Nigeria staat voor de grootste crisis in haar bestaan. Het Nigeriaanse ‘democratische’ regime heeft het lot van de meeste Nigerianen niet verbeterd. De productie is in elkaar geklapt en nu staat ook de financiële sector op de rand van de afgrond. Bovendien laat de wereldwijde recessie zich ook in Nigeria voelen. De vraag naar olie is gedaald en daardoor is de prijs gezakt van 29-30 dollar tot 18-20 dollar per vat. Dit heeft een grote impact op het inkomen van de regering.

Verder zijn er nog de beleidsmaatregelen die opgedrongen worden door het IMF en de Wereldbank, die de regering verplichten om de interne markt te openen. Door de lage productiviteit van de Nigeriaanse industrie zijn de eigen producten echter duurder en kunnen ze de concurrentie met buitenlandse goederen niet aan. Dit uitte zich onlangs in een betoging van textielarbeiders. Ze hielden protestborden vast waarop stond: “Neen aan de WTO”, “Nigeria uit de WTO” en “Geen Europese goederen”. Veel bedrijven hebben hun deuren moeten sluiten door de zogenaamde “aanpassingsprogramma’s”. Deze fabrieken werden meestal omgetoverd in opslagplaatsen voor geïmporteerde producten.

Een diepe en wijdverbreide crisis

De crisis in de productie begint nu dus ook de financiële sector aan te tasten. De ineenstorting van de Savannah Bank is slechts het topje van de ijsberg van een veel diepere en grotere crisis van het bankwezen. De Savannah Bank is een van de grootste banken in Nigeria. Veel mensen hebben hun vertrouwen in de banken verloren waardoor deze een serieuze crisis tegemoet gaan. Een scenario zoals dat van Argentinië lijkt in de maak voor de Nigeriaanse samenleving.

Tot voor kort nog was er een boom in de financiële sector, maar de crisis in de productie moest zich vroeg of laat vertalen in een ineenstorting van het financiële systeem. De meeste banken zijn nu erg verontrust. Ze hebben enthousiast op de beurs gespeeld en op munten gespeculeerd zonder dat er echte investeringen werden gedaan in de productie. Dit is geen verrassing aangezien de rentevoet voor leningen meer dan 40 procent bedraagt. Zo’n hoge rentevoet kan onmogelijk investeringen in de industrie stimuleren omdat de winstvoet dan groter dan 40 procent moet zijn om enkel en alleen de intrest terug te betalen. De banken zijn begonnen met het ontslaan van arbeiders. Het ergste moet echter nog komen. Bij dit alles komen immers nog de maatregelen van het IMF. Mocht dit beleid ten volle in Nigeria worden toegepast, dan zou dit de ineenstorting van de helft van het bankwezen betekenen!

Obasanjo en het IMF

Het beleid van het huidige regime toont aan dat de regering een speelbal is van de krachten van het imperialisme, ondanks de beslissing om een IMF-team weg te sturen. Het regime van president Obasanjo heeft een heleboel ruchtbaarheid gegeven aan dit conflict met het IMF.

De eisen die het IMF aan Nigeria had gesteld waren als volgt: privatisering van de publieke diensten; inkrimping van het overheidspersoneel; vermindering van de schuldenlast; opheffing van subsidies voor petroleumproducten, elektriciteit, landbouw en buitenlandse handel; beperking van de overheidsuitgaven; vrije in- en uitstroom van buitenlands kapitaal. De regering moet met andere woorden alles opofferen om de intrest te betalen op de buitenlandse schuld. Deze intrest loopt elk jaar op tot zo’n 3,1 miljard dollar. Dit betekent dat de regering elk jaar zo’n 65 procent van het BNP van het land aan de schuld moet spenderen. Dit is vier keer de som die besteed wordt aan de gezondheidsvoorziening en zeventien keer het geld dat naar de landbouw gaat. Hierdoor wordt Nigeria gedwongen om, gespreid over de volgende tien jaar, 28,4 miljard dollar terug te betalen. Deze cijfers onthullen dus de werkelijke situatie. De hoeveelheid die Nigeria moet betalen gedurende de volgende tien jaar is bijna even groot als haar huidige schuld. Het land wordt gedwongen om een heel groot deel van haar rijkdom weg te geven onder de vorm van intrest. Er gaat dus meer kapitaal naar het buitenland dan van het buitenland naar Nigeria. De armen financieren de rijken!

