In september 2005 kondigden de maoïstische guerrillastrijders een unilaterale wapenstilstand af voor drie maanden. Het was de eerste keer dat een wapenstilstand was afgekondigd zonder enige onderhandelingen met de regering.

De royalistische staatsgreep in februari legde de onwettigheid bloot van de volledige politieke structuur. De wapenstilstand lijkt een wenk naar de ‘democratische’ partijen dat een alliantie mogelijk is. De gebeurtenissen van na de wapenstilstand getuigen hiervan. Gesprekken en contacten tussen de zeven partijen en de maoïsten en ook met de Nepalese groepen en hun Indische bondgenoten tonen dat er een duidelijke wil is om tot een akkoord te komen om de koning opzij te schuiven, en op te roepen voor een grondwetgevende vergadering voor de verkiezingen in februari.

Maanden van ‘vrede’

Reeds in september lieten de maoïsten blijken een deal te willen sluiten met diegenen die zij ooit nog verraders en vijanden hadden genoemd. Prachanda, de leider van de maoïstische beweging, verklaarde dat hij door middel van de wapenstilstand wilde werken aan “een milieu zowel op nationaal als op internationaal niveau voor een vooruitziende politieke uitweg, de zeven politieke partijen wilde inspireren om tot samenwerking te komen door hun slogan te verduidelijken, de beweging van de civiele maatschappij wilde versterken, de politieke tussenkomsten wilde verhogen in de oude staat, en de relatie van de partij met de brede massa’s wilde versterken door hun gevoeligheden en aspiraties eer aan te doen, enz. zijn de belangrijkste beweegredenen achter de wapenstilstand.” (People’s March, 6 september)

Uiteindelijk houdt de maoïstische leiding vast aan de oude stalinistische theorie van de twee stadia: eerst een democratische republiek (en op dit niveau praten ze enkel over een grondwetgevende vergadering) en morgen, ergens in de toekomst, de socialistische transformatie. Volgens hun gedachtegang is de internationale context niet rijp voor een ‘volks’republiek, dus zijn zij tevreden met een keurige democratie in de vorm van een parlementaire republiek, of iets van die aard.

Het probleem hierbij is dat de maoïstische leiders geloven dat een nieuw regime zal helpen het land te ontwikkelen en de semi-feodale omstandigheden overwinnen waarin sommige provincies verkeren. In feite is dat min of meer wat de maoïsten hebben gedaan in de gebieden die zij controleren: afschaffing van het kastensysteem, opbouw van basisinfrastructuur door de gemeenschap (wegen, scholen, elementaire gezondheidszorg, enz.). Ze hebben een punt bereikt waar hun ‘bevrijde’ gebieden verbonden moeten worden en samenwerken met stedelijke gebieden. Dit kunnen zij doen op twee manieren: door een socialistische revolutie te leiden in de stedelijke gebieden of te proberen terug te keren naar de ‘legaliteit’ op een burgerlijke basis. Het lijkt duidelijk welke van deze twee opties zij als de meest waarschijnlijke zien.

Op hun beurt heeft de CPN-UML (Communist Party of Nepal Unified Marxist Leninist) zijn krachten gemobiliseerd tegen de koning, door een alliantie met de Nepalese Congrespartij te vormen en hun banden met de Indische Communistische Partijen en de Indische regering te versterken. Dit recept kan alleen maar tot een catastrofe leiden. Eigenlijk heeft India zijn steun aan de koning teruggetrokken en heeft het min of meer openlijk geholpen een alliantie op te richten tussen de zeven partijen en de maoïsten. Ironisch genoeg is de enige betrouwbare bondgenoot van de koning momenteel China, maar die steun is ook erg twijfelachtig. China’s enige zorg is de stabiliteit te bewaren, dus indien een gezamenlijke regering van de illegale partijen dit kan garanderen, kan China gemakkelijk de andere zijde kiezen. De Chinese pro-kapitalistische bureaucratie voert immers reeds tientallen jaren een realpolitik.

De gesprekken tussen de maoïsten, de CPN-UML en de andere krachten in India eindigden met een resolutie van twaalf punten om de koning af te zetten en een democratisch regime te installeren. In het midden van november herhaalden de maoïsten dezelfde lijn als diegene die ze drie maanden eerder hadden gekozen. Prachanda zei: “We zetten ons volledig in om het gewapend conflict tot een einde te brengen en een permanente vrede op te bouwen na de autocratische monarchie te hebben beëindigd.” (geciteerd in The Guardian, 24 november)

In een wanhopige poging aan de macht te blijven, kondigde de koning lokale verkiezingen aan voor februari 2006 en parlementaire verkiezingen voor 2007, maar deze lijken ver weg en de isolatie van het regime blijft een feit. De koning kan niet lang meer aanblijven als de monarchie al zijn bondgenoten verliest (m.a.w. China), wat kan indien de Westerse imperialisten en India erin slagen de maoïsten te controleren en de alliantie van de zeven partijen geleid wordt door de pro-kapitalistische Nepalese Congrespartij. Dit alles wijst erop dat Nepal afstevent op een pact waarbij de maoïsten worden betrokken. Men zal beroep doen op hen om de goede afloop van dit proces te vrijwaren.

Deze ‘democratische alliantie’ in samenspraak met de maoïsten vraagt nu beleefd de hulp aan de VN voor een uitweg. Maar naast de samenwerking met de Indische regering, die aan de basis ligt van het conflict, is er ook nog het Amerikaanse en Europese imperialisme. De VS waren niet erg enthousiast over het aanvaarden van de maoïstische guerrilla als deel van het akkoord, maar ze hebben weinig keuze nu de koning niet lang meer van tel lijkt. In feite heeft de alliantie van de zeven partijen op het diplomatieke niveau een duidelijke aanwijzing gekregen dat ze de huidige koers moeten aanhouden. Dinsdag hebben de ambassadeurs van de VS en Groot-Brittannië gesteld dat hun respectievelijke landen geneigd zijn een akkoord te steunen tussen de Nepalese politieke partijen en de guerrilla, om deze laatsten in de politieke hoofdstroom te brengen mits ze hun wapens inleveren. (Nepalnews.com, 22 november)

De koning is een individualist die geen realiteitszin heeft, en die na zijn eigen familie te hebben uitgemoord om de kroon te bemachtigen, het hele land in chaos heeft gestort. De heersende klasse van Nepal (of ten minste een deel daarvan) is tot het besef gekomen dat dit waanzinnige element niet in staat is de guerrilla tegen te houden. Daarom gebruiken ze nu een veel intelligentere tactiek. Ze proberen hun politieke partijen (de Nepalese Congrespartij en al haar splintergroeperingen, die niemand vertegenwoordigen maar toch een stem hebben in de alliantie van de zeven partijen) de maoïsten aan te zetten tot een meer ‘gematigde’ positie en de reeds gematigde CPN-UML te vervoegen. De guerrillastrijders hebben aangekondigd dat de wapenstilstand dient te worden verlengd tot het begin van 2006, nu de oorspronkelijk afgekondigde periode zijn einde nadert en de zeven partijen de 12 punten overeenkwamen om een nieuw regime te installeren, en nu ook de internationale situatie voor de koning moeilijker is geworden.

De koning staat onder zware druk, maar de massa’s in Nepal zien een spektakel van hun geliefde leider die bezig is de problemen van het land op te lossen door enorme rijkdommen te verkwisten voor zijn persoonlijke plezier. Zij krijgen nieuwsberichten te lezen, zoals dit stuk van een politiek analist: “De koning is vandaag aan boord van een van de twee vliegtuigen van het land op safari vertrokken. De reis heeft het arme Nepal 2,5 miljoen dollar gekost. Dit soort zaken kunnen we moeilijk door de vingers zien. Vroeger konden politici enkel democratie bieden; nu kunnen ze ook vrede bieden. Dit kan het einde inluiden van de koning.” (The Guardian, 24 november) We zien hier de volslagen waanzin van een man wiens laatste uur geslagen heeft.

De echte betekenis van het pact

Op 22 november kondigde de (maoïstische) CPN aan dat ze een nieuwe alliantie waren aangegaan met de democratische machten voor de “oprichting van totale democratie door de autocratische monarchie af te schaffen.” (Nepalnews.com, 22 november) De maoïstische verklaring zegt: “Het land heeft nood aan een positieve oplossing voor het gewapende conflict en permanente vrede. Wij [maoïsten] engageren ons volledig om het gewapende conflict tot een einde te brengen en permanente vrede op te bouwen na de autocratische monarchie te hebben beëindigd en verkiezingen te houden voor de grondwetgevende vergadering als proces naar totale democratie.”

De problemen duiken op bij een lectuur van ook de kleine lettertjes. De maoïstische guerrillastrijders, volgens sommige commentatoren gaat het om 10.000 man, komen onder de controle van het nieuwe Nepalese leger, dat onder VN-mandaat komt te staan. De maoïsten hebben dus een draai van 180 graden gemaakt van hun klassieke ‘omsingel de steden’-tactiek naar een akkoord met de imperialisten van deze wereld. Een mandaat bekrachtigd door de Veiligheidsraad kan soelaas brengen voor de imperialisten. Het is mogelijk ook aanvaardbaar voor zowel de maoïsten als de burgerlijke elementen in het land. Maar wat houdt het in voor de arme massa’s, die vaak jarenlang hebben gestreden? Zij zullen geen echte verbetering zien in hun levensomstandigheden.

Tijdens deze gesprekken en akkoorden ontbrak er een belangrijk element: de stem van de massa’s. De maoïstische leiders zouden beter moeten weten, maar dit is de weg die zij hebben gekozen. Als zij het regime kunnen omverwerpen met een geweldloze staatsgreep – zo denken zij – , in alliantie met de burgerlijke partijen en de CPN-UML, die op hun beurt steun zoeken bij de Indische imperialisten, waarom zouden ze dan nog een massabeweging van de arme boeren en de stadsbevolking moeten opbouwen?

De maoïsten lijken hun traditionele eisen voor een democratische volksrepubliek te hebben opgeborgen en lijken tevreden met de oprichting van een grondwetgevende vergadering. Voor marxisten zijn de vormen van regering belangrijk, maar zij mogen geen fetisj worden. De monarchie heeft een sterke traditie in Nepal, maar als de koning een bedreiging blijft vormen voor het overleven van het eigen systeem, kan een deel van de heersende klasse snel overlopen naar de idee van een republiek, en dit onder de vlag van de grondwetgevende vergadering. Zo zouden de huidige eisen van de maoïsten uiteindelijk in het voordeel kunnen spelen van de Nepalese heersende klasse.

Nogmaals, maoïstische realpolitik betekent dat de omverwerping van de monarchie een doel op zich wordt, los van met wie je samenwerkt. Dit is inderdaad een erg riskante politiek. De maoïstische leiders begrijpen niet dat men de boeren en de stedelijke arbeidersklasse niet kan gebruiken zoals een kraan die men open of toe kan draaien, afhankelijk van de eigen politieke doelstellingen. Een echt marxistische leiding zou evalueren of de gemoedsgesteldheid van de massa rijp is voor een opstand. Zij zou de arbeiders in de steden leiden door een algemene staking af te kondigen en zou dit combineren met de kracht van de guerrilla om de macht over te nemen. Zij zouden uitleggen waarom er moet gebroken worden met burgerlijke elementen.

Helaas doen Prachanda en zijn kameraden precies het tegenovergestelde. Na een sterke macht te hebben opgebouwd op het platteland, lijken ze nu bereid om te buigen naar de wensen van de heersende klasse, hun eigen posities op te geven en samen te smelten met de burgerlijke krachten om een ‘democratisch’ burgerlijk regime op te bouwen. Dit zal niets verbeteren aan het lot van de gewone mensen. Zij riskeren al wat ze hebben bereikt na jaren van strijd te ontmantelen. Dit heeft niets te maken met de politiek van het Bolsjewisme.

De komende periode zal tonen in welke richting ze uiteindelijk zullen evolueren, of een of ander compromis houdbaar zal blijken, of dat de onaanvaardbare levensomstandigheden van de massa’s de maoïstische leiding voorbij het huidige standpunt zal drijven.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken