De opstand van generatie Z is aangekomen in Europa en laait opnieuw op in Chili, Brazilië en India.
Zoals elke opstand kondigt ook deze zich niet aan: hij ontstaat “uit het niets” en met veel rumoer. In Spanje is het de wrede uithuiszetting van de zevenentachtigjarige “Maricarmen” en het daaropvolgende brute politieoptreden die een massale reactie uitlokken. Honderdduizenden mensen, vooral jongeren, trekken de straat op in Madrid, maar ook in andere steden. Zij klagen de vastgoed-“gierenfondsen” aan die huurders en woningen gijzelen. De huren slorpen tussen 40% en 80% van het gezinsinkomen op en zijn onbetaalbaar geworden, waardoor de armste gezinnen uit hun woningen worden verdreven.
Jongeren staan in de frontlinie
De betogers eisen dat wonen niet langer een handelswaar en bron van winst is, maar een recht. Om dat te bereiken moeten de grote eigenaars worden onteigend! Meteen, net als door de Indignados vijftien jaar geleden, werden tientallen openbare pleinen door jongeren bezet. Om hun eisen af te dwingen rekenen zij niet op het parlement, dat zopas een wet heeft verworpen die de situatie van huurders licht zou hebben verbeterd. Het is de algemene staking die naar voren wordt geschoven om het verzet van de vastgoedfondsen, de rechtse en extreemrechtse krachten, maar ook de passiviteit van de “progressieve” regering te breken. Onder druk van de achterban kondigen de grote vakbonden nu een staking aan voor 11 november.
In Frankrijk waren het de leerlingen uit de Parijse voorsteden, afkomstig uit de arbeidersklasse, die iedereen verrasten door hun scholen te blokkeren. De traditionele media stelden jongeren voor als opgesloten in hun TikTok-bubbels of gehypnotiseerd door online series. En plots trekken ze de straat op, bezetten ze hun school en werpen ze barricades op. Zeer snel breidden de blokkades zich uit naar de rest van Frankrijk. Ze zijn het beu: afwezige leerkrachten, overvolle klassen, vervallen gebouwen, broeierige lokalen in de zomer en ijskoude klaslokalen in de winter. Ook wijzen ze de sociale en racistische selectie af die hun de toegang tot het hoger onderwijs ontzegt.
Het enige antwoord van de regering is de meedogenloze repressie van de politie. Die aarzelt niet om granaten, traangas en rubberkogels te gebruiken om jongeren te verwonden. Maar een sociale explosie laat zich niet gemakkelijk beheersen. Deze repressieve uitbarsting wakkert alleen maar de woede aan, niet enkel bij de jongeren zelf, maar ook bij de rest van de bevolking. Om de repressie het hoofd te bieden sluiten ouders, leerkrachten en inmiddels ook vakbondsmensen zich bij hun strijd aan, vormen zij veiligheidslinies en gaan zij in staking. Tijdens een eerste actiedag trokken 450.000 mensen in Franse steden de straat op om de scholieren te steunen. Het lijkt alsof er bij onze buren een echo van mei ’68 weerklinkt.
In Duitsland namen meer dan 45.000 leerlingen uit 100 steden deel aan hun vierde nationale staking tegen de dienstplicht. De jongeren wijzen de ongebreidelde wapenwedloop van hun regering en de “voorbereiding op oorlog” van Duitsland af.
In België nemen scholieren uit Wallonië en Brussel de fakkel over van de strijd van de leerkrachten en organiseren ook zij blokkades van hun scholen. Ook hier zijn politierepressie, minachting en delegitimering het enige antwoord van de autoriteiten. Het onstuimige, radicale en turbulente karakter van hun acties baart de “goede samenleving” zorgen.
Het is eigen aan een opstand van de meest onderdrukte jongeren in de samenleving dat zij bruisend en explosief is. Hier, net als in Frankrijk, richten de media, de partijen van Arizona, maar ook een groot deel van de vakbondsleiding, hun aandacht op de stedelijke vernielingen. Hun eisen worden daardoor geminimaliseerd of zelfs verzwegen. Ook hier kent de politierepressie geen genade. Sinds het begin van de strijd tegen Arizona neemt het geweld van het staatsapparaat toe. Meer dan ooit staat de kwestie van de politie en haar rol centraal in onze strijd. Sommigen ter linkerzijde, zoals de PVDA, denken dat de politie hervormd kan worden. Wij denken dat dit een illusie is. De aard van de politie is immers die van bewaker van de bestaande orde. Om haar af te schaffen zal het kapitalisme zelf moeten worden ontmanteld. De georganiseerde arbeidersbeweging draagt hierin een bijzondere verantwoordelijkheid. De vakbonden moeten zich bij de jongeren op straat aansluiten, hen beschermen tegen politiegeweld met veiligheidslinies en de voorbereiding van een algemene staking opstarten.
Deze protestbewegingen vormen een antwoord op de sceptici die blijven spreken over een rechtse verschuiving van de publieke opinie. In werkelijkheid zien we een sterke polarisatie tussen links en rechts, tegen een achtergrond van intense sociale woede. Het kleinste incident kan de vlam in de pan doen slaan.
Het Europese kapitalisme ligt op sterven na dood. De financiële markten oefenen een meedogenloze druk uit op regeringen en hun staatsschuld. Het kapitaal van de financiële wereld, deze ware regering in de schaduw, dwingt hen tot diepe besparingen op sociale uitgaven en spoort hen tegelijk aan zich tot de tanden te bewapenen. Besparingen en militarisme gaan hand in hand. In deze context staat het reformisme, of het nu rechts (PS/Vooruit) of links (PVDA) is, machteloos. Het is de sociale revolutie die op de agenda moet worden gezet. Niets anders.
