De Nederlandse schrijfster Conny Braam (°1948 Arnhem) probeert in een kloeke 570 bladzijden haar familiegeschiedenis te reconstrueren. De roman is een versleuteling van biografische elementen, fictieve personages en historische gebeurtenissen. Doorheen de drie delen, die respectievelijk verteld worden vanuit het standpunt van de grootmoeder, de moeder en de dochter staan we op de eerste rij bij de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, de koloniale oorlog in Indonesië, de twee wereldoorlogen, het verzet, de wederopbouw, de strijd tussen de USSR en de USA om ter eerst op de maan, de atoombom, de kernenergie, de moorden op Kennedy, Martin Luther King, de Vietnamoorlog en het wereldwijde verzet ertegen, om te eindigen bij mei 68.
De dochter van cafébaas Pelle ontdekt de wereld
Het verhaal start bij haar grootmoeder Keet Pelle die op zondag 21 december 1884 de openbare vergadering van de Sociaal Democratische Bond, met als gastspreker de grote voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis bijwoont. Het onderwerp: “Wat willen de socialisten?” wordt zo enthousiasmerend gebracht dat Keet zich onmiddellijk bij “De Roden” aansluit. Ze leert lezen en schrijven van een partijgenote en haar leven krijgt een nieuwe wending. Ze heeft een affaire met de Russische vluchteling Kolja Tsjornov, een aanhanger van de anarchist Kropotkin. Hij was een marionettenspelen, stamde uit een oud geslacht van poppenmakers en trok met zijn theater de wereld rond. Alhoewel ze altijd luidkeels verkondigde dat het huwelijk een valkuil voor de vrouw is, besluit ze na de dood van haar vader, onder druk van de kerk en de gemeenschap met haar achterneef te trouwen. Ze blijft zich inzetten voor haar medemensen, die zij “de buurtschap van de uitgestotenen” noemt: de grondwerkers, knechten, werkvrouwen, prostituees en werklozen met wie ze zich het meest verbonden voelde.
De crisisjaren en de oorlog: Grada Pelle aan het woord
Grada heeft het thuis niet gemakkelijk. Als oudste meisje moet ze haar moeder, Keet met het huishouden helpen. Haar vader is liever lui dan moe en laat zich soms in met louche zaakjes en verzeilt dan in de problemen. Haar grote houvast is haar broer Thijs, die in de hoogovens werkt. Hij is actief bij de communistische partij en haalt, samen met zijn moeder Keet, steun op voor de Spaanse vrijheidsstrijders tegen Franco. Hij belandt hiervoor een tijdje in de gevangenis zogezegd omdat hij mensen zou geronseld hebben voor “een vreemde mogendheid”. Onder de Duitse bezetting sluit hij zich aan bij het verzet en volgens Grada heeft hij haar familie – ze is inmiddels getrouwd met een katholieke ambtenaar – tijdens de laatste hongerwinter van de hongerdood gered. Hij voerde toen, in opdracht van het verzet overvallen uit op voedselvoorraden en distributiekantoren van rantsoenbonnen. Een feit waar ze, ook tegen haar echtgenoot – die helemaal niet is opgezet met een “rode” schoonbroer – trots blijft op hameren. Uiteindelijk verschanst Grada zich in haar rijhuis en probeert er het beste van te maken. Ze is fulltime huisvrouw en streeft ernaar van haar drie kinderen, twee jongens en één meisje, “deftige” burgers te maken.
De laatste in de rij: Conny
De schrijfster voert zichzelf in het derde deel op onder de naam Lena. Ze aardt naar haar grootmoeder, Keet, met wie ze het zeer goed kan vinden. Ook is ze vol bewondering voor haar oom Thijs, die als vrachtwagenchauffeur op zijn doortochten op bezoek komt en altijd de krant van de communistische partij “De Waarheid” meeheeft. Een hele verademing tegenover “De Telegraaf”, waarop haar vader geabonneerd is. Wanneer haar oma sterft erft Lena het poppentheater van Kolja, waar Keet al die jaren goed voor gezorgd heeft. Lena groeit op tot een opstandige puber en stopt met haar schoolopleiding. Ze solliciteert bij een garage en wordt, na veel gedoe toch toegelaten. Ze heeft een wild plan: ze wil geld sparen, leren autorijden, een tweedehandsbusje kopen en de wijde wereld intrekken met het poppentheater van Kolja, om de mensen te overtuigen in opstand te komen tegen het onrechtvaardige kapitalisme. Het boek eindigt wanneer ze in 1968 inderdaad naar Amsterdam trekt weliswaar met de trein. Haar moeder heeft stiekem geld voor haar gespaard en ze heeft genoeg om het een paar maanden uit te houden. Hoe het verder met Lena/Conny ging leren we uit eerdere boeken van de schrijfster, waaronder “operatie Vula” (1992; verzet tegen apartheid in Nederland). Bij haar aankomst in Amsterdam kon ze bij het dagblad “Trouw” aan de slag eerst als secretaresse, later als assistente van de nieuwsdienst. Daar kwam ze al vlug in contact met Zuid-Afrikaanse vluchtelingen van de Antiapartheidsbeweging. Ze was medeoprichter van De Antiapartheidsbeweging in Nederland, die uitgroeide tot één van de steunpilaren van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) van Nelson Mandela. In 1986 werd er een geheime operatie opgezet om de ondergrondse leiders van het verzet Zuid-Afrika binnen te smokkelen en om een communicatielijn met Nelson Mandela uit te rollen. Ze nam met succes het logistieke deel van de operatie op zich. Haar opleiding tot garagist diende toch nog voor iets grapte ze soms! Conny is een populaire schrijfster en een graag geziene gaste in Nederlandse praatprogramma’s. Ze heeft nooit haar aversie verhuld voor de waarheids- en verzoeningscommissie van bisschop Tutu en haar teleurstelling over de huidige gang van zaken in Zuid-Afrika. Een waardige kleindochter van Keet Pelle!
Conny Braam “De revolutie van Pelle” Uitgeverij Augustus Atlas Contact Amsterdam 2023
