Op 21 mei 2026 gaf het Internationaal Hof van Justitie een advies over het stakingsrecht. Wat betekent dat concreet voor actievoerders in België?
Er waarde een spook door Europa
In 1919 werd, in de nasleep van het Verdrag van Versailles, de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) opgericht. Werkgevers, vakbonden en overheden moesten er samen werk maken van “rechtvaardige” arbeidsverhoudingen. In 1969 leverde dat de organisatie zelfs een Nobelprijs voor de Vrede op. Maar de ontstaansgeschiedenis was een stuk minder idyllisch dan vaak wordt voorgesteld. De IAO was in essentie een dam tegen het oprukkende communisme. En dat was geen overbodige luxe voor het establishment. De leef- en arbeidsomstandigheden van de arbeidersklasse waren vóór de Eerste Wereldoorlog ronduit schrijnend. In zijn pamflet Donker Antwerpen (1909) beschrijft vakbondsleider Jan Chapelle hoe in de Schipperskapelstraat 105 mensen samengepakt leefden in twaalf huisjes, met amper twee “vuile gemakken”. Werkloosheid, alcoholisme en ziekten – met tering (tuberculose) voorop – waren regel en geen uitzondering. Na de Duitse capitulatie dreigde de revolutie. Gedemobiliseerde soldaten zouden zich misschien niet langer neerleggen bij dergelijke miserie en mogelijk het voorbeeld van de Bolsjewieken volgen. De oplossing? Vakbonden werden niet langer verboden; integendeel, ze werden ingekapseld en zelfs betrokken bij regelgeving via de IAO. In de schoot van de organisatie worden nog steeds verdragen gesloten die door de lidstaten worden omgezet in nationale wetgeving.
Ceci n’est pas…
Een van die verdragen is de Conventie nummer 87 over de vrijheid van vereniging en de bescherming van het vakbondsrecht. Toezicht op de toepassing gebeurt via het Committee on Freedom of Association (CFA). Opmerkelijk: het stakingsrecht staat nergens expliciet in dat verdrag. Toch was dat lange tijd geen probleem. Het CFA behandelde talloze dossiers over collectieve acties en stakingen alsof dat recht vanzelfsprekend deel uitmaakte van vakbondsvrijheid. Niemand die erover struikelde.
Het advies
Dat veranderde toen de International Organisation of Employers (IOE), een koepel van werkgeversorganisaties, plots de letter van het verdrag begon te betwisten. Geen expliciete vermelding van het stakingsrecht? Dan bestaat het juridisch niet, was de redenering. Het getouwtrek dreigde de werking van de IAO te bemoeilijken. Daarom vroeg haar Raad van Bestuur advies aan het Internationaal Hof van Justitie. Wat volgde was een juridisch steekspel van formaat: hoorzittingen, stapels conclusies en honderden pagina’s argumentatie1. Het Hof moest uiteindelijk een vraag beantwoorden die voor elke syndicalist evident is: kan er sprake zijn van vakbondsvrijheid zonder stakingsrecht? Neen! Met tien stemmen tegen vier oordeelde het Hof dat het stakingsrecht integraal deel uitmaakt van Verdrag 87. Overwinning?
Business as usual
Wie denkt dat deze uitspraak het gedrag van werkgevers fundamenteel zal veranderen, komt waarschijnlijk bedrogen uit. De IOE “neemt akte” van het advies2 – om er meteen aan toe te voegen dat het niets zegt over de concrete invulling of grenzen van het stakingsrecht. Het VBO acht het zelfs niet de moeite om het bericht op zijn nieuwspagina te vermelden. We moeten ons dus geen illusies maken. Ondanks de uitspraak in Den Haag zullen stakingen nog steeds door werkgevers gesaboteerd worden.
