevergeefs hebben bijgedragen tot het gaande en staande houden van een verziekt systeem: het geld halen waar het zit, radicale arbeidsduurvermindering, sociale noden eerst!

Tijdschrift Vonk

Onze boeken

Onze boeken