Maandag 30 juni schoten de arbeiders van Nigeria opnieuw in actie met een algemene staking van onbepaalde duur. Dit is de culminatie van jaren frustratie. De arbeiders hebben al verscheidene keren gevochten maar door een reeks compromissen slaagden de vakbondsleiders en de overheid er steeds in om hen terug aan het werk te krijgen. Nochtans was dit slechts uitstel tot de dag van de afrekening. De contradicties zijn te groot voor een blijvend compromis.

In de afgelopen periode zagen we een massale golf van stakingen in Nigeria waarbij diverse sectoren betrokken waren. In juni 2000 had er een staking plaats tegen de pogingen van de overheid om de brandstofprijs te verhogen. Het was een gedeeltelijk succes aangezien de overheid de aangekondigde stijgingen drastisch moest verminderen. In januari 2002 kwamen de arbeiders weer op straat, maar de leiders van de vakbondsfederatie NLC, die vanaf het begin geen staking wilden, bliezen ze snel af. De leiders van de NLC, in het bijzonder voorzitter Adams Oshiomole, deden er alles aan om de stakingen af te blazen en een soort compromis te bereiken. Het probleem voor deze ‘leiders’ is dat de arbeiders hiermee niets bereiken. Onder druk van de werkende klasse deed de staat toegevingen. Hoewel ze steeds een vermindering van de stijgingen bekwamen, bleef de prijs nochtans stijgen, minder dan aangekondigd weliswaar. Het was onvermijdelijk dat de overheid zou vragen om meer.

Nigeria heeft een ontzaglijke buitenlandse schuld van 30 miljard dollar. Het heeft nood aan schuldkwijtschelding en herschikking.Om dat te bekomen moet het land evenwel de banden met het IMF opnieuw aanhalen, aangezien die vorig jaar verbroken zijn. Dat toont dat zelfs de Nigeriaanse kapitalisten en hun regering het moeilijk vinden om de recepten van het IMF toe te passen. Dit doen betekent immers in conflict komen met de arbeiders. Bovendien zouden de belangen van een deel van de Nigeriaanse elite zelf in het gedrang komen, meer bepaald het deel dat geld wint uit de staatscontrole van de olie-industrie, voornamelijk onder rijke generaals.

Aanhoudende druk van het imperialisme

De logica van de wereldmarkt is echter meedogenloos. Het imperialisme wil zijn deel en Obasanjo, de pas herkozen president, staat onder enorme druk om zich te schikken naar de regels van de internationale financiën. Eind juni benoemde de president Ngozi Okonjo-Iweala als minister van Financiën. Momenteel is zij een van de vice-presidenten van de Wereldbank! Dat verklaart waarom de internationale financiële gemeenschap zo enthousiast was. Een van hen is nu gepositioneerd in het hart van de Nigeriaanse regering om ervoor te zorgen dat hun belangen bevredigd worden.

Deze druk verklaart eveneens waarom de prijs van olie moest stijgen van 26 naira naar 40 naira. De stijging van brandstofprijzen beïnvloedt niet alleen benzine maar tevens kerosine, wat over heel Nigeria wordt gebruikt om te koken. Zo’n stijging zou de portefeuille van de armen dus zwaar raken.

De reden voor de prijsstijging is de wens van de overheid om de subsidies te verminderen. In een poging de massa’s te bedotten verkondigde Obasanjo dat de subsidies beter zouden gaan naar gezondheid en onderwijs. Een grote mop, wanneer we de stijging van de toegang tot de universiteit in het achterhoofd houden. In werkelijkheid wil de staat besnoeien in elk domein om zo meer geld naar de afbetaling van schulden te kunnen kanaliseren. Zoals gewoonlijk betalen de armen de rekening. De gouverneur van de Nigeriaanse Centrale Bank steunt de overheid vol enthousiasme en levert daarbij opnieuw een bewijs dat ze slechts de boodschappenjongens van het imperialisme zijn en geen onafhankelijke rol kunnen spelen.

Algemene staking groot succes

Hoewel de bankiers tevreden kunnen zijn, zien de arbeiders het anders. De NLC was gedwongen een algemene staking af te kondigen tegen de maatregelen nadat onderhandelingen van de laatste minuut faalden. Duizenden bus- en taxichauffeurs namen al deel aan de staking, wat leidde tot een verlamming van de grote steden. Overheidsgebouwen werden bezet door boze arbeiders met vlaggen van het NLC in de hand en Lagos, de grootste stad, lag volledig lam. Dat toont de mate van ontevredenheid bij de arbeiders.

Obasanjo verklaarde onmiddellijk dat de staking illegaal was omdat het NLC de overheid niet vijftien dagen op voorhand gewaarschuwd had, wat moet volgens de wet. Maar hoe kunnen de arbeiders nu vijftien dagen wachten? Tegen dan zou de prijsstijging geconsolideerd zijn. Zij moeten nu vechten.

Toch zit er een logica in de verklaring van Obasanjo. Bij de vorige algemene staking verklaarde hij na enkele dagen ook de staking illegaal en de vakbondsleiding reageerde prompt door de staking af te blazen! Nu beweerden ze dat de staking zou doorgaan, maar ze zeiden daar direct al bij dat ze de staking zouden stoppen als Obasanjo een ‘redelijke’ reductie in de prijsstijging zou voorstellen. We hebben hier dus een combinatie van de tactieken van de twee vorige algemene stakingen. Langs de ene kant druk van de staat die de wet citeert en langs de andere kant een leiding die de president smeekt om de zweepslagen voor de arbeidersklasse te verzachten. We hoeven ons daar niet over te verwonderen aangezien Adams steun gaf aan Obasanjo in de recente (frauduleuze) verkiezingen. Adams verschilt nergens fundamenteel met de president op het vlak van economisch beleid. Obasanjo is pas herverkozen, maar iedereen weet dat dit gebeurde door massale fraude. In weerwil van zijn ontzaglijke meerderheid heeft hij niet dezelfde autoriteit als voorheen. De verkiezingen losten niets op voor de arbeiders. Dat verklaart waarom ze zich nu opnieuw roeren op de werkvloer.

Zware repressie

Zoals gewoonlijk zette de staat de zware middelen in tegen het arbeidersprotest. Bij verschillende gelegenheden schoot de politie op de betogers, waarbij maandag 30 juni minstens vier doden vielen in de hoofdstad Abuja en vele anderen gewond geraakten. Die maandag alleen al arresteerde de politie in totaal 88 mensen. Dinsdag vielen de ordediensten zowel protesterende arbeiders als journalisten aan die verslag uitbrachten van de gebeurtenissen. Zelfs Adams Oshiomole moest traangas verduren. Gewapende politie bezetten het hoofdkwartier van de vakbond en vijftig politiemannen blokkeerden de toegang voor de arbeiders die daar bijeenkwamen om een betoging te organiseren. Dit soort gedrag herhaalden ze over heel het land.

De leiding van de NLC beantwoordde dit door een officiële klacht en een oproep aan de politie om zich te gedragen op een manier die niet leidt tot nodeloze provocaties en botsingen. Oshiomole spoorde het politiehoofd aan om een onderzoek te starten naar de individuele politiemannen die de schietpartijen en afranselingen uitvoerden. Dat duidt erop dat hij gelooft dat een paar ‘rotte appels’ de oorzaak zijn, niet een bewuste beslissing van de top. In werkelijkheid komen de beslissingen voor repressieve maatregelen van de top. Obasanjo zelf beval het hoofd van de politie om de veiligheid op te voeren en iedereen te arresteren die anderen verhinderde om te gaan werken, duidelijk gericht naar stakerspiketten. De federale overheid poogde ook het gerecht in te zetten tegen de vakbonden en de staking illegaal te verklaren.

Ze passen daarbij de tactiek van de stok en de wortel toe – een grote stok en een kleine, bijna onzichtbare wortel. Enerzijds drukken ze de acties van de stakers brutaal de kop in en anderzijds werpen ze een klein been naar de vakbondsleiders, in de hoop dat ze bijten. Ze boden aan om de prijsstijgingen te verminderen, maar dit blijft nog steeds een gigantische stijging voor gewone mensen.

Na de laatste dagen wordt het scherpe contrast duidelijk tussen de sterke wil van de arbeiders om te strijden en de totale ontoereikendheid van de leiding. Ambtenaren, ziekenhuispersoneel, bankbedienden en werkers in grote bedrijven hebben de oproep tot staking massaal gevolgd. Transportarbeiders daagden eveneens in grote getale op. Zelfs zij die normaal niet geklasseerd worden als vakbondsleden, namen deel, zoals marktkramers, kleine handelaars, ambachtslieden en winkeliers. De luchtvaart ondervond invloed van de staking. Op het Murtala Muhammed-vliegveld in Lagos konden internationale vluchten landen, maar wegens personeelsgebrek konden vliegtuigen niet vertrekken. De passagiers die geland waren, konden vervolgens niet van de luchthaven weg omdat er geen transport voorhanden was. De staking stak ook de havens de Nigerian Ports Authority aan, die 200 miljoen naira per dag verloren ten gevolge van de sluiting van de havens.

Vakbondsleiding bereid om in te binden

Terwijl de arbeiders vastberaden toonden dat ze tot het einde wilden vechten, stuurden de nationale vakbondsleiders tegenstrijdige signalen de wereld in. Eerst beweerden ze dat ze de staking niet zouden terugfluiten tenzij de regering de brandstofprijs terugbracht naar zijn vorig niveau van 26 naira. Vervolgens begonnen ze signalen uit te sturen dat ze bereid waren een halfbakken compromis te accepteren. Op de tweede dag van de staking hadden ze een ontmoeting met de overheid om een comité op te zetten dat de kwestie kon onderzoeken. In het begin bleef de regering bij haar standpunt en weigerde ze toe te geven, met als uitleg dat ze de staatssubsidie niet langer kunnen dragen. Daardoor voelden de vakbondsleiders zich verplicht de staking verder te laten gaan. Daarna begon het gerucht te verspreiden dat de nieuwe olieprijs vastgesteld zou worden op 35 naira. De vakbondsleiders bleven aandringen op 28 naira, waardoor ze al terugkwamen op hun vorige verklaringen.

Ondertussen bleef de staking uitbreiden. De oliearbeiders in de delta van de Niger pikten aan, en wanneer zij gaan staken, dan is het menens. Het leeuwendeel van de Nigeriaanse export en inkomsten komen uit de olie-industrie. Bijgevolg kan een verlamming van deze sector de overheid hard raken.

Aangezien zowel de NLC-leiding als de overheid bang zijn voor de mogelijke gevolgen van een staking die alle sleutelsectoren van de economie behelst, begonnen ze te zoeken naar een compromis. Daarom ging vice-president Atiku Abubakar zich rechtstreeks bezighouden met de onderhandelingen. Tegen vorige week woensdagavond verklaarden de vakbondsleiders reeds dat ze bereid waren een stijging naar 30 naira te aanvaarden, maar de regering bleef vasthouden aan 38 naira. Tegen het einde van de week was die kloof al aanzienlijk versmald.

Hier staan we dan. De vakbondsleiding is bereid de arbeiders opnieuw te verraden. Het eindresultaat is een serieuze prijsstijging van brandstoffen. Gewone Nigerianen, arbeiders, armen, zullen nog meer lijden. Die stijging komt immers bovenop de toename van de kost voor voeding en een algemene toename in de inflatie, die nu al op 10 procent staat. De prijs van een zak rijst bijvoorbeeld steeg met 11,3 procent tijdens het eerste kwartaal van dit jaar.

De verwachte scherpe val van de internationale olieprijs zal de situatie nog verergeren. Tegen het einde van het jaar verwacht men dat de prijs daalt tot 16 à 18 dollar per vat. Door de oorlog in Irak had de Nigeriaanse overheid wat respijt, aangezien de prijs boven de 30 dollar per vat schoot. Het budget is gebaseerd op 22 dollar per vat. Nu de prijs zal dalen, komt de regering onder druk om subsidies helemaal af te schaffen.

Armen betalen opnieuw het gelag

Het huidige compromis is slechts deel van een aanhoudende prijsstijging. De algemene staking van juni 2000, die voortkwam uit de poging van Obasanjo om de brandstofprijs te laten stijgen van 20 naar 30 naira, eindigde in een compromis dat de arbeiders grotendeels beschouwden als een overwinning, omdat ze de overheid slechts een stijging van 2 naira hadden toegelaten. Sindsdien kroop de prijs van 22 naira naar 26. Nu zal het een pak boven 30 naira liggen. De overheid zal hier niet stoppen. Als ze deze keer niet de 40 naira verkrijgen die ze willen, dan zullen ze tijd rekken, met de hulp van de NLC-leiding, en later terugkomen voor meer.

Hoe lang moeten de Nigeriaanse arbeiders deze manoeuvres nog tolereren? Voor hen is het een kwestie van wegglijden in een put van bittere armoede. Deze vakbondsleiders vertegenwoordigen hun leden niet. Zij zijn de luitenanten van de bazen in de arbeidersbeweging. Zonder de hulp van de NLC-leiding zou Obasanjo nog geen vijf minuten overleven!

Vandaag moet er in Nigeria niet met de overheid rond de tafel worden gezeten om te discussiëren met welk percentage de prijs zal stijgen. De staking moet in elke sector verspreid en geconsolideerd worden. Dat is de enige taal die de bazen begrijpen. Raak hen waar hun portefeuille zit! Als men dat niet doet, dan zullen het de arbeiders zijn die morgen de rekening betalen.

Het is tijd dat arbeiders in de Nigeriaanse vakbonden een campagne beginnen voor een verandering van leiding. Indien de huidige leiders hun job niet naar behoren willen doen, dan moeten ze een stap opzij zetten en dienen echte vechters in hun plaats verkozen te worden, leiders die standvastig zijn. Deze strijd moet gecombineerd worden met de strijd om de arbeiders een politieke stem te geven, een eigen partij, een partij gebaseerd op een socialistisch programma. Onder het kapitalisme zullen we steeds meer aanvallen op arbeiders zien. Ze zullen elke druppel bloed, zweet en tranen persen uit de Nigeriaanse massa’s om de intresten op de schulden aan de imperialisten te betalen. De enige oplossing ligt in het breken van de macht van de multinationals en hun lokale aanhangsels. De algemene staking heeft opnieuw getoond dat de arbeiders van Nigeria bereid zijn de strijd aan te gaan. Ze hebben geen alternatief. Maar het zijn leeuwen geleid door ezels. De taak is nu om dit geduldig uit te leggen aan de massa’s en de krachten van het marxisme op te bouwen onder de arbeiders en de jeugd en zo zich voor te bereiden om de verrotte leiding te vervangen door een revolutionaire leiding.




Dit artikel is een bewerking van twee artikels van Fred Weston te lezen op In Defence of MarxismIn Defence of Marxism.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken