De Telegraafrellen vonden plaats op 13 en 14 juni 1966. Dit oproer van bouwvakkers en hun sympathisanten werd veroorzaakt door de inbeslagname van 2% van de welverdiende vakantiezegels van bouwvakkers zonder erkende vakbond. De onvrede van bouwvakkers en sympathisanten liep al snel uit tot een ongeëvenaard protest, aangewakkerd door een vijandige politie en media.

Op 13 juni zouden de stedelijke bouwvakkers op het Weteringsplantsoen in Amsterdam hun vakantiebonnen ontvangen. Met iedere gewerkte dag spaarden bouwvakkers vakantiezegels, die werden geplakt op een vakantiebon, als aanvulling op het loon. Er bestond al wat spanning rondom deze bonnen in 1966. Het Bouwfonds (een semioverheidsbedrijf voor volkshuisvesting) en de vakbondsbureaucratie hadden besloten 2% van het vakantiegeld van ongeorganiseerde bouwvakkers toe te eigenen onder het mom van ‘administratiekosten’. Deze 2%-regel was geldig in heel Nederland en riep vooral in Amsterdam verzet op. Vele bouwvakkers in de stad waren lid van de aan de CPN gelieerde ABWB, een bond die niet werd erkend door het overleg van het Bouwfonds, de NVV-vakbonden en werkgevers, waardoor zij niet als ‘georganiseerde bouwvakker’ meetelden. Zo werden zij gekort op hun vakantiebonnen, terwijl zij wel degelijk lid waren van een vakbond.

De onrust broeide al weken. De CPN en haar dagblad De Waarheid riepen mensen op te protesteren op de dag van de vakantiebonverstrekkingen. Op de avond van 13 juni 1966 stond er een onverwacht aantal mensen voor het St. Elisabeth Patronaatsgebouw, waar de uitbetaling plaats zou vinden: ongeveer 2000 man. Sommigen waren gekomen voor hun vakantie-uitkering en anderen om hun ongenoegen te laten blijken, zowel spontaan als georganiseerd. Er kwamen steeds meer mensen opdagen. Tegelijkertijd nam het gevoel van onvrede toe. Iedereen wilde het gebouw in, vanwege de vakantiebonnen of het protest of allebei. Trekken aan de deurklink veranderde al snel in hevige stoten tegen de deur om deze open te krijgen. Toen dat was gelukt, vielen de bouwvakkers naar binnen. Door de plotse toegang tot het gebouw ontstond er een sfeer van chaos en geweld.

Er waren vanaf het begin al een aantal agenten aanwezig, maar vanwege de escalerende situatie schakelden zij extra hulp in. Toen kwamen de overvalbussen, waar agenten met bullepezen uit stapten om het oproer in te dammen. Deze aanpak maakte het conflict echter alleen maar erger.. Uiteindelijk wist een van de protestleiders de politiecommandant te overtuigen om te vertrekken, om het conflict niet nog meer uit de hand te laten lopen.

De politiebusjes reden weg en de bouwvakkers ontdekten dat er iemand was getroffen: voeger en collega Jan Weggelaar, die werd afgevoerd in een ambulance. Na deze gebeurtenis bewoog de menigte zich richting stadhuis. Daar ging het oproer verder. Uiteindelijk is een kleine groep binnengelaten om hun woord te kunnen doen en rustig te vertrekken, wat met hulp van enkele CPN-raadsleden lukte.

Niet veel later verscheen de eerste editie van de Telegraaf, om half een ‘s nachts. De Telegraaf had toen twee uitgaven per dag. In deze eerste uitgave stond dat Jan Weggelaar was getroffen en omgekomen door een steen die was gegooid door zijn collega’s tijdens het oproer. De politie deed tijdens haar persconferentie diezelfde nacht nog bericht over de dood van Jan Weggelaar: zijn overlijden was niet het gevolg van gewapend politiegeweld. De bouwvakkers waren van het tegenovergestelde overtuigd, mede doordat de politie en de Telegraaf zich vaker tegen de arbeidersbeweging hadden gekeerd. Van de sectie die is verricht op het lichaam van Weggelaar, bleek dat hij was overleden aan een hartaanval. De tweede editie van de Telegraaf verbeterde de verslaggeving, maar het kwaad was al geschied.

De verwarrende en beschuldigende berichtgeving rondom het overlijden van hun collega was de bouwvakkers te veel. De volgende morgen, op 14 juni, kwamen er duizenden naar het Jonas Daniël Meyerplein om te protesteren. Uiteindelijk liep de menigte naar het Telegraafgebouw. Het gebouw werd bekogeld; men probeerde de ingang te forceren ondanks het nieuwe traliehek; krantenauto’s werden omgeduwd en gingen in vlammen op. Het was een van de zwaarste ordeverstoringen sinds de Tweede Wereldoorlog en was een voorbode voor de verdere klassenstrijd in de jaren ‘70. Ook markeert deze gebeurtenis de eerste keer dat de politie in Nederland gebruik heeft gemaakt van traangas.

Het oproer ging nog een paar dagen door. Nadat het Telegraafgebouw onder handen was genomen, verspreidde de beweging zich door de rest van het centrum. Winkels werden geplunderd en er heerste onrust in de stad. Ook jongeren deden mee, zoals de anarchistische provo’s. Onder burgers waren er 60 gewonden en 2 doden, terwijl de politie 20 gewonden telde.

 

Tijdschrift Vonk

Layout_Vonk_308-page-001.jpg

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken