Om de huidige crisis in Spanje en Catalonië te begrijpen, moeten we even onze Belgische/Vlaamse bril afzetten. Er worden te gemakkelijk oppervlakkige vergelijkingen gemaakt met het Vlaanderen van de N-VA en het Vlaams Belang waardoor een rechtse en ondemocratische inhoud wordt gegeven aan de beweging in Catalonië. Op die manier laten we de kwestie van Catalonië in rechtse handen en blijft de N-VA aan zet.

 

Wanneer er over Catalonië gepraat wordt, verwijst men zelden naar het Spaanse nationalisme, dat historisch verstrengeld is met rechts en uiterst rechts, de zeer conservatieve Kerk, het leger en de veertig jaar lange dictatuur. Dit nationalisme is springlevend, agressief en wraakzuchtig. Het Spaanse nationalisme van de burgerij heeft steeds de nationale verzuchtingen van andere volkeren en naties, zowel binnen de grenzen van Spanje als erbuiten (bv. Latijns-Amerika), onder de duim gehouden.

 

We kunnen dus niet zomaar een (is)gelijkheidsteken tussen het nationalisme van de onderdrukker (het Spaanse nationalisme vertegenwoordigd door de Partido Popular, Ciudadanos en de sociaaldemocratische PSOE) en dat van de onderdrukte natie (het Catalaans nationalisme) zetten. Een deel van de linkerzijde in Spanje (Izquierda Unida en Podemos) of in België (de PVDA) doen dat wel. Beide nationalismen zouden ‘even erg ‘zijn en moeten op gelijke afstand worden gehouden… Nochtans ‘is er in elk burgerlijk nationalisme van een onderdrukte natie een algemene democratische inhoud aanwezig en deze inhoud steunen wij onvoorwaardelijk’ merkte Lenin ooit op. Dit is vandaag van toepassing op Catalonië.

 

Natuurlijk staan we voor de grootst mogelijke eenheid van de arbeidersklasse in Spanje, over de nationale- en taalgrenzen heen, maar dat heeft op zich niets te maken met de ‘eenheid van Spanje’. De huidige ‘eenheid ‘ van Spanje is die van een onderdrukkende natie over onderdrukte volkeren. De eenheid van Spanje die wij voor ogen hebben, kan enkel vrijwillig zijn. Daarom verdedigde Lenin het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, inclusief het recht zich af te scheiden. Hij zag het anderzijds ook niet als een absolute noodzaak. Een vrijwillige en democratische federatie van alle volkeren had zijn voorkeur. In de jaren ’30 schreef Leon Trotski (samen met Lenin leider van de Russische revolutie van 1917) het volgende over het nationalisme in Catalonië. Ondanks de veranderde historische context blijft zijn commentaar actueel;

 

‘Op geen enkel ogenblik mag men uit het oog verliezen dat heel Spanje en Catalonië, als deel van dit land, niet geregeerd worden door Catalaanse nationaal-democraten, maar door Spaanse burgerlijke imperialisten, in bondgenootschap met de grote landeigenaars, de oude bureaucraten en generaals, en met de steun van de nationaal-socialisten. Heel dit broederschap is akkoord om enerzijds de slavernij van de oude kolonies te behouden en anderzijds ook zoveel mogelijk de bureaucratische centralisatie van de metropool te verzekeren. Met andere woorden willen ze de onderwerping van de Catalanen, de Basken en andere nationaliteiten aan de Spaanse burgerij.

 

In de huidige fase, rekening houdend met de bestaande klassenverhoudingen, is het Catalaans nationalisme een revolutionaire en progressieve factor. Het Spaans nationalisme is een reactionaire en imperialistische factor. De Spaanse communist die dit onderscheid niet begrijpt, doet alsof het niet bestaat, het wil verbergen of probeert het belang ervan te minimaliseren, loopt het risico in de kaart te spelen van het Spaanse nationalisme. Hij is dan voor altijd verloren voor de zaak van de proletarische revolutie.

 

Kleinburgerlijke nationale illusies vormen een ernstig gevaar omdat ze het Spaanse proletariaat opdelen in nationale groepen. De Spaanse communisten kunnen dit slechts op één manier bestrijden: door onverbiddelijk het geweld aan te klagen van de burgerij van de onderdrukkende natie en op die manier het vertrouwen te winnen van het proletariaat van de onderdrukte naties. Elke andere politiek komt neer op steun aan het reactionaire nationalisme van de imperialistische burgerij die meester is van het land, tegen het revolutionair-democratische nationalisme van de kleinburgerij van de onderdrukte natie’ (mei 1931).

 

Nationalisme van de rijken?

 

Sommigen beweren dat de drang naar zelfbeschikking van Catalonië de uitdrukking is van rijke egoïsten die niet solidair willen zijn met de rest van Spanje, in het bijzonder met de armere regio’s zoals Andalusië. Er bestaat inderdaad wel zo een nationalisme, maar dat is niet de overheersende stroming. De Catalaanse burgerij, haar organisaties en haar belangrijkste personaliteiten, hebben zich overduidelijk TEGEN de onafhankelijkheid uitgesproken en handelen er ook naar. Sinds het referendum heeft deze burgerij ook de daad bij het woord gevoegd door de hoofdzetels van meer dan duizend bedrijven (30 procent van het regionale bbp) te delokaliseren uit Catalonië. De president van de Catalaanse regering, Carles Puidgemont en zijn partij PDeCAT zijn echter wel burgerlijk in die zin dat zij voorstanders zijn van het kapitalisme. Toch zitten ze niet op dezelfde lijn als hun broodheren, de Catalaanse bedrijfswereld. Het nationalisme van PDeCAT is een manier om toegevingen (bevoegdheden en geld) te bekomen van de centrale regering in hun voordeel. Ook is het een middel om hun politieke hachje te redden nadat ze de laatste jaren enorm aan politiek krediet hebben verloren. Dit is te wijten aan de corruptie in hun rangen, het soberheidsbeleid en repressie tegen het sociaal protest, zoals dat van de Indignados. In de huidige situatie zijn er echter krachten ontketend waarover ze geen controle meer hebben. De doos van Pandora van de nationale en sociale frustraties is geopend. Het uit zich in massabetogingen, acties van burgerlijke ongehoorzaamheid en stakingen. Het gaat nu om een massale opwelling van onderuit voor zelfbeschikking gecombineerd met de wil een eind te maken aan het rechtse soberheidsbeleid en het regime van 1978. De massa-acties van 20 september (omsingeling van de regeringsgebouwen om de Guardia Civil te beletten ze te verlaten), de meer dan 2 miljoen mensen die zijn gaan stemmen tijdens een ‘illegaal’ referendum en de staking op 3 oktober, hadden een opstandig karakter. De burgerlijke legaliteit werd op grote schaal uitgedaagd, een kenmerk van een revolutionair moment.

 

De dominante beweging in de straten van Catalonië geeft uiting aan diepe democratische verzuchting tegen een rechtse regering en een staatsapparaat dat stelselmatig de bestaande autonomie met de voeten treedt, democratische vrijheden beknot en het recht op zelfbeschikking negeert. De laatste jaren ondervinden de Catalanen opeenvolgende (kleine en minder kleine) pesterijen en vernederingen door ‘het regime van 1978’ (zie verder voor meer uitleg). Alles samen zorgt dit voor een gevoel van een gekrenkte nationale en culturele eigenheid.

 

Waarom steunen zoveel mensen een onafhankelijk Catalonië?

 

Het Catalaanse parlement heeft doorheen de jaren een reeks wetten gestemd (een 65 tal) die na klachten van de PP (Partido Popular) allemaal nietig werden verklaard door het Grondwettelijk Hof. Al deze wetten hebben een progressief karakter (tegen de uitzettingen uit woonsten, tegen de energie-armoede, voor een maximumhuurprijs enz.)

 

De Catalaanse ‘grondwet’ van 2010 (Estatut genaamd) stelde bijvoorbeeld in de inleidende toelichting dat Catalonië een ’natie’ is (daar waar de Spaanse grondwet het over een ‘nationaliteit’ heeft). Ook dit werd nietig verklaard door het Grondwettelijk Hof.

 

Verder zijn er een reeks incidenten waarbij mensen door de nationale (Spaanse) politie geïnterpelleerd werden omdat ze Catalaans met hen praatten…

 

Maar nog veel belangrijker was de hoop op een politieke ommekeer en grondige verandering in heel het land ten gevolge van de nationale parlementaire verkiezingen van 2015 en 2016. De economische crisis heeft Catalonië bijzonder sterk getroffen. Het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel had bijzonder harde gevolgen voor de 7,5 miljoen Catalanen. Hun regio kende het hoogste aantal huisuitzettingen omdat eigenaars hun lening niet meer konden betalen. Van 2010 tot 2015 werden de begrotingen voor gezondheid, huisvesting en onderwijs beknot met 15 procent.

 

‘Er is geen andere regio in Spanje waar de bezuinigingen zo brutaal zijn geweest’, vatte journalist en Spanjekenner Martin Caparrós samen in de New York Times.

 

Niet toevallig stemde in Catalonië met de Spaanse verkiezingen tot twee keer toe een meerderheid voor links, t.t.z. voor de ECP (een bondgenootschap van de partij van de burgemeester van Barcelona Ada Colao, Podemos en ICV). De frustratie was dus groot toen de rechtste Spaanse minderheidsregering bestaande uit PP en Ciudadanos in het zadel bleef. De enige weg die de Catalanen nu zien om zich te bevrijden van ‘het regime van 1978’ is onafhankelijkheid.

 

Met het referendum van 1 oktober hebben de Catalanen eerst en vooral een democratische verzuchting uitgedrukt en een stem uitgebracht voor een republiek tegen de Monarchie. Zonder het initiatief van de Comités de Defensa del Referendum (CDR), in de talrijke wijken ontstaan als uitdrukking van zelforganisatie, zou het referendum nooit zo’n succes geweest zijn.

 

42 Procent van de bevolking nam deel aan het referendum. Negentig percent van de kiezers stemden ‘SI’. Dat is een duidelijke stem voor onafhankelijkheid. Om dit resultaat om te keren, zou een deelname van bijna 80 procent nodig zijn en dan zou elke bijkomende stem ook nog voor het ‘NO’ kamp moeten zijn. Zoiets is zeer onwaarschijnlijk. Opvallend is dat deze keer ook vrij veel kiezers in wijken waar veel Spaanse migranten leven, ‘Si’ hebben gestemd. Dat is uitermate progressief. Brandweerlui en dokwerkers in Barcelona en Tarragona waren sterk vertegenwoordigd in pro-‘SI’ straatmobilisaties. Indien dit echt een beweging van rijke en egoïstische Catalanen is, waarom komen er dan de laatste weken in heel Spanje vakbonden, linkse organisaties etc. op straat uit solidariteit? Waarom nam de volksvertegenwoordiger Diego Canamero en leider van de arme landarbeiders uit Andalusië dan deel aan de ‘Si’-campagne in Catalonië? Waarom steunt de Sindicato Andaluz de Trabajadores (die vooral de arme landarbeiders organiseert) dan het zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen?

 

De grondwet van 1978

 

De grondwet van 1978 erkent een referendum i.v.m. zelfbeschikkingsrecht niet. Zo een referendum is niet wettelijk. Daar is een goede (eigenlijk een slechte) reden voor. Deze grondwet organiseert de zogenaamde overgang van de dictatuur van Franco naar een BEPERKTE burgerlijke parlementaire democratie. De grondwet bevat dus, net zoals het rechtstelsel, nog wetten die doorslagjes zijn van degenen die golden onder de Franco dictatuur. De laatste jaren worden deze restanten uit de fascistische dictatuur van Franco steeds massaler in vraag gesteld. De belangrijkste kenmerken van die archaïsche grondwet zijn;

 

Het Koningshuis, dat met behulp van een fascistische militaire opstand en een lange bloedige burgeroorlog is opgelegd, wordt behouden.

 

Spanje blijft een eenheidsstaat, één en onverdeelbaar. Het leger staat garant voor de eenheid van het land (artikel 8 van de grondwet). Als je weet dat van oudsher een reactionair, autoritair, Spaans nationalisme de plak zwaait over volkeren en naties (zoals de Basken, de Andalusiërs, de Galiciërs, de Catalanen) die samen de de Spaanse staat vormen, begrijp je pas de echte betekenis van deze grondwet. Het staat voor de ontkenning van een historische eis van de linkerzijde in Spanje, voor het recht op zelfbeschikking van de volkeren (dit vindt je onder andere terug in het programma van de PSOE in de jaren ’70 en met de verkiezingen van 1982).

