We herpubliceren hier een artikel geschreven naar aanleiding van de dertigste verjaardag van Mei 68: De jongerenrevolte die bijna een revolutie werd. Het kan opnieuw gebeuren!

In het Engels kunt u ook een artikel van Alan Woods lezen: The French Revolution of May 1968 Deel 1Deel 1 en Deel 2Deel 2.


Het jaar 1968. In de VS wordt op 4 april Martin Luther King vermoord. Twee maand nadien is senator Robert F. Kennedy, kanshebber voor het presidentschap, hetzelfde lot beschoren. Het is het jaar van de Praagse lente, het Tet-offensief in Viëtnam. Nixon wint de presidentsverkiezingen. De wereldeconomie draait op volle toeren. Het jaar voordien werd de GATT (vrijhandelsakkoord) ondertekend. Maar voor velen blijft 1968 het jaar waarin Frankrijk op zijn kop stond. Hoewel velen in de eerste plaats denken aan "studenten" wanneer ze Mei ’68 horen, lag de sleutel voor maatschappelijke verandering in handen van de arbeidersbeweging. In de "World Almanac and book of facts 1997" lezen we: "studenten staken het vuur aan de lont van een nationale staking waarin tien miljoen arbeiders betrokken waren in mei-juni 1968, maar een reactionaire verkiezingsoverwinning blokkeerde de weg naar revolutionaire verandering."

Het Frankrijk van 1968 was op een punt gekomen waarop niets meer zou zijn zoals het voorheen was. Frankrijk kende 700.000 werklozen, wat een naoorlogs record was. Het aantal studenten was voortdurend gestegen, van 123.000 in ‘46 naar 514.000 in ‘68, maar nooit was hun toekomst zo onzeker geweest. De werkloosheid had vooral de jongeren getroffen, zowat de helft van de werklozen was onder 25. Ondanks jaren van economische groei waren de problemen van de arbeidersklasse verre van opgelost. De best betaalde lagen van de arbeidersklasse gingen erop vooruit. Maar voor velen veranderde er niets: 6 miljoen mensen leefden onder de armoede-grens, 1,5 miljoen ongeschoolde arbeiders en landarbeiders kregen een loon van 400 Ffr. of lager. De 40-urenweek die voor de oorlog was ingevoerd lag zwaar onder vuur en in werkelijkheid bedroeg een gemiddelde werkweek in de praktijk al 45 u. De waarheid is dat de sterke economische groei van na de oorlog geheel en al op de rug van de arbeidersklasse gerealiseerd was.

Studenten zetten de toon

Nadat een kleine extreem-linkse groep de ruiten van de gebouwen van enkele Amerikaanse bedrijven deed ontploffen arresteert de politie zes leden van het nationaal Vietnamcomité. Als protest hiertegen wordt op 22 maart te Nanterre, waar een universiteit gevestigd is, een betoging georganiseerd. Na afloop van deze manifestatie bezetten de studenten het administratief gebouw. De cursussen worden tot 1april opgeschort. Op vrijdag 3 mei protesteren enkele honderden studenten op de binnenplaats van de Sorbonne, de universiteit in het centrum van Parijs. De rector roept de politie ter hulp om de binnenplaats te ontruimen. Verscheidene studentenorganisaties zullen in de dagen die daarop volgen betogen in de buurt van de Sorbonne. Telkens weer worden deze betogingen door de politie op hardhandige wijze uit elkaar geslagen.

Op 10 mei komt het tot een hoogtepunt wanneer een betoging van 15.000 studenten in het Quartier Latin door de politie wordt aangepakt. De betogers beginnen barricades op te werpen. De studenten weigeren zich terug te trekken zolang hun belangrijkste eisen, de heropening van de universiteiten en de vrijlating van alle gevangen genomen studenten, niet ingewilligd worden. Urenlang wordt er door de politie gechargeerd, zonder veel resultaat. Overleg tussen studentenleiders en overheid loopt op niets uit. De strijd rond het Quartier Latin woedt voort tot 5u30 tot de studentenleiders via de radio het bevel geven zich te verspreiden. De politie heeft bijzonder brutaal opgetreden: er is een bijzonder giftig gas gebruikt tegen de betogers, een medewerker van het rode kruis is geslagen, de politie achtervolgt studenten tot in privé-woningen en richt daarbij enorme schade aan. Op het einde van de nacht zijn er 367 gewonden, 460 gevangen en 188 vernielde wagens. De verontwaardiging is enorm en premier Pompidou die terugkomt uit Afghanistan kan niet anders dan beloven dat de Sorbonne weer zal opengaan en de gevangen genomen studenten zullen worden vrijgelaten.

