S&V: na de ontmaskering, tijd voor de grote bezemzwiep
Een onderzoeksreportage en 40 minuten, zoveel was er nodig om het gehypte extreem-rechtse studentengroepje Schild & Vrienden (S&V) in het nauw te drijven. Dit is het uitgelezen moment om er een schepje bovenop te doen en extreem-rechts van de campussen te verjagen. Verkondig je anti-racisme luid en duidelijk. Strijd luid en duidelijk voor een socialistische samenleving, die de voedingsbodem van deze verwerpelijke groeperingen naar de vuilbak van de geschiedenis kan verwijzen.
Lees verder
De economische theorie van Marx en de toekomst van de marxistische economie
Lees verder
Hoe strijden tegen alle vormen van onderdrukking?
Racisme, homofobie, islamofobie, vrouwendiscriminatie, zijn allen vormen van onderdrukking die ondanks alle ‘vooruitgang’ blijven bestaan in onze maatschappij. Wat er ook was gewonnen aan rechten op deze vlakken, en het was dan nog ruimschoots onvoldoende, komt vandaag op de helling te staan. De laatste jaren is er op deze terreinen een tegenreactie op gang gekomen.
Lees verder
Klimaatchaos, het kapitalisme treft schuld
De temperaturen blijven stijgen en de kapitalisten kunnen enkel machteloos toekijken. In laatste instantie is hun systeem verantwoordelijk voor deze vernietigende chaos.
Lees verder
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • S&V: na de ontmaskering, tijd voor de grote bezemzwiep
  • De economische theorie van Marx en de toekomst van de marxistische economie
  • Hoe strijden tegen alle vormen van onderdrukking?
  • Klimaatchaos, het kapitalisme treft schuld

Jean-Pierre Blumberg, advocaat en docent aan de Universiteit Antwerpen, publiceerde op 23 november ll. in Trends een opiniestukje onder de opvallende titel 'De tijd is rijp om de klassenstrijd definitief naar de geschiedenisboeken te verwijzen’. Het is een merkwaardig artikel in verschillende opzichten, soms zelfs tegenstrijdig en het maakt bij ons een aantal bedenkingen los die we graag even met u delen.

 

Klassenstrijd is per definitie de uitdrukking van een conflict tussen minstens twee groepen, meer bepaald maatschappelijke klassen, met tegengestelde economische belangen. Wie enkel de titel leest zou er dus verkeerdelijk vanuit kunnen gaan dat deze brave man een oproep richt aan alle betrokken partijen om die ellendige vijandigheden tussen klassen nu eindelijk een keer te staken en een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis te beginnen. Het zou onmetelijk naïef zijn, maar wie zulk een oproep doet gaat er tenminste vanuit dat klassenstrijd daadwerkelijk deel uitmaakt van de huidige realiteit.

 

Wat Blumberg hier echter tracht te slijten, is dat klassenstrijd iets uit het verleden is, iets dat voorbijgestreefd is, maar waarvan de symboliek en retoriek nog altijd verder leven in de sociaaldemocratische partijen. Hij haalt dit aan als reden waarom de aanhang (in vele landen) sterk afneemt en zegt: ‘De sociaaldemocratie heeft een intellectuele reconstructie nodig waarbij ze historische concepten moet opgeven’. Opvallend is dat hij het over historische concepten heeft, terwijl klassenstrijd niet gewoon een concept is, maar onlosmakelijk deel uitmaakt van een maatschappij met een kapitalistische economie.

 

Dit soort redenering is een schoolvoorbeeld van wat Marx filosofisch idealisme noemt. Blumberg wisselt oorzaak met gevolg en lijkt te denken dat de realiteit wordt vormgegeven aan de hand van concepten. Zijn redenering is opgebouwd uit bestaande elementen, maar de context die hij schetst heeft meer gemeen met bijgeloof dan met een wetenschappelijke analyse. Of het nu een bewuste strategie is of het resultaat van hopeloze verwarring, de ideeën die hij verspreidt maken deel uit van een offensief dat de inspraak en rechten van de werkende bevolking drastisch wil terugschroeven.

 

Blumberg’s bezorgdheid is het wankelende evenwicht in de Europese politiek. Een politiek die zich tot nader order nog steeds afspeelt binnen het kader van een kapitalistische wereldmarkt. Hij zegt ‘Zelfs voor wie zich niet kan vinden in het socialistische gedachtegoed, is die ontwikkeling zorgwekkend. Een gezonde oppositie en een compromis tussen centrumrechts en centrumlinks blijven essentieel voor de stabiliteit van de Europese democratieën.’ Het is dus eigenlijk een oproep aan de linkerzijde om geen minuut meer in de klassenstrijd te investeren, zelfs niet als het om symboliek gaat, en zich samen met andere ernstige mensen in te zetten voor het eeuwig voortbestaan van iets dat steeds meer in vraag gesteld wordt.

 

Eigenaardig genoeg begint Blumberg zijn artikel met een verwijzing naar Rosa Luxemburg en de crisis van de sociaaldemocratie 100 jaar geleden. De Duitse sociaaldemocraten van de SPD hadden besloten om samen met de burgerlijke partijen de oorlogskredieten goed te keuren. Tot dan hadden de sociaaldemocratische of socialistische partijen, verenigd in de Tweede Internationale, vastgehouden aan de stelling dat indien er een imperialistische oorlog zou uitbreken, ze die zouden verwerpen om te verhinderen dat de werkende klassen van verschillende landen tegenover elkaar zouden komen te staan op een slagveld. De arbeidersklasse was immers in elk land onderdrukt door de heersende kapitalistische klasse en daaruit had Marx reeds eerder de conclusie getrokken dat een arbeider geen vaderland heeft en het bij gevolg dus ook niet in het belang was van de arbeiders om mekaar af te slachten in oorlogen waarvan enkel kapitalisten profiteerden. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog keurden de Duitse sociaaldemocraten echter als eerste de oorlogskredieten, die door de burgerlijke partijen ter stemming gelegd werden, goed. Het overgrote deel van de partijen verbonden aan de tweede internationale volgden hun voorbeeld.

 

Het is natuurlijk terecht dat Blumberg verwijst naar deze gebeurtenissen als een crisis van de sociaaldemocratie. Er ging een schokgolf doorheen de internationale arbeidersbeweging en miljoenen voelden zich verraden. Onder impuls van de Russische revolutie ontstonden enkele jaren later in vele landen nieuwe arbeiderspartijen, communistische deze keer, die zich verenigden in een nieuwe, derde internationale en opnieuw het internationalistische en antioorlog-standpunt van Marx gingen uitdragen. In Duitsland leidde dit zelfs tot de moord op Luxemburg en Liebknecht. Zo virulent tegen de proletarische klassenstrijd waren de sociaaldemocraten toen reeds dat ze deze populaire communistische leiders lieten vermoorden.

 

Dat werpt bij ons de vraag op waarom partijen die 100 jaar geleden reeds afstand van de klassenstrijd deden - zelfs op zo’n beslissende manier dat er nieuwe partijen ontstonden om die rol over te nemen - dat opnieuw zouden moeten doen? Blumberg zegt ‘Een eeuw later is de sociaaldemocratie opnieuw in een diepe crisis beland. Tijdens de jongste Duitse verkiezingen behaalde de SPD haar slechtste resultaat sinds de Tweede Wereldoorlog. Ze staat niet alleen. Overal in Europa zijn de centrumlinkse partijen in verval of zelfs zieltogend, zoals in Frankrijk en Nederland.’ Hij beweert echter dat die slechte resultaten het gevolg zijn van het vasthouden aan oude concepten zoals klassenstrijd en de klassenanalyse van de maatschappij, terwijl we in realiteit eerder het tegendeel zien. Het zijn de partijen waarvan de leiding de klassenstrijd effectief begraven heeft, niet alleen in de praktijk, maar ook ideologisch, die de zwaarste klappen kregen. De communistische partijen hebben trouwens een gelijkaardige degeneratie doorgemaakt. Sommigen zijn gewoon verdwenen, anderen zoals de ooit zo machtige Italiaanse communistische partij, hebben zich zelfs omgevormd tot burgerlijke partij. Mensen die niet meegaan in de uitverkoop van de socialistische principes beschrijft Blumberg als de ontgoochelde linkse vleugel. Maar de socialisten van de “oude stijl”, zoals Jeremy Corbyn en Jean-Luc Mélenchon, die volgens Blumberg ‘ten einde raad teruggrijpen naar de klassieke marxistische recepten’ zijn wel populair bij de arbeidersklasse, in tegenstelling tot de Blairs en Schröders van deze wereld. In de optiek van Blumberg moet het type sociaaldemocraat dat in de pas loopt en in werkelijkheid liberaal is geworden dus gesteund worden tegen het type dat de klassenstrijd van onderuit wil steunen en politiek uitdrukking geven. Met andere woorden, wij willen onze eigen tegenstanders kunnen kiezen en ze moeten braaf zijn.

 

Wat vooral opvalt is dat Blumberg eigenlijk kijkt door de bril van de heersende klasse en uit vrees voor het doorbreken van het status quo stelt dat de sociaaldemocraten de klassenstrijd - die ze reeds honderd jaar geleden voor bekeken hielden - maar eens moesten laten voor wat het was. Blumberg kan zich geen wereld voorstellen die niet naar de pijpen moet dansen van netwerken van rijke notabelen en alles wat ‘officieel en legitiem’ is. Stabiliteit moet heersen in het eeuwige rijk waar de historische rol van de sociaaldemocratie vervuld is en er zelfs geen arbeidersklasse meer bestaat. Al sinds de jaren 90 moeten we deze gebakken lucht steeds opnieuw inademen.

 

Meneer Blumberg en de rechtse Hipsters lijken maar niet te willen begrijpen dat klassenstrijd deel uitmaakt van het kapitalisme zoals de zwaartekracht deel uitmaakt van de atmosfeer op aarde. Klassenstrijd is niet iets dat door een partij geïntroduceerd wordt als een concept om eens een keer wat projectjes rond te doen. Klassenstrijd is de realiteit van alledag voor miljarden mensen op deze planeet. Het gevecht voor een bestaan, dat voor velen nog steeds primeert, ondanks het feit dat er nog nooit zoveel middelen voorhanden waren. Klassenstrijd is de oorlog tegen de rechten en verworvenheden van de arbeidersklasse en alle uitgebuitenen die gevoerd wordt door lobby's van machtige kapitaalgroepen op zoek naar een groter deel van de koek. Het is de dictatuur van het grootkapitaal die leeft van uitbuiting en onderhand de boel zo verziekt heeft dat onze planeet onbewoonbaar dreigt te worden. Een kleine minderheid bezit het grote geld en beslist het enkel maatschappelijk in te zetten als dat voor henzelf nog meer geld oplevert, anders laten ze de maatschappij verglijden in economische crisis. Al de rest is van ondergeschikt belang. Dat is klassenstrijd, de huidige kapitalistische maatschappij is daarop gestoeld en beweren dat een socialistische partij er best aan zou doen de klassenstrijd en alle verwijzingen ernaar af te zweren, is evenveel als zeggen dat ze zich moet neerleggen bij het bestaan van klassen en zich dus moet onderwerpen aan de heersende ideologie.

 

Geen wonder dat Blumberg Tony Blair en Gerhard Schröder aanhaalt als voorbeeld van wat de sociaaldemocratie en centrumlinks dan zouden moeten zijn. Deze heren zorgden er voor dat respectievelijk Groot Brittannië en Duitsland ernstig hebben moeten inboeten op het gebied van sociale bescherming en rechten. Blair noemde het op een bepaald moment een historische vergissing dat Labour, de Britse arbeiderspartij, zich ooit afsplitste van de Liberalen. Alsof dat niet hallucinant genoeg was, werd Blair later ook nog eens overtuigd Christen en ging op de foto met zijn idool de Paus van Rome. De Paus die, geheel ter zijde, nog lid van de Hitlerjugend geweest was.

 

Het valt misschien niet iedereen meteen op, maar wat Blumberg doet, maakt deel uit van de klassenstrijd. Ook als hij geen opiniestukken schrijft is hij bezig me het welzijn van de beter gegoeden. Zo is hij gespecialiseerd in corporate law, private and public mergers, acquisitions, take-over bids, reorganisaties, joint ventures en equity capital markets.

 

Wat deze mensen vooral stoort is dat zelfs wanneer duizenden zoals zijzelf, dagelijks bezig zijn het pad te effenen voor rijke machtige mensen, er steeds opnieuw mensen zijn die zich verenigen en verzetten, in nieuwe of oude partijen om het onrecht dat de al dan niet veranderde arbeidersklasse systematisch wordt aangedaan, te bekampen. Hen overtuigen is onbegonnen werk, hun agenda is niet de onze, ze spreken trouwens enkel over klassenstrijd wanneer er wordt teruggevochten. Wat zij doen is gewoon ‘normaal’.