 

Alle verantwoordelijken voor 40 jaar misdaden, folteringen, repressie, moord, gevangenname enz. tijdens de dictatuur kregen amnestie. Velen onder hen behielden hun plaats, functie en privilegies in het staatsapparaat en het bedrijfsleven, zelfs tot op de dag van vandaag. Het staatsapparaat werd met andere woorden nooit ofte nimmer gezuiverd van de aanhangers van de Generalissimo Franco. Wat het staatsapparaat betreft is er meer continuïteit met het Franco tijdperk dan dat er sprake kan zijn van een echte breuk. Amnesty International in Spanje voert zo bijvoorbeeld al jaren campagne tegen deze amnestiewet. Deze wet plaatst de slachtoffers van 40 jaar repressie en hun beulen op gelijke voet. In 1977 kreeg iedereen amnestie.

 

Voor een socialistisch Catalonië, als startschot voor de Iberische revolutie

 

Dit regime van 1978 loopt op zijn laatste benen. In heel Spanje wordt het in vraag gesteld, vooral door jongeren. De Indignado beweging droeg een grondige contestatie van deze instellingen in zich. Vandaag zien we dat in Catalonië opnieuw.

 

De linkerzijde in Vlaanderen en België doet er dus goed aan de democratische strijd van de Catalanen voor een onafhankelijke republiek te steunen als stap naar een federale republiek in heel Spanje. Het is een breekijzer waarmee de greep van de rechterzijde over de regering en de staat kan gestopt worden. Tijdens de burgeroorlog (1936-39) kon men op de muren van Madrid lezen: ‘Madrid sera la tumba del fascismo’ ( Madrid wordt het graf van het fascisme). In navolging daarvan kan men vandaag zeggen: de Catalaanse republiek wordt het graf van het regime van 1978. Het kan ook uitgroeien tot het startsein van de revolutie in heel Spanje, de zogenaamde Iberische revolutie. Als marxisten geven wij natuurlijk een sociale, t.t.z. een antikapitalistische en socialistische invulling aan een republiek. De enige manier waarop een Catalaanse republiek ooit het licht zal zien is aan de hand van revolutionaire middelen. De bange, aarzelende en laffe leiders van het burgerlijke ‘Catalanisme’ zijn daar niet tegen opgewassen. Sinds 1 oktober zijn ze blijven proberen de daadwerkelijke onafhankelijkheid uit te stellen of ze naar een een zijspoor af te leiden.

 

Elke consequente democraat reageert daarom best met afgrijzen op de toepassing van artikel 155 van de grondwet dat in essentie een ‘grondwettelijke’ staatsgreep tegen Catalonië rechtvaardigt. De regio wordt nu op vraag van de regering in Madrid onder curatele geplaatst van de Spaanse senaat. In die senaat heeft de Partido Popular de absolute meerderheid, maar in Catalonië haalde deze rechtste formatie slechts 8,5 procent van de stemmen. De partijen die in Catalonië de curatele steunen, vertegenwoordigen 32 procent van de bevolking. Deze cijfers spreken voor zich. De Catalaanse jeugd kwam op woensdag 26 oktober weer massaal op straat op initiatief van het Platform voor de Republiek. Het was opvallend dat naast een zee van Catalaanse ‘Esteladas’ (de nationale vlag) ook veel rode en Spaans republikeinse vlaggen mee wapperden in de betogingen. De jongeren hebben hun vertrouwen in de burgerlijke leiders van de Catalaanse regering in grote mate verloren. Op plaatsen zoals de Catalaanse overheidsomroep organiseert men reeds het verzet tegen de voogdij van de centrale regering. Dit moet zich verder uitbreiden, zeker nu het Catalaanse parlement op vrijdag 27 oktober de onafhankelijke, soevereine, democratische en sociale Catalaanse staat heeft afgekondigd. Een algemene staking, tegen de toepassing van artikel 155, is een zeer goed middel om de repressie van de Spaanse staat te verlammen. De Comités de Defensa del Referendum (CDR) hebben zich nu ook op nationaal vlak georganiseerd en werden tot stand gebracht om in de volgende weken samen met de linkse vakbonden en anti-kapitalistische partijen zoals de CUP, Podem (de Catalaanse tak van Podemos) en Comu een sleutelrol te spelen. In de rest van Spanje doen Podemos en Izquierda Unida er best aan om massabetogingen te organiseren tegen de coup van Madrid, voor de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen de Monarchie. Op deze manier kan Catalonië de nagel aan de doodskist van het regime van 1978 worden!