Arbeiders nemen over

De vakbonden roepen op 13 mei een staking uit. Op de manifestatie die dag zijn één miljoen arbeiders en studenten aanwezig. Het aantal stakingen en bedrijfsbezettingen stijgt. Renault-Billancourt (Frankrijks grootste fabriek) , de spoorwegen, televisie, openbaar vervoer en andere openbare diensten gaan plat, de metaalindustrie volgt. De staking groeit steeds aan, op het hoogtepunt zijn tien miljoen arbeiders in staking. De stakers en studenten beginnen zich in comités te verenigen. In feite ontstaat er een situatie van dubbele macht. Door de massale creatie van comités in de werkplaatsen, fabrieken en universiteiten heeft de arbeidersklasse rechtstreeks het bestuur in deze plaatsen overgenomen. De zaken lopen zo uit de hand dat President De Gaulle naar Duitsland afreist om met de leiding van de daar gelegen Franse troepen te overleggen wat ze zullen doen indien de revolutie slaagt.

Zowat alle factoren voor een geslaagde revolutie zijn aanwezig, op één na. Wat ontbreekt is een partij die de massa’s naar de overwinning kan leiden. De Franse communistische partij (PCB), die op dit moment de grootste arbeiderspartij van Frankrijk is, schildert vanaf de eerste dag de studentenprotesten af als een beweging van herrieschoppers en anarchisten. Aan de top van de PCF leefden al lang geen revolutionaire ideeën meer. In de verkiezingen van ´65 had een eenheidslijst van socialisten en communisten bijna de overwinning gehaald en de leiding van de PCF was er van overtuigd dat wanneer ze deze strategie aanhield ze de volgende verkiezingen zou winnen.  Ze doet er dan ook alles aan om via haar vakbond CGT alles terug binnen de grenzen van de parlementaire democratie en het overleg te krijgen. Er start een overleg tussen vakbonden, patronaat en regering. Op 27 mei komen ze naar buiten met een voorstel, dat koeltjes wordt ontvangen.

Als uiteindelijk blijkt dat de vakbonden slechts de helft van de stakingsdagen willen uitbetalen wordt het finaal verworpen. De Gaulle heeft inmiddels in de gaten gekregen dat noch communisten, noch socialisten de beweging willen leiden en besluit dat het tijd is om terug te slaan. Hij roept op tot een pro-Gaullistische betoging op 30 mei en slaagt er in enkele honderdduizenden bij elkaar te krijgen. Op deze dag verklaart hij in zijn toespraak de Nationale vergadering te zullen ontbinden en verkiezingen uit te schrijven. De moedeloosheid onder de arbeiders neemt toe en langzaam maar zeker brokkelt de staking af.

Verkiezingen

De verkiezingen van 23 en 30 juni zorgen voor een op het eerste zicht verbijsterende uitslag: van de 486 verkozenen zijn er 353 Gaulllisten en onafhankelijke republikeinen, de communisten verliezen 39 zetels en de linkse federatie (socialisten) verliest er 60. Hoe kunnen we dit verklaren? Het lijkt wel heel vreemd dat een president die een maand eerder nog door de massa’s buitenspel was gezet nu plots een klinkende verkiezingsoverwinning behaalt.

In werkelijkheid hoeft ons dat niet te verbazen. De arbeiders die in grote getale waren actief geweest in de meibeweging waren ontgoocheld door de houding van hun partijen, de socialisten en communisten , met als gevolg dat velen onder hen niet waren gaan stemmen. De rechterzijde daarentegen had alle reden om massaal te gaan stemmen, zij voelde zich immers bedreigd door de meigebeurtenissen. De middenklasse die in mei nog achter de studenten en arbeiders had gestaan was ook ontgoocheld in het resultaat van de beweging en had nu voor De Gaulle en diens hervormingen gestemd. De reformisten en stalinisten die de beweging terug binnen de grenzen van de bourgeois-democratie hadden gebracht, werden zo door de massa’s afgestraft voor hun verraad...

Kan het opnieuw gebeuren?

Er zijn belangrijke paralellen tussen vandaag en de situatie 35 jaar geleden, niet alleen in Frankrijk, maar in heel Europa. De economische groei van het laatste decennium loopt ten einde en de crisis in Zuidoost Azië en Japan kondigt nieuwe rampspoed aan. Europa gaat gebukt onder een torenhoge werkloosheid, waarvan de jongeren vaak het eerste slachtoffer zijn. De beweging tegen het plan Juppé twee jaar geleden had op verschillende plaatsten trouwens grotere proporties aangenomen dan in 1968. Dit, evenals gebeurtenissen als de Witte Mars in België of de miljoenenbetogingen tegen het ETA-geweld in Spanje zijn voorbodes van een veranderende situatie. Geblokkeerd door hun politieke en syndicale leiders zullen arbeiders en studenten vroeg of laat opnieuw massaal in beweging komen om hun lot in eigen handen te nemen. We moeten echter niet wachten tot zulks gebeurt, maar ons vandaag politiek en organisatorisch voorbereiden om te vermijden dat de massale energie van de massa’s opnieuw verkwanseld wordt door opportunistische leiders, die hun geloof in maatschappelijke verandering al lang geleden hebben opgegeven.

 

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken