Het maken van een scherpe steen in de prehistorie, het componeren van muziek in de Renaissance of het maken van een film vandaag. Het is allemaal kunst en cultuur. Maar hoe wordt die bepaald? Marxisten beschouwen de materiële, objectieve voorwaarden van een maatschappij als doorslaggevend voor de kunst en cultuur die erin wordt geproduceerd. Cultuur kan niet los gezien worden van de levensomstandigheden en de posities die mensen in een samenleving bekleden.

Kunst gaat terug tot de eerste figuratieve creaties: de grotschilderingen. Deze ontstonden op een punt dat de huidige mens, Homo Sapiens, zich definitief begon te onderscheiden van andere menselijke soorten. Sapiens werd gekenmerkt door complex gedrag zoals taal en het maken van werktuigen. Deze mogelijkheid tot verandering is wat de mens zo evolutionair succesvol maakte. Omdat natuur traag evolueert, is cultuur dan ook de beste manier om de eigen soort vooruit te duwen. Algemene kennis kan via cultuur doorgegeven worden aan de volgende generaties en creëert zo denkkaders. De grotschilderingen verbeelden dan ook precies dat: de mogelijkheid. Onze voorouders beelden voornamelijk dieren af, omdat dit de wezens zijn die ze wensten te controleren. Kunst ontstaat uit productieve activiteit, binnen de condities van een bepaalde maatschappij.

Kunst en klasse

Naarmate de samenleving verandert, zullen nieuwe uitingen van cultuur ontstaan .De neolithische revolutie, waar sapiens aan landbouw begon te doen, veranderde de materiële condities diepgaander dan eender welke andere gebeurtenis in de menselijke geschiedenis. De mens vestigde zich voor het eerst op één plek. Landbouw is afhankelijk van land(bezit), wat zorgde voor de ontwikkeling van een klassenmaatschappij. Een groep landeigenaars voert controle uit over landbewerkers (frequent slaven). Met de ontwikkeling van privébezit, kwam ook non-bezit en exclusie. Omdat de samenleving verdeeld raakte in afgescheiden klassen, met andere belangen, leidde dit tot andere ideologieën om deze belangen te verdedigen. Dit veranderde kunst en cultuur grondig. Je hebt dan enerzijds de elitecultuur: kunst als uiting van georganiseerde staten. Waar pharaohs zichzelf verheffen door graftombes te bouwen. Waar priesters zich toeleggen op wiskunde, astronomie, filosofie, … Deze menselijke kennis wordt gecreëerd omdat sommigen zich kunnen onttrekken aan de arbeid. Zoals Aristoteles schreef: enkel als men vrij is van de basisnoden, kan men filosoferen.

Omdat een groep mensen systematisch materieel worden uitgesloten in een klassenmaatschappij, wordt deze groep ook intellectueel en artistiek uitgesloten. De tempels uit de Oudheid werden door slaven gebouwd, maar door de heersende klasse gebruikt. De koning krijgt een overschot graan van zijn lijfeigenen en de kapitalist onttrekt het surplus dat zijn werknemers produceren. De cultuur van de heersende klasse is meestal statisch en op eigenbehoud, het behoud van de sociale orde, gericht. In de middeleeuwen betreft dit bijvoorbeeld de religieuze kunst. Voor de massa's, ontstaat er commerciële kunst, als een kleinste gemene deler die gericht is op directe gratificatie en winst voor de elites. Dit houdt het volk in een zekere staat van tevredenheid zodat ze de bestaande orde niet in vraag stellen. Bij de Romeinen was dit brood en spelen, nu is het soap en afgevlakte, commerciële muziek.

Kunst en kapitalisme

Grof gezegd, kan er gesteld worden dat nieuwe samenlevingen in bloei een directe, vrije en verfrissende kunst voortbrengen. Zoals de Renaissance in Italië en de Gouden Eeuw in Nederland. Deze ontstonden na kapitalistische revoluties die een maatschappelijke omwenteling met zich meebrachten. De basis voor deze nieuwe kunst was een nieuwe consumerende klasse. In het geval van het kapitalisme: de rijke handelsman met muren die moeten gevuld worden. In de 17de eeuw, ontstond zo ook de kunstkamer. Kamers in de huizen van de rijke burgerij die gevuld waren met kunst. Trotsky noemde dit concentratiekampen voor de kunst: plekken waar kunst opgesloten is en alle vrijheid ontnomen worden.

Kapitaal is dan ook de onzichtbare dictator in deze maatschappij. Slavenarbeid en monarchieën zijn verworpen, maar ook in het heden is er een heersende cultuur en een onderdrukte cultuur. Omdat de kapitalistische klasse de grootste invloed heeft op scholen, universiteiten, kerken, advertenties, etc… voert ze een ijzeren dictatorschap uit achter een dun democratisch masker. Kunst wordt zo een nietszeggend koopwaar dat dient om winst te maken. Volgens de regels van de markt, als het voorwerp van speculatie. Voor de kapitalistische klasse is kunst evenzeer een middel tot productie voor winst. Schilderijen, origineel gemaakt door vernieuwende kunstenaars die frequent een armoedig bestaan geleid hebben, zijn vandaag miljoenen waard. Enkel en alleen door de speculatie op kunst door met elkaar concurrerend kapitaal.

Voor een socialistische kunst

In een degeneratieve staat van het kapitalisme kan kunst niet vrij zijn, maar moet het precies het status quo en de heersende cultuur in stand houden. Denk bijvoorbeeld aan het enge kunstbeeld dat autoritaire natiestaten hun volk opleggen. Er is één 'goede' kunst en al het andere is niet waardevol, niet schoon of 'entartet'. Kunst van bovenaf voor repressie. Zo wordt een nauwe definitie van cultuur opgelegd die de heel diverse werkende klasse verdeelt en benauwde patronen meegeeft. Kunst en cultuur vormen het collectief geheugen van een maatschappij. Als je dat controleert, controleer je ook de maatschappij zelf. Echte kunst veronderstelt een zekere mogelijkheid. Daarom pleiten wij voor een socialistische revolutie. Revoluties zijn net die plekken van mogelijkheid. Waar de bestaande regels in rook opgaan en een nieuwe maatschappij geboren wordt. In de jaren ‘60 stelde de kunstwereld zich ook deze vragen, waarna verschillende revolutionaire kunstvormen het levenslicht zagen. Ze vertoonden een ontevredenheid met wat is. Een vrije kunst betekent een vrije maatschappij. De mogelijkheid tot een betere maatschappij. Waar welvaart iedereen toekomt en iedereen het nodige surplus heeft om vrij te zijn van zijn onmiddellijke materiële noden en zijn/haar creatieve energie ten volle kan gebruiken. Dat is de strijd die Marxisten voeren. Voor een vrije maatschappij zonder klassen met een kunst die vrij is voor iedereen.

Voor een meer gedetailleerde bespreking van dit onderwerp, zie https://www.marxist.com/art-class-struggle.htm of https://www.marxist.com/marxism-art-trotsky.htm

Tijdschrift Vonk

Afbeelding kan het volgende bevatten: 4 mensen, lachende mensen

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken