Normaal gezien zit er na acht jaar besturen serieuze slijtage op regeringen. Niet zo echter bij de Venezolaanse president Hugo Chavez, die na acht jaar regeren een verbijsterende zege neerzet: 62,89 procent tegen 36,85 voor de rechtse oppositiekandidaat Rosales. Dat heeft alles te maken met zijn sociaal beleid én met de betrokkenheid van het volk bij dit beleid, de ‘participatieve democratie’.

Door de greep van de overheid op de olie-industrie te verstevigen, heeft Chavez middelen kunnen vrijmaken voor sociale projecten, terwijl die middelen vroeger verdwenen naar de bankrekeningen van een rijke minderheid. De afgelopen drie jaar daalde de armoede scherp van 55 procent naar 33 procent van de bevolking. Dankzij de inkomsten uit het genationaliseerde oliebedrijf PDVSA zijn alle Venezolanen nu gealfabetiseerd, hebben ze toegang tot gratis medische zorg in hun wijk en kunnen ze in toenemende mate hun krot in een sloppenwijk verruilen voor een sociale woning. De media schilderen dit meestal af als cliëntelisme waarmee Chavez zijn macht wil bestendigen. Blijkbaar kunnen zij niet vatten dat er werkelijk een regeringsleider bestaat die het lot van de gewone mensen wil verbeteren. Wanneer je buiten de lijntjes van de markteconomie kleurt, dan ben je sowieso een populist, een demagoog met autoritaire trekken. Deze denktrant zegt meer over de prioriteiten van de ‘objectieve’ media dan over Chavez zelf.

De Bolivariaanse Revolutie is immers alles behalve een hoop schapen die blindelings achter de leider aanlopen. Het Venezolaanse volk is enorm gepolitiseerd. De gewone mens op straat spreekt daar met inzicht over de grondwet, de binnenlandse politiek, internationale betrekkingen enzovoort. In België kunnen we alleen maar dromen van dit hoge niveau van politieke analyse onder de bevolking. Het is juist dát politiek inzicht dat de Venezolanen ertoe heeft gebracht opnieuw massaal op Chavez te stemmen. Hij stimuleert immers de zelforganisatie van onderuit. In Brazilië heeft Lula zijn herverkiezing eveneens te danken aan sociale programma’s voor de armen, maar hij had daar een tweede stemronde voor nodig. In Brazilië bestaan de sociale programma’s dan ook uit liefdadigheid, een paternalistische maandelijkse donatie zonder zelforganisatie. De Bolivariaanse Revolutie is er daarentegen op gericht de mensen zelf te betrekken bij de organisatie van hun onderwijs, bij de verbetering van hun wijk, bij inspraak op de werkvloer enzovoort.

Nieuwe etappe

Dat het resultaat van Chavez verbluffend is, blijkt uit bijgevoegde tabel. In aantal stemmen verdubbelt hij bijna zijn resultaat van 1998 en daarmee zet hij een record neer in Venezuela. Bij zijn eerste verkiezing won hij nog met een marge van 800.000 stemmen, vandaag is dat al ongeveer 3 miljoen. Bovendien wint hij in alle staten, inclusief Zulia, waar oppositiekandidaat Rosales als gouverneur de plak zwaait.

jaar

verkiezing

aantal stemmen

percentage

1998

president

3.673.685

56,20 %

2000

president

3.757.773

59,76 %

2004

referendum

5.800.629

59,09 %

2006

president

7.161.637

62,89 %

Met deze score breekt de Bolivariaanse Revolutie ook een internationaal record. Nog nooit behaalde een revolutie die voorstelt om richting socialisme te gaan zoveel steun op het electorale front. In zijn overwinningstoespraak op het balkon van Miraflores, het presidentieel paleis, zei een duidelijk aangedane Chavez dan ook: “Vandaag begint een nieuw tijdperk. (…) De centrale gedachte ervan is de verdieping en uitbreiding van de socialistische revolutie. Meer dan 60 procent heeft niet voor de persoon Chavez gestemd maar voor een project dat de naam ‘Venezolaans socialisme’ draagt.”

Zonder concrete maatregelen te noemen, stelde hij dat het moment is aangebroken om een socialistische economie, moraal en staat uit te bouwen. In de nieuwe etappe zal de strijd tegen de bureaucratische contrarevolutie en de corruptie centraal staan. “Een strijd voor een nieuwe staat moet erin slagen de bureaucratisering te verslaan”, benadrukte Chavez. Deze belofte werd enthousiast ontvangen door de massa in de straten van Caracas. In de volkswijken leeft immers veel kritiek op de overheid en de Bolivariaanse politici, die vaak in de eerste plaats geïnteresseerd zijn in hun carrière en hun portefeuille. Die bureaucraten zien de radicalisering van het volk en Chavez met lede ogen aan en proberen op alle mogelijke manieren op de rem te gaan staan. Bijgevolg gebruiken de volksmassa’s niet alleen een scheldwoord voor de oppositie, ‘escualidos’. Ook de Bolivariaanse bureaucratie krijgt een kleurrijke naam: escualidos met rode baretten (het symbool van de chavisten). Sinds 2004 weerklinkt steeds harder de roep voor een ‘revolutie binnen de revolutie’.

Na de zege van 3 december zal die tegenstelling tussen de basis en de bureaucratie nog stijgen. De zelforganisatie van onderuit botst immers met de privileges bovenaan. Vlak na de verkiezingen feliciteerde de rechterzijde van de Bolivariaanse beweging de oppositie voor hun “volwassenheid en democratische wil” omdat ze zo snel – en voor de eerste keer – de overwinning van Chavez erkende. Ze grijpen dit aan als alibi voor samenwerking met de oppositie en dus water bij de Bolivariaanse wijn te doen. De dag nadien verdeelden verschillende volksorganisaties al pamfletten op publieke plaatsen waarin ze ervoor waarschuwen dat de Bolivariaanse rechterzijde en de oppositie zo op de rem willen staan en het proces richting socialisme tegenhouden. De verkiezingsoverwinning heeft dus allerminst de situatie gestabiliseerd; de tegenstellingen en allianties in de revolutie en contrarevolutie tekenen zich daarentegen steeds scherper af.

Schaapskleren

Het zou zeer dom zijn te denken dat de oppositie van de ene dag op de andere democratisch is geworden. Op 3 december stonden ze ’s middags nog “fraude” te schreeuwen en hielden ze hun basis onder de middenklasse gemobiliseerd om chaos te creëren. Dit is immers een van hun beproefde strategieën: elke verkiezing discrediteren door fraude en dictatuur te insinueren. Al maanden brachten ze ‘objectieve opiniepeilingen’ naar buiten die een nek-aan-nek-race voorspelden tussen Rosales en Chavez, terwijl echte objectieve peilingen en internationale peilingen zoals die van Evans/McDonough steeds een grote voorsprong aan Chavez gaven. De bedoeling was duidelijk: waanideeën creëren onder de middenklasse en hen via die hysterie na de verkiezingen gebruiken als stormram tegen de Bolivariaanse beweging.

Journalist en zakenman Rafael Poleo riep weken op voorhand in zijn talkshow ‘Alo Ciudadano’ op om na de verkiezingen te mobiliseren en een Venezolaanse Oranjerevolutie naar het voorbeeld van Oekraïne door te voeren. Er werden voor de verkiezingen duizenden pamfletten en T-shirts gevonden die opriepen te betogen op dinsdag 5 december ‘tegen de fraude’. Dit ligt volledig in de lijn van hun vroegere pogingen om het land te destabiliseren en zo een militaire coup uit te lokken. Een week voor de verkiezingen testte de oppositie al eens wat haar mobilisatiekracht was. Ze bracht verschillende honderdduizenden op de been in Caracas. De dag zelf zorgden provocateurs in de rijke wijken, gedomineerd door de oppositie, voor een constante sfeer van hysterie. Zeker wanneer internationale waarnemers of pers verschenen, waren er opeens verschillende gevallen van ‘ongewilde’ blanco stemmen van mensen die voor Rosales wilden stemmen. Daarmee wilden ze laten uitschijnen dat de stemcomputers gemanipuleerd werden. Tijdens de dag reageerde Rosales dan door te zeggen dat hij de uitslag van die stembureaus niet zou erkennen. Ondertussen circuleerden sms’jes die zeiden dat de oppositie had gewonnen. Alles werd dus gearrangeerd voor een nieuwe opstoot van geweld.

Democratie is voor deze mensen slechts een van de middelen om hun rijkdom te beschermen. Als ze het niet via democratie kunnen halen, dan grijpen ze even gemakkelijk naar andere middelen. Het is bijgevolg gevaarlijk naïef om te denken dat zij in de loop van 3 december hun mening plots hebben herzien. Wat leidde dan wel tot die snelle erkenning van Chavez’ overwinning? De overdonderende krachtsverhoudingen in het voordeel van de revolutie. De oppositie is er dan wel in geslaagd om honderdduizenden mensen op de been te brengen de week voordien, maar de Bolivariaanse massa’s beantwoordden dit met een betoging – of eerder feest – van twee miljoen datzelfde weekend. Ook de dag van de verkiezingen zelf waren de samenkomsten van de oppositie minuscuul tegenover de rode zee die uit de volkswijken vloeide om de stadscentra feestelijk te bezetten. Indien de oppositie in de aanval had durven gaan, dan zou dit als een zweep gewerkt hebben op de radicalisering van de Bolivariaanse basis. De houding van Manuel Rosales werd dus enkel ingegeven door de angst voor de revolutionaire massa’s. Het is slechts een tactische houding. Het doel blijft een einde te maken aan de Bolivariaanse Revolutie met of zonder democratische middelen. Daarom is er geen reden om de oppositie te feliciteren met hun ‘verantwoordelijke’ houding. Zulke felicitaties krikken het imago op van contrarevolutionairen die bij verschillende gelegenheden al hebben getoond dat ze niet terugschrikken om wapens in te zetten tegen de verzuchtingen van het volk.

Fundamenteel blijft het doel van de oppositie hetzelfde: de revolutie de kop indrukken. Uiteindelijk zullen ze dit alleen kunnen bekomen met geweld, want het volk zal niet zonder slag of stoot haar verworvenheden afgeven. Momenteel zijn de krachtsverhoudingen in het nadeel van de oppositie dus proberen ze de revolutie af te remmen door de Bolivariaanse rechterzijde op te vrijen. Tegelijk zullen ze de sociale projecten blijven saboteren door hun posities binnen het staatsapparaat en zullen ze de economie blijven saboteren door hun controle over de banken en de grote bedrijven. Zo proberen ze het vertrouwen in Chavez en de revolutie te ondermijnen, zoals dat vroeger ook gebeurde in Chili en Nicaragua. Daarom bestaat er slechts één probaat middel om de contrarevolutie de pas af te snijden: de onteigening en de nationalisatie van de banken en de grote ondernemingen onder democratische arbeiderscontrole en de vervanging van de kapitalistische staat door een nieuwe arbeidersstaat steunend op verkozen woordvoerders die permanent afzetbaar zijn door hun achterban. Binnen de revolutie in Venezuela woedt de discussie over de betekenis van deze nieuwe etappe. Hoe deze discussie beslecht wordt, zal de uitkomst van de revolutie bepalen.

Dit artikel verschijnt in het tijdschrift Vrede nr. 383, www.vrede.be.