Vorige maand startte een parlementaire commissie die de rol van België in de moord op Lumumba moet ophelderen haar werkzaamheden. De commissie krijgt een jaar om haar taak te volbrengen.

Nochtans was het doctoraal proefschrift van Jacques Brassinne "Enquête sur la mort de Patrice Lumumba" (ULB,1990) het afgelopen decennium hét standaardwerk over dit onderwerp. Brassinne trachtte daarin aan te tonen dat de moord een louter Congolese afrekening was waarin België geen rol speelde. Deze versie werd door het Belgische establishment en meer bepaald de christendemocratie die in 1960-1961 de Belgische politieke sleutelposities bezette met Gaston Eyskens als eerste minister en graaf d’Aspremont Lynden als minister van Afrikaanse Zaken in dank aanvaard. "La Belgique dédouané" (België vrijgepleit) kopte het katholieke La Libre Belgique triomfantelijk.

Met zijn boek "Crisis in Congo" van 1996 wierp socioloog Ludo De Witte echter reeds een heel ander licht op de onafhankelijkheidsperiode waaruit bleek dat de regering Eyskens door haar opstelling en acties de moord op Lumumba minstens had aangemoedigd en dat de VN interventiemacht schuldig plichtsverzuim kon worden aangewreven. In zijn recent verschenen boek "De moord op Lumumba" gaat De Witte echter heel wat verder. Eerst haalt hij de methode van Brassinne (die in 1960 betrokken partij was in Congo!) volledig onderuit om vervolgens aan de hand van een nauwgezette studie van (onder andere) de 8000 telegrammen die indertijd werden uitgewisseld tussen het VN-hoofdkwartier in New York en de VN-diplomaten in Congo op het punt aan te belanden waarop met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden aangetoond dat de moord vanuit Brussel gepland en in elkaar gezet was en dat zij mede door Belgen werd uitgevoerd, Belgen die veel meer waren dan de willoze uitvoerders van de bevelen van het regime van Tsjombe in Katanga.

De nauwgezetheid waarmee De Witte de maanden, dagen en uren voor de moord op Lumumba reconstrueert, en de akelige details van de foltering, de moord en de opruiming van het lijk maken van "De moord…" geen ontspannende lectuur, maar wel een noodzakelijke dissectie die aan de hand van de "case study Lumumba" aantoont hoe de burgerij van een "democratisch" land zoals België handelt wanneer haar fundamentele belangen in het gedrang komen. Een grondige lectuur van De Witte zal de parlementaire commissie – indien zij daadwerkelijk de waarheid wenst te achterhalen – duidelijk maken welke personen, vergaderingen en ogenblikken aan een nader onderzoek moeten worden onderworpen. Zoals de rol van het Belgische "schaduwkabinet" in het Immokat-gebouw in Elisabethstad, het huidige Lubumbashi (Katanga).

Het smoren van de onafhankelijkheidsstrijd in Congo door de moord op Lumumba en twee van zijn ministers, (Mpolo en Okito) maakte de weg vrij voor het neerslaan van de anti-imperialistische opstanden in Congo en legde de basis voor het neokoloniale regime van Moboetoe, dat het grondstoffenrijke Congo gedurende 30 jaar overleverde aan de roofbouw door het Belgische, Amerikaanse en Franse imperialisme. Ook de leiding van de Belgische arbeidersbeweging kan in deze ontwikkeling "schuldig verzuim" worden verweten want in heel deze historische episode – waarin zij nochtans verwikkeld was in een prerevolutionaire krachtmeting met de regering Eyskens tijdens de grote staking van ‘60-’61 – behandelde zij de Congolese onafhankelijkheidsstrijd met de grootste onverschilligheid. En ook Moskou steunde het nationalistische bewind in Leopoldstad slechts in de mate waarin Congo als pion kon worden ingezet en geofferd op het internationale schaakbord van de "vreedzame coëxistentie" met het imperialistische Westen…

Lumumba was een in beginsel burgerlijk democratisch politicus die echter door de confrontatie met de neokoloniale ambities van de Belgen snel radicaliseerde. Indien hij langer zou hebben geleefd zou hij wellicht dezelfde evolutie hebben doorgemaakt als Fidel Castro op Cuba. De gevangenneming van Lumumba, verkozen eerste minister van Congo, na een staatsgreep georganiseerd door Moboetoe (die zichzelf echter op dat ogenblik nog niet aan het hoofd van de staat plaatste) dreigde een splitsing en opstand van het Congolese leger te veroorzaken. Dat was ook de reden waarom Lumumba eerst naar de door België georganiseerde secessie van Katanga moest worden overgebracht om daar te worden vermoord. Lumumba was en is het symbool van een onafhankelijkheidsbeweging die zéér snel radicaliseerde in die dagen maar die nog te jong en te ongeorganiseerd was om te kunnen overleven na de moord op en/of gevangenzetting van Lumumba en ettelijke tientallen van haar jonge leiders.

De Congolese bevolking betaalt tot op de dag van vandaag een zware tol voor deze zwarte bladzijde uit haar geschiedenis. Lumumba blijft een belangrijk symbool voor de ontvoogdingsstrijd van Congo en Afrika. Vandaag kent het land een regime dat flirt met de anti-imperialistische erfenis van Lumumba en dat daardoor op een zekere steun kan rekenen van de progressieve krachten in Congo en in de diaspora. Het Westen neemt deze dreiging opnieuw ernstig en houdt Kabila in de tang door opstanden in het oosten te financieren. We leven echter in andere tijden dan in 1960 toen het westers imperialisme er min of meer eensgezind naar streefde Afrika uit de "klauwen van het communisme" te houden. Het continent is opnieuw zoals ten tijde van de conferentie van Berlijn in 1885 het schouwtoneel geworden van strijd tussen imperialistische belangengroepen onderling. Kabila slaagt er tot op heden in als een volleerd bonapartist te balanceren tussen deze belangen. Dit houdt hem in het zadel maar bevordert allerminst de verdere ontvoogding van Congo en Afrika. Om die ontvoogding te bereiken zullen de verdiensten van het lumumbisme moeten worden bediscussieerd en erkend – zeker in België – maar zal boven alles de Belgische en Europese arbeidersbeweging moeten afrekenen met de praktijken van een neo-imperialistische politiek die tot op de dag van vandaag een heel continent onder de duim blijft houden.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken