De opkomst van de moderne arbeidersbeweging in het laatste decennium van de 19de eeuw en de periode voor de Eerste Wereldoorlog vormde een uitdaging voor het religieuze establishment. De Kerk schaarde zich aan de zijde van de uitbuiters en stelde zich diametraal tegenover het socialisme en de arbeidersbeweging. Om te voorkomen dat socialistische ideeën zich doorheen de arbeidersklasse zouden verspreiden, trachtte de Kerk de arbeidersbeweging te splitsen door aparte katholieke vakbonden, vrouwen- en jeugdorganisaties op te richten om te concurreren met de organisaties van de sociaal-democratie. In feite kopieerde de Kerk gewoon de organisatorische methodes van de sociaal-democratie.

Paus Leo XIII onderlijnde de vijandigheid van het Vaticaan tegenover het socialisme in zijn Encycliek over arbeid: “De socialisten, die zich richten op de afgunst van de arme tegenover de rijke, willen het privé-eigendom vernietigen en beweren dat persoonlijke eigendom de gemeenschappelijke eigendom van iedereen moet worden. Ze zijn nadrukkelijk onrechtvaardig, omdat ze de wettelijke bezitter willen beroven. (…) Als iemand zijn kracht of bedrijvigheid aan iemand anders verhuurt, dan doet hij dit om in ruil zijn levensvoorzieningen te krijgen, met de intentie om een echt recht te verkrijgen. Het gaat immers niet alleen om zijn loon, maar ook om zijn vrije beschikking over dit loon. Investeert hij in land, dan is dit loon enkel zijn loon in een andere vorm. (…)”

“Het is precies uit deze kracht van beschikking dat het bezit bestaat, of het nu een kwestie van land of andere eigendom is. Socialisten (…) gaan in tegen de vrijheid van elke loontrekkende, omdat ze hem beroven van zijn recht om vrij over zijn loon te beschikken. Elke man heeft, door de wet van de natuur, het recht om eigendom te bezitten. (…)”

“Het moet zijn recht zijn om dingen te bezitten, niet alleen voor tijdelijk gebruik, niet alleen zaken die verslijten door hun gebruik, maar ook zaken wiens nut permanent en stabiel is.”

“ (…) De mens was er voor de staat, en zijn natuurlijke rechten gaan voor op die van de staat. (…) Als een man de slimmigheid van zijn geest en de kracht van zijn lichaam gebruikt om de vruchten van de natuur te verwerven, dan maakt hij die plek van de natuur die hij bewerkt, de plek waarop hij de stempel van zijn persoonlijkheid drukt tot de zijne. Het is niet meer dan rechtvaardig dat deze plek van hem is, vrij van inbreuken van buitenaf (…)”

Paus Leo XIII schreef ook: “De christen-democratie moet gebaseerd zijn op de principes van het Heilig Geloof in haar wens om het lot van de massa’s te verbeteren, aangezien haar aard christelijk is. Daarom is rechtvaardigheid heilig voor de christen-democratie. Zij moet ervoor zorgen dat het recht van het verwerven en bezitten van eigendom niet betwist wordt, en zij moet het onderscheid en de verschillen die onmisbaar zijn in elke gemeenschap bewaren. Het is daarom duidelijk dat er geen overeenkomsten zijn tussen christen- en sociaal-democratie. Ze verschillen zoveel van elkaar als de sekte van het socialisme verschilt van de Kerk van Christus.”

James Connolly, de grote Ierse marxist en revolutionaire martelaar wiens vele polemieken tegen de katholieke Kerk klassieke stellingen van het socialisme blijven, gaf de volgende kritieken: “Beeld je een priester in die het grootgrondbezit verdedigt (…), en de Paus zegt dat ‘de man die een veld doorheen de winter en lente heeft bewerkt, het recht heeft om de oogst voor zich te houden, die hij heeft verkregen.’ Moet dit een argument tegen het socialisme voorstellen? Socialisten willen zeker het recht niet afnemen van iemand om ‘te houden wat hij heeft verdiend’; maar ze houden juist nadrukkelijk vol dat zo iemand, een boer of een arbeider, niet gedwongen mag worden om het grootste deel of ook maar een deel af te staan van ‘hetgeen hij verdiend heeft’ aan een klasse die niet werkt, maar die hun greep op het eigendom van de natie in stand houden door brute kracht, intimidatie en fraude.” (Parafrasering van: J. Connolly, Selected Writings, pp. 78-9)

Op 21 september 1958 schreef Paus Pius XII: “De verscheidenheid aan klassen komt ten volle overeen met de ontwerpen van de Schepper.” Dit betekent dat de Kerk de klassenmaatschappij ziet als vast, eeuwig en van goddelijke oorsprong. Vergelijk dit met wat St. Clementius (cf. supra) schreef: “Het gebruik van alle zaken die in deze wereld bestaan, moeten gemeenschappelijk voor alle mensen zijn. Alleen de grootste ongelijkheid maakt dat de een tegen de ander zegt: ‘Dit is van mij en dat is van jou.’ Dit is de oorsprong van twist tussen de mensen.”

De positie van Pius XII is net dezelfde als wat in de oude Anglicaanse hymne ‘All Things Bright and Beautiful’ verwoord wordt. Deze hymne bevat de beruchte passage:

“The rich man in his castle, the poor man at his gate: He [God] made the high and lowly and ordered their Estate.” (“De rijke in zijn kasteel, de arme aan zijn poort: Hij [God] maakte de hoge en lage in rang, en regelde hun stand.”)

Dit is een typisch voorbeeld van de houding van de Kerk gedurende eeuwen: een openlijke verdediging van de status-quo en de verdeling van de samenleving in klassen. Door de groei van de arbeidersbeweging en haar neiging naar het socialisme, werd de Kerk gedwongen om haar houding te veranderen. Paus Johannes Paulus XXIII – de intelligentste paus van de 20ste eeuw – nam een progressievere houding aan. De huidige paus keerde echter terug naar het conservatisme van de 19de eeuw.

De Kerk vandaag

“Ontkracht elke minuut van jullie praktische leven dan niet jullie theorie? Beschouwen jullie het als verkeerd om een beroep te doen op de rechtbanken wanneer jullie zijn bedrogen? Maar de apostel schrijft dat dit verkeerd is. Bieden jullie je rechterwang aan wanneer jullie op de linker zijn geslagen of starten jullie een proces wegens gewelddadigheden? Het evangelie verbiedt dit echter. (…) Handelen niet de meeste van jullie processen en de burgerlijke wetten over eigendom? Maar jullie is verteld dat jullie schat niet van deze wereld is.” (Marx and Engels, On Religion, p. 35)

De activiteiten van de Kerk in de moderne samenleving zijn gebaseerd op de meest flagrante contradicties en hypocrisie, iets waar Marx in bovenstaande passage op wees. De revolutionaire tradities van het vroege christendom staan in geen enkel verband meer met de huidige situatie. Sinds de 4de eeuw na Christus, toen de christelijke beweging werd overgenomen door de staat en in een instrument van de verdrukkers werd veranderd, heeft de Kerk altijd aan de zijde van de rijken en de machtigen gestaan, tegenover de armen. Vandaag zijn de grote kerkgemeenschappen buitengewoon rijke instellingen, nauw verbonden met de ‘big business’ en de staat, van wie ze grote sommen geld toegestopt krijgen, zowel in islamitische als christelijke landen.

In Spanje werd de katholieke Kerk tot voor kort gesubsidieerd met het belastingsgeld van alle burgers, of ze nu religieus waren of niet. Het Spaanse volk werd hierover nooit geraadpleegd. De Spaanse Kerk is nochtans rijk genoeg aan land, gebouwen en bankrekeningen. Hetzelfde geldt voor andere landen waar de Kerk een overeenkomst heeft gesloten met de staat, die hen in een geprivilegieerde en lucratieve positie brengt. Ongeacht wat iemand denkt over religie, een dergelijke situatie is een ontoelaatbare schending van de democratie. Zelfs nu de Spaanse belastingbetalers het recht verworven hebben om te kiezen of hun geld al dan niet naar de Kerk gaat, dan heeft de Kerk nog steeds een geprivilegieerde positie en krijgt zij makkelijker toegang tot openbare fondsen.

In de Middeleeuwen had de katholieke Kerk de woeker (het lenen van geld aan intrest) gebrandmerkt als een doodzonde, nu bezit het Vaticaan een grote bank en is het in het bezit van enorme rijkdommen en macht. De Kerk van Engeland is een van de grootste landeigenaars in Groot-Brittannië. Deze situatie bestaat bijna overal. Dit fenomeen is natuurlijk niet beperkt tot de christelijke godsdienst. Ook de Koran verbiedt woeker, maar in alle zogenaamde islamitische landen bestaan grote banken in handen van moslims. Men probeert dit wel op allerlei manieren te verbergen, maar de woekerpraktijken zijn precies hetzelfde.

Op politiek gebied hebben de Kerken systematisch de krachten van de reactie gesteund. In de jaren ’30 zegenden katholieke bisschoppen de legers van Franco in hun campagne om de Spaanse arbeiders en boeren te verpletteren. De Spaanse fascistische pers publiceerde regelmatig foto’s van kerkvorsten die de fascistische groet brachten. Paus Pius XII steunde stilzwijgend Hitler en Mussolini. Hij zweeg over de miljoenen die werden uitgeroeid in de kampen van de nazi’s. Sterker nog, ondanks de zogenaamde neutraliteit van het Vaticaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn haar nazi-sympathieën goed gedocumenteerd. G. Lewy schrijft hierover:

