HomeTheorieImperialisme & economieDe economische impact van de Iran-oorlog

De economische impact van de Iran-oorlog

De aanhoudende Iran-oorlog heeft gevolgen voor de wereldwijde, Europese en natuurlijk ook de Belgische economie. Na 22 maanden van maatschappelijke mobilisatie tegen de Arizonaregering zullen de langetermijngevolgen van de oorlog leiden tot een verdere intensivering van de klassenstrijd.

Aan het begin van de zomer claimde de Amerikaanse regering een overwinning nadat Iran beloofde de Straat van Hormuz te heropenen — hoewel die al open was vóór de aanval van de VS en Israël. Sindsdien volgden wisselende onderhandelingspogingen in Pakistan, die telkens snel vastlopen. Intussen blijft de zeestraat gesloten en voeren Iran en de VS een propagandaoorlog over de hoeveelheid ruwe olie die erdoorheen gaat. Wat het werkelijke volume ook is, de kern ligt elders: het sterk gedaalde scheepvaartverkeer raakt de wereldeconomie en jaagt prijzen in tal van sectoren omhoog. Die effecten worden nu ook hier voelbaar.

Op 20 augustus waarschuwde Iran dat als de Verenigde Staten hun bombardementen zouden voortzetten, het zou terugslaan tegen Amerikaanse bondgenoten en NAVO-leden. Dit vormt een directe bedreiging voor de economieën van de Europese Unie, en in het bijzonder voor België waar het hoofdkantoor van de NAVO tenslotte gevestigd is. Begin maart was de aanwezigheid van één enkele drone al voldoende om het luchtverkeer te verstoren, met omgeleide vluchten en uitgestelde Europese bijeenkomsten tot gevolg.

Als Iran de reactie op de Amerikaanse of Israëlische agressie naar de EU- of NAVO-lidstaten zou uitbreiden, zullen de economische gevolgen niet lang op zich laten wachten: verstoring van toeleveringsketens, omleiding van handelsroutes en hogere transport- en leveringskosten. Dit zou snel tot een nieuwe inflatiegolf kunnen leiden.

Tot nu toe is de inflatie, relatief gezien, onder controle gebleven met 2,9% in de eurozone en 3,5% in België. De situatie blijft echter fragiel. Een verdere prijsstijging zou veel regeringen ertoe aanzetten anti-inflatoire maatregelen te nemen, wat in het kapitalistische woordenboek extra bezuinigingen betekent.

Afwachten tot de volgende schok

De economische groei van de eurozone zou 0,9% bedragen in 2026, maar deze prognose is grotendeels afhankelijk van een gunstig najaar voor de economie. Een van de redenen achter de trage groei in de EU is de aanzienlijke toename van de spaargelden van huishoudens. In 80% van de Europese landen sparen huishoudens meer dan vóór de pandemie. Mensen proberen reserves op te bouwen in afwachting van een mogelijke economische schok, wat op zijn beurt de binnenlandse consumptie verzwakt. Het is echter moeilijk te negeren dat de meeste huishoudens in Europa en België de afgelopen zes jaar steeds meer moeilijkheden hebben ondervonden: de COVID-19-pandemie, de eerste energiecrisis in 2021 als gevolg van het wereldwijde economische herstel en spanningen rond de gasvoorziening, die laatste sterk verergerd door de oorlog in Oekraïne, en vervolgens de tweede energiecrisis door de oorlog in Iran en de sociaaleconomische gevolgen van bezuinigingen. In deze context aarzelen bedrijven om nieuwe investeringen te doen.

Dit alles speelt zich af in een context waarin de arbeidsmarkt ogenschijnlijk relatief goed presteert. In veel Europese landen blijft de werkloosheid relatief laag, met name in Duitsland (4,0%), Polen (3,2%) en Nederland (3,8%). Maar achter deze cijfers schuilt een veel minder geruststellende realiteit: een groeiend deel van deze banen is onzeker, slecht betaald en biedt slechte arbeidsomstandigheden.

In Duitsland zijn in 2025 meer dan 175.000 goedbetaalde banen in de industrie verdwenen en in veel gevallen vervangen door minderwaardige functies. Deze trend zet zich voort en de gevolgen zijn zelfs voelbaar op de Belgische arbeidsmarkt, die sterk afhankelijk is van de Duitse industrie. Als deze trend zich voortzet, zullen we een algemene achteruitgang van de kwaliteit van banen zien, met directe gevolgen voor de koopkracht en daarmee voor de economie als geheel – en dan hebben we het nog niet eens over wat er zou kunnen gebeuren in geval van een escalatie met Iran of andere gebeurtenissen.

Al deze factoren wegen op de economie en beperken de manoeuvreerruimte van de regering. Haar reactie zal waarschijnlijk opnieuw dezelfde zijn: bezuinigingen, soberheidsmaatregelen en uiteindelijk verdere aantasting van de levensstandaard van de arbeidersklasse.

Hoe kan dit worden aangepakt?

De afgelopen tweeëntwintig maanden hebben aangetoond dat er een enorm potentieel is voor mobilisatie en klassenstrijd. Aanhoudende mobilisatie had de regering in het nauw kunnen drijven. De constante oproepen van vakbondsleiders tot dialoog en compromis, in combinatie met het ontbreken van alternatief leiderschap en echte oppositie vanuit de traditionele linkervleugel, verklaren dat de beweging geen duidelijke strategie of toekomstperspectief heeft.

Voor revolutionaire communisten is het essentieel om de trends en gevolgen van de wereldeconomie in ons dagelijks werk te begrijpen. Niet om de kwalen van het kapitalisme te betreuren, maar om onszelf politiek en organisatorisch te bewapenen, zodat we kunnen uitleggen dat dit systeem zijn tijd heeft gehad en enkel maar leed voor de arbeidersklasse en de vernietiging van de planeet kan veroorzaken.

Er is geen dialoog mogelijk met kapitalisten en hun politieke vertegenwoordigers, die het ene offer na het andere eisen. In die zin helpen oorlogen en de huidige crisis een hele generatie de ogen te openen.

Auteur