Frankrijk beleefde op 21 april de antipode van de presidentsverkiezingen van 1981, toen de overwinning van Mitterrand Europa vervulde van hoop. De uitschakeling van Lionel Jospin in de eerste ronde en het doorstoten van Le Pen betekent een nederlaag voor de arbeidersbeweging in heel Europa. Maar méér nog dan dat is dit verkiezingsresultaat een duister monument, opgedragen aan het falen van de leiding van de sociaal-democratie. Na eerdere nederlagen in Spanje, Italië, de Scandinavische landen en Nederland, zijn de Franse verkiezingen het finale Waterloo van de politiek van de 'derde weg' zoals die het afgelopen decennium opgang maakte in de Europese socialistische partijen. Tegelijk verwijst dit debacle ook alle antwoorden die de partijen links van de PS en PC menen te moeten geven op de huidige impasse van de linkerzijde in één ruk naar de prullenmand. Indien het regeringsbeleid immers kritiek verdient dan betekent dit nog niet dat we onverschillig moeten staan tegenover de keuze tussen een linkse of een rechtse regering.De linkse kandidaten Laguiller en Besancenot haalden samen zowat tien procent van de stemmen. Maar wat ben je met tien procent van de stemmen als het resultaat is dat we nu de keuze hebben tussen een rechtse en een extreem-rechtse kandidaat?

Het dient nochtans gezegd dat de regering Jospin erin geslaagd was om tot nader order linkser uit de verf te komen dan de zogenaamde 'socialistische' regeringen in de andere Europese landen. Vooral de invoering van de 35-urenweek sprak hierbij tot de verbeelding. Maar anderzijds werden de privatiseringen onder Jospin nog opgevoerd en was de relatief linkse koers van de regering voor een belangrijk deel te wijten aan een alerte en militante arbeidersbeweging die bepaalde reactionaire maatregelen op tijd en stond afblokte zoals u ook kan lezen in een interview met de hoofdredacteur van ons Franse zusterblad, elders op deze site. Het overheersende gevoel tegenover de socialistisch-communistische en groene regeringscoalitie regering was echter dat ook zij het spel speelde volgens de regels bepaald door de rechterzijde, de kapitalistische Europese instellingen, het IMF en de multinationale ondernemingen. En wie tracht te schaken volgens het advies van zijn tegenspeler, die verliest, dat is zonneklaar.

Nog steeds willen de leiders van de socialistische partijen ­ onze eigen Patrick Janssens, voor wie het allemaal maar een kwestie van communicatie is, op kop- maar niet begrijpen welke hoge eisen aan hun partij gesteld worden en welke de verantwoordelijkheid is die daaruit voortvloeit. De socialistische partij is de historische partij van 'Le Changement', het alternatief op het kapitalisme, een alternatief maatschappijproject geboren uit de sociale strijd voor een betere samenleving. Elke socialistische leider die deze twee basisbegrippen, namelijk 'alternatief' en 'sociale strijd' uit het oog verliest gaat eerder vroeg dan laat op zijn bek. Natuurlijk boeken de socialisten telkens weer electorale successen, omdat de kiezer keer op keer het verlangen naar verandering uitdrukt via een stem op de traditionele linkerzijde. Maar als die linkerzijde dan niet verder geraakt dan kruidenieren met een aantal maatregelen die gelijke kansen moeten scheppen in een wereld van schrijnende ongelijkheid dan gaat zij terug naar af, alle communicatie ten spijt. Dat is exact wat gisteren in Nederland gebeurde, vandaag in Frankrijk plaatsgrijpt en zich morgen zal herhalen in België. Dertig procent van de Franse kiezers had nog de beleefdheid om gewoon thuis te blijven in plaats van op Le Pen te stemmen. Maar samen met de meer dan zeventien procent van Le Pen en de stemmen voor de andere extreem-rechtse kandidaat Megret betekent dit dat het aantal 'foert' stemmers bijna in de meerderheid is. In die zin vertolkt Arlette Laguiller, kandidate van Lutte Ouvrière natuurlijk een belangrijke stroming in de publieke opinie wanneer zij stelt dat de keuze tussen Chirac en Jospin 'lood om oud ijzer' is. Maar daarom is het nog niet juist: het getuigt van een verregaand misprijzen voor de arbeidersklasse indien men daardoor in feite beweert dat bvb. de verdediging van verworvenheden zoals de 35-urenweek ­een verdediging die niet enkel via sociale strijd maar ook op het politieke vlak dient gevoerd- van geen belang zou zijn.

De wereld verandert nu zeer snel. Het kapitalisme heeft onze planeet ver uit evenwicht gebracht en het sociale, economische en ecologische weefsel begint aan alle zijden te rafelen. Dit drukt zich uit in een toenemende polarisatie: massale algemene stakingen in Griekenland en Italië, prerevolutioniaire situaties in Argentinië en Venezuela, overwinningen van extreem-rechts in Nederland en Frankrijk. Indien de Franse kiezer zich onveilig voelt dan heeft hij/zij nog gelijk ook: een wereld waarin miljoenen mensen op de vlucht slaan om te ontsnappen aan extreme armoede, oorlog en onderdrukking, een wereld waarin jobs met duizenden tegelijk worden geschrapt in multinationale hoofdkwartieren, een wereld waarin de praktijken van de drugs- wapen- en mensenhandel nauwelijks te onderscheiden zijn van die van het 'reguliere' zakenleven en de zwarte circuits vaak even groot of groter zijn dan de witte, een wereld waarin een Amerikaanse president het broeikaseffect kan negeren om de energielobby terwille te zijn, die wereld is inderdaad onveilig. Maar als het politieke debat onder die omstandigheden gereduceerd wordt tot de keuze tussen één, dan wel twee politiegenten op elke hoek van de straat, dan is de kans groot dat men er twee kiest.

De revolutionaire tradities van de Franse werkende klasse kennende zal zij in de komende weken en maanden een niet mis te verstaan antwoord geven op het politieke Tsjernobyl van 21 april. Sommige commentatoren spraken reeds over de 'dreiging' van een nieuw mei '68. Hopelijk zal in de nieuwe episode van sociale strijd die nu aanbreekt niet teveel energie verspild worden in sectarische experimenten en zullen de kruideniers en hun recepten voor eens en altijd van de leiding van de linkerzijde worden verwijderd.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken