We zijn een van de weinige Europese landen waar er nog een verschil bestaat in het statuut tussen arbeiders en bedienden. Deze discriminatie is zelden zo pijnlijk als tijdens een crisis zoals vandaag. Dit is voor ons ondraaglijk geworden.

De werkende klasse, met name de arbeiders, zijn ‘de steunpilaar van de maatschappij’. Waardering en respect zijn echter moeilijk te bespeuren. Als de patroons vragen voor respect bij het ondernemen, vragen zij eigenlijk respect bij het ontslaan van duizenden werknemers waarvan de meerderheid arbeiders zijn. Dankzij de strijd van ABVV-miltanten is de tijd van Daens, toen we gemuilkorfd gingen werken, voorbij. Maar de erkenning van de gelijkwaardigheid tussen arbeiders en bedienden is helemaal zoek.

Daarom gaan wij als ABVV-delegees de strijd aan voor één zelfde statuut voor alle werknemers. Waarom willen we dit? Hier volgen een aantal redenen.

Om bij ziekte een gewaarborgd loon te mogen ontvangen van één maand zonder een dag loon (de beruchte Carensdag) te verliezen. In ziekteperiodes kan men toch geen onderscheid maken tussen arbeiders en bedienden – dit is pure discriminatie.

De ontslagregeling, vooral dan de opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden, liggen mijlenver uit elkaar. Voor bedienden geldt er een regeling naargelang het aantal dienstjaren in het bedrijf.

De bedienden krijgen drie maand opzeg per begonnen schijf van vijf jaar dienst. De kost is volledig voor de werkgever. Men houdt rekening met lopend loon, het dubbel vakantiegeld, de eindejaarspremie en andere voordelen (bv. maaltijdcheques, groepsverzekering enzovoort).

De arbeiders echter krijgen bij minder dan 5 jaar dienst slechts een opzeg ten belope van 35 kalenderdagen! De opzegtermijn wordt berekend op basis van anciënniteit.

Jarenlang investeerde de regering in fiscale voordelen voor bedrijven, maar verloor daarbij jammer genoeg de eerste pensioenpeiler uit het oog. Deze moet zeker versterkt worden. Het kan niet zijn dat als men een loopbaan van 40 jaar achter de rug heeft men moet rondkomen met een pensioen van +/- 1000 euro.

Bijna een vierde (23 procent) van de 65-plussers in België is arm. Dat is een van de hoogste percentages in Europa. De notionele interestaftrek kostte de overheidsfinanciën verleden jaar 4 miljard euro. Wij als gewone mensen hebben het moeilijk om ons voor te stellen wat die 4 miljard euro voorstelt.

Daarom hebben we een kleine maar zeer overtuigende berekening gemaakt. Deze 4 miljard hebben we gedeeld door het aantal gepensioneerden in België namelijk 1,7 miljoen mensen.

Mochten we deze som besteden aan het optrekken van de pensioenen, zou men elke gepensioneerde een extra 195 euro kunnen uitkeren per maand. Dat zou pas een sociaal beleid zijn!

Met een beetje meer dan een vierde van deze som (1,25 miljard euro) kunnen we ook alle sociale minima optrekken boven de armoedegrens. Maar dat allemaal wordt te duur bevonden door de regering en de patroons.

De notionele interestaftrek werd ingevoerd om zogezegd de investeringen te ondersteunen en de tewerkstelling te stimuleren. Nochtans zijn het de 25 grootste ondernemingen in België, goed voor 1/3 van alle notionele interestaftrek, die vandaag honderden banen schrappen. Er bestaat geen dus geen enkel bewijs dat de notionele interestaftrek nuttig is voor de maatschappij. Het fiscale monster, de notionele interestaftrek, moet gewoonweg afgeschaft worden. Het vrijgemaakte geld wordt dan best besteed aan de verhoging van onze pensioenen, via de versterking van de eerste pijler. Of aan de financiering van het sociaal beleid.

Ons belastingsstelsel moet rechtvaardiger worden. Carrefour Belgium maakte vorig jaar 381 miljoen euro winst. Hierop betaalde het  33.225 euro belasting.

Dit is een aanslagvoet van 0,0008 procent. Vergelijk dat eens met wat wij betalen.

Het is tijd om de grote vermogens te belasten. Met een eenmalige belasting van 5 procent op de vermogens van meer dan 500.000 euro kunnen we de staatsschuld met 50 miljard euro doen dalen. Per jaar betekent dat 2,5 miljard euro minder intresten. In de plaats van de banken rijker te maken, zouden we deze 2,5 miljard euro in een fonds kunnen stoppen om de pensioenen te financieren van de volgende jaren.

Daarom, kameraden, zullen we ons mee in de strijd werpen, om respect en gelijkheid af te dwingen voor alle werknemers.

Het is niet meer de tijd om gebukt door de crisis te gaan. De economie trekt aan, hun winsten groeien opnieuw, maar onze sociale crisis is pas goed begonnen. De strijd voor de optrekking van het arbeidersstatuut moet ons antwoord zijn.

Beste kameraden, is de beste verdediging niet de aanval?

Tijdschrift Vonk

Onze boeken

Onze boeken