Obasanjo wordt nu toegejuicht door mensen als de voorzitter van de Producenten Organisatie van Nigeria en organisaties als de Lagos Kamer van Koophandel. De Nigeriaanse pers staat vol met citaten van eminente professoren en economen die de zet van Obasanjo verwelkomd hebben. Betekent dit dat de antisociale politiek van de regering beëindigd zal worden? Helemaal niet.

Deze zet toont in de eerste plaats het grote dilemma aan waarmee de Nigeriaanse heersende klasse nu geconfronteerd wordt. Als ze het beleid van het IMF verder doorvoert, zal ze vroeg of laat stoten op een massabeweging van onderuit. Twee algemene stakingen en een reeks stakingen die in elke sector van de maatschappij gehouden werden, vormen hiervoor het beste bewijs. De Nigeriaanse heersende klasse vreest dus een mogelijke revolutionaire beweging. Obasanjo wil tegen de nieuwe verkiezingen in 2003 gezien worden als een tegenstander van de imperialistische krachten. In werkelijkheid staat hij niet voor een alternatief beleid. Het wegsturen van het IMF stelt de Nigeriaanse heersende klasse inderdaad voor een aantal problemen. Zonder een overeenkomst met het IMF wordt het moeilijk voor Nigeria om een herschikking van de schuldenlast te verkrijgen. De deal met de Club van Parijs om de schuld te verlichten komt zo op de helling te staan. Nigeria moet nog altijd de intrest op de buitenlandse schuld betalen. Zonder een herschikking van de schuld moet het de volledige som betalen en zal het geen andere leningen meer kunnen aangaan. Onder deze omstandigheden zal de waarde van de Naira waarschijnlijk ernstig dalen en zal er een kapitaalsvlucht uit het land ontstaan. Ook hier biedt het kapitalisme geen uitweg. John Odeyemi van de Lagos Kamer van Koophandel en Industrie stelt: “Het land zou een alternatief beleid moeten ontwikkelen om de schuld te betalen.” Wat zal dit beleid inhouden? Er zal geen groot verschil zijn met de huidige politiek. De arbeiders zullen moeten betalen, via verhoogde prijzen of via snoeiingen in de overheidsuitgaven. In een kapitalistisch systeem moet de buitenlandse schuld, wat uiteindelijk een onrechtmatige kapitaalsroof is, betaald worden of ten minste verminderd. Het Nigeriaanse volk moet zich niet laten bedriegen door Obasanjo’s retoriek.

In woorden verzet Obasanjo zich tegen het IMF, in daden heeft hij echter bijna alles gedaan wat ze van hem vroegen. In de jaren ’70 had het regime tot op zekere hoogte nog interesse in de ontwikkeling van de Nigeriaanse industrie en nijverheid. Het huidige regime voert echter alleen maar de dictaten van het IMF uit, waaronder de eis tot privatisering. De Nationale Commissie voor Privatisering werd opgericht om de overgang te leiden en slaagde er in om reeds zo’n 80 procent te realiseren van hun privatiseringsplannen. Ze slaagden er echter alleen in om de kleine staatsbedrijven te privatiseren. NITEL (Het Nigeriaanse Telecombedrijf), NEPA (Elektriciteitsbedrijf) en de staatsraffinaderijen werden nog niet verkocht. De positie van NITEL is tekenend voor de problemen waarvoor de regering staat. Het bedrijf stemde toe in alle aanpassingen en wijzigingen, maar het enige bod dat ze kregen was 1,2 miljard dollar van International Investment Limited, wat veel lager lag dan de reële waarde van het bedrijf. De regering wilde zelfs toestemmen in dit koopje, maar International Investment trok zich terug. Als het op grote sommen geld aankomt willen de internationale investeerders hun geld niet investeren in Nigeria, omdat ze in dit land geen stabiele vooruitzichten hebben. Ze hebben geen vertrouwen in de stabiliteit van het regime en in de mogelijkheid om genoeg winst te maken.

Het Nigeriaanse patronaat wordt ook geconfronteerd met een militante arbeidersbeweging in deze bedrijven. De arbeiders van NITEL en NEPA zijn natuurlijk bezorgd wat er met hun banen en werkomstandigheden zal gebeuren als het bedrijf geprivatiseerd wordt. Hoewel de Nigeriaanse vakbonden in theorie tegen privatisering zijn, steunen de leiders van de NLC deze massale uitverkoop. Adams, die deel uitmaakt van de vakbondsleiding, is zelf een lid van de Nationale Commissie voor Privatisering. De vakbondsleiding bevindt zich dus duidelijk in het andere kamp!

De strijdbaarheid van de Nigeriaanse arbeiders

De Nigeriaanse vakbonden zijn in de voorbije twee jaar erg in beweging geweest. Een algemene staking in januari werd illegaal verklaard, maar dit hield de arbeiders niet tegen. Integendeel, veel nieuwe lagen van de arbeidersklasse beginnen deel te nemen aan de strijd. Tijdens de laatste twee jaar waren er meer stakingen dan in de gehele voorbije geschiedenis van Nigeria. Stakingen leverden immers resultaat op. De arbeiders in dienst van de overheid bijvoorbeeld – een groot deel van de Nigeriaanse arbeidersklasse – konden zo loonsverhogingen bekomen. De overwinningen maakten het stakingswapen natuurlijk nog populairder. De arbeiders hebben een voorsmaakje gekregen van hun kracht en hun potentieel. Ze beseffen dat ze tot veel meer in staat zijn. Het regime was drie jaar geleden nog in staat om bepaalde toegevingen te doen omdat de olieprijs toen fors gestegen was. Vandaag vragen de arbeiders echter om een einde te stellen aan de militaire repressie en verhoging van hun extreem lage lonen. Het ene succes heeft geleid tot een stijgend crescendo van stakingen.

De algemene staking van 19 januari

De algemene staking van 19 januari valt niet te vergelijken met de staking van 2000. De deelname was niet zo hoog. Dit weerspiegelt echter niet de ware vastberadenheid en strijdvaardigheid van de arbeiders. De staking kwam er immers vanwege een enorme druk die zich van onderuit had opgebouwd. De leiders van de NLC wilden niet oproepen tot een staking. Ze werden gedwongen door de arbeiders en ze lasten de staking af van zodra ze een excuus hadden. Obasanjo zorgde voor dit excuus door te verklaren dat de staking illegaal was en Adams beaamde dit beleefd.

Het afbreken van de algemene staking was niet te wijten aan de macht van het regime van Obasanjo. Het falen van de staking was volledig de schuld van de leiding van de NLC. Dit was geen nederlaag zoals die van de NUPENG (arbeiders in de olie-industrie) in 1994. Na deze mislukte staking kon het regime het verzet de kop indrukken en de repressie opdrijven. Dit is vandaag niet het geval. Onmiddellijk na het afbreken van de algemene staking vonden er nieuwe stakingen plaats onder andere lagen van de arbeidersklasse. De belangrijkste hiervan is de politiestaking geweest.

De politiestaking

Dit was de eerste keer in de geschiedenis van Nigeria dat de politie staakte. De politie is duidelijk beïnvloed door de acties van de arbeidersbeweging. Het regime had dit totaal niet verwacht. De politie is een van de meest gehate afdelingen van de Nigeriaanse staat en toch verkreeg ze een grote steun onder de massa. Arbeiders sympathiseerden met de eisen van de politie. Beide groepen staan immers voor dezelfde problemen.

De revolutionaire brand heeft nu ook bepaalde delen van het leger aangestoken. De Nigeriaanse pers staat vol met berichten over een mogelijke muiterij onder het leger. De gewone soldaten zijn op hun beurt immers beïnvloed door de acties van de politie. Legerleiders reizen het land rond om de barrakken te bezoeken en de soldaten lessen te geven over hoe ze de grondwet moeten verdedigen. Dit toont aan hoe bezorgd de Nigeriaanse heersende klasse wel is. Als de politie gaat staken en de soldaten muiten, wie zal dan de arbeiders in toom houden? De volgende keer dat de politie erop uit wordt gestuurd om een betoging of staking in elkaar te slaan, zullen de arbeiders meer op hun steun en sympathie kunnen rekenen.

Een rijpende prerevolutionaire situatie

De Nigeriaanse heersende klasse is verdeeld. Ze weten niet langer hoe ze de situatie onder controle moeten houden en zijn verdeeld over de kwestie hoe het nu verder moet. De moord van vorig jaar op Bola Ige, de minister van justitie, toont aan hoe diep de tweespalt is. Het lijkt erop dat de heersende partij erin betrokken was en dat het een politieke afrekening was in de hoogste regionen van de macht.

Dit zijn gebeurtenissen die kenmerkend zijn voor een regime in crisis. Obasanjo heeft alle steun verloren die hij had toen hij aan de macht kwam. Zijn positie is zo zwak dat hij op een bepaald ogenblik zelfs bijna werd afgezet. Het resultaat van dit alles is dat de bevolking meer dan ooit gepolitiseerd is.

Obasanjo beseft zijn eigen zwakke positie en probeert daarom de Verkiezingswet door te drukken. Deze wet is een poging om een beperking te stellen aan de partijen die mogen meedoen aan de verkiezingen. Obasanjo trachtte bij decreet te regeren, maar hij moest dit plan laten vallen. Hij vindt zelfs geen steun meer bij de drie burgerlijke partijen die vandaag de ‘democratie’ vorm geven in Nigeria.

Ook de middenklassen zijn het beu. De ineenstorting van de Savannah Bank betekende het verlies van de spaarcenten van vele families. Ongeorganiseerde lagen van de arbeidersklasse organiseren zich en de arbeidersbeweging is klaar om te strijden voor haar belangen, zoals de stakingen in de voorbije twee jaar overduidelijk aangetoond hebben.

Bomontploffing op 27 januari

De stemming onder de massa werd duidelijk tijdens de bomontploffing op 27 januari in Ikeja (Lagos), toen een duizendtal mensen werden gedood en zo’n vijduizend mensen dakloos werden gemaakt. Iedereen wist dat dit zou kunnen gebeuren aangezien een verslag van twee jaar geleden reeds onthuld had dat het legermateriaal in een heel slechte staat verkeerde. De ontploffing belichaamde de staat van de gehele Nigeriaanse infrastructuur. Toen de ramp zich voordeed dachten mensen aan een staatsgreep met gevechten tussen afdelingen van het leger. Twee jaar geleden hadden we nog een massale reactie kunnen verwachten tegen enig gevaar voor een staatsgreep. Zo’n reactie was hier niet te zien. Het leger kon op enige sympathie rekenen. De bekende CNN-reportage, die de steun onder sommige lagen voor een militaire terugkeer aan het licht bracht, werd door het regime met woede beantwoord. Deze woede wijst echter enkel op het element van waarheid in deze reportage. Als gevolg van ontnuchtering in de burgerlijke heerschappij gingen sommige bevolkingslagen het leger als een oplossing beschouwen. Dit maakt ons duidelijk hoe geïsoleerd Obasanjo’s regime is. Dit proces heeft zijn duidelijke invloed op de middenklassen en het meer vervreemde lompenproletariaat, de werkloze en verworpen laag van de maatschappij.

De werkende klasse is zich evenwel bewuster en is de rol van het leger uit het verleden niet vergeten. Maar het feit dat lagen van de maatschappij hun sympathie laten blijken toont aan hoe ver de situatie is geëvolueerd. Deze lagen zijn klaar voor extreme maatregelen.

Toen Obasanjo de plaats van de ontploffing bezocht, werd hij weggehoond. De vice-president moest gaan lopen voor zijn leven, hij riskeerde gelyncht te worden!

Ook onder de studenten doet zich en proces van radicalisering voor. Linkse kandidaten worden verkozen in de studentenvakbonden terwijl kandidaten die voor het regime zijn het moeilijker krijgen. De toestanden in universiteiten en studentenresidenties gecombineerd met de dreiging van een verhoging van de inschrijvingsgelden, maken de weg vrij voor een nieuwe explosie van de studentenbeweging. We kunnen verwachten dat de studenten hun weg naar de straat zullen vinden. Dit zal zijn effect op de arbeiders niet missen zoals dit in het verleden meermaals gedemonstreerd werd.

De arbeidersbeweging moet zich op een machtsovername voorbereiden

Dit alles wijst op de ontwikkeling van een Argentijns scenario in Nigeria, namelijk dat van een prerevolutionaire situatie. De omstandigheden rijpen waarin de Nigeriaanse arbeiders de macht kunnen overnemen. Indien de leiding van het NLC zou oproepen tot een algemene staking en hierin bereid zou zijn tot het uiterste te gaan, zou de grote meerderheid van de bevolking de actie ondersteunen. Op de lagere politierangen kan aantrekkingskracht uitgeoefend worden door eenvoudigweg hun eisen bij die van de stakers te voegen. Zelfs de lagere rangen van het leger zouden gewonnen kunnen worden, daarop wijst de recente misnoegdheid onder gewone soldaten. Wie kan onder deze omstandigheden de arbeiders nog stoppen? Indien de werkers elke fabriek en elk kantoor zouden bezetten, indien de studenten de scholen en universiteiten zouden bezetten, indien boeren de landerijen zouden overnemen, zonder dat er een politiemacht of leger is, kan de heersende klasse hen dan nog stoppen?

Zo’n beweging zou het voorbeeld van het Argentijnse volk volgen. In elk arbeidersdistrict zou men vergaderingen oprichten en vertegenwoordigers sturen naar de hogere organen op stads- en staatsniveau. Wat we hier zouden aanschouwen is een nieuwe methode om de maatschappij te besturen. De arbeiders zouden hun eigen bestuurssysteem ontwikkelen. Een arbeidersoverheid gestut door de beweging zou beginnen met de buitenlandse schuld te verwerpen. Op dit moment bedraagt deze meer dan 30 miljoen dollar. Elke jaar wordt Nigeria gedwongen hier grote sommen aan intrest op te betalen. We moeten dit geld in Nigeria houden en het niet geven aan de rijken, het IMF, de Wereldbank en de verschillende imperialistische machten. Stel je voor wat wij met dit geld zouden kunnen aanvangen, hoeveel scholen, huizen en ziekenhuizen zouden we kunnen bouwen, hoeveel jobs zouden we kunnen creëren!

Nationaliseer de sleutelsectoren

Enkel deze buitenlandse schuld verwerpen is ontoereikend. De werkers van Nigeria moeten de middelen van het land onder hun controle stellen en ze aanwenden ten dienste van de gewone mens. Dit betekent ze uit handen nemen van de imperialisten en hun lokale stromannen. De nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie is de enige oplossing. Door de economie van de natie onder controle te brengen van de arbeiders zouden we kunnen beginnen met die problemen op te lossen waartoe de Nigeriaanse heersende klasse gedurende meer dan veertig jaar niet toe in staat was.

Dit zou mogelijk zijn als de NLC-leiding maar bereid zou zijn de werkers te mobiliseren. Het probleem is dat ‘kameraad’ Adams zich beter thuis voelt in de omgang met kapitalisten dan in de organisatie van de arbeiders. We moeten ons daarom de vraag stellen hoe we uit deze impasse kunnen geraken.

Een grote taak ligt in het verschiet, maar deze is niet onmogelijk. Onze eerst taak is het transformeren van de vakbonden in echte strijdorganisaties. De werkers moeten volle controle kunnen uitoefenen op hun leiders. Deze moeten op elk niveau verkozen worden en de werkers die hen verkiezen reserveren zich het recht hen terug te roepen indien zij de wens van de beweging niet uitvoeren. Daarom moeten we beginnen met een campagne in elke vakbond om de leiders tot verantwoording te dwingen. Het doel is elke vakbond te transformeren alsook de NLC zelf. Indien Adams niet bereid is te vechten, moet hij aftreden en anderen het werk laten overnemen.

Bouw een arbeiderspartij met een socialistisch programma

Adams heeft de kwestie aangehaald van de opbouw een arbeiderspartij. Dat is wat de arbeiders in Nigeria nodig hebben. Maar zelfs een arbeiderspartij zou niets oplossen met het programma van Adams, namelijk een programma dat staat voor privatisering! Een arbeiderspartij moet zich beroepen op het programma dat wij hierboven geschetst hebben. Met dit programma is het mogelijk partijtakken op te richten in elke fabriek, elke school en district, elke boerderij. Met zo’n partij aan het hoofd van de Nigeriaanse arbeidersklasse kan geen enkele macht de arbeiders van de macht houden.

We moeten het zo stellen: in een bepaald stadium moeten de Nigerianen de macht grijpen of de verschrikkelijke gevolgen dragen. Ofwel behalen zij de grootste overwinning ofwel wordt het de verschrikkelijkste nederlaag.

De heersende klasse wacht zijn tijd af door te leunen op de NLC-leiding. Indien de arbeiders na een langdurige periode met stakingen zonder resultaat uitgeput raken, dan is het gevaar voor demoralisering groot.

Is er een staatsgreep mogelijk?

We hebben al gezien dat een militaire comeback onder sommige lagen anders wordt bekeken dan twee of drie jaar geleden. De vraag die wij ons moeten stellen is: kan het leger die comeback maken? Kan de heersende klasse opteren voor een militaire coup?

