Sinds 29 januari heeft Trump een olieblokkade afgekondigd om Cuba langzaam maar zeker te verstikken. Het eiland is voor 60 procent van zijn energieproductie afhankelijk van olie-import. De Cubaanse regering heeft toegegeven dat er gesprekken gaande zijn met de Verenigde Staten, maar die vinden plaats in een context van imperialistische chantage. Tegelijkertijd roept de Cubaanse regering haar bevolking op zich voor te bereiden op een Amerikaanse invasie. Wat kunnen wij doen om de verwezenlijkingen van de Cubaanse Revolutie te verdedigen?
De afgelopen weken is de verbale agressiviteit van de Verenigde Staten tegen Cuba in intensiteit toegenomen. Alleen de problemen waarmee de Amerikaanse regering in het Midden-Oosten te kampen heeft, hebben Cuba enige respijt gegeven, maar deze rust is ongetwijfeld van tijdelijke aard.
Het springtij van de Cubaanse Revolutie
Sinds 1898 was Cuba een de facto protectoraat van de VS. Toen in 1952 de militair Fulgencio Batista door middel van een CIA-gesteunde staatsgreep aan de macht kwam, luidde dit de brutaalste periode van de overheersing in. In een context van antikoloniale revoluties liet het verzet niet lang op zich wachten. Op 26 juli 1953 leidde Fidel Castro een aanval op het leger van de Cubaanse dictatuur (kazerne van Moncada). Het was de start van zes jaar gewapende strijd. Samen met de oprukkende guerrillabeweging, wierp een algemene staking het regime van Batista in 1959 omver.
De Cubaanse revolutie toont hoe een kleinburgerlijke leiding (de beweging van Castro was niet verankerd in de lokale arbeidersbeweging) aan de macht kwam en het kapitalisme afschafte. De Beweging van de 26ste juli onder leiding van Fidel Castro en Che Guevara had initieel niet tot doel om het kapitalisme af te schaffen, maar had een ambitieus programma van democratische onafhankelijkheid en landhervorming. Dit zorgde voor een clash met de Cubaanse landbezitters en de Amerikaanse concessies en leidde in 1961 tot de nationalisatie van de productiemiddelen op het eiland. Zo ontstond er in sneltempo een arbeidersstaat, maar wel met een guerrillabeweging als drijvende kracht.
Vanaf het begin was Cuba een misvormde arbeidersstaat, zonder leidende rol van de arbeidersklasse om het politieke proces te sturen. Het land nam al snel het economische model van de USSR over, dat door de Sovjetleiding werd opgelegd in ruil voor haar steun. De USSR bepaalde ook de politieke ontwikkeling op het eiland.
Er bleven echter belangrijke verschillen bestaan tussen Cuba en de Sovjet-Unie in de jaren zestig. Ten eerste genoot de Cubaanse leiding massale steun van het volk. Hoewel die steun is afgenomen, bestaat ze vandaag de dag nog steeds in zekere mate. Deze leiding, die van Fidel Castro, heeft een revolutie geleid en het kapitalisme afgeschaft, in tegenstelling tot de toenmalige leiding van de USSR, die een revolutie ten grave heeft gedragen.
In tegenstelling tot de Sovjet-Unie vond er geen bloedbad (de goelags, de zuiveringen …) plaats dat de revolutie van de leiding scheidde. Integendeel, er heerste een oprecht en massaal revolutionair enthousiasme dat verklaart hoe en waarom Castro (en zijn broer) van 1959 tot 2021 aan de macht konden blijven.
Van 1959 tot in de jaren 1970 vond er een periode van intense discussies plaats tussen de leiding van de Cubaanse revolutie, de Sovjetbureaucratie en haar lokale stalinistische aanhangers. Deze discussies gingen met name over zelfbestuur en de export van de revolutie naar Afrika. Ernesto Che Guevara speelde hierin een centrale rol: hij verleende actieve steun aan de revolutionaire strijd in Afrika en Latijns-Amerika, tot aan zijn dood in de bergen van Bolivia.
