HomeTheorieGeschiedenisBoekbespreking: ‘Uitroeien die beesten!’

Boekbespreking: ‘Uitroeien die beesten!’

In 1899 schreef Joseph Conrad Hart van duisternis, een roman over koloniaal geweld. Eén zin uit het boek, ‘Uitroeien die beesten!’, maakte een blijvende indruk op   de Zweedse auteur Sven Lindqvist. In 1996, bijna honderd jaar later, publiceerde hij zijn eigen boek met die zin als titel. Daarin schreef hij over de Europese kolonisatie en de daarmee gepaard gaande uitroeiing van niet-Europese volkeren. 

Genocide

Het woord genocide werd in 1944 uitgevonden door de Pools-Joodse linguïst en jurist Raphael Lemkin. Het is een samenvoegsel van het Griekse ‘genos’ (volk, ras, stam…) en het Latijnse ‘caedere’ (moord of doden). Een genocide is dus de vernietiging en uitroeiing van bepaalde bevolkingsgroepen. De context is duidelijk: de massavernietiging van de Joden door de nazi’s. Sinds 1948 is genocide ook een internationaal misdrijf. 

Het uitroeien en vernietigen van volledige volkeren zijn praktijken die ouder zijn dan het woord genocide. In zijn boek toont Sven Lindqvist aan dat Europeanen dergelijke praktijken tijdens hun koloniale verleden wereldwijd hebben toegepast. Er bestaat nog steeds een historisch debat over welke koloniale misdaden als genocide kunnen worden aangemerkt en welke niet, maar Lindqvist betoogt dat deze Europese praktijken het ideologische en morele fundament hebben gelegd voor de Holocaust. 

Uitroeiing: een banaal idee

Herbert Spencer, een Britse liberale filosoof, schreef in 1850 dat het imperialisme de beschaving gediend had door de inferieure rassen van de aarde te verwijderen:

“De krachten die werken aan het grote plan van volmaakt geluk, zonder rekening te houden met bijkomend lijden, roeien die delen van de mensheid uit die hun in de weg staan … of het nu om mens of beest gaat, de hindernis moet worden verwijderd.”

Een andere filosoof, ditmaal uit Duitsland, Eduard von Hartmann, schreef het volgende:

“Net zoals men de hond wiens staart moet worden afgezet geen dienst bewijst door die geleidelijk, centimeter voor centimeter, af te snijden, zo schuilt er ook weinig menselijkheid in het kunstmatig verlengen van de doodsstrijd van wilden die op de rand van uitsterven staan.”

Sven Lindqvist vertelt dat deze schrijfsels in de 19de eeuw platitudes waren: ze waren alomtegenwoordig en werden niet als schokkend ervaren. Spencer en Hartmann, zegt Lindqvist, waren geen onmensen; hun Europa was dat.

Europa domineert: het idee van rassenhiërarchie

In de 19de eeuw heerste Europa over de wereld. De kolonisatie had haar hoogtepunt bereikt en de Europese heersende klasse vergaarde ongeziene rijkdommen. Het Europese systeem berustte op de uitbuiting van niet-Europese volkeren; kolonisatie was een economische noodzaak. Om deze belangen te vrijwaren deinsden de kolonisatoren voor weinig terug; de uitroeiing van volledige volkeren was hiervan een gevolg.  

Sven Lindqvist stelt dat pas tegen het einde van de achttiende eeuw, toen Europeanen goed op weg waren de wereld te veroveren, het idee van een rassenhiërarchie werkelijk wortel schoot. Hij verwoordt dit als volgt:

“De uitgeroeide volkeren waren gekleurd, de uitroeiers wit. Het leek vanzelfsprekend dat er een soort raciale natuurwet aan het werk was en dat de uitroeiing van niet-Europeanen eenvoudigweg een fase vormde in de natuurlijke ontwikkeling van de wereld. Het feit dat de inheemsen stierven, gold als bewijs dat zij tot een lager ras behoorden.”

De auteur hanteert een materiële visie op de geschiedenis; net als Marx stelt hij dat het bewustzijn van mensen wordt bepaald door de materiële omstandigheden waarin zij leven. De Europese dominantie over de wereld vertaalde zich in een gevoel van raciale superioriteit; een koloniale maatschappij creëert immers een koloniale gedachtegang. De bovenvermelde geschriften van Spencer en Hartmann vormen hiervan een duidelijk voorbeeld.

Het Britse imperialisme en Winston Churchill

Het Britse rijk overspande verschillende continenten; hoewel ook andere Europese mogendheden zich aan koloniale gruweldaden schuldig maakten, schrijft Sven Lindqvist uitvoerig over Britse koloniale oorlogen en het geweld dat daarmee gepaard ging. Een Britse onderdaan die als oorlogscorrespondent door het Britse Rijk reisde en verslag uitbracht van deze koloniale oorlogen was de jonge Winston Churchill. Aan de hand van Churchills geschriften, waaruit Lindqvist uitvoerig citeert, leren we meer over zijn ideeën als jonge man. Kolonisatie stelt hij voor als een groot avontuur: een manier om zich te vermaken en heldendaden te verrichten, alles voor de eer van het Britse Rijk. De gekoloniseerden worden daarbij beschouwd als minderwaardig, als leden van een inferieur ras.

De nazi’s en de Holocaust

In de inleiding van het boek betoogt Lindqvist dat Europa’s vernietiging van ‘inferieure rassen’ de basis legde voor Hitlers genocide. Hij schrijft het volgende:

“De Europese wereldexpansie, die gepaard ging met een schaamteloze verdediging van uitroeiing, creëerde denkgewoonten en politieke precedenten die de weg vrijmaakten voor nieuwe misdaden, uiteindelijk culminerend in de meest gruwelijke van allemaal: de Holocaust.” 

De rest van zijn boek is een poging om dit te bewijzen. Volgens mij is hij hierin geslaagd, en dat is de reden waarom ik dit boek ook aanraad. Ook de driedelige HBO documentairereeks van Raoul Peck, gebaseerd op het boek van Sven Lindqvist, is zeker een aanrader! 

Auteur