Op dit ogenblik is het uitvoeren van een succesvolle coup onwaarschijnlijk. De werkende klasse is niet verslagen. De werkers begrijpen dat de mislukking van de algemene staking van 19 januari niet te wijten is aan een gebrek aan strijdkracht. Deze mislukte door toedoen van de leiding. Sindsdien hebben we een ganse reeks andere stakingen gezien. De beweging van de werkende klasse rijst op, ze stort niet in. Onder deze omstandigheden zou een staatsgreep de furie van de arbeidersklasse oproepen en zou de heersende klasse het tegenovergestelde bereiken van wat zij voorop gesteld had.

Daarom is het meest voor de handliggende perspectief een voortgezette vorm van burgerlijke heerschappij. Kunnen deze heersen via Obasanjo? Dit is onwaarschijnlijk. Daarvoor zullen ze een andere kandidaat moeten vinden. Een arbeiderspartij onder leiding van Adams zou ideaal zijn. Drie jaar geleden had het volk nog illusies in de ‘democratie’ en zelfs in Obasanjo. Deze illusies zijn nu verdwenen. Op dit moment steunt Obasanjo op de NLC-leiders. Zij alleen houden hem recht. Maar zelfs met de steun van de NLS kan hij niet lang aanklampen. Daarom luidt de vraag van de heersende klasse: wat nu? Met Adams in de regering kan de situatie tijdelijk in stand gehouden worden. De arbeiders zouden bereid zijn te luisteren naar een regering met Adams, zeker doorheen een arbeiderspartij. De arbeiders zouden zo’n partij beschouwen als “onze partij” en daarom bereid zijn hem tijd te geven.

Maar de creatie van een arbeiderspartij heeft ook zijn keerzijde. Tienduizenden, indien niet honderdduizenden arbeiders zullen de partij vervoegen en pogen deze voor hun doelen in te schakelen. De leiding zelf zou onder immense druk komen te staan. Leiding en arbeiders zouden in tegenovergestelde richtingen bewegen. Eens het duidelijk wordt dat leiders als Adams geen echt alternatief bieden, worden de omstandigheden geschapen voor een krachtige zwaai naar links. Hier zullen de ideeën van het marxisme een grote weerklank krijgen en zullen de voorwaarden zich aandienen voor de transformatie van de partij in een onvervalste revolutionaire kracht.

Zowel de heersende klasse als Adams zijn zich hiervan bewust. Daarom neemt Adams het woord arbeiderspartij wel in de mond, maar neemt geen concrete stappen deze te creëren. Hij kan hiertoe gedwongen worden. Maar hij kan het proces ook verstikken, juist omdat hij de arbeiders vreest die de partij zouden vervoegen. Indien dit het geval zou zijn kan de druk vanuit de basis leiden tot de creatie van een radicale burgerlijke partij. Welke kant het ook uitgaat, de burgerij heeft nood aan een instrument om de massa’s te kunnen bespelen. In zo’n situatie kunnen we eender welke nieuwe politieke formatie verwachten.

Uiteindelijk zullen de problemen van het gewone volk echter niet opgelost worden op kapitalistische basis. Indien de omstandigheden na een periode van politieke intriges niet verbeteren, en indien de arbeidersstrijd geen concrete verandering met zich mee brengt, dan kan de situatie voor de arbeiders wel eens heel gevaarlijk worden.

Zolang de arbeidersbeweging vooruit marcheert kan het etnisch vraagstuk overwonnen worden. Indien de arbeiders verslagen worden kan de nationale kwestie de kop op steken en de nachtmerrie naar ongekende hoogten leiden. Niet zo lang geleden, na schermutselingen tussen Yorubas en Hausars in Lagos, zagen we Hausars protestborden dragen waarop te lezen stond: "Democracy No, Military Yes". Op deze basis kan het leger, op lange termijn, zijn comeback maken.

Daarom is het belangrijk snel te handelen. De arbeiders hebben veelvuldig bewezen paraat te zijn voor de strijd. De omstandigheden zijn gunstig voor de transformatie van de maatschappij. Niemand kan de arbeiders stoppen indien ze een correcte leiding hadden. De taak is aan ons, basismilitanten van de vakbond, studenten, werklozen om te ijveren voor de oprichting van een arbeiderspartij met als doel de omverwerping van dit rotte kapitalistische systeem.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken