Met de zogenaamde ‘militarisering’ die veel EU-landen het voorbije jaar hebben ingezet, onder invloed van de propaganda rond een vermeende Russische invasie en doordat de Verenigde Staten minder interesse tonen in de ondersteuning van Europa, leek het me interessant om een getuigenis te brengen over wat ik heb meegemaakt in een modern Europees leger. Ik denk dat zo’n getuigenis nuttige inzichten kan bieden aan veel jongeren die vandaag geconfronteerd worden met militaire rekruteringscampagnes en nog twijfelen of ze zich al dan niet moeten aanmelden. Hoewel ik niet in het Belgische leger heb gediend, zijn er veel gelijkenissen tussen de Zweedse en Belgische staten na de Tweede Wereldoorlog, waaronder de relatief kleine omvang van hun legers.
In 2017 voerde Zweden opnieuw de dienstplicht in, grotendeels om het aantal reservisten op te trekken dat nodig was om aan de minimale NAVO-criteria te voldoen. De plannen om tot de NAVO toe te treden bestonden dus al lang vóór een eventuele Russische invasie van Oekraïne. Die invasie vormde eenvoudigweg een gunstige gelegenheid voor de burgerlijke staat om het NAVO-lidmaatschap officieel door te drukken, ondanks de afwezigheid van een referendum, waar nochtans veel vraag naar was.
In 2023 werd ik opgeroepen voor militaire dienst in Zweden, en op dat moment stond ik daar eerder positief tegenover. Gedurende een groot deel van mijn leven had ik oudere generaties horen vertellen dat militaire dienst de maatstaf was van een echte man. Achteraf denk ik zelfs dat ik me vooral heb laten oproepen om mijn vader tevreden te stellen. Voor de meeste dienstplichtigen die ik dat jaar ontmoette, lag het verhaal gelijkaardig. In grote delen van de Zweedse arbeidersklasse wordt het vervullen van de dienstplicht, of “lumpen” zoals men het noemt, beschouwd als een ereteken. Dat heeft veel te maken met het feit dat militaire dienst tijdens de Koude Oorlog verplicht was voor alle mannen.
Ook toen al was ik tegen offensieve oorlogen, maar ik vond het belangrijk om mijn naasten te verdedigen in geval van een defensieve oorlog. Daarom weigerde ik een andere functie dan die van hospik, omdat die geacht worden geen mensen kwaad te doen (ook al heb ik sindsdien geleerd dat ze daar wel degelijk aan bijdragen). Bovendien krijgen hospikken een opleiding tot zorgkundige, wat me nuttig leek om later werk te vinden. Ik werd ingedeeld bij het zevende Zweedse pantserregiment, in een ambulance-eenheid.
Ondanks de vele nuttige ervaringen die ik in het leger heb opgedaan, ben ik er vandaag van overtuigd dat ik er alles aan had moeten doen om eraan te ontsnappen. Daarom zal ik de militaire dienst opsplitsen in enkele fundamentele aspecten.
Ten eerste is het vooral een propagandamachine. Met andere woorden: een school van burgerlijke onderdanigheid. Ik ben tot het inzicht gekomen dat een groot deel van de mensen die er rondlopen zodanig diep anticommunistisch geïndoctrineerd zijn, dat ze waarschijnlijk zonder aarzelen op een stakende menigte zouden schieten als ze dat bevel kregen. Je wordt voortdurend bestookt met ideeën die volledig vreemd zijn aan de arbeidersklasse. Zelfs het woord “solidariteit” wordt met wantrouwen bekeken als een vorm van “socialistische onzin”. Ik gebruikte het ooit om te pleiten voor meer onderlinge hulp bij een taak. De aanwezige officier wees me onmiddellijk terecht.
Het meest frappante voorbeeld, dat velen die hun dienstplicht in Zweden hebben vervuld zullen herkennen, is wat men de “gevangenentest” noemt. Die verschilt van jaar tot jaar afhankelijk van de officieren die hem organiseren, maar het principe blijft hetzelfde. Je krijgt een zak over je hoofd, je handen worden vastgebonden en je wordt urenlang gedwongen naar het refrein van een vertaling van Der Heimliche Aufmarsch te luisteren, onder de titel Arbetarbröder. Sommigen vertellen dat ze er meer dan twaalf uur naar moesten luisteren, rechtstaand en zonder te bewegen. Dit alles om een vermeende Russische invasie na te bootsen. Maar zelfs als zo’n invasie ooit zou plaatsvinden: wat heeft een strijdlied van de arbeidersbeweging, dat oproept tot de eenheid van het proletariaat in een partij, daarmee te maken? Dat is een vraag die het waard is om over na te denken.
Ten tweede zijn er ook positieve aspecten. Zoals Trotski uitlegde, kunnen we de ervaringen die men opdoet in het leger beschouwen zoals we dat doen met het algemene onderwijssysteem: als een middel om kennis te verwerven die nuttig kan zijn voor revolutionaire communisten. Leren omgaan met wapens is op zich niet slecht, ook al dienen die wapens onmiskenbaar imperialistische doeleinden. Een opleiding tot hospik is evenmin slecht en kan nuttig zijn om werk te vinden. Veel militaire opleidingen hebben dat voordeel. Zo werk ik vandaag in een functie op het niveau van zorgkundige die ik enkel dankzij mijn militaire opleiding heb kunnen verkrijgen.
Begrijpen hoe het leger georganiseerd is en hoe het in werkelijkheid functioneert, kun je alleen leren door er deel van uit te maken. En ik kan zonder enige twijfel zeggen dat de toestand van het Zweedse leger erbarmelijk is. Zeer weinig werkt naar behoren. Onze leuze was geworden: “haast je om te wachten”. Officieren hamerden voortdurend op de urgentie waarmee wij onze taken moesten uitvoeren, terwijl de commandoketen ons regelmatig uren, soms zelfs dagen, liet wachten tot andere schakels hun werk deden.
Ten slotte is het leger een echte broeihaard van macho-cultuur. Vanuit mijn ervaring, als man die zich moeilijk thuis voelt in zo’n omgeving, kan ik zeggen dat je wordt gemarginaliseerd als je niet beantwoordt aan het beeld van de grote gespierde man. Oudere generaties praten vaak nostalgisch over de kameraadschap die tijdens de dienstplicht ontstond. Sommigen hebben dat misschien meegemaakt, maar meestal is het niet zoals je vader het je heeft voorgesteld. Het is waarschijnlijker dat je een kamer deelt met tien mannen die elkaar haten, voortdurend concurreren, elkaar onbekwaam vinden en tegelijk geobsedeerd zijn door hun eigen tekortkomingen. Het is een ongelooflijk giftige sfeer.
Vrouwen worden toegelaten in het Zweedse leger en krijgen zelfs vaker dan mannen functies als onderofficier. Dat lost echter niets op aan de patriarchale problemen die inherent zijn aan het huidige militaire systeem. Toen ik er was, kregen we zelfs een verplichte opleiding tegen machogedrag, die de officieren waarschijnlijk al vergeten waren zodra de PowerPointpresentatie voorbij was. De omstandigheden in het leger brengen vandaag nauwelijks iets anders voort dan wedstrijden in mannelijkheid.
Op dit punt zouden enkele zaken duidelijk moeten zijn. Het belangrijkste is wellicht dat een volledig jaar in het Zweedse leger op veel vlakken de moeite niet waard was. Hoewel ik een degelijke opleiding kreeg, had die in werkelijkheid minder waarde dan wanneer ik dezelfde opleiding via de burgerlijke weg had gevolgd, wat eveneens een jaar duurt. Ik beschik namelijk slechts over een beperkte paramedische kwalificatie, wat mijn kansen op de arbeidsmarkt beperkt. Via het gewone onderwijs zou dat niet het geval zijn geweest. En hoewel ik interessante mensen heb leren kennen, zitten de meesten vandaag zo diep gevangen in burgerlijke propaganda dat er veel inspanningen nodig zullen zijn om hen opnieuw aan de zijde van hun broeders en zusters uit de arbeidersklasse te krijgen.
Ben ik tenminste in goede fysieke conditie geraakt dankzij mijn militaire dienst? Dat klopt. En dat is waarschijnlijk het enige volledig positieve dat ik eraan heb overgehouden. Misschien ook een zekere discipline.
Toch kan ik deze ervaring niet aanbevelen aan Belgische jongeren. Als je nog twijfelt, hoop ik dat deze getuigenis je zal helpen om een keuze te maken. Doe het niet. Ik zou je eerder aanraden om je aan te sluiten bij een lokale afdeling van de OCR. En als die er niet is, vraag dan enkele kameraden om er een op te richten. De ervaring die ik als revolutionair communist heb opgedaan gedurende dezelfde periode als mijn tijd in het leger is tien keer waardevoller geweest. Bestudeer het marxisme! Organiseer je! Vernietig samen het kapitalisme en het imperialisme in plaats van je erbij aan te sluiten!
