Reality TV is al een tijdje in. Met onze nieuwe reeks artikels ‘Het leven zoals het is’ willen we via interviews tonen dat leven onder het kapitalisme voor veel mensen geen lachertje is. Neem bijvoorbeeld Christiane. Zij is vijftig en leeft al geruime tijd alleen met haar drie kinderen. Iedereen zou zeggen dat dit een gewone vrouw is, ze ziet er helemaal niet armoedig uit, alleen nogal moe. Toch is haar leven verre van gemakkelijk, en dat geldt voor veel mensen in een gelijkaardige situatie.

Toen u alleenstaande moeder werd, was dat een moeilijke periode?

Dat was een heel moeilijke periode, vooral omdat je niet weet wat er gaat gebeuren. Ga je werk vinden? Gaat het lukken met de kinderen? Ga je genoeg geld hebben, al is het maar voor het allernoodzakelijkste? Uiteindelijk ben ik van de ene job in de andere gerold.

Wat voor jobs waren dat?

Ik had vroeger gewerkt als bediende. Maar ze zaten niet te wachten op een bediende van mijn leeftijd, ik was 43 bij de scheiding. En dan ben ik dus gaan kuisen, want die jobs lagen voor het rapen. Ik heb de krant opengeslagen en enkele dagen later stond ik te kuisen. Wel aan een heel miniem loon. 175 frank per uur is bitter weinig. Daar moest ik wel heel hard voor werken. Ik had nog geluk dat mijn moeder de twee jongste kinderen kon opvangen na school.

Het was vaak heel moeilijk met de kinderen. Vroeger was ik altijd thuis voor hen en nu moesten ze ineens bepaalde dagen blijven eten op school, wat ze niet graag deden. Het was ook belastend voor mijn moeder, die zeker niet jong was. De kinderen konden er niet goed aan uit, ineens had hun moeder amper tijd voor hen én ineens was er ook veel minder geld. En toen waren ze nog klein. Op dat moment zat er maar één in haar puberteit. Dat was niet altijd makkelijk, weinig tijd, veel moeten werken, elke frank wikken en wegen, zelfs voor eten en dan kinderen die graag nieuwe zaken hebben, die nieuwe schoenen willen, die ook een bloesje wil zoals dat ander meisje op school, een gameboy willen. Maar dat gaat financieel gewoon niet. Wel eens met een verjaardag of met een nieuwjaar, maar anders niet.

Het was nooit makkelijk om aan geld te komen. Ik heb op drie jaar en enkele maanden tijd elf jobs gedaan. Ik ben op elke job weggegaan omdat ik het niet meer zag zitten, de manier waarop ik behandeld werd door de werkgevers, zelf achter mijn loon moeten vragen, nog niet de helft krijgen van hetgeen dat ik eigenlijk moest krijgen enzovoort. Dus ik ging altijd overal weg als ik de kans zag op een andere job. Maar het was altijd in de horeca en die jobs zijn bijna allemaal hetzelfde. Ingeschreven werk, dat kennen ze daar niet. Het was steeds in het zwart. Dus moest ik altijd oppassen, niemand mocht weten dat ik daar werkte. Van dit uur tot dat uur ging ik hier werken en dan rap de fiets op springen want een half uur later moest ik ergens anders zijn om te werken. Ik moest langs een achterpoortje binnen, want niemand mocht het weten. Eigenlijk moest ik verlegen zijn dat ik ging werken.

Daarvoor was u bediende. Waarom bent u dan niet gewoon opnieuw een bediendenjob gaan doen?

Dat ging niet. Ondertussen is de computer erbij gekomen en dat ken ik niet. Geld om een cursus te gaan volgen heb ik niet, en tijd evenmin want ik moet geld verdienen! Ik moet voor mijn kinderen zorgen.

Uiteindelijk heb ik wel vast werk gevonden. Ook in de horeca, in een taverne. Daar ben ik volledig ingeschreven, ook aan een heel miniem loon en ik moet veel meer uren doen dan was afgesproken. Er is mij in het begin beloofd dat ik geen weekendwerk moest doen omdat ik met kinderen zit, maar na een tijd was die afspraak zogezegd niet waar. Het was mondeling afgesproken en er stond niets van op papier, dus moet ik nu wel meedraaien in het weekend. En weer is het mijn moeder die ondertussen voor de kinderen moet zorgen. Ik ben voortdurend ongerust over mijn oude moeder en de kinderen, maar ik moet tegelijkertijd altijd vriendelijk lachen tegen de klanten.

En je probeert vriendelijk te zijn tegen de klanten, want dan krijg je meer fooi en dat is een extra inkomen. Dat extra inkomen is bij ons echter allemaal voor de werkgever, het personeel ziet bijna niks van het drinkgeld. Wij hebben daar wel iets op gevonden. Al ons drinkgeld moet in een bus met een gleuf, een soort spaarpot. Als die goed vol zit, dan gebruik ik ons broodmes om de geldstukken eruit te peuteren. Dus ’s avonds, in het donker, rijd ik met mijn fiets terug naar mijn werk. Mijn collega’s zijn er dan nog, maar de bazen niet meer. Zij houden de wacht en ik ga de bus leeg peuteren in de kelder, om het lawaai te dempen. Dat is echt zenuwslopend. Zo halen wij er nu al jaarlijks ongeveer 60.000 BEF per persoon uit! We rekenen dat allemaal mooi uit en verdelen het onderling. Ik merk dat de bazen het maar al te goed beseffen, maar zolang ze het niet ontdekken op het moment dat we het doen, zullen ze er weinig van zeggen. Het is toch ons geld, wij hebben er voor moeten draven!

Ik werk meestal 52 à 53 uur per week. Dat wordt wel extra betaald, maar de overuren uiteraard in het zwart. Ik heb officieel een 40-urenweek. Voor onze zwarte uren krijgen we 225 frank. Er zijn periodes geweest, ik ben niet verlegen om dat te zeggen, bijvoorbeeld periodes waarin er veel kosten waren voor de kinderen, voor hun studies, kleren, schoolreizen, op kamp gaan en dergelijke toestanden, dan moest ik eten meenemen van op mijn werk, dus stelen. Anders was er geen eten. Als ik al enkele dagen niets anders dan soep had kunnen maken en een dag verloren brood, de dag daarna een stokbrood, ja dan was er wel weer nood aan beleg tussen de boterhammen. En ik moest dat dus altijd kunnen verstoppen voor de kinderen. Ik probeerde te verstoppen dat ik met mijn laatste 50 frank een brood ging halen of wat soepgroenten. Omdat het niet anders kon. De rekeningen lagen er ook.

De grootste kost is voor mij voeding. En de studies zijn ook een grote kost, maar ik vind dat belangrijk voor mijn kinderen. Ik heb altijd mijn best gedaan om voldoende eten en fruit te kopen. Er is vaak wel flink in besnoeid. Frisdrank is iets voor aparte gelegenheden, bijvoorbeeld een feestje. Anders is het water.

Een auto heb ik uiteraard niet. Ik sleur alles met de fiets aan. Alle dagen met de fiets gaan werken, want een abonnement of een buskaart is te duur. Het moet al hard gieten, sneeuwen of vriezen voor ik de bus neem. Ik moet om kwart voor zeven ’s morgens doorrijden. Bijna alle dagen moet ik naar de winkel, anders kan ik het met mijn fiets niet vervoeren, want de zakken puilen uit. Mijn kinderen helpen wel met het huishouden, maar het grootste deel blijft voor mij. Ze zijn jong en hebben daar geen besef van. Zulke jonge gasten zijn op andere dingen gericht, hun vrienden en vriendinnen, hun lief. Dat is toch normaal op die leeftijd? Trouwens, ik heb meestal geen fut meer om nog eens te beginnen argumenteren en ruzie te maken.

Toen de kinderen nog jonger waren, kwamen ze wel eens thuis met een klein poesje, en maar zeuren om dat schattig ding te mogen houden. Natuurlijk zag ik vooral de prijs van het katteneten en de dierenarts enzovoort. Maar ik kon toch niet altijd tegen de kinderen zeggen “Nee, dat gaat niet.” Dus bleef er wel eens een poesje en dat werd weer een extra uitgave. Zonder de financiële hulp van mijn moeder zou het nog veel erger zijn. De familie nam hen vroeger geregeld mee op vakantie. Mijn moeder betaalt vooral schoolgerief of een nieuwe jas. Want doe het maar eens, als drie kinderen in hetzelfde seizoen een nieuwe jas moeten hebben. Of schoolabonnementen. Als mijn kinderen met de jeugdbeweging op kamp gingen, dan moesten de ouders hen brengen. Maar ik kan dat toch niet doen met mijn fiets? Dus dat is dan altijd gaan bedelen – zo voelt dat – bij andere ouders om te vragen of de kinderen niet met hen meekunnen. Dat gebeurde vaak.

De huur van ons appartement is ook amper te betalen. In het begin woonden we nog tamelijk goedkoop. Maar ineens kreeg ik een aangetekende brief van de huisbaas, die mij uit huis wilde zetten. Ik snapte de reden totaal niet, het kwam uit de lucht vallen want hij had geen klachten over mij. Na een telefoontje bleek dat de eigenaar meer huishuur wilde. Doordat we er al lang woonden, kon hij elk jaar alleen maar de prijs verhogen volgens de index. Maar hij wilde meer huishuur, 2.500 frank per maand plus nog 5.000 frank extra waarborg. Toen ik zei dat dit voor mij onmogelijk was, antwoordde hij dat ik er dan uit moest. Op straat met mijn drie kinderen. Ik heb dan toch alle centen bijeengeschraapt en het betaald, uit schrik om op straat te belanden.

Mensen kunnen misschien denken waarom ik dan geen sociale woning zocht. Dat heb ik gedaan, vanaf het begin dat ik alleenstaand bent. Maar blijkbaar ken ik niet de juiste personen. Na jaren moeite doen heb ik eindelijk een sociale woning aangeboden gekregen: een klein appartement op de vierde verdieping van een groot flatgebouw. Stel u dat eens voor met drie kinderen? Die maken natuurlijk lawaai, maar dat mag niet in zo’n groot gebouw. Je zit daar met een hoop mensen samengepropt, ik vind dat geen leven, zeker niet voor kinderen. Nu beschikken we tenminste nog over een tuin. U begrijpt dat veel uitstapjes en reizen er voor ons niet inzit, weinig tijd en geld. Maar nu kunnen we nog in de tuin zitten als het goed weer is. Ik heb geen zin om weg te kwijnen in zo’n grijs gebouw.

Dikwijls verantwoordt men de hoge lonen van managers, een half miljoen per maand of zelfs meer, door te zeggen dat deze mensen toch wel heel hard moeten werken. Wat vindt u daarvan?

Ik werk vaak 53 uur per week, en soms meer! Soms werk ik drie weken na elkaar zonder één dag rust. Ik denk zelfs dat er momenten zijn geweest dat het nog meer was, toen de kinderen jonger waren. En als ik thuis kwam, dan zaten ze met drie te wachten, elk met zijn probleem en hun ruzies, want zo zijn kinderen. Het was helemaal geen rozengeur als ik thuis kwam. Er moest onmiddellijk gekookt worden, huiswerk nakijken, lessen opvragen. Als ik tegen negen uur ’s avonds aan mijn huishoudelijk werk kon beginnen, mocht ik blij zijn. Dan kon ik beginnen met wassen, strijken, kuisen enzovoort. Het is niet omdat je een kind bent van een alleenstaande moeder dat je daar dan als kind nog meer moet voor boeten. Je boet sowieso al, niet alleen emotioneel, maar ook omdat er minder centen zijn dan bij hun vriendjes. Moesten ze dan ook nog eens boeten door heel het huishouden te doen?

