De politieke en sociale situatie in Frankrijk verandert met een halsbrekende snelheid. In minder dan één maand heeft de beweging van de Gele Hesjes het land aan de rand van een revolutionaire crisis gebracht. In de komende dagen is het mogelijk dat deze drempel overschreden wordt. Wie zal er over beslissen?

In “Het failliet van de tweede internationale” somt Lenin de volgende objectieve voorwaarden op die moeten aanwezig zijn opdat een revolutie zou kunnen plaatsvinden:
1) de onmogelijkheid van de heersende klassen om hun overmacht op de geijkte manier te blijven uitoefenen; crisis van de bovenlaag, van de politiek dominante klasse die een opening creëert waarlangs de ontevredenheid en de verontwaardiging van de onderdrukte klassen kan ontsnappen. Opdat de revolutie zou uitbreken is het niet voldoende dat de basis niet meer bereid is om te leven zoals voorheen, het is belangrijk dat ook de bovenlaag van de samenleving zo niet meer verder kan.
2) verergering, méér dan vroeger van het leed en de ellende van de onderdrukte klassen
3) de toon wordt gezet(…..) door het optreden van de massa, die zich in rustiger periodes laat doen, maar die in woelige tijden vooruit geduwd wordt, zowel door de crisis in zijn geheel als door de bovenlaag, om een onafhankelijke historische daad te stellen
Dit is precies wat er nu gaande is in Frankrijk. “Het leed en de ellende van de massa’s” is alleen maar verergerd de laatste jaren. Maar het is “de verhoging van de brandstofprijs” die de lont aan het kruitvat stak. Woensdag, op een TVkanaal vatte een vrouw in een geel hesje de situatie samen met de volgende uitspraak: “Tot nog toe zaten we financieel aan de rand van de afgrond, vandaag zijn we d’r in gestort”

Als gevolg hiervan hebben de massa’s zich gelanceerd in een “onafhankelijk historische daad”, onder de vorm van de beweging van de Gele Hesjes, die de voorwaarden van een indrukwekkende mobilisatie onder de scholieren en studenten mogelijk maakte.

Tenslotte is “de crisis in de bovenlaag” geen nieuw gegeven. De verkiezingsoverwinning van Macron, ten nadele van de twee grote regeringspartijen (de socialistische partij en de republikeinen) was op zichzelf al de uitdrukking van de regimecrisis van het Franse kapitalisme. Sedert april 2017 heeft deze crisis zich op verschillende manieren gemanifesteerd: massale onthouding bij de vorige verkiezingen, de zaak Benalla (doofpotoperatie bij het hardhandig optreden van de persoonlijke beveiligingsagent van de president), het ontslag van Hulot, het vertrek van Collomb,….enz. De arrogantie van Macron, zijn keizerlijke pretenties, zijn veelvuldige beledigingen tegenover het volk, hebben dit plaatje vervolledigd en de woede en haat van de massa tegenover de machthebbers aangewakkerd. Dit alles heeft “de opening” in de bovenlaag van de samenleving vergroot “waarlangs de ontevredenheid en de verontwaardiging van de onderdrukte klassen kon ontsnappen” zoals Lenin schreef.

De drie voorbije weken is de regeringscrisis verergerd. In enkele uren tijd is “de opschorting”, aangekondigd door de eerste minister, op bevel van Macron, veranderd in een simpele intrekking van de belastingverhoging op brandstof, die voorzien was voor januari 2019. Macron heeft ook minister Marlène Schiappa teruggefloten toen ze suggereerde om de rijkentaks opnieuw in te voeren. De media spreken van “een kakafonie”, maar er is meer aan de hand: er in onenigheid binnen de regering omdat ze niet meer weten hoe ze de sociale crisis moeten beheren. Ze zijn in paniek. En deze paniek is ook zichtbaar bij de ondergravende commentaar van de journalisten die, gedurende 18 maanden, de regeringsmaatregelen kritiekloos gesteund hebben in de TV uitzendingen.

