Toen in april de bezetting van Irak begon benadrukten we dat de taak om het land te bezetten voor de imperialistische legers niet zo makkelijk zou zijn als het winnen van de oorlog. De Amerikaanse defensiesecretaris, Paul Wolfowitz, heeft net een kort bezoek aan Irak beëindigd. Dit was een deel van de public relations stunt van het Witte Huis. Jammer genoeg voor Wolfowitz is zijn poging om de situatie in Irak rooskleurig af te schilderen brutaal verstoord door het neerschieten van een Amerikaanse Black Hawk helikopter. Het aantal aanvallen op het Amerikaanse leger neemt toe, het bedraagt nu al een gemiddelde van twee dozijn per dag!

Wolfowitz zou graag hebben dat de Iraakse bevolking gelooft dat het Amerikaanse leger er is om hen te helpen. Een studie door een Iraaks centrum voor onderzoek en strategische studies heeft echter recent bekend gemaakt dat 67 procent van de Iraakse bevolking de Amerikaanse en Britse strijdkrachten beschouwt als bezetters. Dit is twintig procent meer dan toen Saddam Hoesseins regime ten val werd gebracht. Met het verstrijken van de tijd worden de zaken dus erger voor de imperialisten. De mensen in Irak hebben elke illusie verloren die sommigen van hen hadden in het vroege stadium van de Amerikaanse bezetting. Nu zien ze welke belangen de Amerikaanse en Britse troepen echt verdedigen.

Het is niet enkel een kwestie van gewapende weerstand die elke dag groeit. Er is ook een groeiend gevoel van woede onder de gewone Iraakse arbeiders, wat zich begint te uiten in stakingsacties. De klassenstrijd van de Iraakse arbeiders en werklozen begint op gang te komen. En toch krijgt dit soort van verzet amper aandacht in de westerse media. De reden is duidelijk: ze willen de mensen hier in het Westen doen geloven dat de Irakezen een hoop onbeschaafde barbaren of moslimfundamentalisten zijn, die ver verwijderd zijn van onze ‘gecultiveerde’ en ‘beschaafde’ wereld. Wat zij willen dat wij geloven is dat wat er aan het gebeuren is , niet een oorlog is tussen onderdrukker en onderdrukte, maar een ‘botsing van beschavingen’, één waarin wij verondersteld worden meer te neigen naar de kant van onze eigen heersers tegen zogenaamde ‘vreemde culturen’. Niets is nochtans minder waar. Irak is een geïndustrialiseerd land waar arbeiders, in het bijzonder in de oliesector, een sleutelrol spelen. En zoals arbeiders van alle landen reageren ze wanneer hun vitale belangen op het spel staan.

In de laatste weken hebben er heel wat betogingen en stakingen plaatsgevonden. De werklozen hebben massabijeenkomsten en betogingen gehouden in Bagdad en Basra. Op 1 oktober hebben werkloze arbeiders die al de loze beloften beu waren, in Basra het raadsgebouw aangevallen en getracht het te veroveren. De gouverneur en een aantal leden van het stadsbestuur, dat hoofdzakelijk bestaat uit islamitische groepen, vluchtten uit het gebouw. De politie begon toen willekeurig te schieten om de betogers weg te jagen.

Begin oktober is er melding gemaakt van een eendagsstaking in een van de grootste Iraakse olieraffinaderijen in Basra, hoewel het onduidelijk is wat de afloop ervan was. In de Daura olieraffinaderij in Bagdad hebben er drie stakingen plaatsgevonden in twee weken tijd. De directeur van de raffinaderij, Dathar Khashab, legde uit hoe hij omging met de syndicale acties: “Ik wou dat ik de protesten op een vredevolle manier had kunnen oplossen maar, wel…we kunnen geen productieonderbrekingen meer hebben. Meer productieonderbrekingen zouden het land kwaad doen.”

Dit meedogenloze voormalige lid van de Ba’ath partij en nu enthousiast supporter van de bezetters, heeft aan een freelance journalist (die deel uitmaakte van een delegatie voor controle op de bezetting van US Labour Against the War) veel bekend gemaakt over de houding van de nieuwe machthebbers . Hij legde hem uit: “Privatisering [van Iraks olie-industrie] is goed omdat het de arbeiders in angst houdt. Het houdt arbeiders in angst voor hun werk. Elke arbeider hier weet dat ik zijn leven controleer. Als ik hem ontsla, ruïneer ik zijn leven en het leven van zijn familie.” Dit zijn het soort managers waar de Amerikaans-Britse bourgeoisie van houdt. De val van Saddam Hoessein was voor de Iraakse arbeiders zoals het vallen van een braadpan in het vuur.

In 1987 voerde de Ba’ath een wet in die stakingen verbood en ook officieel het bestaan van Iraakse arbeiders wegveegde. Ze werden allemaal ‘ambtenaren’. Het is geen toeval dat de voorlopige autoriteit bedachtzaam heeft beslist deze wet niet af te schaffen. Het lijkt erop dat niet alle wetten van Saddam slecht waren... Het bewijst ook dat de visie van Saddams regime en die van de Amerikaans-Britse imperialisten dezelfde waren en zijn wanneer het neerkomt op omgaan met de arbeidersklasse. Dus dankzij Saddam hebben Bremer en Co. het gevoel dat ze mogen doen wat ze willen met de Iraakse arbeiders .

De werkomstandigheden van de meerderheid van de Iraakse arbeiders zijn schrikbarend. Dezelfde freelance journalist bezocht Nahrawahn, vlakbij Bagdad, een complex van 150 fabrieken die 15.000 arbeiders in dienst hebben. Dagelijks worden er duizenden bakstenen geproduceerd. De mannen, vrouwen én kinderen die daar tewerkgesteld zijn werken 14 uur per dag voor 1,50 euro of 60 cent voor kinderarbeid. Natuurlijk is er geen gezondheidszorg, geen vakantiegeld, geen veiligheidsregels en geen medische zorg voor verwondingen. De reporter toonde echter aan dat alle arbeiders een grens hebben waar zij niet voorbij kunnen. Wanneer ze deze grens bereiken, hebben ze geen ander alternatief dan terug te vechten.

“Op zaterdag 11 oktober beslisten 75 procent van de werkkrachten 'genoeg is genoeg' en begonnen te staken. Drie à vierhonderd arbeiders stapten naar het bureau van de eigenaar en eisten sociale zekerheid, pensioenen, medische faciliteiten voor verzorging, contracten en loonopslag. De eigenaar had er geen idee van dat er een vakbond gevormd was en zei hen: 'Goed, staak maar, ik zal jullie ontslaan en anderen zullen jullie werk overnemen.' De arbeiders reageerden door naar huis te gaan, brachten hun geweren mee en vormden spontaan een gewapende stakingspost (piket). Bewapend met machinegeweren en kalashnikovs bewaakten de arbeiders hun fabriek en verdedigden hun staking tegen vernieling door stakingsbrekers. De eigenaar, overweldigd, gaf uiteindelijk een opslag van 500 dinars (25 c) en ging na onderhandelingen akkoord zich te bekommeren om sociale en gezondheidsvoordelen. De staking werd overal beschouwd als een groot succes. De gesyndiceerde arbeiders, versterkt door hun zege, hebben ideeën over het verbeteren van hun omstandigheden en over het in toom houden van de eigenaars. 'De vakbond moet de olie in de ovens controleren. Dan zal de fabriekseigenaar ons gehoorzamen', zegt Tharan (een van de arbeiders die geïnterviewd werd).”

Deze episode is enkel een voorsmaakje van de muziek die we gaan horen in Irak in de toekomst. Zelfs in de extreem moeilijke situatie van Irak komen de arbeiders op voor zichzelf. De botsingen tussen bazen en arbeiders zal nog vaak een brutaal karakter aannemen. Dit is te wijten aan de aard van de bezetting door de imperialisten en aan de onbeschaamdheid van de nationale en buitenlandse bourgeoisie. Dat is waarom zelfverdedigingscomités op stakingsposten absoluut noodzakelijk zijn. De arbeiders in de hierboven beschreven episode begrepen dit duidelijk toen zij hun wapens gingen halen. Toch moeten we begrijpen dat wapens en geweren altijd slechts een hulpmiddel zijn bij de georganiseerde strijd van de werkende klasse. Het is massa-actie die altijd beslissend is. De arbeiders in het voorbeeld wonnen eerst en vooral omdat ze vastberaden en verenigd waren, en de kwestie van wapens was secundair (hoewel duidelijk belangrijk). Vanuit puur militair standpunt kon het Amerikaanse leger hen verbrijzelen wanneer ze wilden. Wat ze niet konden was de stemming van solidariteit onder de arbeiders en hun vastberadenheid vernietigen.

De werkende klasse, samen met de werklozen en de arme boeren, vormen de overweldigende meerderheid van de Iraakse bevolking. Georganiseerd in een revolutionaire partij kunnen ze een bezettingsleger verslaan. Dit is zeker het geval wanneer de Amerikaanse soldaten niet gelukkig zijn in Irak. Volgens een onderzoek van de krant 'Stars and Stripes' klaagt al één derde van de responderende soldaten dat hun missie een duidelijke definitie mist en karakteriseren ze de oorlog in Irak als van geen of weinig waarde. Veertig procent zei dat de jobs die ze doen weinig of niets te maken hebben met hun training. Een totaal van 49 procent van de ondervraagden zei dat het “hoogst onwaarschijnlijk” of “onwaarschijnlijk” is dat ze in het leger zullen blijven na het afronden van hun verplichtingen. (The Washington Post, 19/10/2003)

Wanneer de situatie verslechtert, zullen de arbeiders van Irak onvermijdelijk het pad van de klassenstrijd nemen, met stakingen en bedrijfsbezettingen, algemene stakingen en massabetogingen. Zo’n massabeweging zou een diep effect hebben op de ontevreden Amerikaanse soldaten. Het zal hen overduidelijk maken dat wat ze in Irak aan het doen zijn niet ‘het bevrijden van de mensen’ is, maar het onderdrukken van hun Iraakse broeders en zusters uit de werkende klasse. Een massabeweging van de Iraakse werkende klasse zou ook de mist van het islamitisch fundamentalisme doen optrekken die gebruikt wordt om de arbeiders te onderdrukken. Zo’n beweging zou aanzien worden door alle arbeiders en jongeren van het Midden-Oosten als een baken van hoop.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken