Ook voor mensen die hem niet persoonlijk gekend hebben blijft de figuur van Robert Dussart, elf jaar na zijn dood, een referentiepunt voor het Waalse syndicalisme. Antonio Cocciolo, voorzitter van ABVV-Charleroi en Zuid-Henegouwen vertelt in het voorwoord van de biografie die Adrian Thomas over hem schreef: 

“Tijdens syndicale vergaderingen komt van oudere kameraden veel de verzuchting: met Dussart zou het niet waar geweest zijn! We moeten doen wat Dussart altijd deed: de leiding van de vakbond het vuur aan de schenen leggen, zodat ze wel moeten in actie komen! Altijd vriendelijk en vastberaden, maar met resultaat!”. 

Als een arbeider vandaag niest in de fabriek, is morgen iedereen in Charleroi verkouden!

De biografie die Adrian Thomas, geschiedkundige met als specialisatie de arbeidersstrijd, schreef toont duidelijk aan hoezeer de geschiedenis van de fabriek ACEC (Ateliers de Constructions Electriques de Charleroi) verweven is met die van de stad Charleroi, met de opkomst van de industrialisatie, de arbeidersconcentratie in de grote industrie en het succes van de Communistische Partij.

De auteur maakte gebruik van de persoonlijke aantekeningen van Robert Dussart, kreeg toegang tot acht archieven, werd in zijn werk bijgestaan door een comité van vakbondsverantwoordelijken en historici en kon vrijuit praten met de tientallen militanten die het pad van Robert ooit gekruist hebben.

Het is een zeer degelijk naslagwerk geworden, met vele originele foto’s. Het boek is in vier delen opgebouwd: eerst wordt de jeugd van Robert behandeld, hoe hij tot zijn communistische overtuiging kwam. In 1932 gaan de mijnwerkers in staking tegen loonsverlaging. De Belgische Werklieden Partij organiseert tegen de stakers in een verzoening met de patroons. Tweeduizend teleurgestelde mijnwerkers sluiten zich bij de nieuwe partij aan: de KPB (communistische partij Belgie) Zijn vader spreekt zijn steun uit voor de mijnwerkers en wordt uit de BWP gezet. Robert is op de speelplaats het mikpunt van de kinderen van de vroegere kameraden en wordt voor “zoon van een verrader” uitgescholden. In deel twee passeren de vele stakingen die hij leidde de revue, de positieve en negatieve gevolgen van zijn lidmaatschap van de KBP. Deel drie behandelt zijn verkiezing tot senator, de succesvolle combinatie van zijn vakbonds- en politieke werk. Deel vier bespreekt de veranderende samenleving en het verwoestende effect dat de val van de muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie had op de communistische militanten.

Robert Dussart wordt door alle gesprekspartners omschreven als een zeer gedreven man, die goed op de hoogte was van de sociaaleconomische omstandigheden. Hij had een juiste kijk op de krachtsverhoudingen die op dat moment speelden en stond steeds pal achter de arbeiders van ACEC. Hij kon zich een grote autonomie bevechten zowel binnen de vakbond als binnen de communistische partij, wat hem de mogelijkheid bood zich nooit sectair op te stellen.

Strijdsyndicalisme volgens Robert Dussart: combattief en autonoom.

Toen Robert lid werd van de KBP in 1951 verliep de partijopbouw nog via fabriekscellen. De communistische partij wilde de arbeidersklasse organiseren, ze beschouwden hun partij niet als een verkiezingsmachine maar als de ideologische uitdrukking van het proletariaat als klasse. Het is in de fabrieken dat de arbeidersklasse zich bewust wordt van haar macht als klasse, ondanks zichzelf. De partij moet die kracht organiseren en ze integreren in hun rangen.

Robert Dussart was daar de geknipte persoon voor. Hij ontwikkelt een geheel eigen stijl. Als vakbondsafgevaardigde van ACEC houdt hij steeds de vinger op de pols: hij weet als geen ander wat er leeft bij de arbeiders. Hij maakt vlug komaf met de ambigue houding die veel vakbondsafgevaardigden zich tegenover de patroon aanmeten: duidelijkheid voor alles: de patroon en hij zijn tegenstanders, geen potentiële bondgenoten. Zijn redenaarstalent maakt hem al gauw bekend, hij kan ook goed schrijven. Binnen ACEC wordt het communistische tijdschrift Dynamo verspreid, waarin hij zijn ideeën op een briljante manier uiteenzet. Tegen 1957 is hij de werkelijke leider van het ABVV en van de KPB geworden in ACEC, Charleroi. Hij wacht nooit op het fiat van de vakbondsleiding om in staking te gaan. Zowel bij de staking van 1960-’61, als in 1979 bij de staking voor de 36-uren week, wanneer de leiding blijft talmen, laat hij de arbeiders in een algemene vergadering zelf over de actie beslissen.

Vakbondswerk is volgens hem niet abstract propaganda voeren. Het is proberen, om door middel van het samenspel van arbeiders en vakbondsafgevaardigden, doelen te bereiken. Ook al is de uitdaging soms enorm, je moet er altijd voor gaan. Zijn boodschap is dat je met de arbeiders moet praten, hen overtuigen, de doelstellingen moet bepalen en verduidelijken, moet weten waar je moet toeslaan, hen doen begrijpen hoe ver je moet gaan. Als mensen het begrepen hebben dan zijn ze klaar om in actie te gaan. Wijze woorden en een opsteker voor elke syndikalist die vandaag, ondanks alles, tegen de stroom in blijft gaan. Het boek is jammer genoeg enkel in het Frans verkrijgbaar. Waar wacht de ABVV-studiedienst op om het te vertalen? 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Adrian Thomas "Robert Dussart, une histoire ouvrière des Acec de Charleroi >> éditions Aden 2021