Op die manier komen alle voorwaarden voor een revolutionaire crisis samen. We kunnen er zelfs nog één toevoegen aan de lijst van Lenin: grote delen van de middenklasse steunen de beweging van de Gele Hesjes, zoals verschillende opiniepeilingen reeds aantoonden. Dit gezegd zijnde legt Lenin tevens uit dat deze objectieve voorwaarden, op zich niet volstaan om een revolutie te ontketenen: “de revolutie ontstaat niet uit elke revolutionaire situatie, maar alleen maar in het geval, wanneer er zich naast die opgesomde objectieve veranderingen ook een subjectieve verandering manifesteert. Met name het vermogen van de revolutionaire klasse om revolutionaire daden te stellen, die voldoende sterk zijn om geheel of gedeeltelijk komaf te maken met het oude bestel. Dit regime zal nooit uit zichzelf ophouden te bestaan, zelfs niet in tijden van crisis, als men het laat betijen”

Deze “revolutionaire klasse” is de arbeidersklasse (iedereen die in loondienst is). Zij is revolutionair omdat ze de klasse is zonder eigendom en omdat haar plaats in het productieproces haar voorbestemt om de teugels van het land in handen te nemen, het kapitalisme omver te werpen en een maatschappij te bouwen, gebaseerd op nieuwe grondvesten, het socialisme. Vandaag, zoals in de tijd van Lenin, is de mobilisatie van alle loontrekkenden de beslissende factor van elke revolutie. Opdat de huidige situatie verandert in een revolutie, moet er een mobilisatie zijn van de arbeidersklasse, die voldoende sterk is, zoals Lenin schrijft. Onder welke vorm? Onder de sterkst mogelijke vorm, omdat ze de productie lam legt: een vastbesloten beweging van stakingen tot de finish. (1)

Vanaf de 17e november, tegenover het succes van de beweging van de Gele Hesjes, hadden de syndicale leiders – indien ze die naam waardig zouden zijn – al hun krachten moeten gebruiken om een grote beweging van stakingen tot de finish voor te bereiden. Ze hebben dit echter niet gedaan. Drie weken later hebben ze het nog steeds niet gedaan. Erger nog: de syndicale leiders (behalve de SUD- Union Syndicats Solidaire) hebben een gemeenschappelijk communiqué ondertekend waarin ze praktisch oproepen om de strijd te staken, om niet meer te betogen, en om de vakbonden de kans te geven om in hun plaats te onderhandelen met de regering. Onderhandelen, waarover, gezien de beweging en ook de druk op de regering zou stoppen? Dit communiqué is een schande, die de terechte verontwaardiging van de basismilitanten provoceert. Vele syndicale basismilitanten hebben zich aangesloten bij de beweging van de Gele Hesjes en onlangs ook de jongeren, ondanks de brutale repressie die hen ten deel valt.

Dit gezegd zijnde, zelfs zonder de steun van de leiding, zou het mogelijk zijn dat, onder druk van de basis, er in de komende dagen toch een grote stakingsbeweging komt, zoals in juni 1936 en mei 1968. In de fabrieken begrijpen duizenden werknemers en syndicale militanten waarover het gaat. Ze bewegen zich in die richting. Als ze erin slagen om in actie te komen zullen ze Macron op de knieën krijgen. Hij zal er minimaal toe gedwongen worden de kamers te ontbinden. Toch zal de kwestie van de macht blijven spelen, omdat een revolutie steeds die vraag op de voorgrond brengt. Zelfs als Macron het parlement naar huis stuurt is het nog niet zeker dat de burgerij er onmiddellijk in zal slagen de controle over de situatie terug te krijgen. Om dit te begrijpen is het voldoende om te horen met welke aandrang vele Gele Hesjes – gisteren nog geminacht, als “onbenullen” – “de macht aan het volk” eisen.

Tot vandaag ontbreekt het de beweging aan democratisch verkozen organen. Algemene Vergaderingen, toegankelijk voor alle sectoren in strijd, zouden afgevaardigden moeten verkiezen op lokaal en nationaal niveau, om de staking te organiseren en te verspreiden in zoveel mogelijk werkplaatsen. Het onmiddellijke doel zou het lam leggen van de economie en de val van de regering moeten zijn. Terzelfdertijd zouden deze democratische organen van een volk in staking de grondslag kunnen leggen voor een regering van het volk, want, wanneer de regering van Macron valt, zal deze vraag zich onmiddellijk stellen.

Voor een beweging van stakingen tot de finish

Alle macht aan de werkende klasse

Leve de Franse revolutie


1) De militanten van ons zusterblad Révolution hebben verleden week de volgende resolutie laten aanvaarden op de algemene vergadering van de studenten van de faculteit Paul Valéry in Montpellier:

“De algemene vergadering van Paul Valéry Montpellier zegt zijn steun toe aan de beweging van de Gele Hesjes, en ook aan alle werknemers, scholieren en studenten die zich verzetten tegen de antisociale politiek van Macron.
Het volstaat niet meer om te vechten tegen deze of gene maatregel van de regering, maar tegen het gehele politieke bestel. Deze regering heeft alle legitimiteit verloren, we moeten ze omvergooien.
In dit perspectief zou de syndicale beweging een algemene 24uren staking op de agenda moeten zetten, in de aanloop naar een algehele stakingsbeweging tot de finish.”

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken