Bij een onderzoeksproject van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis kwam geschiedkundige Seran de Leede in contact met het indrukwekkend archief van Lie Alma, één van de boegbeelden in Nederland van de vooroorlogse beweging voor vrede en tegen fascisme. Het bevatte brieven, delegatieverslagen, ingesproken memoires, brochures van comités en artikels. Ze vulde dit aan met krantenartikelen uit die tijd, vakliteratuur, relevante onderzoeken en archiefmateriaal. Ook interviewde ze verschillende mensen die Lie van dichtbij gekend hadden.
De Duits-Britse historica en journaliste Katja Hoyer kon de hand leggen op nieuw archiefmateriaal uit de republiek Weimar tijdens de periode 1919-1939. Centraal staat het dagboek van Carl Weirich, een boekbinder uit de middenklasse die minutieus de gebeurtenissen noteerde. Daarnaast kon ze ook de aantekeningen van de Joodse hoteleigenares, Rosa Schmidt, de bespiegelingen van Elisabeth Förster-Nietzsche- de zus van Friedrich Nietzsche, de notities van de liberaal graaf Harry Kessler en de verslagen van Kurt Nehrling, een sociaaldemocraat die zich bij het verzet aansloot, gebruiken.
Beide auteurs zijn er niet alleen in geslaagd om een zeer degelijk tijdsdocument af te leveren, maar het ook uitermate leesbaar en boeiend te houden.
Het activistische leven van Lie Alma (1909-1990)

Lie werd geboren in het straatarme Drentse veengebied. Ze deed het prima op school en kon doorleren voor onderwijzeres. Toen haar huwelijk met de anarchist en dienstweigeraar, Siert Tillema, geen standhield, ging ze op haar eentje naar Amsterdam. Ze begon er te werken voor het Holland Typing Office van Selma Meyer, die landelijk secretaris van de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid (IVVV) was en via haar werd Lie er ook actief. Ze werd ook lid van de Nederlandse afdeling van het Wereld Vrouwen Comité tegen Oorlog en Fascisme (WVC), uit de overtuiging dat de grootste bedreiging voor de vrede de opkomst van het fascisme was. Ze deed het zo goed dat ze er in 1935 voorzitter van werd. In 1936 ging ze mee met het Centraal Wuppertal Comité naar Nazi-Duitsland om te berichten over de massaprocessen tegen meer dan duizend mannen en vrouwen in de industriële streek van Wuppertal, die door de Gestapo in 1935 werden gevangengenomen en beschuldigd van hoogverraad en spionage! Het enige wat die mensen op hun kerfstok hadden was het organiseren van een algemene staking voor betere arbeidsomstandigheden. De meesten werden toch veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen in concentratiekampen. Nog een reden te meer voor Lie om te benadrukken dat het de fascisten in de eerste plaats om te doen was de arbeidsbeweging kapot te maken! Tijdens de Spaanse burgeroorlog was ze betrokken bij “Hulp aan Spanje” dat geld inzamelde voor de republikeinen. Ze bracht er ook twee werkbezoeken om de toestand ter plaatse te documenteren. Toen ze na de oorlog wegens haar verzetswerk op audiëntie werd uitgenodigd bij de Koningin antwoordde ze op de vraag wat er nu nodig was:
“Nu Europa van het fascisme verlost is, wordt het de hoogste tijd dat ook het Spaanse volk bevrijd zou worden, vind u niet?”
Dat Lie Alma een zeer opmerkelijke vrouw was staat buiten kijf! Ze stond dicht bij de CPN (communistische partij van Nederland), maar ze heeft steeds ontkend dat ze er lid van was:
“Ik heb een blijvend geloof in het communisme als ideaal, maar ik doe niet aan partijpolitiek” was haar stelling.
Op de rand van de afgrond
“Weimar is Duitsland in een notendop” heeft de Duitse president Roman Herzog ooit gezegd. “Een stad waarin niet alleen cultuur en ratio zich thuis voelen, maar ook barbarij, op cultureel en ander gebied.”

Tussen 1919 en 1939 werden de bewoners van Weimar meegesleurd door de historische maalstroom die hun land overspoelde. Katja Hoyer plaatst de persoonlijke verhalen in de algemene politieke ontwikkelingen zodat deze periode een concreet en menselijk gezicht krijgt. In vijf delen – Wedergeboorte, Worsteling, Crisis, Besluiten en Duisternis beschrijft ze uitvoerig de gebeurtenissen. Elk jaar krijgt een volledig hoofdstuk toebedeeld, zodat we de levensloop van de verschillende protagonisten op de voet kunnen volgen. Het is een confronterend verhaal. Aan de ene kant voelden tal van creatieve geesten zich in het begin van de jaren 20 tot Weimar aangetrokken. Walter Cropius stichtte er de kunsthogeschool Bauhaus, de Russische schilder Wassily Kandinsky en de Zwitser Paul Klee waren er kind aan huis, Marlène Dietrich volgde er acteurslessen. In 1919 kwam in het lokale theater van Weimar de Grondwetgevende Vergadering bijeen waar de grondwet van de nieuwe Duitse Republiek werd geschreven. Aan de andere kant bleek de stad ook tot de verbeelding te spreken van zij die de democratie de nek wilden omdraaien. Adolf Hitler is er meer dan 40 keer op bezoek geweest en de Nazipartij hield er in 1926 haar eerste formele bijeenkomst. Weimar werd de bakermat van de beweging, een proefterrein voor nazi-ideeën. De Nazi’s haalden hier meer stemmen dan het Duitse gemiddelde en Weimar stelde als eerste regionale overheid een naziminister aan, in 1930, 3 jaar voor Hilter kanselier werd. Het is moeilijk te bevatten dat het enige wat Carl Weirich schrijft over de bouw van het beruchte Buchenwald concentratiekamp naast zijn stad is dat de uitstoot van het crematorium de natuur aantast, wat het niet meer zo leuk maakt om er zijn dagelijkse wandeling te maken! Een indrukwekkend boek, dat lang blijft nazinderen.