“Van in het begin tot op het einde van Hitlers heerschappij, maanden de bisschoppen onvermoeid de gelovigen aan zijn regering te aanvaarden als de legitieme autoriteit aan wie ze gehoorzaamheid verschuldigd waren (…) Na de mislukte poging tot moord op Hitler in München op 8 november 1939, zonden Kardinaal Bertram, in naam van het Duitse bisdom, en Kardinaal Faulhader, in naam van de Beierse bisschoppen, telegrammen naar Hitler om hem te feliciteren dat hij de aanslag overleefd had. De katholieke pers in geheel Duitsland onderwierp zich aan de instructies van de Reichspresskammer en sprak over de miraculeuze werking van de voorzienigheid die de Führer had beschermd.” (G. Lewy, The Catholic Church and Nazi Germany, NY, 1965, p.310-11)

Saul Friedhandler stelt: “De Duitse documenten tonen een opmerkelijke overeenkomst op twee vlakken. Enerzijds had het Pontificaat een voorkeur voor Duitsland die niet verminderde door de aard van het nazi-regime en die niet werd afgewezen tot 1944. Anderzijds vreesde Pius XII boven alles een ‘bolsjewisering’ van Europa en het lijkt erop dat hij hoopte dat het Duitsland van Hitler, eenmaal verzoend met de westerse geallieerden, de belangrijkste buffer zou worden tegen de Sovjetunie.” (Saul Friedhandler, Pius XII and the Third Reich, A Documentation, NY, 1958, p. 236)

In de geschiedenis van de ideeën en theorieën heeft de Kerk altijd een uiterst reactionaire rol gespeeld. Galileo Galilei werd gedwongen zijn ideeën te verwerpen onder bedreiging met foltering door de Inquisitie. Giordano Bruno werd op de brandstapel gezet. Charles Darwin werd genadeloos gehoond door het religieuze establishment in Engeland omdat hij het aandurfde het aanvaarde idee dat God de wereld in zes dagen geschapen had, in vraag te stellen.

Tot op de dag van vandaag ligt de evolutietheorie onder vuur van de religieuze rechterzijde in de Verenigde Staten. Deze religieuze rechterzijde wil dat het eerste boek van Genesis in Amerikaanse scholen onderwezen wordt, in plaats van de evolutietheorie. In de VS is de religieuze rechterzijde een sterk gesponsorde beweging in dienst van de reactie. Enkele jaren geleden schonk Nelson Bunker Hunt, de oliemagnaat uit Texas, meer dan 10 miljoen dollar aan een fonds met een vermogen van 1 miljard dollar van de ‘Campus Crusade for Christ’. De ‘Christian Freedom Foundation’, een ‘opvoedkundige lobbygroep’, wordt gesponsord door J. Howard Pew, de oprichter van de ‘Sun Oil Company’. Zo zijn er nog talloze voorbeelden die de nauwe samenwerking tussen de religieuze rechterzijde en de ‘big business’ aantonen. Deze rijke zakenmensen investeren dergelijke grote sommen niet voor niets. Religie wordt hier uitdrukkelijk gebruikt als het wapen van de reactie.

De creationistische beweging in de Verenigde Staten wordt gedragen door miljoenen mensen en wordt, ongelooflijk maar waar, geleid door wetenschappers, waaronder enkele genetici. Dit is een duidelijke uitdrukking van de intellectuele gevolgen van het verval van het kapitalisme. Het is een goed voorbeeld van de dialectische contradicties die het menselijk bewustzijn beheersen. In het technologisch meest geavanceerde land van de wereld zijn de geesten van miljoenen mensen verzonken in de laagste barbarij. Hun bewustzijn is niet veel hoger dan dat van de mensen in vroegere tijden, die krijgsgevangen offerden aan de goden, die zich geselden voor afgodsbeelden en heksen tot de brandstapel veroordeelden. Mocht de creationistische beweging slagen in haar opzet, dan zouden we terug in de Middeleeuwen gekatapulteerd worden.

Op het gebied van sociale rechten, en vooral dan op het vlak van de vrouwenrechten, heeft de Rooms-katholieke Kerk altijd al een uiterst reactionaire rol gespeeld. De Kerk ontzegt nog steeds het recht van vrouwen over hun eigen lichaam, het recht om te scheiden, het recht op geboortebeperking en abortus. De huidige paus, Karol Wojtyla, heeft een uitgesproken mening over deze kwesties. Het voortdurende verzet van de Kerk tegen kunstmatige vormen van geboortebeperking is desastreus wat betreft AIDS. Een enquête die in 1999 werd gehouden door Amerikaanse katholieken, toonde echter dat 80 procent van niet-geestelijken en 50 procent van de priesters kunstmatige geboortebeperking goedkeuren. Bovendien bleek uit een onderzoek van de Universiteit van Maryland dat twee derden van de katholieke gelovigen eerder hun geweten zouden volgen dan de mening van de paus, indien deze verschilden. Gelijkaardige cijfers kunnen aangehaald worden met betrekking tot andere ontwikkelde landen.

Op politiek vlak is de huidige paus een uitgesproken reactionair en een vijand van het marxisme en het socialisme. Hij werd aan de macht geholpen door Opus Dei, de beruchte katholieke maffia die een stevige greep heeft op het politieke leven in Italië, Spanje en andere landen.