In de periode van koloniale revoluties in de jaren ‘60-’70 gold de Cubaanse revolutie als voorbeeld voor verschillende bewegingen. De theorie achter de Cubaanse methode heette het ‘foquisme’ en had tot doel om de lange politieke strijd om het proletariaat te overtuigen, te vervangen door een kleine groep revolutionairen die via guerrillastrijd de voorwaarden voor de machtsovername konden scheppen. Dit model leidde echter tot nederlaag na nederlaag.
In de daaropvolgende periode, van het begin van de jaren zeventig tot 1988, betekende het mislukken van de pogingen de guerillarevolutie naar het buitenland uit te dragen een keerpunt. De Cubaanse revolutie raakte steeds meer afhankelijk van de Sovjet-Unie. Ze bleef weliswaar bepaalde nationale bevrijdingsbewegingen steunen, met name in Angola en Eritrea, maar voortaan onder toezicht van Moskou.
De val van de USSR en de ‘Speciale periode’
Met de val van de Sovjet-Unie, het verdwijnen van de Oost-Europese regimes en de transformatie van China en Vietnam tot kapitalistische staten raakte Cuba volledig geïsoleerd. Het kapitalisme werd er echter niet hersteld. Ten eerste bestaat er in Cuba, in tegenstelling tot de Sovjet-Unie, een bourgeoisie in ballingschap die door de Cubanen minachtend als “gusanos” (“wormen”) wordt bestempeld. De gusanos wachten vanuit Miami hun tijd af om terug te keren en af te rekenen met diegenen die hun hebben onteigend. Ten tweede: terwijl een deel van de bevolking en de bureaucratie in Oost-Europa naar het kapitalistische West-Europa keek als een mogelijke horizon, vergelijkt Cuba zich met zijn Latijns-Amerikaanse buren. Een veel minder aantrekkelijk perspectief, zeker gezien de levensomstandigheden in buurlanden als Haïti.
In zekere zin hebben Fidel en Raúl Castro, ondanks de grote sociale crisis van de jaren negentig, hun gezag over de bevolking van het eiland behouden. Duizenden Cubanen zijn om economische redenen naar de Verenigde Staten geëmigreerd, zonder deze uitlaatklep zou het regime al zijn gevallen. Ook het embargo dat de VS sinds 1962 oplegt en in 1996 nog verder aanscherpte, blijft een grote impact hebben. Met de komst van Hugo Chávez en het doorbreken van de blokkade met Venezolaanse steun, beleefde Cuba een aanzienlijk economisch herstel. Tussen 2005 en 2025 kreeg Cuba goedkope olie in ruil voor de hulp van Cubaanse artsen in de uitbouw van de sociale gezondheidsprogramma’s op het Amerikaanse continent.
Toen Díaz-Canel in 2019 aan de macht kwam, genoot hij een zekere mate van sympathie bij de bevolking: hij werd gezien als een eenvoudige man die dicht bij het volk stond. Sindsdien heeft hij die legitimiteit grotendeels verloren.
De Cubaanse leiding heeft de afgelopen vijftien jaar alles ingezet op de ‘economische hervormingen’ die bedoeld waren om ‘de productiekrachten te bevrijden’. Met andere woorden: ze is de weg ingeslagen van een geleidelijke herinvoering van het kapitalisme, naar Chinees (of Vietnamees) model, op binnenlands vlak. De economische steun van het Bolivarisme heeft niet bijgedragen aan de uitbreiding van de revolutie, maar was erop gericht om naast het kapitalisme te bestaan.
Op het vlak van het buitenlands beleid bestond de strategie erin om ‘progressieve regeringen’ te steunen en in te zetten op multipolariteit. De rode draad was de strijd ‘tegen het neoliberalisme’ (en niet tegen het kapitalisme), en het idee dat allianties met Rusland en China, evenals de toetreding tot de BRICS, tot internationale steun zouden zorgen. De oproep van Che Guevara tot “twee, drie, meerdere Vietnams” (1967) kon niet meer met voeten getreden worden.
Trump wil hoofden doen rollen
Verschillende Amerikaanse media hebben gemeld dat de twee belangrijkste punten in de eisen van Trump ten aanzien van Cuba bestaan uit:
- Grootschalige ‘economische hervormingen’. Of duidelijker gezegd: een kapitalistische restauratie op het eiland.
- Het afzetten van de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel. Zo wil Trump het succes van zijn “Maduro-doctrine“ aantonen.
De Verenigde Staten willen opnieuw een semi-kolonie maken van Cuba. Ze willen elke Chinese invloed uit hun ‘achterland’ bannen en het eiland openstellen voor Amerikaanse bedrijven. Ze willen een tweede Puerto Rico creëren, waar Trumps vertrouwelingen in alle vrijheid kunnen opereren.
De houding van Rusland en China
Op 30 maart kwam de Russische olietanker Anatoly Kolodkin in de Cubaanse haven van Matanzas aan. Hij werd onthaald als een blijk van steun aan Cuba in het verzet tegen de Amerikaanse blokkade. De woordvoerder van het Kremlin Dmitri Peskov verklaarde: “Rusland beschouwt het als zijn plicht om niet werkeloos toe te kijken, maar de nodige hulp te bieden aan onze Cubaanse vrienden.” Maar ook dat: “De kwestie” vooraf “bij onze Amerikaanse partners” was besproken. De houding van Rusland is er dan ook niet op gericht om in conflict te treden ter verdediging van Cuba. Hoe welkom deze hulp ook moge zijn, één levering verandert helaas niets aan de houding van Rusland. Wat China betreft, beperkt de ‘steun’ zich tot enkele routineuze verklaringen, zonder enige impact. Ook deze imperialistische machten hebben geen baat bij socialisme op Cuba. Ook zij rekenen op het herstel van het kapitalisme op het eiland. Dat is overigens al jaren de ervaring: ‘hulp’ zoals olietransporten, fungeert als politieke druk gericht op de herinvoering van marktmechanismen en een kapitalistische overname via gunstige kapitaalinvesteringen.
Cuba geïsoleerd
In de jaren zestig en zeventig inspireerde Cuba revolutionaire bewegingen. Het bewapende en ondersteunde ook groeperingen die een revolutie wilden ontketenen of onafhankelijkheid wilden verwerven ten opzichte van de koloniale machten. Deze strategie mislukte omdat de specifieke situatie die in Cuba tot succes had geleid niet zomaar gekopieerd kon worden. Het Cubaanse regime bleef wel een onbetwist baken van de revolutionaire strijd. Sinds de val van de Sovjet-Unie is Cuba echter in een fase van economisch overleven terechtgekomen.
De wereldrevolutie staat sindsdien niet meer op de agenda voor de Cubaanse leiders. Erger nog: toen zich in Venezuela de gelegenheid voordeed, luidde het Cubaanse advies: “Kopieer ons model niet, elke revolutie heeft haar eigen weg.” Onder het voorwendsel van “de revolutie niet te exporteren” werden de lessen van de Cubaanse revolutie niet doorgegeven (onteigening van het kapitalisme, landhervorming, nationale soevereiniteit).
Het resultaat? De Bolivariaanse revolutie, die een verademing was geweest op economisch en vooral politiek vlak (Cuba stond er niet meer alleen voor), bleef onvoltooid, wat onvermijdelijk leidde tot haar mislukking en verval. Op 3 januari 2026 vond de definitieve ontknoping van deze achteruitgang plaats, toen het zogenaamde Bolivariaanse apparaat capituleerde na de gijzeling van Maduro.
Ook de links-reformistische regeringen hebben gefaald, en degenen die overblijven durven Cuba niet te verdedigen. Rusland en China geven verklaringen af, maar op het moment van de waarheid verdedigen ze niet de Cubaanse revolutie, maar hun eigen kapitalistische belangen. Brazilië kijkt de andere kant op tijdens het economische embargo, en Mexico biedt weliswaar aanzienlijke humanitaire hulp, maar is bang om zijn noordelijke buurland te irriteren met olieleveringen. De BRICS-landen hebben zich als zeer slechte bondgenoten getoond.
Americanofilie en hypocrisie vanwege de Europese machten
In Europa steunen de kapitalistische landen de Verenigde Staten en pleiten al sinds jaar en dag voor een terugkeer naar het kapitalisme. In januari heeft het Europees Parlement de opschorting gevraagd van de overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de EU en Cuba. Dit partnerschap had tot doel de democratie en de mensenrechten te bevorderen door middel van een constructieve dialoog met het regime. Dat hing samen met een enveloppe van 125 miljoen euro tussen 2021 en 2027. Maar de parlementsleden zijn van mening dat deze samenwerking moet worden stopgezet vanwege de aantoonbare verslechtering van de mensenrechtensituatie in Cuba. Voor deze mensen zijn de hongersnood en de schaarste als gevolg van het Amerikaanse embargo geen probleem! Opnieuw is de hypocrisie van de Europese leiders werkelijk weerzinwekkend: Cuba is blijkbaar een dictatuur en Saoedi-Arabië een partner die gesteund moet worden.
Hoe kunnen we Cuba dan wel helpen?
Op economisch vlak maken de Cubaanse leiders steeds meer openingen voor de herinvoering van marktmechanismen. De buitenlandse politiek is gericht op steun aan gematigde regeringen en geopolitieke poker. Daarbovenop komt nog de remmende invloed van de bureaucratie die de kritische stemmen en de meest levendige en revolutionaire elementen van de samenleving min of meer openlijk onderdrukt en zo van zich vervreemdt. Dat is in het bijzonder het sentiment onder de jeugd.
Cuba kampt al een aantal dagen met langdurige stroomuitval, de ziekenhuizen kampen met een tekort aan alles en de bevolking denkt terug aan de ergste momenten van de Speciale periode in de jaren 90, toen het eiland op de rand van een economische ineenstorting stond.
Terwijl de ‘internationale gemeenschap’ de mogelijke imperialistische aanval van de VS gadeslaat, ontstaat er een golf van solidariteit met verschillende flotilla’s en actiedagen. Helaas blijven de Belgische vakbonden (zowel het ABVV als het ACV) passief. De deelname van de PVDA-volksvertegenwoordigers aan de flotilla is een positieve stap, maar een partij met 26.000 leden kan meer doen met deze mobilisatiekracht. Elders in Europa zien we demonstraties, actiedagen, enzovoort. Net als vele linkse militanten mobiliseren we uit solidariteit, met de middelen die we hebben. Maar we moeten de arbeidersorganisaties in beweging brengen. De vakbonden voorop.
De meest dringende taak voor de communisten, socialisten en de linkse beweging is het verdedigen van de Cubaanse revolutie. Maar dat is op zich niet voldoende. Het is net zo noodzakelijk de afgelegde weg te analyseren en een balans op te maken van het beleid dat tot de huidige situatie heeft geleid.
Het meest bewuste deel van de Cubaanse jeugd en de Cubaanse arbeiders is zich er terdege van bewust dat een regimewisseling een ramp zou betekenen voor de sociale verworvenheden (gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg, alfabetisering en diverse sociale indicatoren). Maar het isolement en het gebrek aan perspectief wegen zwaar op de bevolking. De Cubanen zijn klaar om voor de Revolutie te vechten, maar de leiders aarzelen, onderhandelen en zien niet in hoe ze het Amerikaanse imperialisme kunnen verslaan.
Wat ons betreft, als revolutionaire communisten buiten Cuba, willen we onze bijdrage leveren aan dit noodzakelijke debat, dat al gaande is. We zullen debatten organiseren, de mobilisatie ondersteunen en anderen oproepen tot actie! Maar onze belangrijkste taak is om onze klasse aan de macht te brengen in het ene na het andere land. Want de enige manier om Cuba uit haar isolement te halen, is om elders revoluties aan de macht te brengen. Wereldrevolutie is de grootst mogelijke hulp die de Cubaanse revolutie kan ontvangen.
