Afgelopen vrijdag vond in ons lokaal te Antwerpen een
bijeenkomst plaats met als onderwerp de huidige toestand in Pakistan. Gastspreker
was Lal Khan van The Struggle, onze
zusterorganisatie in Pakistan.
Afgelopen vrijdag vond in ons lokaal te Antwerpen een
bijeenkomst plaats met als onderwerp de huidige toestand in Pakistan. Gastspreker
was Lal Khan van The Struggle, onze
zusterorganisatie in Pakistan. The
Struggle publiceert kranten en tijdschriften in de belangrijkste talen die
in Pakistan gesproken worden. Ook is Lal Khan hoofdredacteur van Asian Marxist Review, een tijdschrift
dat zich toelegt op analyse van geheel Azië. Hiermee trachten de Pakistaanse
marxisten aansluiting te vinden bij de meest bewuste lagen van de
arbeidersbeweging in andere Aziatische landen. Marxisten zijn immers
internationalisten.
The Struggle heeft
sinds zijn ontstaan in de jaren 1980 steeds een oriëntatie gehad naar de PPP,
de partij van Buttho. Ze hebben sindsdien een stevige reputatie uitgebouwd als
de marxistische linkerzijde van de PPP, onder andere via het werk van
parlementslid Manzoor Ahmed. Lal Khan legde ons uit dat het net deze aanpak was
die er nu voor zorgt dat de marxisten in staat zijn op vele plaatsen de leiding
te nemen over de straatprotesten sinds de laffe moord op Benazir Buttho.
De PPP dankt haar populariteit aan haar oprichter Zulfiqar Ali Bhutto, de
vader van Benazir. Hij trok de conclusie dat Pakistan moet breken met het
kapitalisme en feodalisme en schreef in 1970 een socialistisch programma voor
de PPP. Van 1971 tot 1973 was hij president en van 1973 tot 1977 premier. In
1977 kwam generaal Mohammed Zia ul-Haq aan de macht door een staatsgreep tegen
de regering van premier Ali Bhutto en beloofde binnen drie maanden verkiezingen
uit te schrijven. Toen bleek dat Bhutto onverminderd populair bleef, stelde Zia
de verkiezingen uit. Op 4 april 1979 liet hij Ali Bhutto ophangen nadat hij hem
arresteerde met de hulp van de CIA. Sindsdien heeft Bhutto in Pakistan een
mythische status als martelaar van de revolutie. Dit is de enige correcte
verklaring voor de populariteit van Benazir die na het vliegtuigongeluk van Zia
ul-Haq (augustus 1988) via vrije verkiezingen premier werd. Haar regering werd
echter gekenmerkt door corruptie en vriendjespolitiek, iets waar de
rechterzijde – die zelf niet vies is van dergelijke praktijken – met graagte op
sprong om het aan de kaak te stellen. Daardoor moest ze aftreden. In 1993 werd
ze opnieuw verkozen, maar haar regering beantwoorde niet aan de grote
verwachtingen van de massa’s en verzandde terug in corruptie. Benazir ging in
ballingschap om een rechtzaak vanwege corruptie te ontlopen.
Ondanks die geschiedenis blijft de PPP een enorme aantrekkingskracht
uitoefenen op de massa’s wegens haar radicale, socialistische roots. Toen
Benazir in oktober 2007 na acht jaar ballingschap in Groot-Brittannië naar haar
vaderland terugkeerde, werd ze verwelkomd door een immense zee van drie miljoen
mensen. Zij wilden allemaal een glimp van haar opvangen. Als dat de echte reden
was, dan waren ze echter beter thuis gebleven om haar aankomst op televisie te
volgen, stelde Lal Khan. De hoofdreden van hun massale opkomst was om haar een
glimp van hen te tonen, een glimp van de miserie waarin ze leven en een glimp
van de wil om dit te veranderen. De meesten onder hen waren gehuld in lompen en
hadden geen schoenen.
Lal Khan wees erop dat gedurende tientallen jaren allerlei
organisaties en individuen van de zogenaamde civiele maatschappij, zoals ngo’s,
de beweging van advocaten enzovoort hebben geprobeerd de structuren van de
Pakistaanse maatschappij te democratiseren, zonder veel succes. Toen de ‘onciviele’
maatschappij, de armen en onderdrukten, echter de straat op ging, veranderde
dat de situatie in 24 uur. Een deel van de PPP-leiding begonnen te
radicaliseren. Zelfs Benazir – die nooit een aanhangster was van het
socialistisch programma van haar vader en terugkeerde naar Pakistan met de
bedoeling het op een akkoord te gooien met Musharraf en het Amerikaanse
imperialisme – begon onder invloed van de massa’s te radicaliseren. In haar
laatste speech sprak ze zich duidelijk uit tegen privatiseringen en voor
nationalisaties. Juist vanwege die radicalisatie moest ook zij het met haar
leven bekopen en werd ze naast haar vader een icoon van verzet tegen
onderdrukking en voor maatschappijverandering.
Na de inspirerende inleiding van Lal Khan konden de 23
aanwezigen in ons lokaal naar hartelust vragen stellen en hun mening kwijt over
de gebeurtenissen in Pakistan. Er werd ondermeer gevraagd naar meer uitleg over
de mislukte socialistische revolutie onder leiding van Benazirs vader, de
invloed van het moslimfundamentalisme, de invloed van de protestgolf op het Indische
proletariaat, het nationalisme van verschillende bevolkingsgroepen en sekten
die het proletariaat verdeelt enzovoort. Er werd 166 euro opgehaald om The Struggle te steunen bij de komende
verkiezingen in februari. Wie meer wil weten over het werk van Pakistaanse
marxisten raden we aan het recent gepubliceerde verslag van hun activiteiten te
lezen: De interventie van
de Pakistaanse marxisten in de beweging tegen de moord op Benazir Bhutto.
