Zelden of nooit is de rechterzijde zo van de politieke kaart geveegd als bij de recente regionale verkiezingen in Frankrijk. Het land kleurt nu rood, met de uitzondering van een kleine blauwe vlek in het noordoosten. Departementen en regio's die nooit een linkse meerderheid hebben gehaald, doen dit nu voor de eerste keer in de geschiedenis. Alle ministers die kandidaat waren, werden verslagen. De 'meervoudige linkerzijde', een bondgenootschap van socialisten, communisten en groenen, haalt 50,1 procent van alle uitgebrachte stemmen in de tweede ronde. De traditionele rechterzijde moet zich tevreden stellen met een aandeel van 37 procent. Uiterste rechts sleept een score van 13 procent in de wacht.

Deze electorale ineenstorting volgt net twee jaar nadat de rechtse regering aan de macht kwam. De crisis bij rechts is diep. Geen enkele herschikking van de rechtse ministers kan rechts echter redden.

De Franse president Chirac heeft beslist het beleid verder te zetten met dezelfde eerste minister, Raffarin. Op het eerste gezicht kan deze beslissing verrassen. De logica achter deze beslissing is echter duidelijk. Het beleid van sociale afbraak uitgetekend door Raffarin is geen vrije keuze van een politicus. Het is een ijzeren noodzaak voor de kapitalistische belangen die de rechterzijde ter harte neemt. Een eventuele vervanger van Raffarin zou bij eenzelfde beleid snel in diskrediet raken. Chirac kan het zich niet veroorloven regelmatig van ministers te veranderen.

Maar wees gerust, Raffarin zit wel degelijk op een schietstoel. Vroeg of laat wordt hij de laan uitgestuurd. Maar eerst moet het vuile werk opgeknapt worden. We denken aan de zogenaamde hervorming - eigenlijk de afbouw van de ziekteverzekering -, de arbeidswetgeving en de waarschijnlijke privatisering van de energiemaatschappij EDF-GDF.

Vanuit links oogpunt is de naam van de eerste minister van geen belang. Het gevoerde beleid zal er niet door veranderen. Achter de regering houdt de kapitalistenklasse meer dan gewoon een oogje in het zeil. Deze eist een onverbiddelijk beleid van sociale afbouw. De benoeming van de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy op Financiën is een duidelijke boodschap van verharding van het asociale beleid. De nieuwe regering zal niet minder agressief zijn tegenover de werkers en hun gezinnen.

De verkiezingsnederlaag van rechts is de overdracht naar het politieke en electorale terrein van de talrijke strijdbewegingen van de laatste vijftien maanden. De lange stakingen en grote betogingen van vorige lente hebben hun sporen nagelaten in het politieke bewustzijn van een massa mensen.

Bovendien ligt dit verkiezingsresultaat in het verlengde van de gebeurtenissen van Spanje. De plotse verkiezingsoverwinning van de Spaanse socialisten duidt op een groeiende instabiliteit en vluchtigheid van de toestand op alle vlakken, wat zich uitdrukt in bruuske veranderingen van de gemoedstoestand en de psychologie van zowel de heersende klasse als de werkende klasse. Depressie volgt op euforie en omgekeerd. Rechtse zwenkingen worden gevolgd door nog bruuskere bewegingen naar links. De recente Franse verkiezingen bewijzen dit.

Opmerkelijk is natuurlijk ook de score van uiterst links. Twee organisaties die zich beide trotskistisch noemen, LO en LCR, hoopten deze keer electoraal door te breken op basis van de radicalisering van de sociale beweging. Ze tillen zich echter nauwelijks boven hun niveau van 1998, dat min of meer hetzelfde is sinds 1995. De politieke uitdrukking van deze radicalisering heeft zich, zoals wij hadden voorspeld, verder gezet in de massale stemmenwinst voor de PS en voor de communisten, die voor heel uiterst links ten dode waren opgeschreven!

Natuurlijk zien de leiders van de PS en de PC dit als een steun voor hun politieke programma. Niets is minder waar. In werkelijkheid hebben de socialistische en communistische leiders gewonnen ondanks en niet dankzij hun programma en bedoelingen. Het beleid dat de PS verdedigt, verschilt niet van hetgeen ze gevoerd hebben in de regering die tot hun nederlaag van 2002 heeft geleid. De politiek van de PC is ook gelijkaardig aan dat van hun ministers tijdens de coalitie met de socialisten. Beide programma's zijn niet identiek, maar op de essentiële punten zijn ze gelijklopend. Hun programma's komen neer op het voeren van een beleid zonder op een beslissende manier de economische en politieke macht van de kapitalisten in vraag te stellen. Het kernprobleem van het programma (de te nemen politieke, sociale en economische maatregelen) van de linkse partijen blijft bestaan.

De meeste jongeren en werkers wensten de rechterzijde een nederlaag op te leggen. Hiervoor hebben zich niet gericht naar uiterst links, maar naar de traditionele partijen van de linkerzijde. De logica van dit politiek proces ontsnapt volledig aan uiterst links. Voor hen zijn de socialisten en de communisten allemaal 'burgerlijke partijen'. Voor hen is links en rechts hetzelfde. Daarom heeft uiterst links geen stemadvies uitgebracht voor de tweede ronde van deze verkiezingen!

Vandaag moet de linkerzijde onmiddellijk nieuwe parlementsverkiezingen eisen. Chirac en Raffarin hebben niet de minste legitimiteit in de ogen van de meerderheid van de bevolking. Onze kameraden van La Riposte in Frankrijk pleiten nu voor een beweging om de rechtse regering uit het zadel te lichten en voor de verkiezing van een echt links, antikapitalistisch en socialistisch programma voor de linkse partijen.