Het sociaal protest van de maand mei (lees ’Sociale krachtmeting nadert beslissend moment in Frankrijk’’Sociale krachtmeting nadert beslissend moment in Frankrijk’) is naadloos overgelopen in de maand juni. Met dit verschil dat er begin juni een ommezwaai is gekomen met de intrede van het openbaar vervoer en de pogingen om de privé-sector in te zetten. Ook is het parlementaire debat over de pensioenhervorming gestart en blijkt het duidelijk dat de meerderheid van Raffarin de nodige wetteksten zal kunnen stemmen.

De sociale opwelling scheerde opnieuw hoge toppen de laatste weken. Op de elfde actiedag van het onderwijs, tevens de zesde nationale interprofessionele actiedag, betoogden anderhalf miljoen mensen in honderden steden. Dat was op 10 juni, bij de start van het parlementaire debat. Op 19 juni was er opnieuw een actiedag. Ondanks de vermoeidheid, de afbrokkeling van de staking in het onderwijs en de effectieve stopzetting van de staking in het openbaar vervoer, betoogden nog steeds 350.000 stakers in 127 steden. Deze sterke vermindering is ten dele te wijten aan de inzinking van het actieve protest in het onderwijs. Deze groep was duidelijk de ruggengraat van de beweging. De druk van de examens, de vakantie en de lange duur van het conflict en het beperkte resultaat eisen hier hun tol. Niemand moet echter denken dat die verminderde deelname evenredig is met de overtuigingskracht van de rechtse regering onder de stakers of onder de brede bevolking. Het is duidelijk dat de regering-Raffarin de strijd om de publieke opinie niet heeft gewonnen. Peilingen wijzen uit dat 66 procent van de bevolking de actievoerders steunt.

Een ander aspect in de neergang van de beweging op korte termijn is natuurlijk het gebrek aan perspectief. Zowel de impasse op het syndicale vlak als op het politieke terrein verzwakken de beweging. Neem de syndicale leiding. We beperken ons tot de CGT omdat deze organisatie als grootste vakbond en met grotere inplanting in de privé over de meeste troeven beschikt voor de uitbreiding van de staking en het uitroepen van een algemene staking. Bernard Thibault, de leider van de CGT, heeft vastgehouden aan een actieprogramma dat enkel bestond uit een herhaling van de vorige actie. De geslaagde poging van de CGT om de spontane opwelling voor een uitbreiding van de staking in het spoor of bij de metro van Parijs te doven, doet vragen rijzen bij vele actievoerders. Is het echt menens voor de CGT? Willen ze de strijd voeren tot de terugtrekking van de pensioenhervorming? Het antwoord is dat de CGT niet de terugtrekking eist van de hervorming maar erover wil onderhandelen. Deze dubbelzinnigheid en het uitdoven van de acties na 13 mei zijn niet ongemerkt voorbijgegaan aan de stakers. Na lange acties begint dit zwaar te wegen en haken er groepen af.

Ook is er de verantwoordelijkheid van de Parti Socialiste. Een recente peiling wees uit dat meer dan de helft van de bevolking oordeelt dat de PS geen alternatief heeft op de pensioenhervorming. Het gebrek aan alternatief doet ook een gedeelte van de beweging aarzelen. Wat kunnen we in plaats van Raffarin en zijn plan verwachten?

Betekent dit dat de beweging voorbij is? In ieder geval wordt er nu een hoofdstuk afgesloten. De beweging is echter niet dood en er zullen ongetwijfeld nog acties gevoerd worden. Maar het hoogtepunt blijkt momenteel achter de rug. Vele actievoerders hebben nu al afspraken gemaakt voor na de zomer. In de herfst staat de verdere ontmanteling van de sociale zekerheid op de agenda en vooral de afbouw van de terugbetaling van geneesmiddelen. Na een hete lente maakt dit het terrein vrij voor een hete herfst.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken