“De toestand van de publieke opinie wordt steeds onvoorzichtiger en resulteert in projecten of plannen waarvan de constructieve waarde nul is, maar die niettemin valse hoop koesteren. Zo worden revoluties voorbereid.” (Leopold III, in Enkele ideeën voor een brief aan de premier. 1935).
Wij kunnen het uitbreken van de algemene staking van juni 1936 in België niet begrijpen als we ze loskoppelen van de internationale context. 1936 was een jaar van grote politieke en sociale omwentelingen Europa. In Spanje heeft het Frente Popular zojuist de verkiezingen gewonnen en heeft een bijzonder acute revolutionaire ijver de arbeiders – en boerenmassa’s in zijn greep. In Frankrijk won het Volksfront in mei ook de verkiezingen. Het lanceerde een spectaculaire algemene staking, waarvan het belangrijkste kenmerk de bezetting van fabrieken was. Dit creëerde een revolutionaire situatie. Een paar jaar eerder was Hitler aan de macht gekomen in Duitsland en er was de fascistische druk in andere landen. Revolutie en contrarevolutie stonden tegenover elkaar op het Oude Continent.
Grote Depressie
In België was de arbeidersklasse sinds 1930 verpletterd door de gevolgen van de economische crisis. De Grote Depressie bereikte tussen 1932 en 1934 een hoogtepunt. De werkloosheid was enorm (800.000 werklozen), de lonen werden verlaagd en rechts was aan de macht. De armoede bij werkende gezinnen is hoog. Dit blijkt uit de film Misère au Borinage van Henri Storck, opgenomen in 1934. Fascistische partijen agiteren en winnen aan invloed. Met de opmerkelijke uitzondering van de opstandige mijnwerkersstaking in de Borinage in 1932, gaat de stakingscurve naar beneden. De opstand rommelt, maar maar komt niet tot uitbarsting. Anderzijds is er geen sprake van diepgaande demoralisatie.
Trotski, die de gebeurtenissen in Frankrijk en België op de voet volgt, spreekt over:
“[E]en zekere uitputting door stress en passiviteit van de kant van de Belgische arbeiders“. Maar hij voegt eraan toe dat: “[D]eze gemoedstoestand niet definitief is; ongetwijfeld dichter bij de hoop dan bij wanhoop.”
De gebeurtenissen van juni 1936 bewezen zijn gelijk. Een acute crisissituatie maakt een snelle verandering in de gemoedstoestand van de massa mogelijk. Reeds begin 1935 constateerde de Belgische Werkliedenpartij (BWP), voorloper van de Socialistische Partij, woede onder de arbeidersmassa tijdens de agitatie campagnes voor het ‘Plan-De-Man’. Henri De Man, leider van de BWP, vertelt hoe tijdens massabijeenkomsten in Wallonië zijn toespraak en die van andere leiders, werden onderbroken door oproepen tot een algemene staking. Ook de Jonge Socialistische Garde en de linkerzijde van de partij nemen deze oproep over. De mijnwerkersvakbond stelde zelfs een datum begin februari 1935 voorop voor het begin van de algemene staking. Maar zover was het nog niet. De Syndicale Commissie (SC), de nationale leiding van de BWP-vakbonden, wijst het af.
Electorale en sociale polarisatie
In 1935 werd een regering (met katholieken, liberalen en socialisten) gevormd. Het regeringsbeleid en de devaluatie van de Belgische frank zal de ellende van de arbeiders nog doen toenemen, maar tegelijkertijd de economie die sinds 1930 op sterven ligt, doen herleven. Aan de vooravond van de verkiezingen van mei 1936 werd de productie in verschillende sectoren hervat. De populariteit van de partijen in de nationale eenheidsregering daalt sterk, mede in het voordeel van de fascisten van het VNV en Rex. Maar ook de Communistische Partij boekt vooruitgang, waarbij een groeiende polarisatie tussen links en rechts wordt benadrukt. De Katholieke Partij is niet langer de eerste partij, het is nu aan de BWP om het over te nemen.
In de epicentra van de arbeidersstrijd, zoals de Borinage, verliest de BWP tot een derde van haar stemmen aan communistische en Trotskistische (revolutionair communistische) lijsten.
De explosie
Teleurgesteld door het verkiezingsresultaat is de situatie binnen de arbeidersklasse zeer gespannen. Wanneer twee vakbondsactivisten uit de haven van Antwerpen, Pot en Grijp, door fascistische kogels worden gedood, verandert de situatie radicaal. Vakbonden roepen op tot een 24-urenstaking in de haven van Antwerpen op 26 mei. De steun onder de beroepsbevolking van de stad is groot. Een paar dagen later, in de nacht van 2 op 3 juni, stoppen havenarbeiders met werken, in weerwil van collectieve overeenkomsten en de regels die waren vastgesteld om de sociale relaties te ‘reguleren’. Ze eisen loonsverhogingen. Sinds het begin van het jaar merken ze een duidelijke verbetering van de economische activiteit in de haven, de orderboeken lopen weer vol en ze willen hun deel van de taart. De vakbondsleiders die dezelfde avond bijeenkomen, dringen er bij hen op aan weer aan het werk te gaan, te respecteren wat tegenwoordig sociaal overleg zou worden genoemd, hen te vertrouwen, enz. Maar het werkte niet. De staking verspreidde zich snel door de hele haven. Om de controle over de beweging, die ze feitelijk verloren hebben, niet te verliezen, erkennen de vakbonden (de socialisten én katholieken) de staking en formuleren ze een lijst met eisen, waaronder loonsverhogingen, arbeidstijdverkorting, een week betaald verlof, enz.
Ongeëvenaarde eenheid
Alsof de arbeidersklasse van het land op dit signaal zat te wachten, breidde de staking zich met enige vertraging uit naar Wallonië en Vlaanderen, en naar andere economische sectoren zoals mijnbouw, textiel, staal en metallurgie. De arbeiders beseffen het enorme belang van de eenheid van Noord en Zuid. Dit vertaalt zich in pamfletten tot de slogan: ‘Je voornaam is Vlaams of Waals, je familienaam is arbeider’. Met 600.000 stakende arbeiders was het een van de talrijkste algemene staking die België ooit gekend heeft. Ondanks de harde repressie waarbij verschillende arbeiders omkwamen, duurde ze drie weken, tot 24 juni. Meer dan een staking was het een echte sociale explosie, een gigantische elektrische schok. Stakingscomités worden opgericht om het conservatisme van het vakbondsapparaat te compenseren. Er wordt gedebatteerd over fabrieksbezetting, maar het is vooral in de wapenfabriek FN te Herstal en in een mijnput dat het idee gestalte krijgt. Heel belangrijk voor de diepgang van de beweging was de actieve deelname van bredere lagen werknemers aan deze staking. Tot dan toe waren stakingen vooral een zaak van handarbeiders. Dat kantoormedewerkers (banken, handel, verzekeringen) zich in de strijd storten, was ongehoord. Bovendien hadden veel van hen een paar dagen eerder massaal voor Rex gestemd…
De strijd gekanaliseerd
De staking liep parallel met de vorming van een nieuwe regering van Nationale Eenheid, Van Zeeland II. Die regering roept een Nationale Arbeidsraad bijeen, een orgaan dat ook werkgevers en vakbonden samenbrengt. Angst houdt de bourgeoisie in zijn greep. Ze beweert een ‘communistische complot’ te zien. Communistische activisten zijn inderdaad zeer actief. De kapitalisten beseffen dat ze net zoals in Frankrijk moeten inbinden, om niet het risico te lopen alles kwijt te raken. Bovenal geeft het de leiders van de BWP en de vakbonden veel stof tot nadenken hoe de controle over deze enorme stakingsgolf te herwinnen. Het gaat erom de beweging te kanaliseren naar bepaalde substantiële sociale hervormingen, maar ook naar een versterking van de organen in bedrijven die gericht zijn op het kanaliseren en neutraliseren van al te radicaal sociaal protest. In deze overeenkomsten ziet men reeds de voorbereiding van het grote naoorlogse Sociaal Pact dat de klassensamenwerking en de acceptatie van het kapitalisme door de arbeidersbeweging zal institutionaliseren. Dit is ook waar we aan moeten denken als we de hervormingen opsommen die in 1936 werden doorgevoerd, zoals een week betaald verlof, loonsverhogingen, verkorting van de werkweek tot 40 uren en de vrijheid van vereniging.
Vandaag de dag is het modieus om de staking van juni 1936 voor te stellen als een staking voor betaald verlof, als erkenning van ‘de vakbond’ in de bedrijven, enz. De vakbondsleiders en ook de PVDA herhalen min of meer de triomfantelijke toon van de BWP en de CS van destijds als het gaat over het resultaat van de staking van toen. Voor een groot deel van de arbeidersklasse stond er veel meer op het spel. Niet alleen sociale hervormingen, maar een breuk met de kapitalistische samenleving. De bereikte sociale hervormingen zijn vaak een ‘bijproduct’ van revolutionaire situaties of dreigingen. Ook in juni 1936 was dat het geval.
