Dit jaar moet het jaar worden van de vele verkiezingen. Maar veel Vlaamse partijen lijken zich precies nu in de voet te schieten. De VLD en Vooruit mochten recent hals over kop op zoek naar een nieuwe voorzitter. In Antwerpen, het grootste kiesdistrict, zitten zowel CD&V, VLD als Vooruit in zak en as, de laatsten na het ontslag van schepen Tom Meeuws.

En neen, dit zijn geen toevallige gebeurtenissen. Het zijn de gevolgen van extreme spanningen bij politici die van twee kanten onder druk staan. De Europese Unie heeft net (onder Belgisch voorzitterschap!) berekend dat België voor de volgende zeven jaren 27 miljard moet besparen, dat is bijna vier miljard per jaar. Langs de andere kant is het overduidelijk dat een groot deel van de be-volking echt kwaad is en oplossingen eist die de politici niet kunnen en vooral niet willen geven. Zwarte vlaggen verschijnen waar bushalten zijn geschrapt, opvang voor kleuters is bijna niet te vinden en in enkele gevallen zelfs gevaarlijk, het onderwijs boert achteruit, je moet dagen of weken wachten voor je bij de huisarts geraakt en maanden voor de specialist, de inkomsten van de boeren zijn niet meer voldoende om te overleven, winkelkarretje waarvan de prijs veel sneller stijgt dan onze lonen (volgens Test Aankoop) en steeds meer stress en minder bevrediging op het werk. Ondertussen maken de banken en de grote bedrijven superwinsten en willen de patroons een indexsprong of zelfs de afschaffing van de index.

De oplossing lijkt dus simpel: haal het geld waar het zit. Maar bijna alle partijen schrikken daarvoor terug omdat ze weten dat dit hen onmiddellijk in conflict zou brengen met de echte machthebbers in een kapitalistische economie: de banken, de multinationals, de beurzen, de Europese Unie. In plaats daarvan verliezen zij zich in gekibbel, zowel onder elkaar als binnen hun eigen partij. Dat is de verklaring van de enorme verwarring, niet alleen in België, maar over heel de wereld.

De clou is dat er geen enkele objectieve reden is waarom al deze problemen niet zouden kunnen worden opgelost. Veel beter en gratis openbaar vervoer, betere zorg, een onderwijs waar eindelijk eens geluisterd wordt naar de leraars (dus kleinere klassen in plaats van verschillen in verloning), zekerheid voor de boeren en een landbouwsector met een toekomst. Het is allemaal perfect mo-gelijk als alles gepland gebeurt en niet enkel in dienst van de winsten van de superrijken. De klimaatcrisis is ongetwijfeld de lastigste kluif, maar ook daar zijn de wetenschappers het over eens dat we vandaag al over de vereiste kennis en technologie beschikken om die binnen de perken te houden. Alleen het gebeurt allemaal niet, of veel te weinig. In tegendeel: verenigd rechts en ook de reformistische partijen zoals Vooruit en de Parti Socialiste zijn ons aan het voorbereiden op verdere besparingen, verhoging van de uitgaven voor defensie en zelfs oorlog. Over dergelijke problemen zouden de komende verkiezingen moeten gaan, niet over “het gevaar van extreem rechts” of “de verdediging van onze democratie”.

De krant De Morgen publiceerde in zijn nummer van 17 februari een groot artikel waarin gepeild werd wat jongeren dachten over de volgende verkiezingen.Velen waren vernietigend voor de huidige politici:

“Politiek, dat zijn mensen die veel macht krijgen en daar niet veel mee doen, behalve voor hun eigen voordeel. Ik kijk er helemaal niet naar uit om te gaan stemmen, het lijkt me nogal nutteloos”. Maar tegelijkertijd in het zelfde artikel: “vraag (…) waar ze van wakker liggen en ze schudden prompt een paar prangende thema’s uit hun mouw: het klimaat, armoede, vrouwenrechten, mentaal welzijn, wonen, de pensioenen, de oorlog in Gaza…”

Dit soort reacties komen zeker niet alleen bij jongeren voor. Ze schreeuwen om een partij die deze gevoelens ernstig neemt en bereid is er voor te vechten. En zo’n partij mag ook niet liegen: de komende verkiezingen zullen belangrijk zijn, maar ze zijn slechts een fase in de machtsopbouw die nodig is om een betere maatschappij te bekomen. Het is nodig om al vandaag te vechten voor verbeteringen voor de werkende klasse. Maar er zal meer nodig zijn dan een verkiezingssucces, veel meer. De actieve inbreng van de werkende bevolking zal nodig om uiteindelijk dit verrotte economische systeem omver te werpen. Enkel een revolutionaire arbeiderspartij kan dat bereiken.

Een van de politieke fouten van Conner Rousseau was niet zijn racistische praat (dat ook!), maar de manier waarop hij aanschurkte tegen de N-VA in de hoop met hen in coalitie te gaan in de komende Vlaamse regering. In Antwerpen kunnen ze ondertussen vertellen hoe dat afloopt. N-VA bakt niets van het beheren van de zaken waar ze bevoegd voor zijn. Kijk maar naar hun palmares voor de Lijn, de Zorg of het onderwijs. Maar hun coalitiepartners in de vernietiging rijden, dat kunnen ze wel. Vooruit heeft haar verzwakking echter volledig aan zichzelf te danken.

Wij denken dat vandaag bij ons enkel de PVDA de potentie heeft om uit te groeien tot een der-gelijke partij, die broodnodig is. Ook zij hebben nog werk aan de winkel: ze mogen wat minder bevreesd zijn om zichzelf socialist of communist te noemen en niet de indruk wekken dat er fundamentele verbeteringen mogelijk zijn binnen het kapitalistisch systeem. Ook moeten ze leren niet bang te zijn om kritiek te leveren op de vakbondsbureaucratie als die weer een een prachtige actie van haar achterban in de vernietiging rijdt ten voordele van het “sociaal overleg”. Maar PVDA heeft al dikwijls in concrete acties getoond dat zij in staat zijn resultaten te bereiken op de juiste manier: door mobilisatie van de achterban. Dat hun mandatarissen een gewoon loon krijgen is ook een efficiënte maatregel tegen de wereldvreemdheid die zoveel andere politieke mandatarissen kenmerkt. De andere partijen verwijten de PVDA dikwijls dat zij weigeren verantwoordelijkheid te nemen. Dat zij weigeren in om het even welke coalitie te stappen “om er bij te zijn” is juist een groot pluspunt. Voilà, hiermee is ons kiesadvies gegeven.

Tijdschrift Vonk

layout Vonk 322 page 001

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken