HomeTheorieCultuurOnder communisten: het leven tussen een ideaal en de werkelijkheid

Onder communisten: het leven tussen een ideaal en de werkelijkheid

Sinéad Morrissey (°1972 Noord-Ierland) is een internationaal bekende dichteres en professor creatief schrijven aan de Newcastle University. Sinds 2007, toen ze de eerste werd in de UK National Poetry Competition, reeg ze de poëzieprijzen aan elkaar. Met als voorlopig hoogtepunt in 2024 de Seamus Heaney Award in Japan. Toen ze in maart 2026 haar memoires uitbracht, kon ze dan ook op veel belangstelling rekenen.

Een wel heel bijzondere jeugd

Haar grootvader Sean Morrissey, voormalig IRA-lid, is een van de medeoprichters van de Communistische Partij Ierland. Ook haar vader en moeder waren actieve kaderleden. Haar jeugd in Belfast, in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw, is doordrongen van het communistische gedachtengoed. Alles speelt zich af tegen de achtergrond van “The Troubles”, het gewelddadige politieke en religieuze conflict in Noord-Ierland. Voor Sinéad is het communisme geen abstracte theorie, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijkse leven. Vergaderingen van de Communistische Partij, demonstraties, petities, feesten en discussies gebeuren allemaal in het ouderlijke huis. Haar ouders behandelen haar en haar oudere broer Connor meer als “mede-strijders” dan als kinderen. Iedereen in het gezin krijgt al jong eigen taken en verantwoordelijkheden, maar ook heel veel vrijheid. Het jaarlijkse hoogtepunt is de reis naar Parijs voor het Fête de l’Humanité, waar communistische partijen van over de gehele wereld present zijn om oude kennismakingen te hernieuwen, discussies over gelijkenissen en verschillen te voeren én hun eigen streekproducten en specialiteiten te verkopen.

Tijdens haar jeugd verhuizen ze vier keer, met hetzelfde resultaat: ze leven altijd in een huis van boeken, honderden, meestal tweedehands, van marxisme, over economie, geschiedenis, literatuur, kunst en poëzie. Er wordt veel gelezen en gepraat, tijdens de maaltijden komen allerhande onderwerpen aan bod. Sinéad is een slim en opmerkzaam kind, ze neemt niets zomaar voetstoots aan. Als 7-jarige vraagt ze haar vader Mike:

“Wat hebben wij te maken met revolutie, dat is toch het werk van de arbeiders, jij bent leraar en mama is altijd aan het vergaderen! Dat kan je toch geen werken noemen!” Het antwoord van Mike luidt: “Wij zijn intellectuelen, wij moeten de arbeiders helpen om hun rol als voorhoede te kunnen spelen! We zijn in feite de voorhoede van de voorhoede.”

Haar moeder Hazel wordt regelmatig uitgezonden naar internationale vergaderingen en bijeenkomsten als partijafgevaardigde en wanneer ze in 1982 terugkomt uit de DDR, is ze overenthousiast. Daar wordt er voor de mensen gezorgd, vanaf de wieg tot het graf, zo klinkt het. Een paradijs op aarde voorwaar!

Wanneer Hazel, samen met de andere partijgenoten, een avondvullend agitprop stuk van Bertold Brecht “De Maatregel” wil opvoeren, helpt Sinéad haar bij de repetities. Bij de première – ze kent ondertussen de tekst helemaal uit het hoofd – wordt ze overweldigd door de impact van Bertold Brecht’s woorden en hun poëtische kracht. Ze grijpt de kans die literatuur en poëzie haar bieden om de werkelijkheid in al haar aspecten te onderzoeken, wars van alle dogma’s en vooroordelen. Ze legt zich toe op het schrijven en ontwikkelt een heel eigen stijl, wat ook uit dit boek blijkt.

Sinéad maakt geen karikatuur van haar ouders, ze laat wel zien hoe moeilijk het voor een kind is om afstand te nemen van het milieu waarin je opgroeit. Wat voor haar ouders en de volwassenen in haar omgeving een vanzelfsprekend ideaal is, wordt langzaam maar zeker voor haar een probleem. Gelooft ze werkelijk nog in het communisme, of wil ze vooral loyaal blijven aan haar familie? Ze neemt meer afstand en stort zich met veel energie op haar studie. Ze volgt literatuur en talen (Frans, Duits) aan het Trinity College te Dublin.

Een plots ontwaken

In 1985 rommelt het in de Sovjet-Unie, Gorbatsjov lanceert de perestrojka en glasnostcampagne: meer openheid en een draai naar het Westen.

Mike Morrissey is optimistisch: “We hebben problemen, maar Gorbatsjov zal het oplossen!”

Haar grootvader Sean wil er niets van weten: “Hij is geen communist meer, het is een verrader.”

Het huwelijk van haar ouders begint ook barsten te vertonen: ze roepen de familie samen en kondigen in 1986 een proefscheiding aan, die in 1987 definitief wordt. Hazel neemt ook rigoureus afstand van haar politieke verleden: ze stort zich op yoga en esoterische geschriften.

Bij de val van de Berlijnse Muur in 1989 valt voor veel communisten de hemel op hun hoofd. Het onvoorstelbare is gebeurd: de Partij heeft voor velen haar zin en betekenis verloren. Sean blijft verbitterd achter, terwijl Mike de scherven van zijn vorige bestaan bijeenraapt en blijft lesgeven.

In 1993 bezoekt Sinéad, samen met het gastgezin, de familie Wagner, bij wie ze verblijft om haar Duits te perfectioneren in Berlijn. Naast een toeristische kant is er ook een zakelijk aspect aan verbonden: de familie Wagner heeft de eigendomsakte teruggevonden van het huis van hun grootouders dat zich in het voormalige Oost-Berlijn bevond. Ze zullen de huidige bewoners voor de keus stellen: of een verdriedubbeling van de huishuur of het pand ontruimen! Wat Sinéad de verzuchting doet slaken:

“Wat is er van het aards paradijs van mama overgebleven?”

Het is een originele en pakkende autobiografie geworden, waarin Sinéad laat zien dat het einde van een overtuiging niet noodzakelijk het einde van haar betekenis moet zijn. Ze is erin geslaagd een verdwenen wereld opnieuw tot leven te wekken, zonder haar te idealiseren of te veroordelen.

“Among Communists” Sinéad Morrissey – 2026 Carcanet Press Great Britain

Auteur