Ik stond toen om half zes ’s morgens op, zien dat alles klaar staat, boterhammen smeren voor de kleinsten om mee naar school te nemen, kinderen wakker maken, zorgen dat ze een serieus ontbijt hadden, zien dat ze zich wassen en aankleden en dan was mama weg. Het moment dat ze aan tafel zaten, moest ik doorgaan met de fiets. En dan maar hopen dat er niet een of andere ruzie losbarst waardoor ze te laat op school komen. Dus telefoneerde ik van op mijn werk om te vragen of ze klaar waren. Altijd die onrust en vragen. Hebben ze de deur goed dichtgedaan? Hebben ze de verwarming niet laten branden? Want dat is natuurlijk weer een grote kost. Het was voor de kinderen niet plezant, voortdurend moest ik zien dat er niet te veel gestookt werd, zeggen dat ze niet mogen bellen want de telefoonrekening is te hoog. Dat is een enorme druk op het gezin. Nu nog trouwens.

Veel problemen in het gezin komen voort uit geldgebrek. Conflicten met mijn kinderen omdat bepaalde zaken niet gaan, maar een kind begrijpt dat niet altijd. En die ruzies komen dan nog bovenop mijn jachtig leven. Mijn oudste dochter moet studeren voor de universiteit, maar mijn twee andere kinderen zijn pubers en die willen tv kijken, vrienden uitnodigen, telefoneren, muziek beluisteren. Doordat wij veel te klein wonen, wordt mijn oudste voortdurend gestoord en dat zorgt voor fikse ruzies. Er is echter geen geld voor een grotere woonst. Daar moet ik niet aan denken. Dus dat zijn weer spanningen, ruzies die serieus uit de hand lopen. Mijn oudste moet studeren, dat is belangrijk. Maar muziek, tv en vrienden zijn voor de andere twee ook belangrijk! Het zijn tenslotte pubers.

We hebben ook een slaapkamer te weinig. Ik slaap al jaren op een uittrekbaar zetelbed in onze woonkamer. Met alle gevolgen van dien. Ik moet om half zes opstaan. Maar mijn kinderen zijn te oud om hen vroeg in bed te steken, die leeftijd is voorbij. In de vakanties kan ik toch moeilijk verlangen dat ze om tien uur naar hun bed gaan? Terwijl ik steendood ben en zit te berekenen hoeveel uur ik nog kan slapen. De kinderen hebben daar wel begrip voor, dus lossen we het vaak op dat ze nog tv kijken terwijl ik al in mijn uitgeklapt bed lig. Of als er vrienden zijn van de kinderen tijdens de vakantie, zeker van de oudste. Ik kan dan niet gaan slapen. Maar wat is voor zulke kinderen, 23 uur ’s avonds tijdens de vakantie? Het is soms nog licht dan! En dat brengt spanningen mee.

Hebt u ooit gedacht dat het echt niet meer zou gaan?

Nee, dat ligt niet in mijn aard. Ik heb altijd wel een oplossing. Ik kijk zaterdag in de krant voor een extra job en hou die dan enkele maanden vol tot ik weer genoeg geld heb verdiend om wat overschot te hebben voor als de school weer begint en er weer rekeningen komen. En dan stop ik met zo’n job, want zo leven is niet vol te houden, tijdens de dag gaan werken en dan ’s avonds ook nog eens tot 2 à 3 uur ’s nachts. Dat kan ik maar een paar maanden volhouden.

Tijdschrift Vonk

Layout Vonk 3012 page 001

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken