HomeActualiteitMilieuBrand in de Hoge Venen: de pyromaan genaamd het kapitalisme

Brand in de Hoge Venen: de pyromaan genaamd het kapitalisme

Sinds het einde van de lente werd België geteisterd door herhaalde hittegolven en half augustus woedde er de ergste brand ooit in zijn geschiedenis. Meer dan 3000 hectare ging in rook op, een gebied vergelijkbaar met dat van de stad Brussel.

De hulpdiensten en burgerinitiatieven hebben hun best gedaan en worden hiervoor terecht bedankt. Maar als boeren met hun eigen tractors naar het front moesten, als er een omhaling moest gebeuren om tussen te komen in hun brandstof en slijtage van hun apparatuur enzovoort, dan is dat omdat de staat zelf al decennialang het gat in de begroting graaft.

Het blussen van de brand was alleen mogelijk dankzij de hulp van Nederland en Duitsland, met hun apparatuur en personeel. België was niet voorbereid op een ramp van deze omvang. Toch hadden verschillende deskundigencommissies en verenigingen al alarm geslagen. Het Belgian Wildfire Network (BWN) had in maart een rapport gepubliceerd dat wees op het gebrek aan middelen en strategie om een brand onder controle te krijgen. De Waalse Regio zelf wist dat het plateau Hautes-Fagnes een van de meest risicovolle gebieden was na een cartografische studie van 2024 op basis van gegevens uit 2020. Zes jaar om te reageren, en geen initiatief.

Erger nog, in de afgelopen jaren zijn de arbeidsomstandigheden van de hulpdiensten verslechterd. Vorige maand nog staakte de Brusselse brandweer om het gebrek aan personeel en de noodzaak aan nieuw materieel duidelijk te maken.

Maar meer nog dan de voorbereiding op rampen die door klimaatverandering steeds vaker zullen voorkomen, is preventie mijlenver verwijderd van wat nodig is.

De hoge venen zijn de gebieden die het zwaarst werd getroffen door de brand in augustus. Deze gebieden hebben zeer specifieke omstandigheden nodig om te gedijen,, waaronder permanente vochtigheid en lage temperaturen. Gedurende de 20e eeuw heeft de grootschalige ontwatering van de Ardennenplateaus ten behoeve van de sparrenteelt de Belgische veengebieden sterk verzwakt of zelfs volledig vernietigd. Daar komt nog de klimaatverandering bij, die de regenval vermindert en de temperaturen verhoogt, waardoor de Belgische bossen, zowel in de Ardennen als in het Zoniënwoud, worden bedreigd.

Het resultaat is ondubbelzinnig: van de 13.000 hectare veengebieden in België verkeert er slechts 300 in zeer goede staat. Deze achteruitgang weerspiegelt de belangrijke rol die veengebieden spelen: ze slaan water en koolstof beter op dan bossen, en doen dat gedurende duizenden jaren. Als we ze zien verslechteren en in rook zien opgaan, betekent dit dat we de uitstoot van miljoenen tonnen CO2 en nieuwe overstromingen zoals die van 2021, waarbij 39 mensen om het leven kwamen, kunnen verwachten.

Zeker, de inspanningen van de verschillende natuurbeschermingsverenigingen zijn prijzenswaardig, maar gedoemd om onvoldoende te zijn. De afgelopen decennia waren er projecten voor het herstel en de afdichting van waterlopen, met name betaald door de LIFE-programma’s van de Europese Unie. De huidige trend is

echter richting een vermindering van de financiering. Inderdaad, terwijl het Europese kapitalisme in crisis verkeert, zijn milieukwesties een van de eersten die opgeofferd worden zodat de bourgeoisie haar noodzakelijke winstmarges zou kunnen behouden. We kunnen als voorbeeld de 13 jaar nemen tussen de laatste leveringen van Canadair (brandblusvliegtuigen die zeer grote oppervlaktes kunnen bestrijken) en de eerste van de nieuwe generatie (gepland voor 2028). Het in stand houden van de productielijn was niet winstgevend en werd daarom stopgezet, in tegenstelling tot de F-35-productielijn, die zo cruciaal is voor Arizona.

Een ander voorbeeld in ons land is Georges-Louis Bouchez die onlangs milieuverenigingen aanviel door te zeggen dat “demonstreren op straat de temperatuur nooit één graad heeft verlaagd”. Bouchez heeft gelijk als hij zegt dat op straat komen niet genoeg is, en dat is precies waarom we verder moeten gaan dan demonstreren, we moeten streven naar het onteigenen van de sectoren die echt over de emissies beslissen

In dezelfde toespraak probeert hij natuurbescherming en landbouw tegen elkaar op te zetten door verenigingen als Natagora te beschuldigen van het verhogen van de prijs van landbouwgrond, terwijl in werkelijkheid vooral de grote landeigenaren en hun speculatie hiervoor verantwoordelijk zijn. Bovendien zullen boeren in het licht van klimaatverandering tot de grootste slachtoffers behoren, in een beroep dat al precair is en onderhevig aan de goodwill van multinationals voor de aanschaf van hun zaden, meststoffen of pesticiden.

Daarom moeten we, om de aantasting van het milieu en de daaruit voortvloeiende rampen definitief te stoppen, niets verwachten van regeringen, die altijd de belangen zullen verdedigen van een kapitalistische klasse wiens winst afhangt van het zich toe-eigenen van grondstoffen.

Om klimaatverandering te voorkomen en zich aan te passen, moeten de overheidsbudgetten drastisch worden verhoogd op basis van de beslissing van de arbeidersklasse. Maar om nog verder te gaan, hebben we een echte revolutie nodig. Een revolutie die de productieverhoudingen zal transformeren en daarmee ook onze relatie met de natuur. Een revolutie die een breuk met het kapitalisme zal zijn.

Auteur